Leesfragment: Catwalk

27 november 2015 , door D. Hooijer
| |

Eind deze maand komt de langverwachte eerste roman van Librisprijswinnares D. Hooijer uit, Catwalk, 'een on-Nederlandse sitcom', waarin laconiek en ontgoocheld samen kunnen gaan. Reserveren kan al, en lezen ook - het eerste hoofdstuk is door Uitgeverij Van Oorschot ter beschikking gesteld.

In Catwalk is een ruim 70-jarige vrouw buiten medeweten van haar man vermogend geworden door aandelenspeculatie; haar naaister ontwikkelt zich tot succesvol mode-ontwerpster van ‘Maison Wiljehem' (een journalistieke verbastering van ‘William'); een buurvrouw ‘werkt in de erotiek' en probeert zich te ontworstelen aan haar pooier, die op zijn beurt wegens een vermoeden van oplichting geschaduwd wordt door een privédetective; en de detective is een deerniswekkende weduwnaar die graag geil zou worden op een nieuwe vrouw als hij zijn gestorven geliefde maar kon vergeten. Catwalk is een ‘uitvouwbare' roman over gestorven echtgenoten, een stikwarme zomer in Nederland, modeshows, erfenissen, richtmicrofoons en seks op leeftijd.

Fons

Fons heeft zijn vrouw verloren. Hij komt er nooit meer overheen maar hij doet of hij zich hersteld heeft. Vroeger werkte hij bij de politie. De laatste maanden voor haar dood had hij ontslag genomen om haar te verzorgen en na haar dood keerde hij niet naar zijn werk terug. Hij ging bij zijn broer werken, die spoorde fraude op, geen geweld, veel pluiswerk. Het tempo ligt laag, dat komt de kwaliteit ten goede. Maarten is ouder dan Fons. Het bedrijf is van hem en hij wil het houden zoals het is, terwijl Fons een paar zaken wil moderniseren. Wat Fons ongerust maakt, is dat Maarten zijn moeilijke voeten op de vensterbank legt. Zo bewegingloos liggen ze daar, alsof ze zijn uitgeschakeld. Beweeg die voeten, vindt Fons. Maar Maarten is lui. Als zijn voeten verkalken, is dat alleen maar goed, dan komt er wat stevigheid in. Zijn botten raken poreus, hij laat ze dichtsneeuwen met kalk, zegt hij en kijkt opzij naar Fons, die bezig is met een uitleg over kraakbeen. Maar hij heeft net niet die overdonderende kennis die Maarten zou kunnen overtuigen. Bovendien danst Maarten graag. ’s Avonds zet hij cd’s op en danst hij urenlang – urenlang met gezonde tussenpozen.

Maarten leidt het kantoor, hij zit met zijn voeten op de vensterbank, met zijn hand op de telefoon. Fons heeft de buitendienst. Vandaag zit Fons op een terras achter een krantje. Soms loert hij om de krant heen, soms leest hij. Net las hij: ‘Regering doet nog steeds te weinig aan posttraumatische stress soldaten Afghanistan’.
Dat is pas echt erg, denkt hij. Maar zijn blik gaat alweer over de krant naar de voorbijgangers. Daar loopt een meisje, precies Sylvie. Lang had ze hem de mooiste dag van zijn leven bezorgd.
Pas na drie jaar waren er dagen gekomen van een andere kwaliteit. Vooral de dagen die hij zelf georganiseerd had, waren prachtig geweest. Versierde auto’s had hij laten voorrijden, gekleurde paraplu’s in de kofferbak voor als het zou regenen. Hij had een keer voor Zwarte Piet gespeeld voor zijn kinderen. Hij was eens met zijn vrouw gaan schaatsen, halverwege de tocht stond er een picknickmand in het riet. Die had hij er de vorige avond neergezet, de koffie was nog warm.
De dag met Sylvie was een middag geweest. Hij was bijna achttien toen de mentor van zijn klas hem naar een cursus stuurde, omdat hij er opeens zo somber bij zat. Zijn moeder was al jaren dood, dat was de reden niet. Het kwam door een acne-reclame. Daarin werd gezegd – of half gezegd – dat je een uitzichtsloos leven kreeg met acne. De oplossing was een blauwe fles. Nadat hij de laatste druppels op zijn vlammerige huid gedept had, begreep hij dat hij nooit een meisje zou mogen omhelzen. Liever nooit dan één keertje.
Sylvie zat ook op de cursus. Ze droeg of zat gedoken in een trui zoals Fons al weken zocht, een katoenen coltrui waar je ook in de zomer met je kin in kon wegduiken. Sylvie moest als eerste ‘een paar woorden’ spreken om een indruk te geven waarom ze deze cursus volgde. Ze schraapte haar keel zonder dat het hielp en mompelde toen dat ze in de prostitutie zat.
‘Als wat?’ vroeg een dik meisje. ‘Ik bedoel hoe moet ik je noemen? Prostituee? Masseuse, telefoniste? Welk woord is het beste. Ik bedoel het minst harde...’
‘Niet in de rede vallen,’ zei Ewout, de baas van dit stel. ‘De maatschappij haat dat, maar zegt het je niet. Jullie moeten die maatschappij in, na twaalf sessies. Dus, niet in de rede vallen, zelfs niet uit woede.’
‘Ook niet uit sociale bewogenheid?’ vroeg het meisje.
‘Eh, nee. Sylvie, hoe zou je voortaan hier jezelf willen noemen, prostituee?’
‘Prostitueetje zeg maar,’ zei Sylvie. ‘Ik wil ander werk. Ik zit op een cursus voor caissière. Ze zeiden daar dat ik hiernaartoe moest. Om me wat meer te verwezenlijken. Dit was het wel zo’n beetje.’
Tien scholieren tussen de zestien en achttien vertelden iets over zichzelf. Fons wist na de zevende dat hij verreweg het zwaarste lot had. Er was een jongen die de voordeur acht keer controleerde voor hij ging slapen. Er was een meisje dat te veel at en er was een ander die leugens vertelde of hij wilde of niet. Dit terwijl ze er goed uit zagen. Dan was er geen probleem. Dan hield je gewoon op met eten, dan hield je gewoon op met dat gerammel aan deuren en sloten. Had maar eens acne. Toen hij aan de beurt was, begon hij te ratelen. Het verhaal werd te lang maar hoe moest hij stoppen?
‘Dus,’ zei hij luid, ‘niemand hoeft verliefd op me te worden maar ik zal ook geen vriendschappelijke relatie kunnen krijgen. Dat vooruitzicht maakt me, laat ik het anders zeggen...’
Ewout wachtte, vrij lang. Toen gaf hij de beurt aan de volgende.

‘Ik was een kalf,’ zegt Fons hardop op het terras. Niemand hoort hem, er waait een harde zuidenwind die de parasols laat klapperen. De vrouw die hij schaduwen moet, zal wel verschijnen als de zon onder is. Er is bijna niemand op straat.
Die cursus had gewerkt. Hij slaagde voor zijn eindexamen en hij mocht naar de politieschool toen hij achttien werd. De zuster van zijn moeder, die schat op haar lakschoenen, kwam hem driehonderd gulden brengen.
‘Je doet er maar mee wat je wilt, je bent achttien. Voor mijn part ga je naar de hoeren. Dat is goed voor je huid. Ach, een man wordt pas knap boven de dertig.’
Fons ging met het geld naar een deftig bordeel. Om vijf uur ging het open en om twee over vijf was hij binnen. Meisjes en vrouwen kwamen voor hem staan. Was het de bedoeling dat hij iets zei? Iets hoffelijks alsof hij niet kiezen kon? Opeens zag hij Sylvie. Hij had altijd gedacht dat ze op donkere stoepen liep, maar ze stond hier in een gewatteerd jasje dat haar schrielheid verdoezelde. Haar oogleden waren zilverig en haar dunne lippen leken vol. Fons wees op haar zonder te spreken. In een doodse stilte liepen ze naar de lift. Sylvie begon pas te praten toen de deuren dichtrolden.
‘Dat je mij uitkoos. Ik ben altijd de laatste! Ik dacht jij kiest me zéker niet omdat we zoveel van elkaar weten. Waarom deed je dat? Die anderen zijn mooier!’
Hij had haar aangewezen omdat ze verlegen was net als hij.
Sylvie liet hem vóór naar een kamertje met een breed bed.
‘Wat zullen ze beneden opgekeken hebben. Kom hier schat.’
‘Wacht even.’ Hij greep zijn broek vast en begon te lachen maar dat mocht niet van Sylvie, dat was slecht voor de stijfheid. Ze lachte zelf nog meer en ze veegde haar oogschaduw op haar slapen. Fons trok zijn pasgewassen kleren uit en deed het condoom om. Homevideo’s waren er nog niet maar hij had genoeg tijdschriften gelezen om te weten wat hij doen moest. Het begon. Hun haar had dezelfde kleur. Fons zwom elke ochtend tussen zeven en half acht in het chloorbad en zij had met blonderen hetzelfde doffe blond bereikt. Haar magerte stoorde hem niet, omdat hij op de hoogte was van haar probleem. Je hebt vrouwen als matrassen, dacht hij, maar dat hoeft pas als je invalide bent. Het heerlijkste van Sylvie was dat ze hem ‘schat’ noemde, dat ze hem kuste en fluisterde dat die acne best meeviel.
‘Wat is dat leuk gezegd,’ riep hij drie keer achter elkaar. ‘Wat is dat leuk ge... zegd.’
En hij was alweer klaar. Het condoom had ervoor gezorgd dat hij er iets langer over deed dan anders. Dit was Bevrijdingsdag. En als hij wat woester had durven doen, dan was het ontketeningsdag geweest vandaag. Hij rolde van haar af.
‘Jee, dit is de mooiste dag van mijn leven.’
‘Dit is ook mijn mooiste dag. Ik voel me een koningin. Hé, laten we dit niet zeggen op sessie.’
‘Ja goed. Ik ga trouwens weg over drie weken. Naar de politieschool.’
‘Ik ga ook weg volgende maand. Ik ben aangenomen bij V&D. Daar hoef ik niet aan de kassa. Ik wil een volkstuin. Stel dat ik voor het eerst mijn eigen sla kan eten! Dat wordt de mooiste dag van mijn leven op mijn trouwdag na.’
‘Mijn broer moet maar trouwen,’ zei Fons, ‘die heeft een goede huid. Mensen met acne moeten zich niet voortplanten. Dan komt de mensheid onder een sluier van etter.’
Ze begon hem te stompen. Hij begreep dat ze dat deed omdat ze geen weerwoord had, omdat hij gewoon gelijk had. Maar na wat gestomp en gestoei had ze toch iets vrolijks bedacht.
‘Je moet een vrouw met acne nemen en kinderen krijgen. Na honderd jaar heeft iedereen het en dan is het juist leuk.’
Drie weken later was Sylvie voor de sessie naar hem toegekomen. Er waren nu al twee mannen geweest die haar als eerste hadden uitgekozen.
‘Goed van je,’ zei Fons. ‘Onze dag verwatert toch niet?’
‘Ab-so-luut niet. Maar dit moet ik wel aan de groep vertellen. Het zijn vorderingen. Let op, onze mooiste dagen komen nog.’
‘Nou vooruit,’ zei hij. Dat hij elke dag haar lieve woorden tevoorschijn haalde om te herkauwen, zei hij maar niet.

Nu na dertig jaar zal Sylvie haar trouwdag gekregen hebben. Misschien wel meer dan een. Kijk, daar ziet hij wéér een Sylvie voorbijgaan, het is een soort. Ook ziet hij van die puberjongens als hij, vroeger. Dure zonnebrillen, maar die acne is het nog precies. Is het familie van zijn bacteriën?
Opletten, de zon gaat zakken. Nu moet hij onafgebroken kijken naar de vierde deur van de tweede verdieping. En hoe zou hij deze dame moeten noemen? Masseuse? Zelf houdt hij het meest van het woord lichtekooi. Een vrouw in een hoepelrok die licht geeft als een lampenkap.
Na vijf minuten ziet hij haar. Snel pakt hij zijn kijker in de vorm van een bril. Een kleurloos mens met een lange neus. Meteen is hij wantrouwend, alweer een Sylvie, alweer een Ezelsvel. Een grijs meisje, zeker met een ondergronds reizende koffer. Althans, zo zet hij het in zijn voorlopig rapport. Als Maarten dat leest, zal hij gaan broeden op een terechtwijzing van een kwartier.

© Copyright 2009 D. Hooijer, Hilversum.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Uitgeverij Van Oorschot

 

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum