Leesfragment: Een geest in de keel

19 november 2021 , door Doireann Ní Ghríofa
|

Vandaag verschijnt Doireann Ní Ghríofa's Een geest in de keel (A Ghost in the Throat), vertaald door Caroline Meijer. Lees bij ons de aanbeveling door boekverkoper en dichter Joost Baars, de vertalerstoelichting door Caroline Meijer en de eerste pagina's.

Na de bevalling van haar vierde kind, vullen de dagen van een jonge schrijfster zich met eindeloze lijsten vol taken die moeten worden weggestreept. Terwijl ze worstelt met dat repetitieve bestaan, wordt ze bezocht door een stem uit het verleden: die van de achttiende-eeuwse dichteres Eibhlín Dubh Ní Chonaill. Het gedicht dat zij schreef na de moord op haar echtgenoot wordt beschouwd als een van de belangrijkste Ierse literaire werken.

In een vernuftige mengvorm van essayistiek en autofictie verweeft Doireann Ní Ghríofa twee vrouwenlevens: dat van een Ierse edelvrouw die een handvol bloed van haar man drinkt terwijl ze knielt naast zijn levenloze lichaam, en dat van een jonge vrouw die zich, in de luwte tussen stofzuigen en kolven, de ambitieuze taak stelt het gedicht van haar voorgangster te vertalen. Tijdens haar werk aan het gedicht transformeert de schrijfster steeds meer in een detective die een historisch vrouwenleven probeert te reconstrueren.

Een geest in de keel is een dialoog tussen twee vrouwen die de eeuwen overstijgt, een verhaal dat tegelijk nieuw en vertrouwd is, universeel en intiem, in een verslavend ritmische stijl. Het boek werd alom bejubeld in de pers, stond wekenlang in de bestsellerlijsten en werd met de belangrijkste prijzen voor Engelstalige werken bekroond.

 

1
een vrouwelijke tekst

thug mo shúil aire duit,
thug mo chroí taitneamh duit

ik viel als een blok voor jou,
mijn hart was verrukt van jou
Eibhlín Dubh Ní Chonaill

dit is een vrouwelijke tekst.

Dit is een vrouwelijke tekst, gecomponeerd terwijl ik andermans kleren opvouw. De tekst is nooit uit mijn gedachten en groeit, teer en traag, terwijl mijn handen ontelbare taken verrichten.

Dit is een vrouwelijke tekst, geboren uit schuldgevoel en verlangen, in elkaar gestikt onder de tonen van tekenfilmliedjes.

Dit is een vrouwelijke tekst en het is een klein wonder dat die zelfs maar bestaat, zoals op dit bewuste moment het geval is, overgeheveld naar een ander bewustzijn dankzij het doodnormale mirakel van drukletters. Doodnormaal is ook de slingerbeweging van het denken die nu van mijn lichaam overspringt naar jouw lichaam.

Dit is een vrouwelijke tekst, geschreven in de eenentwintigste eeuw. Wat is dat laat. Wat is er veel veranderd. En tegelijk weinig.

Dit is een vrouwelijke tekst, die ook een caoineadh is: een klaaglied en een sloofzang, een lofzang, een psalmodie en een lijkzang, een rouwklacht en een echo, een refrein en een hymne. Zing mee.

 

2012

Al mijn ochtenden verlopen min of meer hetzelfde. Ik geef mijn man een kus en voel dan een steek – hoe vaak ons ochtendafscheid zich ook herhaalt, ik mis hem altijd als hij weggaat. Het geronk van zijn motor is nog niet weggeëbd of ik haast me al mijn eigen dag in. Eerst geef ik onze zoontjes te eten, dan ruim ik de vaatwasser in, raap speelgoed op, veeg gemorst sap van tafel, werp een blik op de klok, breng onze oudste naar school, keer terug naar huis met de peuter en de baby, zucht en snib, lach en kus, zijg neer op de bank om de jongste de borst te geven, werp weer een blik op de klok, lees een paar keer Rupsje Nooitgenoeg voor, probeer in de badkamer babybraaksel uit mijn paardenstaart te spoelen, wat niet lukt, bouw een blokkentoren om omver te laten stoten, doe een poging te dweilen, geef die op als de baby begint te huilen, kus de knieën van de peuter die uitglijdt op de half gedweilde vloer, werp weer een blik op de klok, veeg meer gemorst sap op, zet de peuter aan tafel met een puzzel en draag de jongste naar boven voor zijn slaapje.
De baby slaapt in een derdehands ledikant dat aan elkaar hangt van zwarte gaffertape, en de slaapkamermuren van onze huurwoning zijn niet versierd met pastelkleurig schilderwerk, maar met een vlekkenpatroon van zwarte schimmel. Ik kan nooit op een slaapliedje komen, dus val ik terug op liedjes op de cassettebandjes uit mijn tienerjaren. ‘Karma Police’ spoelde ik toen zo vaak terug dat ik bang was dat het bruine bandje zou knappen, maar telkens als ik op play drukte, kwam de song weer uit het apparaat. Uitgeput als ik ben, val ik er nu op terug en ik neurie de melodie zachtjes voor me uit terwijl de baby aan mijn borst gulpt. Als zijn kaak verslapt en zijn ogen dichtvallen, sluip ik weg en besef ik maar weer eens hoeveel van deze momenten door ontelbare andere vrouwen in ontelbare andere kamers beleefd worden, als de gedeelde tekst van onze dagen. Ik ben benieuwd of zij net zo dol zijn op hun sloofarbeid als ik, of zij net zo veel genoegen beleven aan het successievelijk afstrepen van een lijstje als het mijne, vol simpele klussen als:

  • Naar school
  • Dweilen
  • Boven stofzuigen
  • Kolven
  • Vuilnis
  • Vaatwasser
  • Was
  • Wc’s schoonmaken
  • Melk/spinazie/kip/havermout
  • Naar school
  • Bank + speeltuin
  • Koken
  • In bad
  • Bedtijd

Mijn lijstje is nooit ver bij me vandaan, net als mijn telefoon, en elke keer dat ik weer een taak kan afstrepen, put ik daar veel voldoening uit. Dat soort uitwissen is een bron van vreugde. Hoeveel ziel en zaligheid ik ook in het huishouden steek, in mijn kielzog begint elke kamer die ik bestier al spoedig weer te verslonzen, alsof een schaduwhand al bezig is aan de ongeschreven lijstjes van mijn toekomstige dagen: weer opruimen, weer stofzuigen, weer afstoffen, weer schoonvegen en dweilen en poetsen. Als mijn man thuis is verdelen we de taken, maar als hij er niet is doe ik het alleen. Ik vertel het hem niet, maar zo heb ik het liever. Ik hou ervan om zelf de controle te hebben. Hoeveel taken er ook op mijn lijstje staan en hoe ik me ook uitsloof, ons huis is net zo’n gezellige rommel als elk ander huis met jonge kinderen, niet schoner en niet vuiler.
Vandaag heb ik alleen nog naar school afgestreept, wat inhield: de kinderen wekken, aankleden en te eten geven, de ontbijttafel afruimen, jassen en mutsen en schoenen bij elkaar zoeken, tanden poetsen, diverse keren het woord ‘schoenen’ roepen, lunchtrommeltje vullen, schooltas controleren, weer om schoenen roepen en dan eindelijk naar school en weer terug naar huis. Sindsdien heb ik alleen nog maar de vaatwasser half ingeruimd, mijn zoontje half geholpen met zijn puzzel en de vloer half gedweild – niets wat ik al kan schrappen dus. Ik klamp me aan mijn lijstje vast, omdat het de uren opdeelt in een reeks overzichtelijke, haalbare taken en zo gedurende de dag mijn houvast is. Als ik na het afwerken van een flinke lijst weer in de armen van mijn slapende echtgenoot lig, is de tekst een reeks krabbels geworden, doorhalingen die ik met vreugde en voldoening bezie, want het stapsgewijs uitwissen van dit document geeft me het gevoel dat ik mijn uren nuttig heb besteed. Het lijstje is zowel mijn kaart als mijn kompas.
Ik voel dat ik achterop dreig te raken, dus ik werp een snelle blik op de taken van vandaag ter oriëntatie, draai dan de vaatwasser aan en zet een streep door dat woord. Ik glimlach als ik de peuter help zijn ontbrekende puzzelstukje te vinden, in mijn handen klap als hij hem af heeft, en uiteindelijk mijn toevlucht neem tot de afstandsbediening. Ik neem hem niet op schoot terwijl hij naar De Octonauten kijkt. Ik ga niet bij hem op de bank zitten om tien minuten mijn vermoeide ogen dicht te doen. Nee, ik ren naar de keuken, dweil de rest van de vloer, leeg de afvalemmers en zet vervolgens met een zwierige haal een streep door die taken op mijn lijstje.
Ik schrob mijn handen, nagels en polsen boven de gootsteen, vervolgens schrob ik ze nog een keer. Ik pak de trechter. en filteronderdelen uit de stoomsterilisator en zet mijn kolfapparaat in elkaar. Die apparaten zijn niet goedkoop en ik heb geen betaalde baan meer, dus ik heb het mijne tweedehands gekocht. Op mijn scherm had de advertentie veel weg van het ultrakorte babyschoentjesverhaal dat meestal aan Ernest Hemingway wordt toegeschreven:

Gekocht voor € 209, vraagprijs € 45 of hoogste bod. Eenmaal gebruikt.

Al maanden voeren het apparaat en ik elke ochtend hetzelfde ritueeltje op om melk te vergaren voor de baby’s van vreemden. Ik haak mijn beha los en schep mijn borst in de trechter. Altijd de rechter, want de linker is een luiwammes: al een maand na de bevalling hield ze er nagenoeg mee op, dus zowel baby als apparaat moeten het volledig hebben van de rechterborst. Ik druk op de schakelaar, ril even als mijn tepel akelig begint te trekken, ga verzitten en draai dan aan de knop waarmee je de zuigkracht regelt. In het begin zuigt het apparaat snel en stevig, om het snelle zuigritme van een baby te imiteren, tot het moment waarop de melk kennelijk hoort te zijn toegeschoten. Een paar tellen later schakelt het apparaat over op een regelmatige cadans: een lange haal, loslaten, opnieuw. De sensatie in de tepel is een reeks elektrische schokjes, of een raar soort tintelen. Anders dan een baby de borst geven doet het altijd een beetje pijn, is het nooit aangenaam; niettemin is het ongemak te verdragen. Eindelijk schiet van ergens onder mijn oksel de melk toe in reactie op het apparaat. Er valt een druppel uit de tepel die snel het apparaat wordt ingezogen, dan nog een en nog een, totdat zich op de bodem van het flesje een klein plasje begint te vormen. Ik wend mijn blik af.
Er zijn ochtenden, als ik erg moe ben bijvoorbeeld, dat ik in dagdromen verzink of tien minuten lees in een bibliotheekboek, maar vandaag, zoals op zo veel andere dagen, pak ik de veelgebruikte fotokopie op van de Caoineadh Airt Uí Laoghaire en nodig ik de stem van een andere vrouw uit om een poos in mijn keel rond te spoken. Zo vul ik het enige stiltemoment van mijn dag in, door het volume van haar stem harder te zetten en te vermengen met het gezoem van mijn kolfapparaat, tot ik niets anders meer hoor. In de kantlijn gaat mijn potlood een gesprek aan met de vele vorige versies van mezelf, een wisselvallig verslag van gedachten waarin elk vraagteken een vraag inhoudt over het leven van de dichteres die de Caoineadh heeft gecomponeerd, maar het mijne nooit ter discussie stelt. Minuten later schrik ik op en zie dat het kolfapparaat tot de rand toe gevuld is met een bleke, warme vloeistof.

[...]

 

© Copyright 2020 Doireann Ní Ghríofa; all rights reserved
© Copyright vertaling 2021: Caroline Meijer en Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam

pro-mbooks1 : athenaeum