Leesfragment: Bloed

20 april 2021 , door Beatrijs Smulders

Nu in vier Athenaeum Boekhandels: het eerste deel van Beatrijs Smulders' autobiografische trilogie, Bloed. Tijd voor een fragment.

Duizenden vrouwen hebben haar hun geheimen toevertrouwd, duizenden vrouwen heeft ze bijgestaan op een keerpunt in hun leven: Beatrijs Smulders, de bekendste verloskundige van Nederland, misschien wel ter wereld.

In deze bloedeerlijke, autobiografische vertelling in drie delen, waarvan op 20 april 2021 het eerste deel Bloed verschijnt, leren we Beatrijs Smulders kennen als kind, verloskundige en vrouw. We volgen haar tijdens een levenslange zoektocht naar seks en liefde, en naar de geheimen van het vrouwelijk lichaam. Van kindertijd, adolescentie en moederschap, door de overgang naar het gezichtspunt van een vrouw die op haar leven kan terugkijken. In haar persoonlijk en werkzame leven heeft ze alle mogelijke aspecten van het vrouw-zijn voorbij zien komen, én vastgelegd. Beginnend met dagboekaantekeningen als meisje, en later tijdens het wachten bij bevallingen in een lange reeks blauwe schriften. Steeds beter leert Smulders vrouwen begrijpen.

Bloed is het eerste deel van een opzienbarende vrouwengeschiedenis, dat leest als een roman. In dit deel, dat zich afspeelt van begin jaren '50 tot in de jaren tachtig, ontdekt de jonge Beatrijs haar lichaam en haar seksualiteit, terwijl ze zich gewaar wordt van de voortdurende dreiging van misbruik in haar directe omgeving. Haar nieuwsgierigheid naar het vrouwenlichaam en naar seks leidt haar naar de studie Verloskunde.

Beatrijs Smulders is verloskundige en oprichter van het Geboortecentrum Amsterdam. In 2012 ontving zij de prestigieuze Andreas-penning voor haar grote verdiensten voor de stad Amsterdam. Smulders is bestsellerauteur van de fameuze Veilig-serie, waarvan honderdduizenden exemplaren zijn verkocht. Tijdens haar lange carrière heeft zij intensief naar vrouwen geluisterd en uiteindelijk al haar ervaringen en observaties beschreven.

 

39

Toch is het bepaald niet zo dat na het laatste bezoek aan mijn moeder al mijn problemen als sneeuw voor de zon zijn verdwenen. Eenmaal terug in mijn kamertje overvalt de zinloosheid van mijn leven me: ik heb geen werk en ook geen idee hoe mijn toekomst eruit moet zien. Waar ga ik me de rest van mijn bange leven mee bezighouden? Ik wil mijn eigen geld verdienen met iets waar ik heel goed in kan zijn. En… het moet ertoe doen. Als kind kon ik mooi zingen. Lange tijd wilde ik zangeres worden. Ik vertelde iedereen die het wilde horen heel parmantig dat ik zang zou gaan studeren aan de Sorbonne in Parijs. De ziel uit je lijf zingen, daarmee gelukkig zijn en tegelijk anderen gelukkig maken. Wat een verrukkelijk vooruitzicht. Onfortuinlijk genoeg brak mijn stem in de puberteit. Vanaf dat moment kon ik niet meer zuiver zingen – een veelbelovende zangcarrière in de knop gebroken.

‘Je moet het niet zo ingewikkeld maken,’ zegt mijn zeer praktisch ingestelde vriendin Evelien, die regelmatig bij me langskomt. ‘Wat vind je op dit moment leuk om te doen? Waar word jij in deze huidige inzinking nog écht enthousiast van?’
Na lang nadenken weet ik wel iets. ‘Urenlang tafelen. Naar de film. Praten en lachen met vriendinnen. Over alles wat ons bezighoudt.’
‘Wat houdt jou momenteel dan bezig?’
‘De laatste feministische ontwikkelingen. Ontrouw. De behoefte van mensen aan religie…’
‘En verder?’ vraagt Evelien een beetje ongeduldig. Ze is niet onder de indruk van mijn snelle antwoorden.
‘Het laatste concert van The Doors. Aladdin Sane, de nieuwe elpee van David Bowie. Turks fruit van Jan Wolkers, dat ik voor de zoveelste keer aan het lezen ben. Het cynische taalgebruik van Gerrit Komrij. De aanstelleritis van schrijver Harry Mulisch, die hoofdstedelijke charmeur met z’n eeuwige pijp. En waarom hij juist níét sexy is.’
‘Wat vind je nog meer leuk?’
‘Het observeren van mensen en hun problemen. Analyseren, becommentariëren en zo nodig vilein fileren. Vervolgens erover schrijven in mijn dagboek. Ook geef ik graag adviezen. Naast alles wat ik niet kan en ook nooit zal kunnen, is dat misschien wel een sterk punt van
mij.’
Evelien veert op, voor het eerst hoort ze zowaar enig enthousiasme in mijn stem.
‘Hoe zou je daar je geld mee kunnen verdienen?’ vraagt ze vasthoudend.
‘Psycholoog… dat zou een optie kunnen zijn…’ zeg ik weifelend.
‘Of psychiater?’ oppert Evelien.
Ik schud mijn hoofd. Dat lijkt me een naargeestig beroep. Steeds al die zielenpijn aanhoren van die getormenteerde mensen. Ik moet er niet aan denken. Dan kan ik net zo goed in dat revalidatiecentrum blijven werken.
‘Filosoof? Schrijver?’
‘Dat lijkt me te hoog gegrepen,’ verzucht ik. ‘Denken en schrijven doe ik liever voor mezelf.’
‘Een literair eetcafé opzetten met een aangrenzend centrum voor debat?’
Een oud plan van haarzelf. Dat weet ik. Beslist een leuk idee, maar een keukenprinses ben ik nooit geweest. En het runnen van een café, daar ben ik niet het type voor.
‘Waar ik ook wel eens aan denk, maar dat is te gênant voor woorden…’
‘Voor de draad ermee!’ roept Evelien voorgewend streng.
Ik krijg het bijna niet over mijn lippen. Maar goed, daar gaat-ie: ‘Seks. Iets met seks. Voor seks kun je me, zelfs in mijn diepste depressie, midden in de nacht wakker maken. Als ik eenmaal met een geliefde in bed lig, voelt alles goed. Dan ben ik al mijn remmingen en schaamte kwijt. Tussen de lakens voel ik me de koningin van het universum. Dan voel ik me nooit onzeker. Ook al ben ik enigszins teleurgesteld geraakt in het verschijnsel seks, het wekt altijd weer mijn levenslust op. Al is dat overigens meestal niet voor heel lang. Het klinkt natuurlijk idioot om over seks als een talent te spreken. Toch is het, denk ik, het enige waar ik echt goed in ben.’
Evelien is opgetogen over de wending van het gesprek. Mijn plotselinge vitaliteit.
‘Nu komen we ergens! Dit leidt tot iets. Wat betekent seks dan precies voor jou?’
‘Het heeft me altijd mateloos geïnteresseerd. Al vanaf mijn kindertijd. Seks, liefde, macht en geld. Daar draait het volgens mij in de wereld om. Seks en liefde, dat is waar de mensen het meest naar verlangen. Wat ook het meest wordt misbruikt. Juist die twee kanten van iets wat intrinsiek goed en mooi is, boeit me mateloos. Als het over seks gaat, spits ik mijn oren. Altijd. Zelf krijg ik er steeds weer energie en vertrouwen van. Oerkrachten… de natuur, de elementen, die wakkeren ook mijn enthousiasme aan. Klauterend in het overweldigende berglandschap van Corsica. Fietsen tegen de wind in tijdens een woeste westerstorm in de duinen. Zwemmen in te hoge golven en…’
‘Oké, even stoppen,’ zegt Evelien resoluut. Zij groeit ontegenzeggelijk in haar rol van hulpvriendin. ‘Terug naar seks. Wat zou je professioneel met seks kunnen doen? Seksuoloog? Seksvoorlichter bij de nvsh?’
‘Nee,’ antwoord ik resoluut. ‘Het is voor mij bepaald geen aanlokkelijk vooruitzicht om me bezig te moeten houden met seksuele problemen en afwijkingen. Ik wil iets anders.’
‘Waarom beginnen we niet samen een uniek, chic en intellectueel bordeel? Zo’n salon zoals je die vroeger ook wel in Parijs had,’ zegt Evelien met een brede glimlach. ‘Niet vulgair en deprimerend, zoals op de Wallen, maar beschaafd en artistiek. Een leerschool in de liefde.’
Jaaaaa!’ roep ik enthousiast. ‘Smaakvol ingericht met boekenkasten vol met dichtbundels van Borges, Baudelaire en Rimbaud. We kunnen de gedichten op een podium voordragen. Klassiek, maar sexy gekleed. Met de gasten spreken we over de droefheid en de melancholie van het bestaan. Leuke en ook geletterde hoeren, zoals bijvoorbeeld mijn nichtje, die we dan en passant ook meteen van de Wallen redden, kunnen de heren gepaste fysieke troost bieden.’
Met rode wangen van opwinding fantaseren we verder.
‘Wij zullen die mannen de liefde leren,’ zegt Evelien. ‘Met gevoel, begrip en warme koestering zullen de vaak onhandige en onwetende heren lessen krijgen in de liefde. Zodat ze eenmaal weer thuis precies weten hoe ze hun eigen vrouw als een echte koningin moeten beminnen. Vervolgens hoeven ze nooit meer bij ons terug te komen!’
Een uniek ‘literair bordeel’-concept is geboren, gebaseerd op feministische gronden, op vrouwelijke solidariteit. Helaas onbetaalbaar voor Jan met de pet of voor armlastige kunstenaars. Maar, kortingen zijn bespreekbaar, doch persoonsafhankelijk. Aan het einde van de avond hebben we het concept rond. We kiezen voor lange leestafels, zoals in hotel Americain. En voor luie, bruinleren chesterfieldfauteuils, net als in kunstenaarssociëteit De Kring. Harry Mulisch zal zeker lid willen worden, maar daar moeten we nog wel even over nadenken. Evelien en ik vervullen de luisterrijke rol van madames du salon. Wij hebben de wijsheid over seks en liefde in pacht. We observeren, luisteren, adviseren en grijpen altijd op tijd in. Ondanks de vele verzoeken zijn we voor onze gasten zelf niet fysiek beschikbaar. Die avond kom ik weer even tot leven.

Ici le salon littéraire rouge!’ roep ik de volgende middag gespeeld vrolijk als ik Evelien aan de telefoon krijg. Ze vraagt meteen of ik nog altijd enthousiast ben.
‘Niet echt,’ verzucht ik. ‘Sombere ontnuchtering en de aloude vertrouwde vertwijfeling over mijn toekomst hebben zich alweer aangediend. Er valt op een fatsoenlijke manier professioneel ook niet reuze veel met seks te doen.’
‘Toch weet ik zeker dat je op het goede spoor zit,’ antwoordt Evelien. ‘Misschien toch seksuologie…’
Ik heb geen zin meer om erover na te denken. We gaan die avond samen naar de bioscoop. Don’t Look Now van Nicolas Roeg is een huiveringwekkend verhaal over het Engelse echtpaar John en Laura, weergaloos gespeeld door Donald Sutherland en Julie Christie. Om het tragische verlies van hun dochtertje te verwerken reizen ze naar Venetië. John gaat meewerken aan de restauratie van een kerk, Laura ontmoet er twee zussen. Een is griezelig blind en beweert helderziend te zijn. Ze vertelt dat ze in contact staat met hun overleden dochter. Terwijl Laura langzaam maar zeker in de ban van de twee zussen komt, denkt John steeds vaker dat hij zijn dochter, gehuld in een rood jasje, door donker Venetië ziet lopen. De film is bloedstollend spannend en mondt uit in pure horror. Eigenlijk veel te meeslepend voor mij. Tegelijk geniet ik van de mooiste vrijscène die ik ooit op het witte doek heb gezien. Ik snap wel waarom veel mensen met stelligheid beweren dat Donald Sutherland en Julie Christie voor de camera’s echt de liefde bedreven. In de meeste films zie je alleen stompzinnig gebonk, maar in Don’t Look Now word je meegesleurd in de passie van de hoofdrolspelers. Het brengt direct de herinnering terug aan mijn eigen, meest gelukzalige seksuele ervaring, toen ik zo ongelofelijk verliefd was op Jack McCabe in Ierland.

De volgende ochtend word ik met een schok wakker. Ik heb schrikdraad aangeraakt, zo voelt het. Ik heb ongewoon gedroomd. Ik ga op de rand van mijn bed zitten. Waar ging het over? Zweten en kreunen. Een felrode kleur. Het van pijn vertrokken gezicht van mijn moeder. Vloeken en tieren, midden in een storm. Ook kwam de vrijscène uit Don’t Look Now in flarden voorbij. Alles was overdekt met een rode sluier. Ik pijnig mijn hoofd: zijn er nog meer beelden die ik kan opdiepen? Ik probeer orde te scheppen, volgorde aan te brengen. De details vervliegen terwijl ik ernaar zoek. De droom wordt geen coherent geheel. Wel blijft die felrode kleur hangen.
Met mijn ogen dicht leun ik voorovergebogen op de rand van de wastafel. Op de tast draai ik de koude kraan open. Ik gooi een plens water in mijn gezicht en ben meteen wakker. Zittend op de rand van mijn bed ratelen steeds opnieuw dezelfde woorden door mijn hoofd: seks, pijn, moeder, kinderen, zweet, bloed, rood, seks, pijn, moeder, kinderen, zweet, bloed, rood... Dan zeg ik hardop: ‘Verlossing!’
Vanuit Café de Zwart, roerend in mijn kopje koffie, kijk ik vroeg in de ochtend uit op boekhandel Athenaeum. Hoelang is het geleden dat mijn vriendinnetje Saskia en ik stiekem, weggedoken in een hoekje, hongerig naar explosief materiaal, in Turks fruit en Ik Jan Cremer bladerden? Onlangs heeft Saskia haar tweede kind gekregen. Ik moet snel op kraambezoek. Terwijl ik mijn koffie drink probeer ik me voor te stellen hoe haar bevalling eruit moet hebben gezien. De binnenwereld van een vrouwenlichaam, met een baby erin. Waar komen die weeën na negen maanden eigenlijk vandaan, zo plotseling uit het niets? En waarom duurt een zwangerschap negen maanden en geen zestien weken, zoals bij varkens? Wat bepaalt die magische timing?
In het bijna lege café rammelt en rinkelt de kastelein met de vuile glazen van de vorige avond. Het doet pijn aan mijn oren. Mijn zintuigen zijn zo alert en helder. Plotseling dringt zich een beeld aan me op, heel gedetailleerd. Ik zie mezelf bij vrouwen tijdens hun bevalling: ik help ze om hun pijn te verdragen, ruim het bloed op.

Thuis ga ik onder de douche staan en laat het hete water over mijn lichaam stromen. ‘Verlossing... Verloskunde!’ Geen idee waarom deze woorden hardop over mijn lippen komen. Is dit een briljante ingeving of mijn honderdste hersenspinsel? In de spiegel kijk ik mezelf onderzoekend aan. Mijn ogen staan anders. Ik voel onmiskenbaar oude vrolijkheid en levenslust opborrelen. Het lijkt ineens zo duidelijk. Seks en kinderen baren, dat is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Instinctief verlangen. Iedereen komt daaruit voort. Onontkoombaar en noodzakelijk mensenwerk. Iedere moeder verlost haar kind. Ieder kind wordt in bloed geboren.
Aan het einde van de week weet ik het zeker: ik wil de natuur doorgronden, oneindig lief zijn voor vrouwen in het uur van hun wanhoop en pijn. Voor hen kan ik echt iets betekenen. Bij vrouwen voel ik me veilig. Kan ik mezelf zijn. Bovendien denk ik dat dit beroep ook heel goed bij mijn temperament past. Ik word verloskundige!

‘Hm… niet bepaald glamorous,’ zegt Evelien enigszins geringschattend. ‘Weet je het wel zeker? Dat is heel zwaar werk. Bovendien, vroedvrouwen hebben altijd een knotje en een bril en blijven levenslang vrijgezel. Omdat ze altijd ’s nachts moeten werken.’
Ik hoor haar aan, maar niemand op de hele wereld kan me nog van mijn besluit afhouden. Ik blader in het telefoonboek. God zij geprezen, er is in Amsterdam een Kweekschool voor Vroedvrouwen. Met kloppend hart draai ik het telefoonnummer en vraag hoe ik me moet opgeven. Eerst moet ik een formulier invullen en opsturen. Daarna wordt bepaald of je al dan niet voor een gesprek wordt uitgenodigd.
‘Kan ik dat formulier ook ophalen?’ vraag ik. ‘Dan hoeft u het niet op te sturen en gaat het allemaal ietsje sneller.’
Vijf minuten later zit ik op de fiets richting Camperstraat 17, pal tegenover het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Voordat ik naar binnen loop, kijk ik omhoog. Een prachtig, maar streng, negentiende-eeuws gebouw met een imposante toegangsdeur en hoge ramen. Net een mini-Rijksmuseum. De volgende dag, zonder verder ook maar met iemand te overleggen, duw ik een volledig ingevuld aanmeldingsformulier in de brievenbus van de Kweekschool voor Vroedvrouwen.

 

Copyright © Beatrijs Smulders 2021

pro-mbooks1 : athenaeum