Leesfragment: Dat beloof ik

14 mei 2023 , door Roxane van Iperen
|

16 mei verschijnt de nieuwe roman van Roxane van Iperen: Dat beloof ik. Lees bij ons een fragment!

De twaalfjarige M. groeit op in twee werelden. Thuis is er chaos en geweld, op school past ze zich geruisloos aan. Haar ouders zijn continu op de vlucht – voor de buitenwereld, elkaar, hun eigen demonen – en sleuren M. mee, van dorp naar dorp, van school naar school. Ze zoekt haar heil in de natuur en bij andere buitenstaanders – de bewoners van een vakantiepark, de reizigers in een woonwagenkamp, een groep kunstenaars in het bos. Maar nergens krijgt ze de kans om wortel te schieten, of, belangrijker nog: om met iemand een gedeeld verleden op te bouwen. Voor iedereen is ze slechts een voorbijganger. En als er niemand getuige is van je leven, besta je dan wel?

Dat beloof ik is het verhaal van een meisje dat alles in haar jonge leven moet bevechten om overeind te blijven. En uiteindelijk voor een onmogelijke keuze komt te staan.

N.B. Lees op onze site Roxane van Iperens antwoorden op onze vier vragen. Daan Stoffelsen schreef over Brieven aan ’t Hooge Nest en de rest van Van Iperens oeuvre. Lees ook fragmenten uit t Hooge Nest en Schuim der aarde, Joni Zwarts toelichting bij haar Engelse vertaling van ’t Hooge Nest, en bekijk wat er vorig jaar op Van Iperens nachtkastje lag.

 

XV

[…]

Wie tussenbeide kwam om de vechtpartij te beëindigen, of eigenlijk: om te voorkomen dat de vader van Floris halfdood werd geslagen, kon ze zich achteraf niet herinneren. Ze had onafgebroken met haar vingertoppen steentjes geteld tot ze op even aantallen uitkwam. Af en toe had ze over de rand van de plantenbak naar het centercourt gegluurd. Daar was, na een joviale opening van Alexander – je mag ook onderhands serveren, als je wilt – het spel al snel grimmig geworden. Het rumoer van het toegestroomde publiek was verstomd. Haar vader stond voorovergebogen met zijn blik strak op de tegenstander gericht, het racket met beide handen omklemd. Voor zover ze wist had hij nooit eerder getennist, maar iedere bal die binnen zijn bereik kwam sloeg hij snoeihard terug over het net, recht op het lichaam van de vader van Floris af. M. zag hoe hij begon op te zwellen en wist dat hij snel reusachtig zou zijn. De aderen duwden al tegen zijn huid. De man aan de andere kant van het net had gloeiende konen onder een verschrikte blik, maar hield zich staande op techniek. Op het terras kwam Elise half overeind uit haar stoel en riep vertwijfeld zijn naam, Alexander, met een vraagteken erachter. Zonder op te kijken stak hij zijn duim naar haar op, waarna ze weer ging zitten en ongemakkelijk naar M.’s moeder lachte.
M. vroeg zich af hoe het kon dat deze mensen niet aanvoelden wanneer een spelletje voorbij was. Waarom ze niet begrepen wanneer de grens tussen lollig en ernst was gepasseerd, soms in een seconde, en je je moest klaarmaken voor de vlucht of de aanval, afhankelijk van de omstandigheden, die je – als het goed was – al eerder in kaart had gebracht. Ze keek naar de grootouders op het terras, met hun geplooide gezichten en biertjes in de hand. De moeders in hun te korte rokjes aan de houten tafels, de onrustige blikken vanwege de vreemde sfeer die opeens over het park was neergedaald. Ze waren er niet klaar voor. Ze fietsten door het leven, slalommend over de weg, zoals Floris en zijn bloemencorso, alsof hun niks kon gebeuren. Alsof ze alle tijd hadden. M. wilde niet dat het misging vandaag, maar misschien wilde ze het ook wél. Ze wilde dat zij het ook voelden, de klauw in hun nek, het gehijg in hun rug waardoor ze nooit meer naar huis zouden rijden zonder eerst achterom te kijken. Dat ze voelden hoe het was als de angst je zicht vernauwde tot een koker en elke vezel in je lichaam zich aanspande, waardoor je nog dagenlang krom liep van de spierpijn. Een angst die je uit een badkamerraam liet springen en met een gekneusde enkel door het bos liet rennen. Een angst die je buiten liet slapen, vernikkeld van de kou, tot de zon opkwam en je gewoon weer aan de dag moest beginnen alsof er niets aan de hand was, in een wereld vol mensen die rustig hadden doorgeademd. Die angst kenden ze niet. Hier ging de bloeddruk omhoog als iemand de baan niet had gesleept.
Na nog eens vijftien minuten waarin de strijd tussen de mannen gelijk opging was de vader van Floris dus niet voorbereid toen haar vader hem met een snoekduik over het net aanvloog en hem trefzeker op zijn gezicht begon te timmeren. Het terras zonk weg in een eensgezind ‘oh’ gevolgd door een ademloze stilte, die pas werd onderbroken toen haar moeder de baan op rende en met overslaande stem haar vaders naam riep.
M. voelde de cola in haar maag omhoogkomen, het tintelende zoet op de achterkant van haar tong. Haar vingers gleden langs de rijen kiezels. Iedere even rij had het onheil voor even uitgesteld, maar de laatste rijen telden 121 steentjes. Ze kneep haar ogen dicht en tekende een uitweg door het doolhof van heggen, terug naar de parkeerplaats. Toen ze weer opkeek zag ze hoe een paar mannen van het terras waren gesprongen en zich tussen de worstelende spelers hadden gestort, die bijna waren verdwenen in een waaier van rode mist. Uiteindelijk lukte het ze haar vader weg te trekken en een beschermende muur te vormen tussen hem en Alexander, die roerloos op het gravel lag.

Niemand hield hen tegen toen ze vertrokken. Het centercourt stond vol huilende vrouwen en hun vloekende echtgenoten, aangestaard door een stilzwijgend publiek van kinderen op het terras. Gedrieën zochten ze hun weg terug door het tunnelcomplex.
Waarom nou? huilde haar moeder.
Houd je kop, mens.
Haar vader hield zijn hand rond haar moeders nek en duwde haar voor zich uit naar de uitgang, als een infuuspaal op wieltjes. Hij nam zulke grote passen dat M. moest rennen om hem bij te houden. De stof van de lange jurk raakte bekneld tussen haar benen en ze keilde voorover, met haar kin en knieën op de stenen, terwijl haar ouders de hoek om verdwenen. Toen ze omkeek zag ze Floris op het verhoogde terras naar haar kijken, met de rest van de zweefmolen om hem heen verzameld. Rond zijn lippen speelde een lachje.

 

Copyright © 2023 Roxane van Iperen

pro-mbooks1 : athenaeum