Leesfragment: Het Woud van Birnam

06 februari 2023 , door Eleanor Catton
|

Wereldpremière! 10 februari verschijnt de nieuwe roman van Eleanor Catton, Het Woud van Birnam (Birnam Wood) in de vertaling van Gerda Baardman en Jan de Nijs. Lees bij ons Fleur Speets bespreking en een fragment!

In Het Woud van Birnam vertelt Booker Prize-winnaar Eleanor Catton het plotgedreven verhaal van de Nieuw-Zeelandse Mira Bunting, die samen met vrienden een guerrillatuindersgroep oprichtte, Het Woud van Birnam. Maar wie is te vertrouwen?

Vijf jaar geleden richtte de Nieuw-Zeelandse Mira Bunting met vrienden een guerillathuindersgroep op, Het woud van Birnam. Dit ongeregelde collectief van bevriende kunstenaars plant gewassen op verwilderde plekken om daarna de vruchten ervan te oogsten. Jarenlang komen ze niet uit de kosten, maar dat lijkt verleden tijd te zijn door een gouden kans die Mira in de schoot geworpen krijgt. Door een aardverschuiving is de stad Thorndike van de buitenwereld afgesloten. Een grote boerderij is daardoor zo geïsoleerd geraakt dat die door de groep gebruikt zou kunnen worden. Robert Lemoine, een mysterieuze Amerikaanse miljardair, heeft zijn oog ook laten vallen op de boerderij en het bijbehorende land, om er een bunker te bouwen waar hij veilig zal zijn voor het einde der tijden, of althans, dat vertelt hij Mira als hij haar op het land tegenkomt. Hij raakt geïntrigeerd door haar en stelt voor dat Het Woud van Birnam het land gaat bewerken. Maar kunnen ze hem vertrouwen? En kunnen ze elkáár vertrouwen wanneer de ideologie van het collectief op de proef wordt gesteld?

Met Het Woud van Birnam schreef Eleanor Catton een psychologische en intelligente roman over de menselijke drang om het eigen voortbestaan altijd voorop te stellen.

Over Al wat schittert:

  • Al wat schittert is een uiterst hedendaagse roman, gehuld in een schitterende 19de-eeuwse galajurk. Een goudmijn voor wie graag in een boek graaft, maar tegelijkertijd een daverende leeservaring voor wie zich wil verliezen in een andere wereld.’ – 5 sterren, de Volkskrant
  • ‘Dit is literatuur bij uitstek, die vanaf een fundament van voorgangers alleen naar zichzelf verwijst. De leeservaring zal je langer bijblijven dan het boek.’ – NRC
  • ‘Briljante vertelkunst. Al wat schittert is een van de meest verrassende boeken die ik afgelopen jaren heb gelezen.’ – De Groene Amsterdammer

N.B. Lees ook Bas Stoffelsens bespreking van The Luminaries (Al wat schittert), en vertaler Jan de Nijs over dat boek.

 

I

De Korowaipas was al gesloten sinds het eind van de zomer, toen een reeks oppervlakkige aardbevingen een aardverschuiving had veroorzaakt waardoor een heel stuk van de snelweg onder puin was bedolven, vijf dodelijke slachtoffers waren gevallen en een grote vrachtwagen een ravijn in was gegleden, waarbij hij een elektriciteitskabel had geraakt, een diepe geul in de bergwand had geploegd en op een lagergelegen viaduct was geëxplodeerd. Het had weken geduurd voordat de doden veilig konden worden geborgen en de schade kon worden opgenomen; inmiddels was het kouder geworden en de dagen werden snel korter. Pas in het voorjaar kon met de herstelwerkzaamheden worden begonnen. Aan beide kanten van de bergen was de weg afgezet en het verkeer werd omgeleid – in westelijke richting rond de oevers van het Korowaimeer en in oostelijke richting via een lappendeken van landbouwgrond en over de slingerende rivieren die door de vlakten naar zee stroomden.
Het plaatsje Thorndike, dat vlak ten noorden van de pas aan de voet van de Korowaibergketen lag, werd aan de ene kant begrensd door het meer en aan de andere door het natuurreservaat de Korowai. De afsluiting van de pas zorgde voor een doodlopende weg: het dorp was afgesneden van het zuiden en alle toegangen waren afgesloten, op één na. Zoals in veel provincieplaatsen in Nieuw-Zeeland was de plaatselijke economie grotendeels afhankelijk van passerende vrachtwagenchauffeurs en toeristen, en toen de reddingsteams en de televisieploegen eindelijk klaar waren en vertrokken, volgden veel inwoners van Thorndike met tegenzin hun voorbeeld. De cafetaria’s en souvenirwinkels langs de hoofdweg sloten een voor een hun deuren, het tankstation ging later open en vroeger dicht, er verscheen een bordje met excuses voor het raam van het bezoekerscentrum en de oude schapenfokkerij aan het begin van de vallei, door de onroerendgoedmakelaars omschreven als ‘het grootste herverkavelingsproject in de regio’, werd in stilte van de markt gehaald.
Dat laatste trok de aandacht van de negenentwintigjarige gediplomeerd hovenier Mira Bunting, oprichtster van een activistisch collectief dat door de leden Birnam Wood werd genoemd. Mira was nog nooit in Thorndike geweest en had niet de intentie of de middelen om daar ook maar een postzegel grond te kopen, maar toch had ze de vermelding voor zichzelf genoteerd toen die vijf, zes maanden geleden online kwam. Onder een valse naam had ze de makelaar aangeschreven om haar interesse in het mogelijke ontwikkelingsproject kenbaar te maken en te informeren of er al kavels waren verkocht.
De alias, June Crowther, was een van een aantal namen die Mira in de loop der jaren om beurten had gebruikt. Mevrouw Crowther was een denkbeeldig personage: achtenzestig, gepensioneerd en stokdoof, wat de reden was dat ze liever per e-mail dan telefonisch werd gecontacteerd. Ze had een bescheiden appeltje voor de dorst, belegd in aandelen en obligaties, en dat wilde ze nu in onroerend goed omzetten. Ze had een vakantiehuisje in een landelijke omgeving in gedachten, dat haar dochters mochten gebruiken zolang ze nog leefde en dat ze na haar dood zouden erven. Het moest een nieuw huis zijn – na een heel leven repareren en renoveren was ze daar wel klaar mee – maar het hoefde niet speciaal voor haar te worden gebouwd; een mooie prefab was ook goed, een doodgewoon huis aan een doodgewone straat, zolang de buren maar niet te dichtbij woonden en zijzelf de kleuren mocht bepalen. Dat alles zou bij de boerderij bij Thorndike mogelijk zijn geweest, maar een maand of vier na de aardverschuiving kreeg mevrouw Crowther een mailtje van de makelaar waarin hij uitlegde dat de cliënt vanwege de veranderde omstandigheden had besloten niet te verkopen. Wellicht kwam het perceel later weer op de markt, maar misschien had mevrouw Crowther interesse in een ander kavel in de buurt – hij voegde een link bij – en hij wenste haar veel succes bij haar huizenjacht.
Mira las de mail twee keer door, schreef een beleefd maar nietszeggend antwoord, logde uit bij haar nepaccount en zocht op internet een kaart van Thorndike en omgeving. De boerderij lag in de zuidoostelijke punt van het dal, had ongeveer de vorm van een trapezium en was onderaan de heuvel veel smaller dan boven, waar ze aan het natuurreservaat grensde. Honderddrieënvijftig hectare, herinnerde ze zich van de site van de makelaar, met een omtrek van acht à tien kilometer. Het terrein lag niet ver van de aardverschuiving; ze zette de kaart op ‘satelliet’, maar het beeld was nog niet vernieuwd. De weg over de pas slingerde zich nog glad en glanzend door het landschap omhoog, hier en daar onderbroken door een grijze baan zonlicht die werd weerkaatst door de daken van vrachtwagens en auto’s. Mira bedacht dat het beeld misschien net voor de aardbevingen was gemaakt en dat de bestuurders van de afgebeelde voertuigen nu misschien dood waren. Dat stelde ze zich voor bij wijze van experiment, alsof ze haar eigen reactie wilde peilen, een gewoonte die ze als meisje had ontwikkeld om zichzelf met morbide hypothetische situaties te straffen. Deze keer kon ze geen medelijden opbrengen, dus dwong ze zichzelf bij wijze van vergelding om zich voor te stellen dat ze onder de aarde werd bedolven en langzaam stikte. Dat beeld hield ze een paar seconden vast voordat ze uitademde en weer op de kaart keek.
Een rijtje pijlvormige populieren wierp een getande schaduw over de oprit naar het huis, dat ver van de weg stond – hoog genoeg om over de bomen langs het meer over het water uit te kijken, dacht ze. Boven het huis lag een soort natuurlijk terras, een naad van kalksteen die de hogergelegen, met bomen omzoomde weiden scheidde van het open grasland dat aan de weg grensde. Mira zoomde in en bekeek de omheinde weiden een voor een. Ze waren allemaal leeg. Aan het diepe karrenspoor was te zien welke route de eigenaar gewoonlijk over het terrein volgde en aan de hoekige schaduwen op de grond zag ze dat een aantal hekken openstond. De makelaar had de naam van zijn cliënt niet vermeld, maar toen ze het adres in de zoekbalk invoerde, verscheen er meteen een krantenartikel.
De heer Owen Darvish, Korowai Pass Road 1606 in Thorndike, South Canterbury, was onlangs in het nieuws geweest. Hij stond op de tweejaarlijkse lijst voor koninklijke onderscheidingen en zou binnenkort worden benoemd tot ridder in de Orde van Verdienste van Nieuw Zeeland voor zijn inspanningen op het gebied van natuurbehoud.
Mira was meteen geïntrigeerd. Ze vergat de kaart even en las verder.
In 2000 had Nieuw-Zeeland besloten de ridderordes af te schaffen, maar negen jaar later was dat besluit herroepen door een rijke politicus die er zelf graag een wilde. Het was een gênante vertoning, hoe je er ook tegen aankeek: de monarchisten hadden niets te vieren omdat de herroeping alleen maar bewees dat de Kroon aan politieke dwang onderhevig was, terwijl de republikeinen niet konden protesteren omdat ze daarmee zouden suggereren dat een koninklijke ridderorde iets heiligs had en zich aan de invloed van een gewone politicus behoorde te onttrekken. Beide partijen voelden zich tekortgedaan; ze ontvingen allebei de tweejaarlijkse lijst met hetzelfde nurkse cynisme en waren het erover eens dat alle intellectuelen die geridderd werden hun ziel hadden verkocht en alle geridderde zakenlieden corrupt waren. Owen Darvish leek een zeldzame uitzondering te zijn. Het bericht over zijn ridderorde kwam zo kort na de aardverschuiving dat de indruk ontstond dat de ridderorde als een soort troost was bedoeld voor de regio Korowai in het algemeen, en dát was het soort ridderlijkheid waar de monarchisten noch de republikeinen bezwaar tegen konden hebben. Darvish had zelfs in de dagen na de ramp zijn huis als thuisbasis opengesteld voor de reddingsteams. ‘Petje af voor die jongens,’ had hij alleen maar gezegd. ‘Dat zijn echte helden.’
Mira las verder.
Ze vernam dat Darvish veertig jaar geleden, op zijn zeventiende, was begonnen met werken: hij maakte de landbouwgrond van zijn buurtgenoten vrij van konijnen, voor een tarief van een dollar per stuk. Hij was een uitstekend schutter en zijn kostbaarste bezittingen, die hij allebei van zijn vader had gekregen, waren zijn .22 luchtbuks en zijn niet-inklapbare vilmes met buxushouten heft, die hij nu allebei in een speciale vitrine in zijn voorkamer bewaarde. Hij vilde de karkassen zelf en verkocht het vlees aan kennels en hondenbezitters in de buurt. De huiden waren lastiger. Uiteindelijk had hij een wolverwerkingsfabriek bereid gevonden ze per partij af te nemen om tot vilt te verwerken, maar omdat die firma erop stond de betalingen officieel te boeken, besloot de inmiddels negentienjarige Darvish een serieus ongedierteverdelgingsbedrijf op te richten. Hij nam een boekhouder aan, abonneerde zich op een telefoonbeantwoordingsdienst en kocht een blik gele verf bij de ijzerhandel. Op de deuren van zijn busje schilderde hij met sjabloonletters darvish pest control.
Als zoon van een slachthuismedewerker wist hij uit de eerste hand dat grote aantallen gezonde dieren elk jaar voortijdig moesten worden geslacht omdat ze een poot hadden gebroken. Konijnenkolonies vernielden goede weidegrond; de dieren waren geïmporteerde exoten, net als opossums, ratten en hermelijnen, die allemaal even dol waren op de jonge scheuten van inheemse planten en de eieren van inheemse vogels. De bestrijding van dat ongedierte was een van de weinige dingen waarover de natuurbeschermers en de grote landbouwbedrijven van Nieuw-Zeeland het eens waren, en Darvish koos bij het uitbreiden van zijn bedrijf de gulden middenweg en maakte zich bij zowel links als rechts geliefd. Mira las dat Darvish Pest Control sinds de oprichting contracten had afgesloten met alle industriële landbouwbedrijven en ook met de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland, gemeenteraden en overheidsinstanties, maar zijn recente partnerschap met het Amerikaanse technologiebedrijf Autonomo, dat op de S&P 500-index stond, moest de kroon op Darvish’ werk worden. Voor zover Mira begreep maakte Autonomo drones, en samen met hen had Darvish Pest Control een ambitieus natuurbeschermingsproject opgezet om populaties van bedreigde diersoorten te volgen en in kaart te brengen. Dat stond nog in de kinderschoenen, zei Darvish bescheiden, maar hij vertrouwde erop dat hij een aantal inheemse soorten van de ondergang zou kunnen redden – waaronder ook, naar hij vurig hoopte, de ernstig bedreigde oranjevoorhoofdkakariki, zijn lievelingsvogel.
Mira fronste haar wenkbrauwen. Alleen al uit principe stak het haar dat iemand van Darvish’ leeftijd, ras, geslacht en rijkdom, met alle privileges van dien, zijn macht – naar hij beweerde – ten goede gebruikte, zijn bedrijf – naar hij beweerde – zelf uit het niets van de grond had opgebouwd, en dan ook nog – naar hij beweerde – het soort landelijke authenticiteit bezat dat zijzelf zo benijdens- en nastrevenswaardig vond. Wat haar nog meer dwarszat was het feit dat ze nog nooit van de oranjevoorhoofdkakariki had gehoord en hem nu, nog steeds fronsend, in een nieuw tabblad moest opzoeken. Zoals elke zelfmythologiserende rebel had Mira liever vijanden dan rivalen en ze maakte haar rivalen vaak tot vijand om hen des te beter minachtend te kunnen wegzetten als geheim agenten van de status quo. Maar omdat dat geen bewuste gewoonte was, voelde ze nu alleen een vage verontwaardiging; ze kon Owen Darvish niet afdoen als irrelevant, dus besloot ze dat ze hem gewoon niet mocht.

[…]

 

© 2023 Eleanor Catton
© 2023 Nederlandse vertaling Ambo|Anthos uitgevers, Amsterdam en Gerda Baardman en Jan de Nijs

Delen op

Gerelateerde boeken

pro-mbooks1 : athenaeum