Leesfragment: Amalia

06 april 2021 , door Matthias Rozemond
|

Nu in de Athenaeum Boekhandels, 23 april bij Schrijvers op Zondag: Matthias Rozemonds roman Amalia. Prinses van Oranje. Lees nu een fragment.

Voorjaar 1621. Een jonge gravin komt als hofdame naar de Republiek, waar de strijd tegen de Spanjaarden net is hervat. Er breekt een moeilijke tijd aan in het roerige Den Haag. Wordt het voor haar, bijna negentien inmiddels, geen tijd de vleugels uit te slaan? Haar charmes worden opgemerkt door prins Frederik Hendrik, maar evengoed door anderen die met de Oranjes juist nog een rekening hebben openstaan. Een spel van list en liefde ontspint zich. Haar naam: Amalia.

 

Deel 1
De zoon

Proloog

Heidelberg, 1616

Ze haastte zich de marmeren trap op. Haar verhitte konen kwamen fraai uit bij het zachtroze van de jurk, die ze links en rechts bij de slippen omhooghield. Zoals altijd ging ze voorop in het spel. Vanuit de hal klonk een galmende stem dat hier niet gerend mocht worden, maar daar had ze nu geen boodschap aan. Op dit machtige kasteel kon je je nog eens uitleven. Thuis op slot Braunfels had je kamers en verstopplekken genoeg, maar toch niet zoveel neven en nichten om mee te spelen.
Op goed geluk rende ze een gang in. Een lakei met dienblad deed een verschrikte sprong opzij toen ze de bocht om kwam. Ze ging de achterste kamer binnen en sloot de zware deur achter zich. Haar hart klopte wild. Een slimmerik die haar hier zou weten te vinden. Door de gebrandschilderde ramen zag ze de zon ondergaan achter de heuvels van de stad. Het late licht legde een gloed over het koperwerk in de vensterbank. Een respectabele voorvader boven de schouw nam haar vermanend op. Het zag er allemaal uit naar vroeger. En muf rook het ook, ondanks het gesprenkelde rozenwater. Was dit de gevreesde kamer waar haar oudoom zichzelf van kant had gemaakt door uit het raam te springen? Of hadden de anderen dat verhaal uit hun duim gezogen om haar angst aan te jagen, omdat zij met haar dertien jaar de jongste van het stel was? Hoe konden zij trouwens precies weten hoe die man tijdens zijn val zou hebben gegild?
Ze was heus niet zomaar bang te krijgen. Dat had ze met zichzelf afgesproken.
Maar eerst een verstopplek. De parketvloer kraakte onheilspellend. Onder het bed wegkruipen ging niet. Daar was het vast heel stoffi g en ze zag nu al de pruilmond van haar kleedster voor zich omdat ze haar jurk vies had gemaakt, en vervolgens – nadat er was geklikt – de afgemeten blik van vader. ‘Op deze manier word je nooit een hofdame!’ Voor hem als belangrijkste politieke adviseur van de keurvorst was dat nu eenmaal het enige wat telde.
Ze kon zich achter de kast verschuilen.
‘Amalia moet hier zijn,’ hoorde ze vanaf de gang roepen. Ze waren al op deze verdieping, er was geen tijd te verliezen.
Vlug schoot ze weg achter het gordijn. Daarbuiten werd gefluisterd en gegiecheld. Een deur sloeg dicht. Ze kon op haar vingers nagaan wie intussen waren geraden. Zij nog niet, want ze hield niet van verliezen. Voetstappen vlakbij. De deur ging piepend open. En vreemd genoeg ook weer dicht. Ze ving een gesmoord lachen op. Kreeg iemand een hand voor de mond? Er waren minstens twee de kamer binnengekomen. Door de stof heen zag ze dat er een kaars werd ontstoken, en nog één. Dit waren helemaal geen kinderen. Wat moest ze nu?
Zo probeerde zo licht mogelijk door haar mond te ademen. Ook de minste beweging kon haar aanwezigheid verraden. Ze moest plassen van spanning.
Een mannenstem en een vrouwenstem. Ze wist het zeker, ze waren met zijn tweeën. Er klonk een merkwaardig gegrom, gevolgd door gelach en een smakkend kussen en daarna een plof op het hemelbed. Wat gebeurde hier? Ze moest het weten. Voorzichtig gluurde ze langs de zoom. Waarachtig, daar lagen ze op het bed over elkaar heen te rollebollen. Dat mocht absoluut niet op zo’n mooi hemelbed met de sierlijk gekrulde notenhouten spijlen. Van de beide gouden leeuwen op het familiewapen langs het baldakijn ging niet de minste vermaning uit.
Uiteraard, ook van koningin Elizabeth werd gefl uisterd dat ze edellieden in haar bed ontving, maar volgens Claudia, die haar al een week lang bijpraatte over de taken van een hofdame hier op het kasteel van Heidelberg, was dat omdat ze zo hun trouw aan het koningspaar konden bewijzen. Bovendien gebeurde dat ’s nachts in haar eigen bed en alleen als haar man de keurvorst de stad uit was.
