Leesfragment: Serotonine

21 maart 2019 , door Michel Houellebecq
| | |

Vandaag verschijnt Serotonine van Michel Houellebecq, in de Nederlandse vertaling van Martin de Haan. Lees bij ons een fragment!

‘Mijn overtuigingen zijn beperkt, maar wel intens. Ik geloof in de mogelijkheden van het speciale koninkrijk. Ik geloof in de liefde,’ schreef Michel Houellebecq onlangs. De depressieve verteller van Serotonine zou het daar zonder voorbehoud mee eens zijn. Zijn verhaal vindt plaats in een Frankrijk dat zijn tradities aan het verkwanselen is, zijn steden ontdoet van hun charme en zijn platteland verwoest tot de volksopstand erop volgt. Hij vertelt over zijn leven als landbouwingenieur, zijn vriendschap met een boer van adel (een onvergetelijk personage – zijn dubbelganger in spiegelbeeld), over het falen van hun jeugdige idealen, de misschien wel dwaze hoop een verloren vrouw terug te vinden.

Deze roman over de puinhopen van een wereld zonder goedheid, zonder solidariteit, met onbeheersbaar geworden veranderingen, is ook een roman over wroeging en spijt. ‘Niemand in het Westen zal nog gelukkig zijn.’

N.B. Eerder verscheen bij ons al een recensie van Sérotonine en zaterdag 23 maart organiseert Het Betty Asfalt Complex een middag rondom Michel Houellebecq.

 

Het is een wit, ovaal, deelbaar tabletje.

’s Ochtends om een uur of vijf, soms zes word ik wakker, de behoefte is op zijn sterkst, het is het pijnlijkste moment van mijn dag. Het eerste wat ik doe is het koffiezetapparaat aanzetten; de avond tevoren heb ik het reservoir met water en het filter met gemalen koffie gevuld (meestal Malongo, qua koffie ben ik tamelijk veeleisend gebleven). Ik steek geen sigaret op voordat ik een eerste slok heb genomen; dat is iets wat ik mezelf opleg, een dagelijkse prestatie die mijn voornaamste bron van trots is geworden (toegegeven, koffiezetapparaten doen hun werk snel). De verlichting die het eerste trekje brengt is acuut, van een verbluffende heftigheid. Nicotine is een perfecte drug, een eenvoudige, harde drug, die geen vreugde brengt maar zich volledig kenmerkt door het gebrek, en het verdwijnen van het gebrek.

Een paar minuten later, na een sigaret of twee, drie, neem ik een Captorix-tablet met een kwart glas mineraalwater – over het algemeen Volvic.

Ik ben zesenveertig jaar oud, ik heet Florent-Claude Labrouste en ik haat mijn voornaam, waarmee mijn vader en mijn moeder geloof ik elk van hun kant een familielid wilden eren; dat valt vooral te betreuren omdat ik mijn ouders verder niets te verwijten heb, het waren in alle opzichten voortreffelijke ouders, ze hebben al het mogelijke gedaan om me te wapenen voor de strijd om het leven en zijn er niet verantwoordelijk voor dat ik uiteindelijk heb gefaald, dat mijn leven eindigt in pijn en verdriet, iets wat eerder het gevolg is van een betreurenswaardige reeks van omstandigheden waarop ik nog zal terugkomen, en die om precies te zijn zelfs het onderwerp van dit boek vormt; ik heb mijn ouders niets te verwijten behalve dat piepkleine, dat onzalige maar piepkleine akkefietje met die voornaam, niet alleen vind ik de combinatie Florent-Claude belachelijk, ook de losse elementen ervan staan me tegen, kortom mijn voornaam slaat voor mijn gevoel de plank volledig mis. Florent klinkt te zoetig, te veel zoals het vrouwelijke Florence, haast androgyn in zekere zin. Die naam past totaal niet bij mijn gezicht met zijn energieke, vanuit sommige hoeken gezien zelfs harde trekken, dat vaak (door sommige vrouwen in elk geval) als viriel is ervaren, maar echt niet, echt absoluut niet als het gezicht van een botticelliaanse nicht. En Claude, laten we het daar maar niet over hebben, dat doet me onmiddellijk denken aan Claude François alias Cloclo met zijn danseresjes, ik hoef die naam maar te horen of ik heb meteen weer het horrorbeeld voor ogen van een vintage video met genoemde Claude die aan één stuk door werd vertoond op een avondje van ouwe flikkers waar ik ooit ben geweest.
Van voornaam veranderen is vrij eenvoudig, nou ja ik bedoel niet vanuit bureaucratisch oogpunt, vanuit bureaucratisch oogpunt is er bijna niets mogelijk, de bureaucratie heeft als doel onze levensmogelijkheden maximaal te beperken als ze die al niet simpelweg weet te vernietigen, vanuit het oogpunt van de bureaucratie is een goede ingezetene een dode ingezetene, ik bedoel eerder gewoon vanuit het oogpunt van het gebruik: je hoeft je alleen maar onder een nieuwe voornaam voor te stellen en na een paar maanden of zelfs een paar weken is iedereen eraan gewend, het komt niet eens meer bij de mensen op dat je in het verleden misschien wel een andere voornaam droeg. De hele operatie zou in mijn geval des te eenvoudiger zijn geweest omdat mijn tweede voornaam, Pierre, perfect paste bij het beeld van doortastendheid en viriliteit dat ik de wereld graag had willen voorhouden. Maar ik heb het niet gedaan, ik ben die walgelijke naam Florent-Claude blijven dragen, het enige wat ik van sommige vrouwen gedaan heb gekregen (Camille en Kate om precies te zijn, maar ik kom erop terug, ik kom erop terug) is dat ze zich tot Florent beperkten, van de samenleving in het algemeen heb ik niets gedaan gekregen, zowel op dit punt als op bijna alle andere heb ik altijd als een mak lammetje de omstandigheden gevolgd, blijk gegeven van mijn onvermogen om de teugels zelf in handen te nemen: de viriliteit die leek af te stralen van mijn hoekige gezicht met zijn scherpe randen, van mijn gebeitelde trekken was eigenlijk gewoon bedrog, pure oplichterij – waarvoor ik weliswaar niet verantwoordelijk was, God had immers over me beschikt, maar eigenlijk was ik, was ik nog altijd, was ik nooit iets anders geweest dan een incoherent mietje, en ik was nu al zesenveertig, ik was nooit in staat geweest richting te geven aan mijn eigen leven, kortom het leek zeer waarschijnlijk dat het tweede deel van mijn bestaan net als het eerste niets anders dan een slappe, pijnlijke neergang zou zijn.

De eerste bekende antidepressiva (Seroplex, Prozac) verhoogden de bloedwaarde van de neurotransmitter serotonine door daarvan de heropname in de 5-ht1-neuronen te remmen. De ontdekking van Capton d-l, begin 2017, zou de weg vrijmaken voor een nieuwe generatie antidepressiva waarvan het werkingsmechanisme al met al eenvoudiger was, omdat het als doel had de serotonineafgifte in het maag-darmslijmvlies te bevorderen door middel van exocytose. Nog aan het eind van hetzelfde jaar werd Capton d-l op de markt gebracht onder de naam Captorix. Het middel bleek meteen verrassend effectief en stelde patiënten in staat veel gemakkelijker dan voorheen de voornaamste riten van een normaal leven in een hoogontwikkelde samenleving aan te gaan (wassen en aankleden, beperkt sociaal leven in de vorm van goed nabuurschap, eenvoudige administratieve handelingen) zonder daarbij, in tegenstelling tot de antidepressiva van de vorige generatie, de neiging tot suïcide of automutilatie te bevorderen.

De meest voorkomende nadelige bijwerkingen van Captorix waren misselijkheid, verdwijning van de libido en impotentie.

Van misselijkheid had ik nooit last gehad.

 

Copyright © 2019 Michel Houellebecq
Copyright Nederlandse vertaling © 2019 Martin de Haan en Uitgeverij De Arbeiderspers

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum