Leesfragment: In hechtenis

25 april 2020 , door Nicci French
|

Nu in de winkel: de nieuwe Nicci French, In hechtenis (House of Correction, vertaald door Eefje Bosch, Mechteld Jansen en Elise Kuip). Lees bij ons het begin van het tweede hoofdstuk!

Tabitha zit vast in een huis van bewaring, beschuldigd van moord op buurman Stuart Rees. Van de bewuste dag kan ze zich echter haast niets herinneren, ze leed aan een depressie. Toch denkt ze dat ze onschuldig is. Wanneer ze merkt dat haar beoogde advocaat hieraan twijfelt, besluit ze zelf haar verdediging op zich te nemen. Maar dat blijkt lastig vanuit de cel. Diverse kennissen uit het dorp en haar ex bezoeken haar in de gevangenis, waardoor ze erachter komt dat Stuart weinig vrienden had en dat zij zelf vanaf het moment dat ze weer in het dorp was komen wonen met argusogen werd bekeken. Zou iemand haar de schuld in de schoenen proberen te schuiven of heeft ze het misschien toch zelf gedaan?

 

'Deze kant op.' De bewaker was groot en keek verveeld. Haar voetstappen maakten een hard, kletsend geluid.
'Wat?'
'Je afspraak zit te wachten.'
'Mijn afspraak?'
'Je advocaat. Dat is je gisteren verteld.'
Dat kon Tabitha zich niet herinneren. Maar ze kon zich sowieso weinig van gisteren herinneren, en dat gold ook voor de dagen daarvoor. Alles was een grote brij gezichten, starende ogen, vragen waar ze geen antwoord op had, woorden die ze niet begreep, mensen die steeds weer haar naam zeiden - haar naam en adres en geboortedatum - gevolgd door vellen papier die haar werden toegeschoven, apparaten die met een klik aangingen om te kunnen opnemen wat ze zei, lange gangen en tl-verlichting, deuren, sleutels, tralies.
'In de bezoekersruimte,' zei de vrouw. De sleutelbos aan haar middel rinkelde. 'Het is geen bezoekdag.'
De bezoekersruimte was groot en vierkant en te fel verlicht. Aan elk van de tafeltjes die in rijen waren opgesteld stonden twee stoelen, tegenover elkaar, en tegen de muur stonden twee snoepautomaten.
De ruimte was leeg, op een vrouw van middelbare leeftijd na, die aan een tafeltje achter een laptop zat. Ze zette haar bril af, wreef over haar ronde gezicht, zette haar bril weer op en las fronsend verder. Toen Tabitha dichterbij kwam keek ze op, glimlachte even en stak toen haar hand uit, die sterk en warm was. Het haar van de vrouw was meer peper dan zout en ze keek Tabitha strak aan.
Tabitha voelde haar hoop groeien. Deze vrouw zou alles oplossen.
'Ik ben Mora Piozzi,' zei ze. 'Er is me gevraagd jou te verdedigen.'
'Wat is er met die ander gebeurd?' Haar eerdere advocaat was een brallerige en verontrustend vrolijke jonge man geweest.
'Dat was de piketadvocaat. Hij heeft je zaak aan mij overgedragen.'
Toen ze tegenover elkaar gingen zitten krasten hun stoelen over het linoleum.
'Hoe gaat het met je?' vroeg Mora Piozzi.
'Hoe het met me gaat?' Tabitha moest haar best doen om niet te gillen. Wat was dat nou weer voor vraag? 'Ik zit in de gevangenis en heb geen idee wat er aan de hand is.'
'Het is mijn taak om je alles uit te leggen en je te helpen.'
'Oke.'
'Laten we bij het begin beginnen. Allereerst moet je me officieel toestemming geven om je verdediging te voeren.'
'Bij dezen.'
'Mooi. Ik heb je registratienummer, voor het geval je dat nog niet hebt.'
'Een registratienummer? Maar ik ben hier toch zo weer weg. Waar heb ik een nummer voor nodig?'
'Alsjeblieft.'
Tabitha las het kaartje dat de vrouw haar toeschoof hardop voor:
'AO3573.' Ze keek op. 'Dus nu ben ik een nummer.'
'Dat is puur administratief. Je hebt een nummer nodig om bezoek te kunnen ontvangen.'
'Bezoek?'
'Als gevangene in voorarrest mag je drie bezoekers per week ontvangen. Is dat je niet verteld?'