Nieuwe voetstappen op de gang. Die moesten van Hansi zijn. In dat geval zat deze kwelling er bijna op. Ze zou gevonden worden en samen konden ze dan straks wegrennen en beneden zou ze in ademnood aan de anderen vertellen wat ze had beleefd.
De deurklink bewoog, de twee op bed schoten overeind.
Ich suche...’ hoorde ze de merkwaardig afgeknepen stem van Hansi.
Scher dich fort! Va t’en!,’ riep de man boos. Nu pas wist ze wie hij was. Hier lag haar achterneef, de Hollandse graaf Frederik Hendrik, die al een week op het kasteel te gast was. Ze had al vreemde verhalen over hem gehoord, waaruit ze kon opmaken dat het een flinke losbol was. Zodra ze iets te dichtbij kwam, zwegen de volwassenen als op commando, maar zij kon wel raden over wie het ging. Daarvoor had ze net iets te veel zuinige blikken in zijn richting opgevangen. Volgens Claudia had één van de hofdames huilend haar beklag gedaan bij Elizabeth. Claudia scheen ook te weten wat hij had misdaan, maar dat werd angstvallig geheim gehouden. Ze haatte geheimpjes en soms haatte ze Claudia, want die grossierde er in.
Hansi was naar buiten gewerkt, vervolgens werd er bij gebrek aan sleutel een kist voor de deur geschoven.
Ze zat als een rat in de val. De Hollandse graaf sprong terug op bed, wat een idioot gilletje bij de vrouw opleverde. Het gedraai begon van voren af aan.
Buiten werd het langzaam donker en zij stond daar maar. Het enige wat ze nog voelde waren de te krappe schoenen, die ze speciaal voor de doop van het zoontje van de keurvorst en Elizabeth had gekregen.
Beneden vroegen ze zich vast allang af waar ze bleef. Het kon nooit lang duren eer ze verdergingen zonder haar. Of waren ze al met zijn allen naar buiten om naar het vuurwerk te kijken? Ze zouden beweren dat zij weer de spelbreekster was die met een rode kop wegliep omdat ze haar zin niet kreeg. Dat riepen ze wel vaker, maar dat was omdat ze haar niet begrepen. Ze wilde alleen maar dat het spel eerlijk verliep. Ze kon niet tegen onrecht, dat bewonderde moeder ook zo in haar. Die hield haar voor einen echten Hitzkopf, maar volgens vader had dat er niets mee te maken. Hij was misschien bang dat mama bedoelde dat Amalia op hem leek. Zelf ontkende hij echter een Hitzkopf te zijn, liefst met barse stem en met zijn rechtervuist op tafel hamerend. Hij stond er nu eenmaal op dat regels werden nageleefd. En wat zijn dochter betrof, die weigerde soms haar verstand te gebruiken. Terwijl ze toch zo slim was. En muzikaal en behendig. Hij verkondigde bij ieder banket dat je aan Amalia’s donkere ogen kon afl ezen dat ze ooit hogerop ging komen. En dus waren ze hier, te gast bij keurvorst Frederik V en diens vrouw Elizabeth Stuart van overzee. Zou ze ooit net als Claudia hofdame worden in haar dienst? Wat voor leven stond haar dan te wachten?
Tussen de gordijnreep door tuurde ze naar het wandkleed met jachttaferelen. Het bed kraakte met vreemde regelmaat, min of meer gelijk opgaand met de stoten die hij uitbracht. Het ritme versnelde. Ze keek opnieuw. Het was verschrikkelijk. Het tweetal was compleet naakt. Hij lag op haar, zij had de benen links en rechts omhooggestoken. Die spierwitte billen!
Lichtflitsen van buiten. Gejuich. Het was waar, het vuurwerk was begonnen zonder haar. Die vervloekte kist kreeg ze nooit zomaar van zijn plaats.
Had ze maar nooit met dit spel ingestemd. Juist omdat ze de voorbije dagen zo moe werd van het gepraat van tantes dat ze al een echte dame aan het worden was, met veelbetekenende en daarom o zo pijnlijke blikken op haar figuur, had ze nadrukkelijk de kinderen opgezocht. Zolang ze maar bij de roddels en overtuigingen van de volwassenen uit de buurt was. Nu wilde ze niets liever dan zich schikken in haar rol van bijna- - volwassene. Daar had ze geen vermaning meer voor nodig.
Haar gebed – het innigste sinds tijden – werd verhoord: het gekraak kwam abrupt tot een einde. Ze hoorde de hofdame op bed zeggen dat ze moesten opschieten, dat het vuurwerk was begonnen.
Nog een keer kijken liet ze wel uit haar hoofd, eerst wilde ze de deur horen dichtslaan.
Goddank, het was zover. Hun voetstappen stierven weg op de gang. Ze ademde diep door en kroop achter het gordijn vandaan. Het rook naar gedoofde kaarsen. Op de lichtflitsen van buiten na was het volmaakt donker.

[...]

 

© 2021 Matthias Rozemond en uitgeverij Luitingh- Sijthoff B.V., Amsterdam

Delen op

Gerelateerde boeken

pro-mbooks1 : athenaeum