Leesfragment: Big Data

06 januari 2021 , door Anne Vegter
| |

Een van de meestgenoemde beste boeken op de eindejaarslijstjes van de kranten en weekbladen is Anne Vegters Big Data. Tijd voor twee gedichten!

Baby’s en biggen, lange lijnen en open ruimtes: deze nieuwe bundel van de voormalig Dichter des Vaderlands bevat big data! Een explosieve verzameling nullen en enen die het verhaal vertelt van pijn en woede, maar in een vorm die chaos verheldert en uitzichten biedt – ‘ik zeg het niet graag, maar de zee is eerlijk’.

Vegters poëzie wikt, weegt en mikt. Persoonlijke gedichten worden geplaatst tegenover een lange tekst over de Europese reis van de Zuid-Afrikaanse Ingrid Jonker. Taal verbindt het energieke met het angstige, het speelse met het pijnlijk snijdende.

N.B. Eerder publiceerden we voor uit Wat helpt is een wonder, en uit Ik hier jij daar, die ze samen met Ghayath Almadhoun schreef. Maarten Buser besprak die bundel ook.

 

tussen baby’s en leugens

inmiddels goed op gang met mijn onderzoek naar de oorsprong van de leugen
ik raapte een babylichaam op dat ademde zonder kern
er zijn dacht ik, er zijn is eromheen zijn
gelukkig gaat het goed met baby, die van zichzelf doorlatend is
baby bijpraten is traagwerk
dat lukt beter aan de kust, naast iets moois:
neem de zon of nee, de zee, neem de zee en haar superspeelse houdingen
mijn zoons zeggen dat ze groeien van het onmenselijke geschitter
voel de pulsjes, allemaal echt
maar de zee is ook keihard: klotsen, zwelgen, uitspuwen
ik zeg het niet graag, maar de zee is eerlijk
even tussen de vader en mij, vanwege het onderzoek:
had ik je nou betrapt op een aanloop
ging jij nou heimelijk springen
diep onder jou kleurt de zee van licht naar schuld, een noodsprong
dit weten mijn piepjonge zoons, die houden overdag niet van verkleinwoorden
maar een baby maak ik er niet gek mee
baby is de honger tussen toestand en verzadiging, zeg eens dierlijk eerlijk
dierlijk, eerlijk
nu kan ik verder, het is avond
baby wil mee en strekt zich in mijn armen
o, lief warmkloppend lichaampje versus jouw hart, een wak
sta je nou weer te twijfelen
gewoon springen, blijven springen
schippertjes, niet meer omkijken, wij gaan hup, naar huis

 

onze ziekten

zoals ik kon schrikken van een stopbord zag ik onze overeenkomsten:
wij het project zonder ziekten, ik als afbeelding: jij die mij omlijnde

het zijn niet steeds de keerlingen die het verschil maken, ook wij
in ongemakkelijke thuissituaties vragen naar de scheidslijn tussen

stem en verlangen, die ons heeft verdeeld, ons heeft verjaagd,
ons uiteengedreven, de weg verlegd van middendoor naar buitenaf

en dat werd onze ziekte, maar je springt als een naakte big, je springt
als een prijs, je bent ontvangen en je laat de laatste aan mij

 

Copyright © 2020 Anne Vegter

Delen op

Gerelateerde boeken

pro-mbooks1 : athenaeum