Onze boekhandels zijn open! Kom langs of bestel telefonisch, via WhatsApp, per e-mail of via de webshop. #steunjeboekhandel, ook online

Leesfragment: De egel en de vos

07 juni 2020 , door Isaiah Berlin
| | | |

16 juni verschijnt De egel en de vos van Isaiah Berlin (bewerkt door Henry Hardy, met een voorwoord van Michael Ignatieff en vertaald door Thomas Heij). Lees bij ons alvast een fragment!

‘De vos weet van alles, maar de egel weet één groot iets.’ Met deze spreuk deelde Isaiah Berlin grote schrijvers en denkers in. Plato, Dante en Dostojevski zijn egels. Zij zien de wereld als één geheel. Aristoteles, Erasmus en Poesjkin zijn vossen: pluralisten die een veelheid zien. Maar hoe zat het met een van de allergrootsten? Lev Tolstoj, was hij nu een egel of een vos?

Die vraag behandelt Berlin in De egel en de vos. In zijn zoektocht naar het antwoord bespreekt hij de thema's van Oorlog en vrede: de vrijheid van de mens, de werking van de geschiedenis, de macht van mannen als Napoleon en de invloed van een slecht getimede verkoudheid.

Aansprekend, scherp geschreven en rijk aan ideeën: geen wonder dat dit essay uitgroeide tot Berlins beroemdste tekst. Wie dit leest, vraagt zich zeker af: wat ben ik zelf, een egel of een vos?

 

De egel en de vos

Een eigenaardige combinatie van het brein van een Engelse scheikundige en de ziel van een Indiase boeddhist.
– E.M. de Vogüé

I

In de nagelaten fragmenten van de Griekse dichter Archilochus komt een spreuk voor die luidt: ‘De vos weet van alles, maar de egel weet één groot iets.’ Geleerden zijn het niet eens over de interpretatie van deze schimmige woorden, die misschien niet meer betekenen dan dat de vos, ondanks al zijn sluwheid, het onderspit delft tegen de enige verdediging van de egel. Maar vatten we ze figuurlijk op, dan zijn deze woorden een beschrijving van een van de meest fundamentele onderlinge verschillen tussen schrijvers en denkers – misschien zelfs tussen mensen in het algemeen. Er is namelijk een grote kloof tussen enerzijds degenen die alles beschouwen vanuit één centrale visie, één min of meer coherent of uitgesproken systeem waarbinnen ze begrijpen, denken en voelen – een enkel, alomvattend, ordenend beginsel in het kader waarvan alles dat ze zijn en zeggen betekenis heeft – en anderzijds degenen die verschillende doelen nastreven, doelen die vaak onsamenhangend en zelfs tegenstrijdig zijn, en die, als er al sprake is van een onderling verband, louter door kunstgrepen met elkaar verband houden, om een of andere psychologische of fysiologische reden en geenszins door een moreel of esthetisch principe. De laatsten leven, handelen en denken middelpuntvliedend in plaats van middelpuntzoekend; hun denken is verspreid of verstrooid, kent vele lagen, raakt de kern van een grote verscheidenheid aan ervaringen en dingen op zich, zonder ze, bewust of onbewust, te passen in of buiten een onveranderlijke, alomvattende, soms tegenstrijdige en incomplete, soms fanatische, eenvormige innerlijke visie. De eerste groep intellectuele en artistieke personen behoort tot de egels, de tweede tot de vossen; en zonder aan te sturen op een al te strikte indeling, kunnen we zonder ons zorgen te maken over tegenspraak stellen dat Dante tot de eerste categorie behoort, Shakespeare tot de tweede; Plato, Lucretius, Pascal, Hegel, Dostojevski, Nietzsche, Ibsen en Proust zijn, in verschillende gradaties, egels; Herodotus, Aristoteles, Montaigne, Erasmus, Molière, Goethe, Poesjkin, Balzac en Joyce zijn vossen.
Natuurlijk wordt deze tweedeling, als we haar tot een uiterste doorvoeren, net als alle soortgelijke simplificerende classificaties gekunsteld, vergezocht en uiteindelijk absurd. Maar ook al is zij niet behulpzaam bij serieuze kritiek, ze moet evenmin worden afgedaan als iets plats en onnozels: net als elke onderscheiding die een zekere mate van waarheid bevat, biedt zij een perspectief voor beschouwingen en vergelijkingen, een beginpunt voor echt onderzoek. Zo weet iedereen dat een vergelijking tussen Poesjkin en Dostojevski spaak loopt. Dostojevski’s beroemde, welbespraakte en gevoelige rede over Poesjkin is door de bedachtzame lezer zelden beschouwd als toonbeeld voor de begaafdheid van Poesjkin, maar eerder voor het genie van Dostojevski zelf, juist doordat hij Poesjkin (een aartsvos, de grootste van de negentiende eeuw) vertekend weergeeft, als ware hij gelijk aan Dostojevski (die niets dan een egel is), en Poesjkin verandert in een toegewijde profeet, een drager van één enkele, universele boodschap. Dat is typerend voor Dostojevski’s eigen wereldvisie, maar ligt buitengewoon ver van Poesjkins veelvormige genie. Sterker nog, het is zo gek nog niet om te stellen dat de Russische literatuur zich uitstrekt tussen deze twee giganten – aan het ene uiterste Poesjkin, aan het andere Dostojevski – en zij die het stellen van dit soort vragen nuttig of aardig vinden, kunnen de kenmerken van andere Russische schrijvers tot op zekere hoogte bepalen in relatie tot die sterke tegenpolen. Afvragen hoe Gogol, Toergenjev, Tsjechov en Blok zich verhouden tot Poesjkin en Dostojevski leidt – of heeft in ieder geval geleid – tot vruchtbare en verhelderende kritieken. Maar als we bij graaf Lev Nikolajevitsj Tolstoj aankomen en ons over hem afvragen of hij tot de eerste of tot de tweede categorie behoort, of hij een monist of een pluralist is, of zijn visie enkelvoudig of meervoudig is, of hij uit één deel bestaat of is samengesteld uit verschillende elementen – is er geen duidelijk of onmiddellijk antwoord. De vraag lijkt op de een of andere manier niet van toepassing; hij lijkt meer mist op te trekken dan te verdrijven. Toch is het geen gebrek aan feiten dat ons tegenhoudt: Tolstoj heeft ons over zijn zienswijzen en opvattingen meer verteld dan enig andere Russische schrijver, zelfs haast meer dan enig andere Europese. Ook kunnen we zijn kunst niet bepaald obscuur noemen: zijn universum kent geen duistere hoekjes, zijn verhalen zijn stralend helder; hij heeft zichzelf en zijn vertellingen verklaard, en de methodes waarmee ze tot stand kwamen preciezer, krachtiger, zinniger en helderder verdedigd dan enig andere schrijver. Is hij een vos of een egel? Wat moeten we daarop zeggen? Waarom is het antwoord zo uitzonderlijk moeilijk te vinden? Lijkt hij meer op Shakespeare en Poesjkin, of meer op Dante en Dostojevski? Of lijkt hij totaal niet op een van beiden, en is de vraag onbeantwoordbaar omdat hij absurd is? Wat is het mysterieuze obstakel waarop ons onderzoek stuit?
Ik pretendeer in dit essay geen antwoord te geven op deze vraag, want dat zou niet minder vereisen dan een kritische beschouwing van Tolstojs kunst en denken als geheel. Ik zal mezelf beperken tot de suggestie dat de moeilijkheid er misschien in ligt, op zijn minst voor een deel, dat Tolstoj zich bewust was van deze vraag en zijn best deed het antwoord erop te weerleggen. De hypothese die ik wil aandragen is dat Tolstoj van nature een vos was, maar geloofde dat hij een egel was; dat zijn talenten en prestaties verschillen van zijn overtuigingen en daarom ook van zijn eigen interpretatie van zijn werk; en dat bijgevolg zijn idealen ertoe hebben geleid dat hij, en degenen die overtuigd zijn door zijn ijzersterke overredingskracht, een stelselmatige misinterpretatie koesteren van wat hij en anderen aan het doen waren of zouden moeten doen. Niemand kan zich erover beklagen dat Tolstoj zijn lezers liet gissen naar wat hij hierover dacht: zijn opvattingen over dit onderwerp kleuren al zijn discursieve geschriften – dagboeken, opgetekende obiter dicta, autobiografische essays en verhalen, maatschappelijke en religieuze traktaten, literaire kritieken, persoonlijke brieven en open brieven. Maar de spanning tussen wat hij was en wat hij geloofde te zijn verschijnt nergens zo duidelijk als in zijn opvattingen over geschiedenis, waaraan enkele van zijn meest briljante en paradoxale pagina’s zijn gewijd. Dit essay is een poging om zijn geschiedfilosofie te behandelen en om zowel zijn motieven voor die opvattingen als hun vermoedelijke oorsprong te onderzoeken. Kortom, het is een poging Tolstojs houding ten aanzien van de geschiedenis net zo serieus te nemen als hij aan zijn lezers opdroeg, zij het om een iets andere reden – namelijk om licht te werpen op één geniale man, in plaats van op het lot van de hele mensheid.

 

© ISVW Uitgevers, Leusden 2020

Delen op

Gerelateerde boeken

pro-mbooks1 : athenaeum