Leesfragment: Liefde, als dat het is

16 juni 2019 , door Marijke Schermer
|

19 juni verschijnt Liefde, als dat het is van Marijke Schermer. Lees bij ons nu al de eerste pagina's!

Sev en David ontmoeten elkaar in bed. Geen relatie, spreken ze af. Zij was er nooit erg goed in en hij is na een gelukkig huwelijk van twintig jaar verlaten en heeft geen idee meer wie hij is. Behalve hen volgen we Terri, Davids vertrokken echtgenote, hun kinderen en Terri’s nieuwe vriend. Een speurtocht naar wat het is en hoe het moet: samenzijn, een individu zijn in het collectief van het gezin, leven buiten het gebeitelde verband. Schermer grijpt de lezer bij zijn oor en sleurt hem het verhaal door, dicht op de huid van haar personages. 'Liefde, als dat het is' gaat over vele versies van de liefde: puberromantiek, vriendschap, lichamelijke lust, tot-de-dood-ons-scheidt en de intensiteit van het moment. Een modern verhaal over een eeuwig onderwerp.

N.B. Eerder publiceerden we voor uit Schermers debuut Mensen in de zon en haar voor de ECI Literatuurprijs genomineerde roman Noodweer.

 

Uit het gebeitelde verband

Het voltrekt zich altijd min of meer hetzelfde: ze zeggen een paar dingen tegen elkaar, ze drinken een glas bier of tonic of water, soms neemt hij een douche, en dan gaan ze naar bed. Het heeft de juiste verhouding tussen lichtheid en ernst. Het is opwindend, onbeschaamd, maar ook emotioneel. Soms snikt hij in haar armen. Daarna zijn ze ontspannen. Soms vallen ze bijna in slaap. Ze praten over hun werk, over hun kinderen, hij vertelt over de natuurramp, zij neemt het op voor zijn vrouw. Tijdens het eten kijken ze naar het uitzicht. Sev woont heel hoog, vanuit haar raam zie je de stad en hoe de rivier zich erdoorheen slingert. Als er tijd genoeg is gaan ze daarna weer naar bed. Hij neemt nooit iets mee, geen wijn, geen bloemen. Hij blijft nooit slapen. Hij zegt altijd dat het de laatste keer is. Zij belt een taxi voor hem en kijkt hoe hij beneden instapt en zich weg laat rijden.
De balkondeuren staan open maar het gordijn is dichtgetrokken tegen de hitte van de zon. Sev leunt in de halfduistere keuken tegen het aanrecht en schrijft een bericht aan David. Ze stelt zich voor hoe hij thuis aan de Gorterlaan, waar ze nooit is geweest, in zijn keuken staat. Hoe hij de wanhoop te lijf gaat door te zorgen voor zijn dochters. Hoe die dat zich laten welgevallen, oud genoeg al om er ook het hunne van te denken. Ze heeft ze nooit ontmoet; alles wat zij weet van hen, van hem en van zijn vrouw, weet ze van hem. Ze stelt zich alles voor.
Zijzelf heeft die middag Hendrik, haar zoon van acht, naar zijn vader gebracht. In haar vermengt het gevoel van ruimte die de vrijheid van de week in het verschiet haar geeft zich met een vaag gemis. Ze wacht tot David haar woorden ziet en haar laat weten dat die geland zijn, ze weet dat haar woorden dat doen, het is precies dat doel waarmee ze ze verstuurt. Via een draadloos geluidssysteem vult Satie de verschillende kamers van haar huis. David zegt dat zijn huwelijk vijfentwintig jaar gelukkig was, dat zijn leven gelukkig was, tot de natuurramp. Ze pakt een flesje bier, denkt na over wat ze zal eten, iets pittigs, iets kind-onvriendelijks. Ze leegt haar tas op tafel, ze kan wat werken nog, straks, als het eindelijk koeler geworden is. Vijfentwintig jaar geluk aan gruzelementen, Sev weet niet wat voor haar het grootste mysterie is, die vijfentwintig jaar of de genadeklap.

Buik licht op op het scherm van haar telefoon. Ze glimlacht. Over 24 uur legt David zijn handen op haar lijf. Daar ging het over, haar bericht, over die handen, dat ze ze al voelt en waar. Ze denkt aan de eerste keer, toen ze met hem vree voor ze zijn gezicht had gezien of zijn stem had gehoord. Een zorgvuldig voorbereide gebeurtenis, ze had hem elke stap beschreven die hij zou zetten in haar huis. Ze had hun handelingen beschreven, wat zij zou doen, wat ze van hem verwachtte. Ze had zich in de steeds krapper wordende tijd voordat hij zou komen gerealiseerd dat ze, ondanks de correspondentie met hem, niets van hem wist. Toen ze wijn kocht die middag bedacht ze dat het de morsige man met schuimend spuug in zijn mondhoeken en een fles wodka in zijn handen zou kunnen zijn. Ze dacht: een lustmoordenaar zou nooit zo uitgebreid en zo gedetailleerd zoveel woorden hebben besteed aan hun kennismaking, zou nooit zo intens en effectief de taalbalts hebben uitgevoerd. Ze was sterk, fysiek, geen prooi, ze zou een mes kunnen neerleggen naast haar bed. Toen hij haar verduisterde slaapkamer binnenstapte, opdoemde in de deurlijst, dacht ze: een man, het is geen jongen maar een man. Hij trok zijn schoenen, zijn overhemd en zijn broek uit naast haar bed, ze rook zijn geur, hij gleed onder het dunne dekbed en legde zijn hoofd op haar borst.

Er volgt een foto van zijn pan. Hij stuurt vaak foto’s van het eten dat hij maakt, ze zoomt in op de dingen eromheen, probeert de puzzel completer te maken met onbenulligheden, kruiden die hij gebruikt, spullen die hij koopt, messen waar hij mee snijdt, rondslingerende spullen van zijn kinderen, trivialiteiten van het dagelijks leven dat hij haar onthoudt. Ze heeft meteen ook zin in garnalen.

Hij heeft nog nooit gezegd dat zij mooi is, of iets benoemd wat hij mooi aan haar vindt. Dat bevalt haar. Ze heeft vriendjes gehad die haar mooi vonden, en vriendjes gehad die haar niet mooi genoeg vonden. Dat soort beoordelingen zijn, ook als ze positief uitvallen, altijd vernederend. Hoe hij naar haar kijkt als hij haar aanraakt, hoe hij achterover gaat liggen en zich aan haar overgeeft, hoe hij zich tegoed doet aan haar eten en verslag doet van zijn leven, daar gaat het haar om. Hij zegt dat haar onconventionaliteit en ongebondenheid een vorm van bescherming zijn tegen het oordeel van anderen. Hij zegt dat hij haar vrijheid benijdt. Hij zegt dat het geen onvermogen is om een relatie te hebben, toen zij zoiets eens had gesuggereerd, maar dat zij dat gewoon niet wil. Juist in de misverstanden over haar klinkt zijn bewondering door. Ze maakt een foto van haar flesje bier, ze schrijft iets over zijn tong en over zijn hoofd tussen haar dijen. Ze wil hem storen, de toegewijde vader.

Ze kent hem vier maanden en ze heeft hem nooit in gezelschap meegemaakt, nooit iemand ontmoet uit zijn leven, nog nooit in het openbaar met hem verkeerd. Is dat een zuivere manier om elkaar te leren kennen? Of verbergt dat kanten die net zo overtuigend iemands aard bepalen? Op een feestje had zij hem er misschien niet uit gepikt. In haar vriendenkring zou hij misschien eerder de man van Terri geweest zijn dan iets anders. Hij is welbespraakt en in staat zijn gedachten te ordenen, zij weet dat hij geen opschepper is, dat hij geestig is en snel denkt, dat hij leest en de actualiteit volgt en er een mening over heeft die maar op punten verschilt van de hare, waardoor het goed discussiëren is. Maar ze denkt ook dat ze weet hoe gereserveerd hij normaal gesproken in gezelschap is, zij weet hoezeer hij zich in zijn gezin verschanst had en dat had wat mensen met gezinnen wel vaker hebben: iets onschendbaars. Er is iets wat ze thuislaten, iets wat de confrontatie met de buitenwereld niet meer hoeft te zoeken en de omvang van dat iets niet aan een ander hoeft te toetsen. Precies daarom hadden zij elkaar op geen enkel ander moment dan in de pit van zijn crisis kunnen ontmoeten. Omdat zijn binnenwereld zo lang zo goed opgeborgen was, omdat elke turbulentie erin bedwongen was, door tevredenheid, door zelfbeheersing en moraal, is het nu, midden in de storm, een schitterende parel. Ze kan er geen genoeg van krijgen.

Hij zegt dat er door haar een nieuw gebied voor hem ontsloten is. Sev is bang dat hij alleen de seks bedoelt, maar die angst heeft ze alleen als ze zich toestaat de kleinste versie van zichzelf te zijn. De waarheid is dat al die compartimenten niet gescheiden zijn: seks, liefde, intimiteit, inzicht, heimwee. De moeilijkheid is dat ze niet gescheiden zijn. Alleen dit, jij, ik en dit eiland in de tijd... Zij weet niet of ze zich wel aan die afspraak kan houden.

