Leesfragment: Eenentwintig eerste zinnen, allemaal vertaald

16 oktober 2009 , door de vertalers
| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | |

Meer dan de helft van de titels in de boekwinkels in Nederland en Vlaanderen is oorspronkelijk niet in het Nederlands geschreven. Dat we die boeken toch kunnen lezen, is te danken aan het bijna onzichtbare werk van de boekvertalers: iets wat de meeste lezers zich niet realiseren. Zaterdagmiddag 17 oktober leggen vertalers in vijf boekhandels in Nederland en Vlaanderen boekenleggers (hiernaast zichtbaar, in de vormgeving van Nel Punt) in een selectie van twintig titels die zonder de vertalers niet hadden bestaan. Als startschot van deze actie vindt u hier de eerste zinnen van het overgrote deel van die boeken.

Het committee Vertalers Worden Zichtbaar en de vertalers:

 

Margaret Atwood, Het jaar van de vloed ( The Year of the Flood ), vertaald door Lidwien Biekmann.

In the early morning Toby climbs up to the rooftop to watch the sunrise. She uses a mop handle for balance: the elevator stopped working some time ago and the back stairs are slick with damp, so if she slips and topples there won’t be anyone to pick her up.
In de vroege ochtend gaat Toby naar het dak om de zonsopgang te zien. De lift doet het al een tijd niet meer en de achtertrap is glad van het vocht; ze gebruikt de steel van een zwabber om haar evenwicht te bewaren, want als ze uitglijdt en valt is er niemand om haar overeind te helpen.

We beperken ons even tot de tweede zin. Daarin staat in het Nederlands dit:

'Ze gebruikt de steel van een zwabber om haar evenwicht te bewaren: de lift doet het al een tijd niet meer en de achtertrap is glad van het vocht, dus als ze uitglijdt en valt is er niemand om haar overeind te helpen.'

Dat is net als in het Engels onlogisch. De auteur bedoelt het volgende: ze moet met die trap omdat de lift het al een tijd niet meer doet, die trap is glad en daarom gebruikt ze een zwabber: ze wil niet vallen, want als ze valt is er niemand om haar overeind te helpen. Dat zijn erg veel boodschappen die de lezer in één zin te verwerken krijgt, dus de zin moet zo helder mogelijk zijn. Het “so” in de Engelse zin zet de lezer op het verkeerde been: het zegt dit: als ze uitglijdt en valt is er niemand om haar overeind te helpen want (“so”) de lift doet het niet en de trap is glad. Maar het is natuurlijk andersom, het gebruik van “so” is hier dus onlogisch. Bovendien is het niet zo dat ze die zwabber voor haar evenwicht gebruikt omdat de lift het niet doet (wat de dubbele punt suggereert), dat is alleen een afgeleid gevolg van het feit dat ze met de trap moet: de lift doet het niet, dus moet ze met de trap (die glad is) en dus gebruikt ze een zwabber. Kunt u me nog volgen?

Nu de vertaling. Als je de zin logischer wilt maken, moet je dus in elk geval dat “so’ omzeilen. Daarvoor zijn er twee mogelijkheden: je kunt de zinsvolgorde aanhouden en het “so’ vervangen door bijvoorbeeld een puntkomma ('Ze gebruikt de zwabber om haar evenwicht te bewaren: de lift doet het al een tijd niet meer en de achtertrap is glad van het vocht; als ze uitglijdt en valt is er niemand om haar overeind te helpen.') Bepaald geen fraaie oplossing omdat er ook al een dubbele punt staat en ook een beetje flauw omdat je met die vage puntkomma de lezer nog een keer zelf het verband laat leggen tussen de twee zinsdelen. Het is allemaal al zo ingewikkeld, dus een beetje houvast kan geen kwaad. Een andere mogelijkheid is de zin in tweeën hakken, maar dat was mijn eer te na. Uiteindelijk heb ik de boel radicaal omgegooid, en is het geworden zoals hierboven.

Misschien dat het “want’ de lezer wat te veel bij de hand neemt, maar van de andere kant is de belangrijkste boodschap van die zin dat de hoofdpersoon helemaal alleen is, en dat komt nu goed tot uitdrukking. De puntkomma had ik nog kunnen vervangen door “daarom’, maar ik vond twee verklarende woorden ( daarom en want ) zo vlak achter elkaar niet mooi. Nu maar hopen dat de lezer niet meteen al over deze tweede zin is uitgegleden. Op naar zin drie!

T.C. Boyle, De vrouwen ( The Women ), vertaald door Gerda Baardman, Onno Voorhoeve en Tjadine Stheeman

I didn't know much about automobiles at the time — still don't, for that matter — but is was an automobile that took me to Taliesin in the fall of 1932, through a country alternately fortified with trees and rolled out like a carpet to the back wall of its barns, hayricks and farmhouses, through towns with names like Black Earth, Mazomanie and Coon Rock, where no one in living memory had ever seen a Japanese face.
Indertijd had ik weinig verstand van auto's — nog steeds niet, eerlijk gezegd —, maar het was een auto die mij in de herfst van 1932 naar Taliesin bracht, door een landschap dat nu eens verschanst zat achter bomen en zich dan weer als een tapijt uitrolde naar de achterkant van schuren, hooibergen en boerderijen, door dorpen met namen als Black Earth, Mazomanie en Coon Rock, waar nog nooit iemand een Japans gezicht had gezien.

Nou, dat is meteen al een fijne, lange openingszin! Hier is een Japanner aan het woord die een correct doch enigszins plechtstatig Engels spreekt, wat ook in de vertaling moet doorklinken. Het lastige van deze zin was de constructie met `alternately...’Dat heb ik opgelost met `nu eens... dan weer'. Zo blijft de zin leesbaar en krijgt het een prettig ritme, golvend als het landschap.

Aifric Campbell, De Logica van het moorden (The Semantics of Murder), vertaald door Nan Lenders

When Jay opened his front door, Cora slunk past him down the hallway like a sleepwalker groping through a familiar terrain. Rainwater dripped from her coat sleeves onto the wooden floor. She sank into the couch as if falling backwards from a great height, head bowed, chin almost touching her breastbone. Jay could smell her despair.
Toen Jay de voordeur opendeed, glipte Cora langs hem heen de gang in als een slaapwandelaarster die op de tast over vertrouwd terrein loopt. Er drupte regenwater van de mouwen van haar jas op de houten vloer. Ze zonk op de divan neer alsof ze van grote hoogte achteroverviel, het hoofd gebogen, de kin bijna op haar borst. Jay kon haar wanhoop ruiken.

De eerste zin? Ik geef de voorkeur aan de eerste alinea — die gelukkig niet lang is — omdat die een mooie, completere sfeertekening geeft. Als je nog geen idee hebt waar het boek over gaat, wordt hier een klein tipje van de sluier opgelicht: Cora is er kennelijk niet helemaal ‘bij', het is alsof ze slaapwandelt, ze gaat niet zitten maar laat zich min of meer achterover vallen en niet op ‘de bank’maar op ‘de divan'. Bijna alle zintuigen komen eraan te pas, ze loop ‘op de tast', je kunt het water zien en horen druppen en de wanhoop wordt geroken — mooie opening.
Niet heel erg lastig en dus ben ik ook niet speciaal trots op de ‘prachtige vertaling' ervan — adequaat, denk ik. Dat lastige wat prachtig vertaald moet worden komt later nog in overvloed!

 

J.M. Coetzee, Zomertijd (Summertime), vertaald door Peter Bergsma

In yesterday's Sunday , a report from Francistown, Botswana.
In de Sunday van gisteren een bericht uit Francistown in Botswana.

Mark Z. Danielewski, Niets dan omwentelingen (Only Revolutions), vertaald door Martine Vosmaer & Karina van Santen

Haloes! Haleskarth!
Contraband!
I can walk away from anything.
Everyone loves
the Dream but I kill it.
Bald Eagles soar over
me: - Reveille Rebel!

Halo! Heelicheyt!
Contrabande!
Ik zou alles achter
kunnen laten.
Ieder houdt van
de Droom maar ik dood hem.
ZeeArenden wieken boven
me: - Reveille Rebel!

Dit boek heet niet voor niets Niets dan omwentelingen : het is van twee kanten te lezen. Elke bladzij heeft (in elke leesrichting) negentig woorden 'verhaal' en in de marge negentig woorden gebeurtenissen uit de geschiedenis. De ene kant (het verhaal van Sam) begint in 1863 en eindigt in 2063, de andere kant (het verhaal van Hailey) begint in 1863 en eindigt in 1963. Het is de bedoeling dat je eerst acht bladzijden van Sam leest, vervolgens het boek omdraait en acht bladzijden van Hailey leest. Dit was de kant van Sam, nu die van Hailey:

Samsara! Samarra!
Grand!
I can walk
away from anything.
Everyone loves
the Dream but I kill it.
AtlasMountain Cedars gush
over mee: - Up Boogaloo!

Samsara! Samarra!
Groots!
Ik zou alles
Achter kunnen laten.
Ieder houdt van
De Droom maar ik dood hem.
AtlasCeders gutsen
Boven me: - Hallo Boogaloo!

Zoals de lezer misschien opmerkt, wordt er tweemaal hetzelfde verhaal verteld, maar dan de ene keer in de interpretatie van Sam en de andere keer in de interpretatie van Hailey. Beiden blijven het hele boek door zestien jaar. Het was een laveren tussen het zoeken naar klank, rijm, overeenkomsten en verschillen, 'gedateerde' woorden en hippe taal, en dan ook nog de betekenis. De moeilijkste opgave die we ooit hebben gehad.

Louise Erdrich, De duivenplaag (The Plague of Doves), vertaald door Martine Vosmaer & Karina van Santen

The gun jammed on the last shot and the baby stood holding the crib rail, eyes wild, bawling.
Het geweer ketste bij het laatste schot en de baby stond met verschrikte ogen te brullen, de handjes om de rand van het ledikantje geklemd.

Dit is heel wat eenvoudiger dan Danielewski. In deze korte proloog wordt een gruwelijke moord beschreven. Het boek bestaat uit min of meer losse stukken en springt heen en weer door de tijd, maar de moord loopt als een rode draad door alle verhalen heen.
In de verschillende verhalen zijn verschillende personages aan het woord die allemaal hun eigen stem moesten krijgen. Aan het eind van het boek wordt het laatste tipje van de sluier opgelicht.

Assaf Gavron, Krokodil van de aanslagen ( Tanin pigoea ), vertaald door Hilde Pach

(Aliti al kav tesja katan kemo bechol boker, baderech laävoda)
Ik stapte in de kleine lijn 9 zoals elke ochtend, op weg naar mijn werk.
Deze eerste zin is ogenschijnlijk heel gewoon. Maar doordat de lezer al weet dat het boek over aanslagen gaat, wordt hij onheilspellend.

Om te vertalen is het niet zo'n problematische zin. ‘De kleine lijn 9’ klinkt misschien wat vreemd. In de volgende zin wordt uitgelegd dat het een soort taxibusje betreft dat de route rijdt van de gewone buslijn 9. Het feit dat de term blijkbaar uitleg behoeft, duidt er al op dat de uitdrukking ‘de kleine lijn 9’ in het Hebreeuws net zo vreemd klinkt als in het Nederlands, en dus het best letterlijk vertaald kan worden.

Michel Houellebecq & Bernard-Henri Lévy, Publieke vijanden ( Ennemis publics ), vertaald door Martin de Haan (Houellebecq) en Rokus Hofstede (Lévy)

Tout, comme on dit, nous sépare - à l'exception d'un point, fondamental : nous sommes l'un comme l'autre des individus assez méprisables.
Tussen ons beiden ligt, zoals dat heet, een wereld van verschil - behalve op één punt, en niet het minste: wij zijn allebei tamelijk verachtelijke individuen.

Je moet maar durven: een briefwisseling beginnen met Frankrijks bekendste voorvechter van de mensenrechten, de alomtegenwoordige BHL, en deze nobele correspondent meteen in de eerste zin neerzetten als een ‘verachtelijk individu’. Het kan niet anders of Lévy moet stomverbaasd zijn geweest bij het lezen van de brief die Houellebecq hem op 26 januari 2008 stuurde. Het is natuurlijk ironie: Houellebecq vat in die eerste brief kort en krachtig de negatieve meningen samen die er over hemzelf en Lévy de ronde doen, en juist omdat hij die meningen niet weerspreekt, maar als objectieve feiten presenteert (‘als specialist in geflopte acties en schijnheilige mediaoptredens maakt u zelfs de witte overhemden die u draagt te schande’) is het effect maximaal. Een verbluffend begin van een fascinerend ‘steekspel in brieven’. Moeilijkheden voor de vertaler bevat deze eerste zin nauwelijks, op één uitzondering na: gezien het ‘comme on dit’ (‘zoals dat heet’) moet er worden gezocht naar een staande uitdrukking als vertaling van 'tout nous sépare’; dat werd ‘een wereld van verschil’.

Hiromi Kawakami, De tas van de leraar ( Sensei no kaban ), vertaald door Luk Van Haute

(Seishiki ni wa Matsumoto Harutsuna-sensei dearu ga, sensei, to watashi wa yobu. ‘sensei’de mo naku, ‘sensei’de mo naku, katakana de ‘sensei’da.)
Officieel had ik hem bij zijn volledige naam en titel moeten aanspreken, met Harutsuna Matsumoto-sensei dus, maar ik noemde hem gewoonweg Sensei. Niet ‘sensei', maar ‘Sensei', met een hoofdletter.

Die eerste twee zinnen waren meteen een hele uitdaging, vanwege de verwijzing naar het Japanse schriftsysteem. Het Japans gebruikt namelijk drie soorten schrifttekens door elkaar: kanji (Chinese karakters, een soort ideogrammen), hiragana en katakana (twee fonetische systemen, die elk hun eigen functie hebben). Letterlijk betekent de tweede zin: ‘Niet sensei (in kanji, wat de normale schrijfwijze zou zijn), niet sensei (in hiragana, wat een tweede optie was geweest), maar sensei in katakana (het schriftsysteem dat normaal nooit voor dit woord zou worden gebruikt).’Eigenlijk bedoelt de auteur hier dat ze de aanspreektitel ‘sensei’(leraar) als een eigennaam is gaan gebruiken. Vandaar mijn keuze voor ‘Sensei met een hoofdletter'.

Reif Larsen, De Verzamelde Werken van T.S. Spivet ( The Selected Works of T.S. Spivet ), vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema

The phone call came late one August afternoon as my older sister Gracie and I sat out on the back porch shucking the sweet corn into the big tin buckets.
Het telefoontje kwam aan het eind van een middag ergens in augustus, toen mijn oudere zus Gracie en ik op de veranda achter het huis suikermais zaten te pellen.

De grote blikken emmers hebben we naar de volgende zin verplaatst, omdat in die emmers dan meteen de tandafdrukken konden staan van de heemhond Verywell ('Picobello').

Jonathan Littell, De welwillenden ( Les bienveillantes ), vertaald door Jeanne Holierhoek en Janneke van der Meulen

Frères humains, laissez-moi vous raconter comment ça s'est passé.
Mensenbroeders, laat me u vertellen hoe het is gegaan.

De vertaling van deze eerste zin ging meteen al gepaard met een beetje vertalersverdriet. De uitdrukking frères humains verwijst namelijk naar een gedicht van de vijftiende-eeuwse dichter François Villon, getiteld de ‘Ballade des pendus’ofwel de ballade van de gehangenen. In dat gedicht klinkt de stem van de opgehangen misdadigers, die de levenden om medelijden en begrip vragen. De korte verwijzing in de eerste zin van de roman, dat ‘frères humains’dus, is voor iemand die in Frankrijk op school heeft gezeten, waarschijnlijk al voldoende om de boodschap te begrijpen: ook de hoofdpersoon van De welwillenden , een voormalige SS-officier, vraagt zijn lezers om begrip. Of hij het van ze zal krijgen is uiteraard een tweede. Waar het in de vertaling om gaat, is dat de verwijzing naar de ballade van Villon voor Nederlandse lezers veel minder duidelijk is dan voor Franse. Vandaar mijn vertalersverdriet over het vervagen van de intertekstuele verwijzing, zoals dat met een wetenschappelijke term wordt genoemd. Het was gelukkig een gedeeld vertalersverdriet, want ik vertaalde de roman samen met Janneke van der Meulen.

Overigens wordt op die eerste pagina's van de roman zo uitvoerig over de boodschap van het eerste hoofdstuk uitgeweid, dat de lezer hoe dan ook uitstekend kan begrijpen waar het de hoofdpersoon om gaat: deze voormalige SS-officier betoogt dat de lezers van de roman in vergelijkbare omstandigheden hetzelfde zouden hebben gedaan, dat ze even wreed tekeer zouden zijn gegaan als hij. Hij betoogt dat wel, maar het boek zelf betoogt iets anders. Het boek is juist een waarschuwing aan de lezers: pas op, word geen meeloper, want voor je het weet sta je aan de rand van een kuil onschuldige mensen dood te schieten.

J.R. Moehringer, Tender Bar ( Tender Bar ), vertaald door Anneke Bok

If a man can chart with any accuracy his evolution from small boy to barfly, mine began on a hot summer evening in 1972.
Zo een man al met enige precisie kan aangeven wanneer zijn ontwikkeling van kleine jongen tot kroegtijger begon, was het bij mij op een warme zomeravond in 1972.

De openingszin van het eerste hoofdstuk intrigeert meteen al. De kleine jongen in kwestie groeit op zonder vader, in een huishouden vol vrouwen, maar wordt al heel jong opgevangen door de mannen van het café op de hoek, waar zijn oom werkt. Stuk voor stuk belichamen die mannen aspecten van de ontbrekende vaderfiguur. Een prachtige autobiografische roman over volwassen worden.

Toni Morrison, Een daad van barmhartigheid ( A Mercy ), vertaald door Nicolette Hoekmeijer

Don't be afraid.
Wees niet bang

Is er een bemoedigender zin denkbaar als je aan het begin staat van de vertaling van een door jou bewonderde schrijfster (én Nobelprijswinnares)? Het lijkt ineens zo makkelijk. Don't be afraid, ‘Maak je maar geen zorgen,’ hoor ik Toni Morrison bijna zeggen.
Goed dan, gewoon maar beginnen, dus.
Maar het ‘Maak je maar geen zorgen’ dat ik krijg ingefluisterd lijkt me uiteindelijk toch niet de juiste vertaling. Want hoe makkelijk dit korte zinnetje ook lijkt, voor een adequate vertaling moet je je altijd rekenschap geven van de context. In welke tijd speelt het? Wie richt het woord tot wie? In welke situatie wordt het gezegd? Is er sprake van echte angst, of gaat het eerder om schroom, bezorgdheid? Op welke toon wordt het gezegd – vermanend of liefdevol, wat het verschil zou kunnen zijn tussen: ‘Doe niet zo angstvallig,’ of ‘Wees maar niet bang.’

Nou had ik het boek gelukkig al enkele keren gelezen, waardoor ik wist dat er wordt gerefereerd aan onvervalste angst voor een concrete situatie, waarmee het naar mijn gevoel iets algemenere ‘Vrees niet’ afviel. Maar daarmee was ik er nog niet. Het boek speelt in de 17de eeuw. Is het een ondergeschikte die het woord richt tot een meerdere, dan komen ook nog mogelijkheden als ‘U hoeft geen angst te hebben’ / ‘Weest u niet bang’ in beeld. Het zou om een kindermeisje kunnen gaan dat ‘u’ zegt, en als ze het tegen een kind heeft zou er veel voor zijn te zeggen om in de vertaling het woordje ‘maar’ te gebruiken: ‘Weest u maar niet bang’. Ook valt er nog te denken aan een zin als: ‘Schroom niet.’
Een voor een ga ik de mogelijkheden af. Ik meen de situatie en de spreekster inmiddels zo goed te kennen dat ik uiteindelijk vol overtuiging kies voor: ‘Wees niet bang.’

Goed. Op naar de tweede zin. Moedig voorwaarts.

Amos Oz, Dorpsleven ( Temoenot mechajee hakfar ), vertaald door Hilde Pach

(Haiesj hazar lo haja zar)
De onbekende man was niet onbekend.

In het Hebreeuws een intrigerende zin met een mooi ritme.
Het problematische woord voor de vertaler is hier ‘zar’, dat ‘vreemd’ betekent, in de zin van ‘onbekend’, ‘niet van hier’. Je kunt dus vertalen: ‘De vreemde man was niet vreemd’, maar de neiging is groot om ‘vreemd’ dan als ‘eigenaardig’ te interpreteren, en daar heeft het Hebreeuws een ander woord voor. Bovendien blijkt uit de loop van het verhaal dat dat niet bedoeld wordt. Een onbekende man - die in alle opzichten wél eigenaardig is - komt bij iemand op bezoek, en die iemand kent hem weliswaar niet, maar heeft toch het gevoel dat hij hem ergens van kent.
Je zou ook kunnen vertalen: ‘De vreemde man was geen vreemde’, maar dan lijkt het alsof de schrijver speelt met de verschillende betekenissen van het woord ‘vreemd’ (hij was wel eigenaardig, maar niet onbekend). Dat zou wel passen in de context, maar die verschillende betekenissen zijn in het Hebreeuws niet aan de orde. Dan leg je als vertaler iets in de tekst dat er oorspronkelijk niet in zat.
Overigens ben ik met ‘onbekend’ ook niet helemaal tevreden. Ten eerste heeft ‘De vreemde man was niet vreemd’ een mooier ritme dan ‘De onbekende man was niet onbekend’. Ook proza heeft een ritme, en daar moet je je als vertaler terdege van bewust zijn. Maar soms moet je concessies doen om de betekenis van een zin goed tot haar recht te laten komen. De tweede, belangrijkste reden dat ik ‘onbekend’ geen ideale vertaling vind, is dat het connotaties heeft die bij het Hebreeuwse zar ontbreken, zoals ‘niet bekend bij het grote publiek’. Maar het is nu eenmaal zelden mogelijk om voor een woord in de ene taal een werkelijk equivalent te vinden in een andere taal, dus een woord dat exact dezelfde betekenis en gevoelswaarde heeft. Vertalen is vaak compromissen sluiten.

Orhan Pamuk, Museum van de Onschuld (Masumiyet Müzesi), vertaald door Margreet Dorleijn

Hayatimin en mutlu aniymis, bilmiyordum.
Het bleek het gelukkigste moment van mijn leven te zijn, maar ik besefte het niet.

Een vrij kort zinnetje, dat toch meteen een interessant vertaalprobleem oplevert: het achtervoegseltje ‘mis’in het vierde woord drukt uit dat het object, gebeurtenis of de handeling die dit achtervoegseltje krijgt iets is wat degene die het uitspreekt zich achteraf/tot zijn verrassing/verbazing/schrik realiseert, dan wel dat het iets is dat hij/zij niet zelf heeft ervaren maar van een ander heeft gehoord. (Ik heb in deze zin voor ‘bleek te zijn’gekozen in plaats van simpelweg ‘was', maar heel vaak kun je het maar beter niet vertalen). Dit is één van de vele redenen waarom het Turks zoveel compacter is dan het Nederlands, zoals uit origineel en vertaling van deze zin al blijkt!

Atiq Rahimi, Steen van geduld ( Syngué sabour. Pierre de patience ), vertaald door Kiki Coumans

La chambre est petite. Rectangulaire.
De kamer is klein. Rechthoekig.

Deze eerste zinnetjes geven al meteen de soberheid weer die het boek kenmerkt. Het lijkt daardoor eenvoudig te vertalen, maar dat is bedrieglijk. Rahimi gebruikt ten eerste veel woordspelingen, hij brengt woorden met elkaar in verband die bijna hetzelfde klinken, maar net iets anders betekenen. Vind dan in het Nederlands maar eens net zo'n woordenpaar!

Daarnaast is het ritme in de zinnen heel belangrijk, en dat luistert heel nauw. De schrijver heeft zich voor het ritme laten inspireren door een liederencyclus van Schubert. Ook daar moet je als vertaler dus op letten. En ten slotte moet je de trefzekerheid van de vaak korte zinnen precies benaderen. Ieder woord moet dus juist gekozen zijn, het valt meteen op als het niet helemaal goed is.

Elizabeth Strout, Winter ( Olive Kitteridge. A Novel in Stories ), vertaald door Marijke Versluys

Pharmacy
For many years Henry Kitteridge was a pharmacist in the next town over, driving every morning on snowy roads, or rainy roads, or summertime roads, when the wild raspberries shot their new growth in brambles along the last section of town before he turned off to where the wider road led to the pharmacy. Retired now, he still wakes early and remembers how mornings used to be his favorite, as though the world were his secret, tires rumbling softly beneath him and the light emerging through the early fog, the brief sight of the bay off to his right, then the pines, tall and slender, and almost always he drove with the window partly open because he loved the smell of the pines and the heavy salt air, and in the winter he loved the smell of the cold.

De apotheek
Henry Kitteridge was vele jaren apotheker in het dichtstbijzijnde stadje. Elke morgen reed hij erheen, over besneeuwde wegen, over beregende wegen of over zomerse wegen, wanneer er nieuwe scheuten verschenen aan de wilde frambozenstruiken in de buitenwijk waar hij de bredere weg naar de apotheek insloeg. Hoewel hij nu niet meer werkt, wordt hij nog steeds vroeg wakker en dan herinnert hij zich de ochtend als het mooiste deel van de dag, alsof de wereld zijn geheim was: onder hem zoemden zacht de banden en door de vroege nevel schemerde het licht, rechts een glimp van de baai, daarna de hoge, ranke dennen, en vrijwel altijd had hij het raampje een beetje open om de dennengeur en de zware zilte lucht te kunnen opsnuiven en omdat hij 's winters de kou zo lekker vond ruiken.

Als je de eerste alinea hardop leest, hoor je hoe muzikaal de zinnen klinken: de cadans wekt een licht weemoedige sfeer die de lezer het verhaal in trekt. Als vertaler zie je meteen dat de hele alinea uit slechts twee zinnen bestaat, waarvan vooral de tweede opvalt door zijn lengte.
Mooi én moeilijk dus. Behalve dat ritme en dat vloeiende moet ook de opbouw van de alinea intact blijven. Wat het eerste betreft, ik heb geprobeerd met het Nederlands diezelfde stemming op te roepen. Wat het laatste betreft, de enige ingreep die ik me heb gepermitteerd is dat ik een nieuwe zin begonnen ben na ‘the next town over'. In het Engels worden zinnen nu eenmaal soepel met elkaar verbonden door een tegenwoordig deelwoord, in het Nederlands gaat dat niet zomaar. Ook heb ik ervoor gekozen om te kappen omdat je - alweer, bij hardop lezen - aan het einde van die eerste Engelse zin een beetje in ademnood dreigt te raken. Maar niet alleen over smaak valt te twisten, ook over vertaalkeuzes (en dat doe ik dan ook geregeld, met collega's en met mezelf).
Verder is te zien hoe knap de auteur heden en verleden verweeft en daarmee de apotheker kenschetst. Wat de lezer dan nog niet kan weten is dat zijn poëtische, dromerige inslag haaks staat op het strenge karakter van Olive, zijn echtgenote en de hoofdfiguur in het boek. Zij wordt op de volgende bladzij opgevoerd als ze te streng optreedt tegen hun zoon en een domper zet op Henry's tevredenheid over zijn nieuwe assistente, die ze afdoet als ‘een grijze muis’.

Ilija Trojanow, De wereld is groot en overal loert redding ( Die Welt ist groß und Rettung lauert überall ), vertaald door José Rijnaarts

Vor vielen vielen Würfelwürfen gab es ein tägliches Ereignis in der heimlichen Hauptstadt der Spieler, einer Stadt, die sich so in den Bergen versteckt hielt, daß kein Steuereintreiber sie kannte und selbst die Geographen von Sultanen, Zaren und Generalsekretären sie nicht auf ihren gierigen Karten verzeichneten.
Vele, vele dobbelsteenworpen geleden vond er elke dag rond dezelfde tijd een gebeurtenis plaats in de heimelijke hoofdstad van de spelers, een stad die zich zo goed in de bergen verborgen hield dat geen belastinginspecteur haar kende en geen geograaf van sultan, tsaar of secretaris-generaal haar op zijn vraatzuchtige kaarten had staan.

Voor in de zin staat een uitbundig allitererend woord: Würfelwürfen. Het Nederlandse equivalent steekt daar povertjes bij af. Wat te doen?
'Dobbelsteenworpen’vervangen door een woord met een andere betekenis dat even fraai allitereert? Dat is hier geen optie. Daarvoor spelen dobbelstenen in het boek een te belangrijke rol. Ook elders in de zin zie ik geen kans om ‘Würfelwürfen’qua klank te evenaren. Ter compensatie, om toch ook in de Nederlandse zin een blikvanger te hebben, besluit ik ‘gierig’(begerig, gulzig) te vertalen met het krachtiger klinkende ‘vraatzuchtig'. Ondertussen heeft mijn moedertaal me gelukkig nog een bedeesde alliteratie in de schoot geworpen: ‘in de bergen verborgen'.

Ingo Schulze, Adam en Evelyn ( Adam und Evelyn ), vertaald door Ard Posthuma

Plötzlich waren sie da, die Frauen.
Opeens waren ze er, de vrouwen.

Een eenvoudige zinnetje, eenvoudig te vertalen. U zou het zomaar kunnen. Maar vergis u niet, de niet minder letterlijke vertaling ‘Opeens waren ze aanwezig, de vrouwen,’ zou al een blunder van jewelste zijn. De zin roept trouwens meteen een aantal vragen op. Wie zijn die vrouwen die hier ter plekke lijken te ontstaan? Waar waren ze voordat ze ‘er waren’? Zijn we misschien getuige van een scheppingsdaad? En wie is dan wel de schepper? Is het de Adam uit de titel? Met Evelyn als hedendaagse Eva? Is de Oost-Duitse creatieve kleermaker Adam, die hier in zijn doka foto's van zijn clientèle staat te ontwikkelen, een ordinaire rokkenjager? Zo simpel is het niet, ook niet voor de vertaler, die voor de on-Duitse luchtigheid waarmee Ingo Schulze de zondeval en de val van de DDR tegen elkaar afzet, steeds bij elk woordje de juiste toon moest zien te vinden.

Giovanni Verga, Baas don Gesualdo ( Mastro-Don Gesualdo ), vertaald door Patty Krone en Yond Boeke

Suonava la messa dell'alba a San Giovanni; ma il paesetto dormiva ancora della grossa, perché era piovuto da tre giorni, e nei seminati ci si affondava fino a mezza gamba.
In San Giovanni werden de klokken voor de vroegmis geluid, maar het stadje was nog in diepe rust, want het had al drie dagen geregend en op de ingezaaide velden zakte je tot aan je knieën weg.

De eerste zin is belangrijk. De binnenkomer. Heel vaak beslist de lezer tijdens het lezen ervan in een split second of hij door wil gaan met lezen, of niet. Kortom: de eerste zin moet staan als een huis (net als alle andere zinnen van het boek, overigens...). In het geval van Baas don Gesualdo zat het probleem 'm meteen in het eerste woord, ‘suonare', klinken, weerklinken, of, in verband gebracht met een klok, slaan. In het Nederlands kunnen we ook wel zeggen: ‘het sloeg half acht', al doet dat wat archaïsch aan, maar ‘het sloeg de vroegmis', of ‘de vroegmis klonk’is in het Nederlands onbegrijpelijk. Dus kozen we voor een passiefconstructie, waardoor al deze problemen ‘omzeild’konden worden. Niets bijzonders overigens, want er is hier sprake van een typisch Italiaans-Nederlandse vertaalkwestie: in het Italiaans is het niet ongebruikelijk een actief werkwoord te combineren met een niet-bezield subject, terwijl daar in het Nederlands over het algemeen een passiefconstructie wordt gebruikt.

Sarah Waters, De kleine vreemdeling ( The Little Stranger ), vertaald door Nico Groen, Richard Kwakkel en Lucie van Rooijen

I first saw Hundreds Hall when I was ten years old.
Ik was tien toen ik Hundreds Hall voor het eerst zag.

Zo luidt de eerste zin van The Little Stranger van Sarah Waters. Het is een opvallend gewone zin, zeker voor een beginzin, en we vertaalden hem alle drie dan ook nagenoeg hetzelfde. Alle drie? Ja, alle drie, want om onze manieren van vertalen aan elkaar te ‘ijken', spraken we aan het begin van het project af dat we ieder de eerste alinea van het boek zouden vertalen. Heel nuttig, want na die eerste zin werd het meteen een stuk lastiger. Zo kregen we een idee van elkaars stijl en een goed beeld van de vertaalmoeilijkheden die ons stonden te wachten, evenals de verschillende manieren waarop die zich lieten oplossen.
Is het ook een goede zin? Het is in elk geval geen mooie zin, al is het ook geen lelijke. Hij is gortdroog, feitelijk - zakelijk bijna. Toch zitten achteraf bezien de hoofdingrediënten van het boek er al in. De ‘ik’is de verteller, een plattelandsarts van wie de lezer zich gaandeweg begint af te vragen of hij wel zo betrouwbaar is als hij zich voordoet, Hundreds Hall, het landgoed waarvan de onttakeling het hoofdthema vormt van het boek. Daarom: een knappe zin, typerend voor Waters, die over elk detail in deze neoklassieke spookroman heeft nagedacht. Een kleine zin ook, als de slag van een vlindervleugel die uiteindelijk leidt tot een verwoestende orkaan.

MINDBOOKSATH : athenaeum