Leesfragment: Hard Gras 71: Bergkamp spreekt. Over het totaalvoetbal van Wenger, Cruijff en van Gaal

27 november 2015 , door David Winner
| | | | |

Vandaag verscheen het nieuwe nummer van Hard Gras, met een groot verhaal van David Winner, in de vertaling van Rob Kroese, over Dennis Bergkamp. Vanavond kunt u al enkele pagina's lezen en uw exemplaar bestellen of reserveren.

In de zomer van 2009 kozen de fans van Arsenal het doelpunt dat Dennis Bergkamp maakte op 2 maart 2002 tegen de arme voorstopper Dabizas van Newcastle, tot mooiste Arsenalgoal ooit.
Je kunt er nog zo vaak naar kijken, het blijft gissen naar wat er precies gebeurt. Vast staat dat Vieira de bal op eigen helft aan Bergkamp geeft, Bergkamp passt op Pires en begint te rennen. Voor alle zekerheid steekt hij op volle snelheid zijn rechterarm omhoog om Pires te laten zien waar hij zich bevindt. Dan komt de pass van links naar rechts en een aanname met binnenkant links die de bal achter Bergkamps rug langs laat spinnen. Intussen is Dabizas al heel erg de kluts kwijt. Hij is, in de woorden van Van Hanegem, naar de neuroloog gestuurd. Bergkamp zelf komt uit de rug van de voorstopper om de bal aan te nemen en hem met rechts in de verre hoek te schuiven, opnieuw in een richting die niet voor de hand ligt. Bestudeer op het omslag van dit nummer foto 6 en je ziet een speler die de bal rechtdoor in de korte hoek gaat schieten. Op foto 7, één tiende seconde later gemaakt, heeft Dennis zijn lichaam een kwart draai laten maken om de bal in de verre hoek te plaatsen.
In de hele manoeuvre, overigens uitgevoerd na een sprint van vijftig meter, gaan misschien wel vier tegendraadse bewegingen schuil. Dennis Bergkamp vertelt aan David Winner, onze Londens/Romeinse correspondent, gedetailleerd over zijn meesterstuk.

Op De Toekomst zien we een actie van een schoonheid waarvan we dachten dat die inmiddels kunst uit voorbije tijden was. Dennis Bergkamp, spelend in een Ajaxshirt, ontvangt een pass op twintig meter van de goal. In één beweging controleert hij de bal, met een andere draait hij zich in positie, en dan, als een golfer die de bal uit een duinpan chipt, lobt hij de bal met grote precisie over de keeper, die verbaasd toekijkt, nauwelijks een meter voor de doellijn.
Het is een opmerkelijk moment en doet denken aan sommige van zijn meest memorabele goals voor Arsenal en Ajax. De hoek is misschien wat minder scherp dan bij zijn wonderbaarlijke lob tegen Derby County. Hij hoefde zich niet los te worstelen van een verdediger, zoals tegen Bayer Leverkusen, of de bal uit de lucht te plukken zoals tegen Vitesse. Als je echt wat te pietlutten wilt hebben, zou je kunnen zeggen dat hij in actie voor de veteranen van Lucky Ajax tegen een amateurelftal wel wat meer tijd en ruimte heeft dan toen hij zijn beroemde stiftbal scoorde tegen RKC Waalwijk. Maar de opnamen ervan, ongeveer zes maanden terug, blijven mooi en worden vaak opgevraagd op YouTube. De manier waarop Dennis het doelpunt viert is al even karakteristiek. Kreten van verbazing en wat klaterend applaus zijn te horen. De onverwoestbare Sjaak Swart biedt hem zijn hand ter felicitatie. Michel Kreek komt aangelopen om hetzelfde te doen. Maar Dennis lijkt niet eens te controleren of de bal de doellijn gepasseerd heeft. Hij draait zich gewoon om, glimlacht bescheiden, richt de blik naar beneden en loopt terug naar de middencirkel. Had hij niet met een vuist in de lucht moeten slaan, op zijn knieën moeten vallen of dansen met de cornervlag?
‘Ach waarom?’ glimlacht hij. ‘Er stonden hoogstens tien man te kijken.’