Aan de Gorterlaan snijdt David de knoflook, de pepers, de sjalotten en schuift ze in de olie. Liefde. Hij dept de garnalen droog en steekt de spaghetti in het kokende water. Liefde. Hij frituurt de peterselie kort in de kleine koekenpan en doet de garnalen in de andere pan. Liefde voor de kinderen. Hij giet een glas wijn leeg in zijn mond. Twee keer zo veel liefde, twee keer zo veel zorg. Alles wat ze nodig hebben gaat hij leveren en meer. Zijn overhemd plakt aan zijn rug. Hij schenkt nieuwe wijn in. Vanaf de dag dat Terri in zijn leven kwam, vijfentwintig jaar geleden, veranderden hij en zij langzaam in een wij en die wij breidde zich in het tweede decennium van hun verbond uit tot het collectief van een gezin, dat veelkoppig organisme. Hij en zij losten op, als golven in de zee. Vandaar dat hij nu geen flauw idee meer heeft wie hij is, hij weet alleen maar waar hij is: hier, in zijn huis. De explosie van verbazing op het gezicht van Sev als hij zoiets zegt. Hij plukt blaadjes van de basilicumplant in de vensterbank. Het raam is vies, hij moet het lappen als de zon er niet op staat. De bol mozzarella op het aanrecht doet hem onwillekeurig aan haar lichaam denken. Hij huivert. Hij legt het deksel precies op tijd scheef op de pan waarin de pasta kookt. Hij vindt het juiste mes en legt het klaar. Hij kookt zoals hij klust, een vonk inspiratie gevolgd door een strakke reeks precisiehandelingen.
Toen Ally Terri vroeg om op te houden papa pijn te doen, had hij even de ervaring gehad dat de wereld de verkeerde kant op kantelde. Alsof zijn kinderen hem moesten beschermen in plaats van hij hen. Maar daarna had hij begrepen dat het nog weer anders was. Er was geen sprake van beschermen of beschermd worden in de poel waarin hun leven was veranderd. Hij en Krista en Ally waren één lichaam, één orgaan en toen Ally het over zijn pijn had gehad was dat ook haar eigen pijn geweest. Maar de liefde, de zorg en de spaghetti zullen de pijn verbergen en doen afnemen. Het zal ze aan niets, aan helemaal niets ontbreken. Het zal een huis vol leven, liefde en plezier zijn. Nu ze niet meer aan haar hooggespannen verwachtingen hoeven te voldoen zal dat zelfs gemakkelijker worden. Nu het niet meer erg is dat Krista havo doet in plaats van vwo en Ally atheneum in plaats van gymnasium, nu hij niet meer aan allerlei vormen van zelfverbetering hoeft te doen – hardlopen, iets nieuws leren, een taal, een instrument bespelen, het vernederende van de suggesties die ze deed – nu hij kan doen en laten wat hij wil en de kinderen in alle rust hun niet uitblinkende zelf kunnen zijn, is het geluk bereikbaarder dan ooit. Eigenlijk is het alleen maar goed zo. Eigenlijk is het een raadsel waarom hij zich altijd naar haar wensen had geprobeerd te plooien. Nu pas voelt hij, nu het niet meer hoeft, welke kramp dat opleverde. Welke ontspanning er over hem is gekomen, of toch op zijn minst bezig is over hem te komen. Hij veegt schillen en kruimels van het aanrecht in zijn hand en leegt die in de glimmende cilindrische – vreselijk onhandige – hij hoort het haar zeggen – afvalbak. Met het kartelmesje dat hij gebruikt voor de tomaten, snijdt hij in zijn vinger. Een kort moment, vlak voor hij het mes laat vallen en de pijn tot hem doordringt, stelt hij zich voor dat hij doorsnijdt. Bloed drupt op de houten plank en mengt zich met het sap van de tomaten voor hij zijn vinger in zijn mond steekt. Hij proeft de ijzersmaak, hij voelt het prikken van zijn speeksel in de wond. Hij voelt hoe een zuigende leegte hem van binnenuit besluipt. Hij zou willen schreeuwen: Dit was niet de afspraak. Dit was godverdomme niet de afspraak.
Hij legt bestek op tafel. Een flits van de zoektocht naar de tafel, de perfecte tafel, een tafel bij het huis, de gesprekken erover, de gesprekken eraan, met haar, met anderen, vooral met haar. Hij schuift de krant opzij. Hittegolf houdt aan kopt de voorpagina die ritselt in de luchtstroom van de ventilator. Een blik tussen de half dichtgeschoven gordijnen door op de verlaten straat, het harde witte licht, de lucht die trillend opstijgt boven het hete asfalt, de slordig bollende lijnen op de tegels: stoepkrijt, herinnering die weg is voor hij hem te pakken heeft. Zijn handen op het tafelblad. Handen die niet bij zijn lichaam passen, dat had Sev gezegd. Er blijft een bloedvlek achter. Hij zoekt in de la van de kast naar pleisters, hij roept de namen van zijn dochters in het trapgat. Als hij aan Sev denkt voelt hij dat in zijn buik. Hij voelt zich schuldig, maar hij weet niet jegens wie, overspelig, maar zijn vrouw is zijn vrouw niet meer. Hij begrijpt niet hoe Sev zo anders, zo dichtbij, maar toch zo anders, zo verschrikkelijk anders kan zijn dan hij, dan Terri. Geen relatie, alleen dit eiland in de tijd. Haar woorden. Minnaars. Hij schikt de kaas tussen de tomaten.
‘Wat eten we?’ Ally gaat zitten. Haar magere schouders steken uit haar hemd. Het sluike haar verbergt het grootste deel van haar gezicht.
‘Pasta. Waar blijft je zus?’ Hij zet een vol bord voor haar neer en een halfvol bord tegenover haar op Krista’s plek. Hij scheurt de basilicumblaadjes voor op de salade.
‘Ik heb geen honger,’ zegt ze nog voor ze de trap af is.
‘Daar,’ wijst Ally zonder op te kijken haar zuster aan.
‘Wat nou daar?’
‘Is ze.’
‘Ze?’
Krista gooit haar telefoon in de mand op de kast – Terri’s regel – en gaat met haar armen over elkaar aan tafel zitten.

 

© Copyright 2019 Marijke Schermer

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum