Leesfragment: Julie & Julia, film & boek

02 oktober 2009 , door Julie Powell
| | |

Julie Powells leven zit muurvast. Ze is bijna dertig, hopt van het ene oninteressante baantje naar het andere, ze woont - met een aardige, goedverdienende man, maar dat is nu even niet belangrijk - in een waardeloos appartementje en het enige dat ze kan denken is: 'Is dit het nou?'

Dan bladert ze bij haar moeder thuis door hét standaardkookboek uit de jaren zestig: Mastering the Art of French Cooking van Julia Child. In een opwelling besluit ze in een jaar tijd álle recepten uit het boek te gaan koken en daar een weblog over bij te houden. Door de discipline die dit project met zich meebrengt, maar ook door de onverwachte wendingen die zoektochten naar een goede mergpijp met zich meebrengen, leert Powell niet alleen goed koken, maar krijgt ze ook haar joie de vivre terug.

Het blog bleek zo'n succes dat ze het bewerkt heeft tot een boek, dat verfilmd is met Meryl Streep als Julia Child. Wij mochten kaartjes weggeven voor de film. Deze actie is nu afgesloten. Vannacht lees je hier een fragment uit de Nederlandse vertaling van de hand van Annoesjka Oostindier.

 

 

Uit Julie & Julia

Als kind bladerde ik vaak door De kunst van het koken. Gedeeltelijk vanwege mijn obsessie met alles wat tussen twee omslagen zat, maar ook om een andere reden. Dit boek had het vermogen te choqueren. Dkvhk is nog altijd in staat diepe, zo niet duister onaangename gebieden aan te boren. Vraag de meest dodelijk bleke, trotse en een tikje perverse hippie met piercings en kohl omrande ogen pâté de canard en croûte te bereiden aan de hand van de handige illustraties op bladzijden 540 tot en met 545, en ik kan je verzekeren dat ze sneller dan je ‘Baseballpetjes zijn zo passé’ kunt zeggen, linea recta naar Williamsburg zal rennen, waar niemand haar zal dwingen een hele eend uit te benen.

Maar waarom? Wat heeft dit boek dan? Het is maar gewoon een oud kookboek. Toch halen vegetariërs, Atkins-aanhangers en South Beach-fanaten hun neus op voor de geur van afvalligheid die uit de pagina’s oprijst. Zogenaamde fijnproevers lachen even meewarig alvorens zich weer te richten op hun Chez Panisse-kookboeken. En eigenlijk zou ik dat ook moeten doen. Ik ben tenslotte die ultieme synthese van grootstedelijke excentriciteit en burgerlijke zelfingenomenheid: de New Yorkse actrice.

Nou ja, eigenlijk mag ik dat niet zeggen. Ik heb tenslotte nooit een echte acteerklus gedaan. En om je de waarheid te zeggen – ja, het is tijd om de waarheid onder ogen te zien – heb ik het ook nooit echt geprobeerd. Maar als ik geen New Yorkse actrice ben, wat ben ik dan wel? Ik ben iemand die elke ochtend vanuit een buitenwijk de metro neemt naar een kantoor in Lower Manhattan, die haar dagen vult met kopiëren en telefoontjes beantwoorden en die zich als ze weer thuis is te beroerd voelt om ook maar iets anders te doen dan op de bank zitten en met een lege blik naar realityprogramma’s kijken tot ze in slaap dommelt.

O god. Het was dus echt waar. Ik was echt een secretaresse. Toen ik na een halfuur voor het eerst weer opkeek uit Dkvhk besefte ik dat ik diep vanbinnen al maanden berustte in het feit dat ik een secretaresse was – misschien zelfs al jaren. Dat was het slechte nieuws. Het goede nieuws was dat het gezoem in mijn hoofd en de ongemakkelijke, maar op de een of andere manier ook opwindende spanning diep in mijn buik me eraan herinnerden dat ik misschien toch, ondanks alles, ook iets anders kon zijn.

Ken je De kunst van het koken? Je hebt er vast wel eens van gehoord – het is echt een cultureel gedenkwaardig geschrift. Zelfs als je het alleen kent als het boek van die vrouw die eruitziet als Dan Aykroyd en die zich heel vaak tot bloedens toe heeft gesneden, heb je er in elk geval wel eens van gehoord. Maar ken je het boek zelf ook? Probeer maar eens een van de eerste gebonden exemplaren op de kop te tikken – die zijn niet bepaald moeilijk te krijgen. Ik heb althans begrepen dat er een tijd was dat elke Amerikaanse huisvrouw die water aan de kook kon brengen een exemplaar in de kast had staan.

Het is niet overdadig geïllustreerd; er staan geen glanzende, omfloerste foto’s in van de stijlvol gekapte schrijfster die haar tanden in een sappige aardbei zet of met een ijzige glimlach voor een volmaakte ambachtelijke taart staat, taartmes in de aanslag, als een kille blonde keukenmeesteres. De gerechten zijn hopeloos gedateerd, de bereidingstijden zijn onwaarschijnlijk lang, er wordt schaamteloos veel boter en room gebruikt, en er wordt geen enkele melding gemaakt van pancetta, zeezout of wasabi. Dit boek komt al enkele tientallen jaren niet meer voor op de verlanglijstjes van ondernemende lekkerbekken. Maar toen ik het die ochtend in mijn handen

hield, het met tomaatkleurige Franse lelies versierde omslag opensloeg en de vergeelde bladzijden doorbladerde, had ik het gevoel dat ik eindelijk iets belángrijks gevonden had. Maar waarom? Ik boog me weer over de bladzijden, op zoek naar de oorzaak van dit merkwaardige gevoel. Het kwam niet direct door de gerechten. Als je goed genoeg keek, leek het eten zelfs bijna een terzijde. Nee, er was een diepere laag. Er zat een of andere code in de woorden verscholen, misschien wel een geheim dat in het papier zelf zat opgeslagen.

Ik heb nooit mijn heil gezocht in religie; geloof zit gewoon niet in mijn genen. Maar bij het lezen van Dkvhk – kinderlijk eenvoudig en overweldigend complex, betoverend en geruststellend – dacht ik dat bidden waarschijnlijk zo moest voelen. Voedsel verweven met verwachting en verlangen. Het lezen van Dkvhk was als het lezen van pornografische Bijbelteksten. Dus toen ik in mei terugvloog naar New York, had ik uiteraard mijn moeders exemplaar in mijn koffer gepropt.

www.uitgeverijcontact.nl

Sony Pictures Nederland

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum