Leesfragment: Lente

19 mei 2019 , door Ali Smith
| |

23 mei verschijnt Lente van Ali Smith, in de vertaling van Karina van Santen en Martine Vosmaer. Lees bij ons alvast een fragment!

De nieuwe roman van Ali Smith, Lente, is een zeldzaam meesterwerk, dat deel uitmaakt van de (los van elkaar te lezen) seizoenencyclus, een van de origineelste literaire series van onze tijd.
Wat is de verbindende factor tussen Katherine Mansfield, Charlie Chaplin, Shakespeare, Rilke, Beethoven, Brexit, het heden, het verleden, het noorden, het zuiden, het oosten, het westen, een man die treurt om een verloren tijd, een vrouw die verstrikt zit in de moderne tijd?
De lente. De grote koppelaar.
Met oog voor de migratie van verhalen in de loop van de tijd en voortbordurend op Pericles, een van de meest resistente en speelse stukken van Shakespeare, vertelt Ali Smith het onmogelijke relaas van een onmogelijke tijd. In een tijd van muren en lockdown gooit Smith de deur open. De tijd waarin we leven verandert de natuur. Zal deze tijd ook de natuur van verhalen veranderen?
Hoop doet leven.

N.B. Eerder verschenen er bij ons fragmenten uit Herfst en Winter, de twee eerdere boeken in de seizoenencyclus. Miriam Rasch besprak Herfst en Winter voor ons; lees ook onze boekverkopersbespreking.

 

Gisterochtend, precies een maand na de herdenkingsdienst (ze hadden haar in besloten kring gecremeerd niet lang voor de herdenking, hij weet niet eens wanneer, alleen naaste familie), loopt hij over Euston Road en als hij langs de British Library komt, ziet hij een vrouw tegen de muur zitten, in de dertig, misschien pas in de twintig, dekens, vierkant stuk karton van een doos gescheurd met daarop woorden die om geld vragen.
Nee, niet om geld. De woorden erop zijn alsjeblieft en help en me.
Hij is langs talloze dakloze mensen gekomen alleen al vanochtend op weg door de stad. Dakloze mensen zijn weer dat woord talloos tegenwoordig; een oude linkse rakker als hij weet dat dit is wat er gebeurt. Conservatieven weer aan de macht, mensen weer op straat.
Maar om de een of andere reden ziet hij haar. De dekens zijn smerig. De voeten zijn bloot op de stoep. Hij hoort haar ook. Ze zingt een liedje voor niemand – nee, niet voor niemand, voor haarzelf – met een opvallend lieflijke stem, om kwart voor acht ’s ochtends. Het gaat:


duizenden duizenden mensen
rennen door de stra-aat
o niets niets niets
o niets niets niets
o niets

Richard loopt door. Als hij ophoudt met doorlopen is hij net voorbij de ingang van King’s Cross Station. Hij draait zich om en gaat naar binnen, alsof hij dat de hele tijd al van plan was.
Er staat een kraam midden in de hal onder de gigantische herdenkingsklaproos. De kraam verkoopt chocola in de vorm van gebruiksvoorwerpen en gereedschap: hamers, schroevendraaiers, tangen, bestek, kopjes enzovoort; je kunt een chocoladekopje kopen, een chocoladeschoteltje, een chocoladetheelepeltje en zelfs een chocolade-espressopot voor op het fornuis (de espressopot is duur). De chocoladedingen zijn bijzonder levensecht en er staan drommen mensen voor de kraam. Een man in pak koopt iets wat eruitziet als een echte keukenkraan, gemaakt van zilvergespoten chocola; de vrouw van wie hij de kraan koopt legt hem voorzichtig in een doos die ze eerst bekleedt met stro.
Richard steekt zijn pasje in een van de kaartjesautomaten. Hij voert de naam in van de verste plaats waar een trein hiervandaan naartoe kan.
Hij stapt in een trein.
Hij zit er een halve dag in.
Ongeveer een uur voordat de trein aankomt op zijn uiteindelijke bestemming zal hij door het raam bergen tegen een hemel zien afsteken en zal hij besluiten om in plaats daarvan hier uit de trein te stappen. Wat let hem om te doen waar hij zin in heeft, uit te stappen in een plaats die niet op het kaartje staat?
O niets niets niets.
King Gussie, rijmt op zussie, dacht hij altijd dat het werd uitgesproken, zoals de computerstem het uitspreekt door de luidsprekers in King’s Cross London boven zijn hoofd voordat hij in de trein stapt.
Kinjoessie is hoe het wordt uitgesproken door de mensen van het pension waar hij aanklopt als hij daar is. Ze zullen argwanend zijn. Wat is dat voor iemand die niet van tevoren via zijn telefoon reserveert? Wat is dat voor iemand die geen telefoon heeft?
Hij zal op de rand van het vreemde bed in het pension gaan zitten. Hij zal op de vloer gaan zitten en zich schrap zetten tussen het bed en de muur.
Morgen zal in zijn kleren de geur hangen van de luchtverfrisser van de kamer waarin hij de nacht zal doorbrengen.

 

11.29 uur. Een computerstem biedt via de stationsluidspreker excuses aan dat de ScotRail-trein van 11.08 uur uit Edinburgh Waverley vertraging heeft wegens een ongeluk op het spoor ten zuiden van Kingussie, dat de Scotrail-trein van 11.09 uur naar Inverness vertraging heeft wegens een ongeluk op het spoor ten zuiden van Kingussie, dat de ScotRail-trein van 11.35 uur vanuit Inverness vertraging heeft wegens seinstoringen en dat de ScotRail-trein van 11.36 uur naar Edinburgh Waverley vertraging heeft wegens seinstoringen.
Ingevolge seinstoringen, zegt Richard tegen zijn denk - beeldige dochter.
Dat moeten ze toch echt beter op de rails zetten, zegt zijn denkbeeldige dochter.
(Zijn denkbeeldige dochter is nog steeds bij hem, ook al is Paddy dood.)
Als hij niet weet wat iets heel erg moderns betekent, vraagt hij het aan zijn denkbeeldige dochter. Bijvoorbeeld #metoo.
Dat betekent dat je medeverantwoordelijk bent, zei zijn denkbeeldige dochter tegen hem. You too.
Toen lachte ze.
Wat is een hashtag? had hij haar gevraagd.
Ze is nu al een paar decennia elf jaar oud in zijn hoofd. Hij weet dat het patriarchaal van hem is, verkeerd van hem, dat hij haar, tot nu toe tenminste, geen volwassen leven heeft gegund. (Hij denkt dat hij vast niet, bij lange na niet, de enige vader is die zich zo voelt of die dit zou doen als hij kon.)
Een hashtag is heel iets anders dan hasjcake, zei zijn denkbeeldige dochter. Je moet niet proberen het te eten. Of te roken.
Ter ere van zijn echte dochter, waar ze ook is op de wereld, ervan uitgaande dat ze nog steeds op de wereld is, zocht hij het online op om te zien wat het echt betekende.
En dat werd tijd ook, dacht hij toen hij het deed.
Daarna deed hij twee weken lang geen oog dicht, lag elke nacht om 04.00 uur te piekeren over die ene of die andere keer dat hij had gedacht dat hij zich kon gedragen zoals hij wilde tegen de vrouwen met wie hij was. Hij had heel wat benen aangeraakt. Hij had heel wat kansen gewaagd. Hij had vaker beetgehad dan de meesten. Niemand had geklaagd.
Tenminste, niet tegen hem.
Na veertien dagen begon hij weer te slapen. Hij was te moe om niet te slapen.
Ik was soms een beetje een schoft, weet je, zei hij tegen zijn denkbeeldige dochter in zijn hoofd.
Ik had niet anders verwacht, zei zijn denkbeeldige dochter.
Ik was soms een beetje een schoft, weet je, zei hij tegen zijn echte dochter in zijn hoofd.
Stilte.

 

© 2019 Hamish Hamilton Ali Smith
© 2019 Nederlandse vertaling Uitgeverij Prometheus en Karina van Santen en Martine Vosmaer

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum