Let op: Door drukte kan de bezorging van je pakketje langer duren.

Leesfragment: De grote wil en andere schrijflesverhalen

15 februari 2020 , door Nicolien Mizee
| |

18 februari verschijnt Nicolien Mizees De grote wil en andere schrijflesverhalen. Lees bij ons alvast de inleiding en het hoofdstuk 'Junkproza'!

Al jaren geeft Nicolien Mizee les in verhalen schrijven, zowel aan de Volksuniversiteit als aan de Schrijversvakschool. Ze onderwijst haar leerlingen aan de hand van een aantal onbetwistbare regels en met geestige voorbeelden uit haar beroepspraktijk. Want verhalen vertellen is belangrijk: de wereld zou er veel beter uitzien als we elkaars verhalen willen lezen en beluisteren. En eigenlijk is elk verhaal goed, als de hoofdpersoon maar gedreven wordt door een duidelijke Grote Wil.

N.B. Eerder publiceerden we voor uit Moord op de moestuin en uit Mizees Faxen aan Ger, deel 1, De kennismaking, en deel 2, De porseleinkast, en deel 3, Allesverpletterende. Lees ook Fleur Speets bespreking van Moord op de moestuin.

 

De vraag die iedereen stelt als ik vertel dat ik schrijfles geef, is: kun je schrijven dan leren? Bij die vraag denk ik altijd aan de vriendin die me vertelde hoe ze in de jaren zeventig een opleiding gedaan had aan een kunstacademie. 'Toen ik afstudeerde hadden we niet eens geleerd hoe we een palet moesten opzetten!' Al die jaren was er louter gepraat over authenticiteit en bezieling, maar hoe je de tubes op een palet moest uitknijpen, wist ze niet.
Ik deed in de jaren tachtig een opleiding aan de Schrijversvakschool. Er werd veel gepraat over stijl – de volgorde waarin we de woorden op papier zetten – maar dat ging altijd aan de hand van de termen 'eigenheid' en 'gedrevenheid'. Dat zijn begrippen waar je als schrijver niets aan hebt. Sterker nog: ze voeren je het moeras in. 'Eigen' willen we allemaal zijn, maar wat is 'eigen'? Allemaal zochten we de eigenheid bij de populaire schrijvers van dat moment. Toen ik later zelf les ging geven, kon ik altijd heel aardig de literaire modes volgen in het werk van mijn leerlingen. (Schrijven zonder plot, heel korte verhaaltjes schrijven, schrijven in de tweede persoon enkelvoud.)
'Gedreven' waren we allemaal; in die tijd leefden we allemaal nog van een uitkering dus we deden niets anders dan schrijven. Toch schreef de een beter dan de ander.
Aan het eind van mijn tweede jaar kwam er een nieuwe docent scenarioschrijven, die met enige ergernis constateerde dat we niet eens wisten hoe de lay-out van een toneeltekst eruitzag. In vijf minuten had hij ons dat uitgelegd. Daarna gaf hij ons de basiswet voor elk goed verhaal, of dat nou voor een boek, een film of voor een verhaal op een feestje geldt: iemand wil iets, dat gaat mis, en dan gebeurt er iets anders. In de drie lessen daarna vertelde hij nog het een en ander over dialoog, perspectief en genre, en toen vertrok hij weer.

Wat we geleerd hadden was compositie. De wetten van het verhaal zijn in duizenden jaren onveranderd gebleven. Als we de verhalen van het Oude Testament lezen, of van Homerus, herkennen we zonder enige moeite alle kunstgrepen die we nog steeds toepassen om de aandacht van de lezer vast te houden. Het zijn er maar een paar en iedereen kan ze leren. Ik kan ze u in een paar uur uitleggen, en dan hebben we ze nog samen geoefend óók.
Naast compositie is er de stijl, de manier van opschrijven. Ik kan daar weinig over zeggen. Mijn rode pen streept automatisch zinnen en woorden door en verplaatst hele alinea's, maar het is vaak heel lastig om uit te leggen waarom ik dat doe, al kan ik er wel een paar dingen over zeggen. Bijna onuitroeibaar is het idee dat je onduidelijk moet zijn in een verhaal. Laatst schreef een leerling, laten we haar Karen noemen: 'We gingen zitten en bestelden koffie. De buik van een vliegtuig.'
'Wat doet die buik daar ineens?' vroeg ik.
'Daarmee wil ik aangeven dat ze op een terras naast een vliegveld zitten,' zei Karen.
'Maar kun je dat dan niet gewoon zeggen?' vroeg ik.
'Maar ik ben juist uren bezig geweest om niet expliciet te zijn! We moeten de dingen toch suggereren als schrijver?'
Ik citeer dan Karel van het Reve: 'Voor wie meent iets te zeggen te hebben: verzaak nimmer de dure plicht om dat zo duidelijk en eenvoudig en eerlijk en naïef mogelijk te doen.'
Dat gelooft lang niet iedereen. Het ‘hoge’ dat onherroepelijk met het schrijverschap verbonden is, staat voor velen nog gelijk aan 'onbegrijpelijkheid'. Een andere leerling schreef over 'het blauwe geluid van de sirene'. Zodra ik het las, wist ik dat iedereen dat een heel mooie zin zou vinden. Dat was ook zo. Uitleggen waarom ik die zin liever weg wilde, is dan heel erg moeilijk. Misschien zelfs onmogelijk.

Een aantal van de mensen die ik heb lesgegeven, heeft later ook werkelijk een boek gepubliceerd. Meestal was ik dan allang uit beeld verdwenen. Zodra een verhaal vorm krijgt, verlies ik mijn interesse, wat mij ongeschikt maakte voor het langdurig begeleiden van studenten. Voor één van hen heb ik een uitzondering gemaakt door met hem te trouwen. Aan hem draag ik dit boek op.

Junkproza

Joyce is dik en blond, Annemieke dun en donker. Na acht lessen kan ik ze nog steeds niet uit elkaar houden. Het komt door hun werk. Ze schrijven hetzelfde proza.
Het begint steevast met een korte vaststelling als: 'De tas was weg'. Of: 'De soep was groen'. Dan komt er een beschrijving waarin de heldin wordt geïntroduceerd: 'Ik lag plat op de grond in de cel en proefde mijn eigen braaksel' en daarop volgt een dialoog met heel korte zinnetjes.
Dit is de schrijfstijl van de literaire thrillers die in stapels bij de boekhandel liggen, waarin een slanke, gescheiden vrouw van achter in de dertig wordt belaagd door een seriemoordenaar of een krankzinnige ex.
Het verhaal is rechtlijnig als een asfaltweg door de woestijn. De heldin staat in de meest letterlijke zin nergens bij stil. Ze holt maar voort als een poppetje in een computerspel dat tot in het oneindige over muren springt en belagers van zich afslaat. Soms gaat ze zich te buiten aan drank, sigaretten, geweldige seks en pasta met mozzarella. Waar literatuur het verrukkelijke vermogen heeft duizend jaar in één zin samen te vatten of juist duizend bladzijden te besteden aan één minuut, loopt dit proza geheel chronologisch en opsommend mee met de heldin: 'Ik deed mijn schoenen uit. Ik draaide het antwoordapparaat af. Vijf boodschappen, die ik direct wiste. Toen trok ik een fles wijn open.'
Zoals de heldin voortholt met de ogen op niets anders gericht dan op de eigen besognes, zo leest de lezer ademloos door en haast zich na afloop naar de boekhandel voor het volgende boek, want zoals junkfood de honger alleen maar vergroot, vergroot junkproza het verlangen naar meer.
Ik wil niet dat Joyce en Annemieke zo schrijven; erger nog: ik wil dat niemand zo schrijft, dat geen mens zo zou willen schrijven. Joyce en Annemieke vloeken in mijn kerk. Literatuur is er om ons de ogen te openen voor de schoonheid van het alledaagse, voor schrikbeelden die we onder een rammelend deksel verborgen willen houden, voor alles waarvan we niet eens wisten dat we het wisten.
Hoe krijg ik ze uit dit gruwelijke register van Ster-reclamealledaagsheid?
'Een rijke landheer wordt wakker na een gelukzalige droom,' zeg ik en schrijf '1854' op het bord. 'Hij merkt dat hij niet in zijn bed ligt, maar op de divan en hij herinnert zich dat zijn vrouw hem drie dagen daarvoor met de gouvernante betrapt heeft. schrijf op wat er door hem heen gaat.'
Dit is het begin van Tolstois Anna Karenina, dat ik hun straks zal voorlezen.
'Annemieke,' zeg ik na tien minuten. 'Ik bedoel Joyce. Lees eens voor wat je hebt geschreven.'
Joyce leest voor: 'Ik had het nooit mogen doen, dacht Frederik. Maar ik ga het straks opnieuw doen. Het is verkeerd, en toch heb ik gelijk.'
Ik kijk verbaasd op. Ze heeft niet simpelweg cabrio, penthouse en string veranderd in koets, landhuis en korset, maar ze laat haar held ergens bij stil staan. Ze schrijft ineens in hoofd- en bijzinnen, er flonkert iets van humor. Eén sprong in de tijd heeft haar verlost van haar mechanisch voorthollende heldinnen en de modieus afgebeten zinnetjes.
'Mooi zo… Joyce,' zeg ik.
in één keer goed.

Nicolien Mizee

 

Copyright © Nicolien Mizee 2020

Delen op

Gerelateerde boeken

pro-mbooks1 : athenaeum