Leesfragment: Handboek voor de moderne man

| | | | |

Deze week verschijnt het Handboek voor de moderne man. Deze Nacht kunt u er alvast twee fragmenten uit lezen, namelijk het hoofdstuk 'Penis' en het hoofdstuk 'Rijk worden'. Ook kunt u alvast uw exemplaar bestellen of reserveren.

Mannen kunnen eindeloos lullen over sport, muziek, auto’s, films en knappe vrouwen, maar zelden delen ze hun levenservaringen. Hoogste tijd dus voor een handboek voor broeders onder elkaar, met antwoorden op vragen die een man niet graag hardop stelt. Handboek voor de moderne man is een onmisbare gereedschapskist boordevol praktische, eigentijdse tips, onderzoeksfeiten en persoonlijke ontboezemingen over het leven als kerel in de 21ste eeuw, gemaakt door drie mannen (een dertiger, een veertiger en vijftiger) die de stugheid overwonnen en eindelijk eens opschreven wat de man echt bezighoudt.

Penis

Elementaire peniskunde
De uitdrukking dat je een gegeven paard niet in de bek kijkt, zal allicht voor paarden opgaan, maar als eigenaar van een penis heb je niets aan zo’n volkswijsheid. Zouden er mannen bestaan die niet ten minste een klein beetje teleurgesteld zijn over de piemel die ze toebedeeld hebben gekregen? Omdat die helaas veel te klein is, te dun, te lang, te dik, te puntig, te krom, te blauw of te paars, te rimpelig, te onbetrouwbaar, of anderszins niet helemaal naar tevredenheid?
    Veel mannen twijfelen soms – of vaak, of doorlopend – aan de inzetbaarheid en de looks van hun geslachtsdeel, willen we maar zeggen. En in heel veel gevallen zit die onzekerheid meer tussen de oren, dan dat er nou echt zoveel op die penis van ze valt aan te merken. Hoogste tijd voor wat elementaire peniskunde.

De grootte
De doorsnee piemel in slappe toestand meet 8 tot 10,5 cm, in erectie is dat 12,5 tot 18 cm. Minder dan 1 procent van de mannen heeft wat officieel een ‘micropenis’ wordt genoemd: een penis die in stijve staat onder de 7 cm blijft. De kortste piemel in de medische boeken legde 1,5 cm langs de lat, de langste die de wetenschap ooit te zien kreeg, haalde 33 cm. Langer dan 22 cm komt slechts bij één op de tienduizend mannen voor.
    De doorsnee diameter van een penis in ruste is 3,2 cm. Daar komt nog eens 9 mm bij als hij zich met bloed heeft gevuld.
    Zwarte mannen zijn door de bank genomen net iets zwaarder geschapen dan hun blanke seksegenoten; het verschil is ‘maar’ 1 tot 2 cm, in slappe toestand. Aziatische mannen zijn weer net iets minder bedeeld dan blanke mannen.
    Er bestaat, anders dan weleens wordt gesuggereerd, geen verband tussen forse schoenmaten en grote pikken, net zomin als die tussen forse neuzen en grote pikken. Wel is er een correlatie tussen vinger- en penislengte: mannen met lange vingers hebben in de regel ook een lange penis.
    De lengte van een slappe penis zegt niets over de grootte die hij in erectie kan bereiken. De ene zwelt in lengte met maar een halve centimeter aan, de andere doet dat met liefst een kleine decimeter. Onder jongens wordt in dit verband wel gesproken van zogenaamde ‘vlees-’ en ‘bloedlullen’, waarbij laatstgenoemde categorie binnen een paar seconden indrukwekkende groeiresultaten weet neer te zetten.
    Van zijn verschillende verschijningsvormen kun je nog weleens raar opkijken. De meeste wijzen schuin naar boven, maar het komt ook voor dat hij verticaal omhoog of omlaag of zelfs horizontaal staat, terwijl een kromming halverwege een piemel een heel eigen signatuur geeft.
    Doen afmeting en vorm van een penis ertoe? Nee en ja. Want laten we elkaar hier geen mietje noemen: grote exemplaren spreken bij zowel mannen als vrouwen tot de verbeelding. Het zal niet voor niets zijn dat in pornofilms altijd types meespelen die behoorlijk wat forser zijn uitgerust dan gemiddeld. En dat in contactadvertenties op sekssites vaak nadrukkelijk om reacties van heren met een ‘18+’ of zelfs een ‘20+’-penis wordt gevraagd. Het oog wil dus ook wat, en in die zin mag je best trots zijn als je wat extra’s meebrengt in bed: het kan de opwinding tijdens het voorspel een handje helpen. Maar eenmaal gepenetreerd maakt het een vrouw weinig meer uit of je XL, X, M of S bent geschapen: de vagina is bij de ingang het gevoeligst voor seksuele prikkels. Als er in fysiek opzicht al voordeel valt te behalen met een afwijkend formaat penis, dan is het met eentje die wat dikker is dan normaal.
    Bij mannen met een echte kleine wordt soms operatief een stuk van de inwendige penis (1-3 cm) blootgelegd, waardoor het geslacht groter oogt en waarmee soms ook het verschil kan worden gemaakt voor een vrouwelijke partner. Daarnaast kunnen mannen die dringend de behoefte hebben aan een ‘stukje erbij’ hun geluk beproeven via jelqing, een doe-het-zelfmethode die bewezen resultaat oplevert. Neem je penis in je hand en maak er een melkende beweging mee. Doe dit ongeveer honderd keer per dag en een heel jaar achter elkaar. Je piemel kan aldus met maximaal 2 cm worden opgerekt. Tip van de dokter: let op dat ‘de patiënt’ tijdens de jelqing altijd slap is, want anders kan het leiden tot weefselbeschadiging.
    Het merendeel van de mannen is linksdragend, ‘the jewels to the left’, zoals de Britten zeggen. Aan een linksdragende piemel kun je trekken zoveel je wilt, maar die zal toch altijd links in je slip blijven vallen. Bij het maken van de betere herenkleding wordt daar rekening mee gehouden: de linkerpijp van een broek is standaard driekwart centimeter breder dan de rechter.

De werking
Als we zijn functie als afvoerkanaal van urine buiten beschouwing laten, zijn de twee belangrijkste taken van de penis dat hij (1) zaad naar de vagina van een vrouw overbrengt en zo zijn bijdrage aan de voortplanting levert en (2) dat hij je seksueel een heel lange tijd plezier verschaft. Doorgaans zit het op dat laatste punt wel snor met de meeste penissen. Hoewel het in ieder mannenleven ook altijd wel een keer of wat zal voorkomen dat eigenaar en piemel het even niet zo goed met elkaar kunnen vinden – zoals wanneer je met een penis zit opgescheept die niet stijf wil worden op het moment dat je ’m, letterlijk en figuurlijk, keihard nodig hebt. Wat kunnen de oorzaken zoal zijn? Kijk even mee met de zuster:

Je bent te nerveus
Kan heel gemakkelijk gebeuren de eerste keer dat je met iemand naar bed gaat, als je vreemdgaat, als je het doet op plaatsen waar je het nooit eerder hebt gedaan (kantoor, bos, pashokje, het bed van haar ouders) of bij erotische gebeurtenissen die compleet nieuw voor je zijn (bijvoorbeeld groepsseks). Je hersenen hebben je penis aan een touwtje, dus zolang je je zenuwen en faalangst niet de baas wordt, zal er van neuken in de genoemde omstandigheden weinig terechtkomen.
    Bedpartners kunnen de situatie verergeren door hun geduld te verliezen, of door de verkeerde grapjes over je slappe penis te maken, zoals: ‘Ga jij even een vork halen, dan prak ik ’m er wel in.’

Je bent dronken of gedrogeerd
Een beetje alcohol, een minuscuul blowtje of wat xtc kunnen net dat steuntje in de rug bieden bij een vrijpartij en alles wat eraan voorafgaat, maar de penis is vrijwel altijd de eerste die het feestje voor gezien houdt als er te veel drank of drugs is ingenomen. Tussen je oren mag je dan nog steeds barsten van de zin en de opwinding, van onderen blijkt daar ineens niets meer van.

Je hebt een erectiestoornis
Misschien een tijdelijk akkefietje, in de hand gewerkt door faalangst, misschien iets van terugkerende aard. Op latere leeftijd is de oorzaak vaak lichamelijk, doordat met het voortschrijden der jaren de rek uit het elastiek gaat en piemels niet meer zo vanzelfsprekend stijf worden (en blijven). Van alle mannen boven de veertig kan 14 procent geen stijve meer krijgen, blijkt uit onderzoek. In de categorie zeventig- tot negenenzeventigjarigen is het erectieverlies een veel voorkomend verschijnsel: bijna vier op de tien mannen krijgen ermee te maken. Gelukkig laten de penis en ook de mannelijke lustbeleving relatief gemakkelijk aan zich sleutelen: met een gezonde levensstijl en eventueel met behulp van medicatie (viagra) zijn erectiestoornissen vaak te verhelpen.

Rijk worden

Twaalf vragen over sparen, beleggen en investeren. En de antwoorden er gratis bij!

1. Wanneer ben je rijk?
Rijk worden willen we allemaal wel, maar de meesten van ons zijn het niet. De laatste jaren pleiten onder anderen types als Femke Halsema van GroenLinks ervoor om geluk mee te wegen als factor van welvaart. De waarde van rijkdom wordt overschat, is de gedachte erachter. Wat wil je liever, als je moet kiezen: een rijke stinkerd zijn of een gelukkig leven leiden?

2. Hoe word ik rijk?

Er zijn twee directe manieren: de criminaliteit en het winnen van de Staatsloterij. En er zijn twee indirecte manieren: investeren in jezelf en investeren in iets anders, of het nu financiële producten zijn, onroerend goed of schilderijen. Over die twee directe manieren zullen we het maar niet hebben.

3. Hoe investeer ik in mezelf?
Zorg dat je kennis en vaardigheden vergaart waarmee je jezelf in een maatschappelijke positie kunt manoeuvreren die, met grote waarschijnlijkheid, leidt tot het incasseren van enorme sommen geld. Met een studie rechten of bedrijfskunde en het pienter versieren van een stageplaats ligt dat wat meer voor de hand dan wanneer je kiest voor de Academie voor Expressie of een opleiding tot logopedist. Ben je al wat ouder en zit zo’n studie er niet meer in, stort je dan op het ontwikkelen van het zogeheten klappertje, het schip met geld dat binnenvaart: doe een niet te negeren uitvinding, importeer een product waar iedereen op zit te wachten of schrijf een wereldhit.

4. Kan ik niet beter investeren in iets anders?
Ook. Je kunt bijvoorbeeld investeren in aandelen. Beleggen dus. Beleggen heeft mensen rijk gemaakt die met alleen hun gaven of verdiensten nooit zover waren gekomen.

5. Sparen of beleggen?
Dat maakt niet uit, het gaat er in eerste instantie om dat je het doet. Het meest aansprekende sommetje waar financieel adviseurs altijd mee aankomen is: stop je vanaf je twintigste elke maand 500 euro in een mondiaal opererend aandelenfonds, dan heb je op je vijftigste een miljoen. Nu heeft niet iedereen elke maand 500 euro tot zijn beschikking en zal niet iedereen voor zijn twintigste kennismaken met deze fantastische tip, maar de bottomline van het advies is: spaar! Zet iets weg. Probeer elke maand een bedrag opzij te zetten – of je nu twintig jaar bent of veertig, of het nu 20 euro is of 200. Maar: doe het elke maand.

6. Wat doe ik met geld dat ik overhoud?

Het wegzetten op een bankrekening met een hoge rente is het minste wat je kunt doen (vergelijken doe je op een site als independer.nl). Je kunt ook kiezen voor een deposito. Dan staat je geld weliswaar vast bij de bank en kun je er alleen bij wanneer je een geringe boete betaalt, maar de rente is hoger dan bij een gewone spaarrekening, terwijl je net zo weinig risico loopt.

7. Risico nemen, is dat verstandig?

Een beetje risico loop je altijd, dat is dankzij de kredietcrisis weer eens onomstotelijk vast komen te staan. Het grootste verwijt dat de banken de afgelopen jaren werd gemaakt, is dat ze, met producten waar ze eigenlijk de ballen verstand van hadden, meespeelden in een casino en wisten dat ze niet konden verliezen – de overheid zoubijspringen als het misging. Dat moet voor de particuliere belegger een les zijn: je kunt zoveel risico nemen als je wilt, maar stop je geld niet in producten die je niet begrijpt.

8. Is het zinvol om te beleggen in een tropischhardhoutfonds?
We kunnen ons veiliger beleggingen voorstellen. Kijk, gratis geld bestaat niet. Spiegelt een zichzelf beleggingsadviseur noemend type je een constructie voor die te mooi lijkt om waar te zijn, dan ís die ook te mooi om waar te zijn. Zegt iemand: ‘Meneer, ik heb nou toch een fondsje voor u – het doet in verantwoord tropisch hardhout/ ecologische appartementen op Bali/ viskwekerijen in Eritrea, en de verwachting van de markt is dat dit product over vijf jaar 50 procent rendement oplevert, dus als u hier nu even tekent’, lach hem dan in zijn gezicht uit. Wees sowieso gewaarschuwd als mensen schermen met beloftes waarin de woorden ‘verwachting’, ‘de markt’ en ‘rendement’ samenkomen.

9. Simpel beleggen dan maar?
Je kunt het zo simpel maken als je zelf wilt. Als je deelneemt in beleggingsfondsen, is het risico gespreid en hoef je je niet van dag tot dag te verdiepen in de beurskoers van Heineken of Koninklijke Olie. Maar let op: die fondsen zijn er in allerlei soorten en maten, net als de kosten die doorberekend worden aan deelnemers. Die kunnen behoorlijk hoog zijn, waardoor een deel van je winst teniet wordt gedaan. Van die kosten moeten ze altijd een overzicht verstrekken, maar verdiep je daar dan wel in.

10. Wat is de beste beleggingsstrategie?
Als je zelf beurshandelaartje wilt spelen, heb je onze zegen. Google eens op ‘leren beleggen’, er zijn zelfs onlineopleidingen waar je met fictief geld kunt oefenen. Je kunt ook speculeren op de valutamarkt met behulp van doe-het-zelfmethodes: daar kun je vreselijk rijk mee worden, én vreselijk mee op je platte bek gaan. Als je niet voortijdig aan de grond raakt, ontwikkel je zo misschien ooit wel een strategie die bij jouw portemonnee past. Onze voorkeur gaat uit naar de tactiek van het middelen: elke maand, jaar in jaar uit, hetzelfde bedrag storten in een wereldwijd opererend beleggingsfonds. Heel saai, heel degelijk, en op termijn waarschijnlijk heel winstgevend.

11. Kan ik mijn geld ook ergens anders kwijt?

Dat kan. Sommigen beleggen liever in onroerend goed – huizen, kantoren – dan in aandelen of obligaties. Ook dat kan trouwens weer via een beleggingsfonds, maar je hebt ook types die zelf een imposante voorraad huizen bij elkaar sprokkelen. Investeren in percelen grond is, zeker voor particulieren, in het dichtbevolkte Nederland misschien wat bewerkelijker dan elders. Maar er is een oud beleggingsadvies, opgerakeld in de tv-serie The Sopranos, dat in dit verband het herhalen waard is: ‘Buy land, ’cause God ain’t making any more of it.’

12. Zijn er nog meer vormen van beleggen de moeite waard?
Investeren in kunst, antiek, design of wijn is vooral interessant voor echte kenners. Als jij er toevallig eentje bent, dan doe je het al.

Uitgeverij Podium

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum