Leesfragment: De Oudheid en populaire geschiedschrijving

De wereld van de Oudheid mag zich de laatste decennia in een groeiende belangstelling verheugen. Populair-wetenschappelijke boeken over de Grieken en de Romeinen vinden gretig aftrek. Maar waar is die aantrekkingskracht nu precies in gelegen? En wat hebben de klassieken ons vandaag de dag nog te zeggen? De auteurs Mary Beard, hoogleraar te Cambridge, en Tom Holland, schrijver van historische non-fictie, gaan in gesprek met Olivier Hekster, hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en spreken met hem over de impact van hun werk, hun drijfveren en hun visie op de antieke wereld. We spraken Olivier Hekster al even en geven een voorschot op de discussie aan de hand van citaten uit recensies van beider boeken en een filmpje met Mary Beard.

 

Vragen uit de Oudheid zijn nog steeds relevant

'Of het erg is dat de Oudheid nauwelijks meer wordt opgevoerd in het publieke debat? Ik denk van niet, en ik denk dat Mary Beard en Tom Holland dat ook niet zullen vinden. Dat wil zeggen, de afwezigheid van de Oudheid in de politiek en in maatschappelijke discussies is op zich geen probleem. Het is een historische periode, en net als andere historische periodes is hij niet zó relevant dat ander vergelijkingsmateriaal niet net zo goed volstaat. Zo'n fundamentele bakermat is de Oudheid niet.

Dat niemand meer over de Oudheid spreekt in het publieke debat, is wel een indicator van iets groters en ernstigers: ontbrekend historisch besef. Veel voor de huidige tijd relevante voorbeelden zijn juist uit de Oudheid te halen. Neem nu het probleem van de democratie, van burgers die niet meer geloven in hun vertegenwoordigers, van populisten en regenten - er is een ijzersterke en unieke parallel in het klassieke Athene, dat een democratie meemaakte van opkomst tot ondergang. Dat komt maar heel zelden in de discussie naar voren.

Nee, ik denk niet dat we er per se iets uit kunnen leren, maar zo'n parallel stelt ons wel in staat relevante vragen te stellen. Wat verwachten mensen van die democratie, hoe willen ze participeren, is lootjes trekken voor belangrijke functies zinvol, waarom ging de Atheense democratie nu failliet? Tegelijk moet je vaststellen dat dat laatste het gevolg was van een reeks onvergelijkbare factoren: een grote oorlog met de Spartanen, een afbrokkelend imperium. Daarbij was de Atheense democratie een directe democratie, en hebben wij geen slavenmaatschappij. De context is te anders om één-op-één de vergelijking te trekken.

Een minder voor de hand liggende inspiratiebron is Athene voor vragen over het Amerikaanse imperialisme. De vergelijking tussen de Amerikaanse presidenten en Romeinse keizers is al heel vaak gemaakt, maar de positie van de V.S. in Irak heeft veel met publieke motieven en verborgen agenda's te maken. Zo verbreidde Athene de democratische regeringsvorm op de Griekse eilanden en aan de Klein-Aziatische westkust met amper verholen economische en politieke belangen. Zonder olie, zonder terroristische aanslagen - ook hier sluit de context al te makkelijke vergelijkingen uit.

Zo kan je ook, ten slotte, naar het Romeinse Rijk kijken voor de hele grote vragen van integratie. Ik zou niet willen leven onder een militaire dictatuur, want dat was het Romeinse rijk, maar de systemen voor integratie, de manieren om immigranten deel uit te laten maken van de burgerbevolking en de politiek - daar zijn interessante parallellen, die erom vragen benut te worden.

Maar wat je vooral ziet, is dat als de Oudheid genoemd wordt, dat het dan als hoogtij van de beschaving genoemd wordt. Neem Arnold Schwarznegger, die 'zijn' Californië vergeleek met Athene én Sparta, het verenigde de cultuur van Athene en de kracht van Sparta. Dat zegt natuurlijk helemaal niets, dat is een loze kreet.

Juist bij zulke uitspraken is het relevant om reëler te kijken naar de context.

Ik weet niet of de Oudheid een serieuze comeback zou kunnen maken in Nederland, en of we dat zouden moeten willen. Het historisch besef is veel minder geworden, het publiek heeft veel minder een idee van de achtergronden. Dat dat niet overal zo is, liet Mary Beard overigens zien op haar weblog, toen ze inging op de kwestie van het Alexander de Grote-vliegveld in het voormalig-Joegoslavische Macedonië. Die kwestie was er een die een wetenschappelijk debat in gang zette, én een maatschappelijk debat. Zeker in de kerngebieden van de Griekse en Romeinse rijken leeft de Oudheid nog heel sterk.

 

De wetenschapper kan de beste populaire geschiedenisboeken schrijven

Ik zou willen stellen dat een wetenschapper die zijn of haar materiaal overziet en daar hele sterke inzichten in heeft, en die in staat is dat voor een groter publiek uit te leggen, een beter boek schrijft dan een relatieve leek, die per definitie moet werken vanuit andermans idee. Een leek kan nooit zo diep in de materie komen als een wetenschapper.

Maar dat is een ideaalgeval. Lang niet alle wetenschappers nemen de tijd om zo'n boek te schrijven, lang niet allemaal hebben ze de stijl er voor, en misschien het voornaamste: lang niet allemaal slagen ze erin afstand te nemen van de nuance. Het uitzetten van grote lijnen betekent per definitie dat je dingen zegt die niet echt kloppen. Dat wil zeggen dat je op details soms fout moet gaan zitten, maar uiteindelijk is generalisatie ook in wetenschappelijke teksten onvermijdelijk. Het hoeft niet te betekenen dat je de materie moet versimpelen: je moet ook de problemen laten zien. Jona Lendering doet dat bijvoorbeeld goed.

Als een wetenschapper wel de tijd neemt, de stijl heeft en de grote lijnen kiest, dan is hij of zij in staat iets nieuws te zeggen, eigen onderzoek te presenteren dat mensen verrast, verbaast, prikkelt. En die wetenschapper kan zelfs hetzelfde boek schrijven voor leken én collega's. Mary Beards Roman Triumph, dat onlangs is uitgekomen, is een innovatief boek, met nieuwe inzichten over triomftochten en hun plek in de Romeinse geschiedenis. Beard heeft daar echt een interessante visie over, en het is ook voor een leek leesbaar en interessant.

Ook als je naar Tom Holland kijkt, die weliswaar afgestudeerd classicus is maar toch vooral een journalist, zie je dat die probeert met Perzisch vuur een debat te voeren. De Perzische oorlogen zijn, in navolging van Herodotos, bijna altijd vanuit een westers perspectief bekeken, en Holland doet een poging om ook de Perzische bronnen erbij te betrekken. Daarmee schuift ook hij weg van het simpelweg een verhaal vertellen op basis van moderne teksten. Hij bewijst dat een wetenschapsjournalist óók relevante boeken kan schrijven.

 

Liever duidelijk en logisch dan mooi en warrig

Ik las Marita Mathijsens Jan Hanlo-essay met gemengde gevoelens. Ik denk dat haar oproep voor een literairdere wetenschapsstijl goed is, maar niet voor elke tekst. Het hangt er sterk af wat je probeert te zeggen, tegen wie, en je loopt het risico van mooischrijverij. Wetenschappelijk proza moet in eerste instantie helder en duidelijk zijn, en de slechte voorbeelden die Mathijsen noemt zijn daarmee niet alleen stilistisch slecht, maar ook wetenschappelijk beroerde zinnen. Ik denk dat een algemene stelregel moet zijn dat een helder betoog altijd beter is dan een warrige tekst, een tekst die iets nieuws beweert altijd aantrekkelijker is dan een die open deuren intrapt. Pas in tweede instantie moet de stijl, moeten literaire constructies, een middel zijn om de tekst aantrekkelijk te maken. Ik zou altijd kiezen voor een kalere, helderder, logischer maar misschien lelijker tekst dan iets wat prachtig leest, maar waar je de helderheid mist.

 

De keizer had niet één imago

In november komt mijn nieuwe boek uit, Romeinse keizers. Ik hoop zeker iets nieuws te vertellen. Het is niet iets dat ik niet al op een andere manier heb verteld aan collega's, maar nu kan ik voor een breder publiek met grotere streken schilderen. Ik vond het erg leuk om te doen.

Wát ik dan wil vertellen? Het is een boek dat probeert om de zelfpresentatie van en de beeldvorming rondom keizers te bekijken, destijds maar ook in de receptie. Dat begint natuurlijk met de eerste keizer, Augustus, die ook een enorm belangrijke rol in het ontstaan van die beeldvorming speelt. Vaak is de incorrecte indruk dat er één, continu, universeel beeld van zijn keizerschap is. Maar het was natuurlijk een experiment, hij ontwikkelde zijn zelfpresentatie stap voor stap, en de ene stap werkte beter dan de andere. Mijn boek voegt een tweede nuance toe: je kan niet spreken van één imago voor keizer Augustus, tegenover elke groep presenteerde hij zich op een andere manier.

Volgens mij is het zo dat de 'goede' keizers in staat waren om zich te conformeren aan verschillende groepen met uiteenlopende belangen: de soldaten, het volk van de stad Rome, de senatoren, het volk van buiten Rome. Hun verwachtingen van de keizer sloten elkaar nogal eens uit, en Augustus was heel erg goed in het scheppen van een flexibel beeld. Voor elke groep een andere Augustus, en die strategie werd door de keizers met de beste pers gekopieerd. De keizers die die strategie niet volgden, omdat ze dat niet konden of wilden, werden ook minder positief beoordeeld. De gekke en slechte keizers, zoals Nero, Caligula of Commodus, maakten eigenlijk een bewuste keus om hun gebrek aan militaire ervaring te compenseren met andere kwaliteiten. Dat viel wel goed bij het volk, en bij de soldaten, maar de senatoren accepteerden dat beeld van de keizer niet. En zij schreven de geschiedenissen.

Dat is mijn visie, en ik denk dat die vooral ontstaan is uit een monomane omgang met de materie - uit de omgang van een wetenschapper.'

Olivier Hekster is hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast schrijft hij recensies voor de Volkskrant over Oude Geschiedenis.

De recensies: goede populaire geschiedenis

Hekster besprak Tom Hollands Perzisch vuur in de Volkskrant van 12 oktober:

'opnieuw een helder en sprankelend boek' waarin 'Holland de centraliteit van het onderwerp van zijn boek [benadrukt] door parallellen te trekken met tot de verbeelding sprekende gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis.' 

Tom Holland schreef in The Times (11 november 2007) over Mary Beards The Roman Triumph:

'Beard’s study of the triumph is that rara avis, a work of original and often dense scholarship that can be enjoyed by readers far beyond the purlieus of classics departments. A difficult trick to pull off, of course – and all the more so, bearing in mind Beard’s theme, which is much concerned with the perils of overreaching. Just like any Roman general riding in his triumph, she has set herself to appeal to radically opposed constituencies: her own peers, and the profanum vulgus.'

Mary Beard over de relevantie van de Oudheid


Mary Beard over - onder andere - de relevantie van Tacitus.

Op haar weblog gaat Mary Beard regelmatig in op de relevantie van de Oudheid, zoals in deze post over het opduiken van Amy Winehouse in een tentamenvraag over de lyrische elementen in een gedicht van Walter Ralegh.

'One of the most successful courses I ever ran was over fifteen years ago now. It was for third year classicists and historians in Cambridge, and was called “The Roman emperor: construction and deconstruction of an image”. This was about the time of the protracted break up of the marriage of Charles and Diana, enlivened for the world by the Squidgy- and Camilla-gate-tapes. Remember?

[...]

There turned out to be all kinds of trade-offs in thinking about the tittle-tattle of ancient and modern monarchies. Why, we asked, was there such general interest in the eating (or non-eating) habits of the monarchs and royals? To what extent is that cross-cultural .. to what extent a narrowly particular western tradition? Could thinking harder about our own obsessions throw light on antiquity, or not?'

Spui25

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum