Leesfragment: BOB

28 november 2022 , door Helle Helle
|

Een van de cadeautips van Bob Kappen: Helle Helles nieuwe roman BOB, vertaald door Kor de Vries.

Bob en ik, de hoofdpersoon van BOB, verhuizen naar een woning boven een tankstation in Kopenhagen. Bob weet niet wat hij wil studeren, maar wel dat hij een baantje moet zien te vinden. In Sømandshotellet gaat hij aan de slag als receptionist en daarnaast springt hij bij waar hij kan. Wat Bob zeker weet, is dat hij een toekomst wil met ik en zich ook kan voorstellen kinderen met haar te krijgen. Hij klemt haar hand zo stevig vast dat die knak zegt en zoent haar haren. Maar ‘ons’ komt nauwelijks aan de orde, de ik beschrijft alleen Bobs wereld, niet die van haarzelf en amper die van hen samen.

Helle Helle is een meester in het beschrijven van menselijk drama en de absurditeit van het alledaagse. Haar onderkoelde proza wordt vergeleken met dat van Ernest Hemingway en Raymond Carver.

 

1

Bob verhuist dan en ik met hem naar Vanløse, onze woning bevond zich boven het tankstation en we kregen blokparket. Trap op, trap af ging het, Bob droeg bijna alles. Kartonnen dozen, tassen en zakken. Continu zei een van ons: hoeveel mazzel kun je hebben? De flat was een eenkamerappartement met balkon.

Aan planten bezaten we een yucca, een slaapkamergeluk, een cactus, een ficus. Het slaapkamergeluk groeide in een halve kokosnoot, een afscheidscadeau van Bobs jongere broer. De inventaris was een klaptafel met stoelen, een twijfelaar. Ladekast en staande lamp en zo verder. Niets voor aan de muur, Bob wilde een handdoek ophangen, een bijzondere lilakleurige met gobelinachtige kabels. Poten aan een tafel schroeven en steunen aan een bed.

Maar we lieten alles slingeren en gingen in de late middagzon zitten. We zaten op dezelfde stoel. Bob zag misschien een stern, Damhussøen lag er net achter. Hij zette zijn biertje op de rug van zijn hand, wist hem op tijd te grijpen. Het balkon galmde, het was 18 augustus. Bob was gek op geel metselwerk.

We hadden geen boodschappen gedaan voor het avondeten, dus we wandelden maar wat op goed geluk. Bij een afhaalchinees bestelden we twee porties noedels met ei, we spraken het uit als nuddels. We kregen ze in kartonnen bakjes mee, zittend op een stoepje aten we de lauwe massa behoedzaam met stokjes. Mensen liepen langs. De zon verdween achter een grote autowerkplaats.

2

Bob sliep met zijn arm boven zijn hoofd, of hij sliep niet, hij moest punten verzamelen, hij moest een baantje vinden en het liefst eentje dat relevant was voor zijn studie, maar hij wist nog niet welke studie hij moest doen, en óf hij wel moest studeren. Hij had 19.000 kroon bij elkaar gespaard op de veerboot, had die nog niet aangesproken, en dan was er ook nog de blauwe Daihatsu die thuis op het land te koop stond. Hij wilde geen landbouwkundige worden, hij wilde geen bosbouwkundige worden en hij wilde al helemaal geen ingenieur worden, en ook geen docent, of dat wilde hij ergens wel, maar hij zag niet in met welk hoofdvak. En tegelijkertijd was het andersom, hij kon best agronoom, bosbouwkundige of ingenieur worden, hij kon Duits of gymnastiek geven, zelfs natuurkunde, vooropgesteld natuurlijk dat hij überhaupt werd toegelaten. Maar hij voelde niet echt iets voor een van deze opties. Voorzichtig draaide hij zich op zijn zij, stak zijn hand uit naar de vloer. Liet zijn hand in korte, geruisloze banen heen en weer glijden, tot hij het glas water voelde. Hij tilde het op, nam een slok, zette het weer neer, zachtjes.

’s Ochtends werd hij als eerste wakker. De lucht was helblauw. Autoportieren werden dichtgegooid op de kleine parkeerplaats onder het balkon, aan de andere kant van het tankstation. Bob maakte zijn ochtendgeluid en stapte uit bed, sprong naar het toilet. Nam ten slotte ook een douche. Het water was loeiheet, moeilijk in te stellen, moeilijk om eronderuit te komen als het eenmaal was ingesteld. Hij stond nergens aan te denken, draaide de kraan dicht, draaide hem weer open, draaide hem uiteindelijk dicht, droogde zich af en ging naar binnen en slingerde de handdoek over de eeuwige eetkamerstoel. We kookten water voor de koffie in een pannetje, hij stond erop bolletjes bij de bakker aan de overkant te halen. Maar het was maandag en ze waren gesloten. Dus haalde hij een koffiebroodje uit de automaat, droeg het met uitgestrekte arm de weg over. De prijs van diesel lag op 3,74 kroon.

 

Copyright © 2021 BOB, Helle Helle en Gutkind Forlag a/s, Kopenhagen
Copyright vertaling © 2022 Kor de Vries / Em. Querido’s Uitgeverij bv, Weteringschans 259, 1017 XJ Amsterdam

Delen op

Gerelateerde boeken

pro-mbooks1 : athenaeum