'Ik weet niet zo goed wat me allemaal is verteld.'
Mora Piozzi knikte. 'In het begin is het lastig.'
'Ik wil hier gewoon zo snel mogelijk weg.'
'Dat snap ik. Daarom ben ik hier ook. Goed, Tabitha, weet je waarvan je wordt beschuldigd?'
'Ik weet wat ik volgens hen heb gedaan.'
'Mooi. We gaan vandaag het volgende doen: eerst vat ik even kort samen waarvoor je wordt aangeklaagd. Daarna wil ik graag van jou horen wat er op 21 december is gebeurd.'
'Mag ik eerst iets vragen?'
'Ja, hoor.'
'Wat voor dag is het vandaag?'
'Woensdag 9 januari.'
'Aha.'
Het was Kerstmis geweest, en oud en nieuw, en nu leefde ze in een ander jaar, in een andere wereld.
'Goed,' zei Mora Piozzi. Ze keek naar haar laptop. 'In feite word je beschuldigd van de moord op Stuart Robert Rees, die op vrijdag 21 december tussen halfelf 's ochtends en halfvier 's middags heeft plaatsgevonden.'
'Waarom?'
'Sorry?'
'Hoe komen ze aan die tijden?'
Piozzi bladerde door haar aantekeningen.
'Door een beveiligingscamera aan de dorpswinkel. Die heeft zijn auto gefilmd.' Ze keek op haar laptop. 'De beelden zijn van halfelf. En zoals je weet is zijn lichaam die dag om halfvijf aangetroffen.'
'Ja,' zei Tabitha zwakjes. Ze was even stil. 'Maar dan ontbreekt er een uur.'
'De lijkschouwer heeft vastgesteld dat Rees al minstens een uur dood was toen zijn lichaam werd gevonden.'
Piozzi praatte zacht en rustig verder, alsof dit dagelijkse kost was. 'Zijn lichaam was in een stuk plastic gewikkeld en is door Andrew Kane gevonden in de schuur in jouw achtertuin. Toen hij werd aangetroffen was je thuis. Stuart Rees' auto stond achter je huis geparkeerd, buiten het zicht van de weg. Hij is meerdere keren gestoken met een mes, maar de doodsoorzaak is een doorgesneden halsslagader.' Ze keek op. 'Die bevindt zich in de nek. Je zat helemaal onder zijn bloed, net als de bank waarop je zat.'
'Maar dat was van na zijn dood,' zei Tabitha.
Piozzi drukte op een toets van haar laptop. 'De politie heeft iedereen die in het dorp was ondervraagd en…' 'Wacht.'
'Ja?'
'Het moet een komen en gaan van mensen zijn geweest. Ze kunnen nooit iedereen hebben ondervraagd.'
'Die dag wel.'
'Hoe bedoel je?'
'Weet je dat niet meer? Het dorp was afgesloten. Een zware storm had een grote kastanjeboom die meeldauw had met wortels en al uit de grond geblazen, en die was dwars over de weg beland. Je kon het dorp niet in of uit. De weg was pas aan het einde van de dag weer vrij.' 'Dat wist ik niet.'
'Maar je was in het dorp, Tabitha. De hele dag. Dat moet je hebben geweten.'
'Dat wist ik niet,' herhaalde Tabitha. De laatste flarden die ze zich nog herinnerde leken als zand tussen haar vingers door te glippen.
'Ik weet niet of ik het wist.'
'De politie heeft een lijst opgesteld van iedereen die 21 december in Okeham was. En ze hebben jouw verklaring, waarin je beweert het overgrote deel van de dag thuis te zijn geweest. Er zijn ook andere getuigenverklaringen, maar die heb ik nog niet gezien. We hebben momenteel alleen het onderzoeksdossier van de politie. De rest krijg ik later, ruim op tijd voor je pro-formazitting.'
'Daarmee begint mijn proces, toch?'
'Nee. Tijdens die zitting op 7 februari word je alleen nog maar officieel aangeklaagd. Op dat moment beken je wel of geen schuld.'
'Maar er bestaat een kans dat ze me daarvoor al vrijlaten, toch, als ze beseffen dat dit niet klopt?'
Mora Piozzi's glimlach leek niet op een glimlach. 'Laten we niet op de zaken vooruitlopen. Vertel me eerst maar eens wat je je nog herinnert van 21 december. Neem je tijd.'

[...]

 

© 2020 Nicci French
© 2020 Nederlandse vertaling Ambo|Anthos uitgevers en Eefje Bosch, Mechteld Jansen en Elise Kuip

Delen op

Gerelateerde boeken

pro-mbooks1 : athenaeum