Net als Arsène Wenger en het huidige Arsenal, is Dennis Bergkamp er vaak van beschuldigd dat hij meer van fraaie acties hield dan van effectieve. Maar net als Wenger is hij het daar niet mee eens. ‘Toen ik nog in Holland speelde, probeerde ik vaak een lob over de keeper. Dan zeiden de mensen: “Kijk, hij probeert weer fraai te scoren, een mooie goal te maken.” Maar dan zei ik: “Luister, als de keeper een stuk voor zijn doel staat, hoeveel ruimte blijft er dan over aan beide kanten?” Niet veel. En hoeveel ruimte is er boven zijn hoofd? Heel wat meer. Het is gewoon een kwestie van berekening. Geweldig als je erover nadenkt. Je hebt veel meer ruimte aan de bovenkant. Dus als je het goed uitvoert, kun je niet missen. Als je er het talent voor hebt en het zelfvertrouwen, dan is dit de beste oplossing. Daarom deed ik het zo vaak. Omdat ik de andere opties minder vond en omdat ik wist dat ik het kon.
‘Zoals bij die goal tegen RKC. Ik sta op de rand van de zestien. Wij vallen aan, dus iedereen van de tegenstander is terug. Het strafschopgebied staat vol. En waar staat de keeper? Er is voor mij geen kans om ineens uit te halen, dus komt hij van zijn doellijn af. Op dat moment weet hij dat hij de laatste man is en hij verwacht geen lob. Dus is een stift de beste, meest simpele oplossing. Probeer het zelf maar. Ik ben niet aan het denken: “Ik ga een mooie goal scoren.” Helemaal niet. Ik heb verschillende keuzes. En ik ga een lob proberen, omdat mij dat de beste keuze lijkt op dat moment. De bal ligt onder me, dus ik kan niet echt vol uithalen. De stiftbal is de enige manier. Je hebt niet veel ruimte nodig om je voet onder de bal te krijgen en te stiften. Natuurlijk komt er ook een hoeveelheid geluk bij kijken. Maar uiteindelijk, als je erop oefent en het vaak genoeg gedaan hebt, gaat het percentage geluk omlaag. Dan wordt het meer kunde dan geluk.’
Raar genoeg werd zijn laatste kunststukje uitgevoerd vlak bij het raam van de kamer waarin we nu zitten, het kantoor van David Endt op De Toekomst. Bergkamp is terug bij de club waar hij zijn carrière begon als jonge belofte en vermaakt zich tegenwoordig met het overbrengen van zijn talent en inzicht aan voetballertjes onder de twaalf jaar. We hebben een afspraak om te praten over zijn periode bij Arsenal, dat inmiddels dankzij Wenger – en natuurlijk ook dankzij Bergkamp – bekendstaat om het soort voetbal dat Ajax wereldberoemd heeft gemaakt.
Arsenal en Ajax hebben meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken, hoewel tot voor kort niet als gevolg van een bepaalde spelfilosofie. Het eerste Ajaxelftal van na de oorlog, met Rinus Michels spelend als midvoor, speelde in door Arsenal geschonken shirts, broeken en kousen, meegenomen uit Londen door ‘Flying Dutchman’ Gerrit Keizer, die in de jaren dertig heen en weer vloog tussen Amsterdam en Londen om voor beide teams te kunnen uitkomen. In de zomer van 1995, toen Bergkamp van het Giuseppe Meazza verhuisde naar Highbury, stond het rood en wit van beide clubs voor totaal verschillende grootheden. Ajax was jong en spannend onder Louis van Gaal, de bewierookte erfgenaam van het totaalvoetbal van de jaren zeventig en recent winnaar van de Champions League. Het ‘Boring (saaie) Arsenal’ was juist op het tweede plan geraakt en stond bekend om voetbal dat vooral saai en hard was. Het is te danken aan Wenger, die in 1996 uit Japan terugkeerde (en aan zijn liever niet Vliegende Hollander), dat er bij The Gunners een nieuwe stijl werd geïntroduceerd en de club vandaag de dag het symbool is van mooi en intelligent voetbal. Maar welke uitgangspunten stonden er eigenlijk aan het begin van dit proces? Wat was de relatie tussen Bergkamp en Wenger? En hoe kijkt Bergkamp als begin veertiger aan tegen zijn trainer van toen?
De Hollandse stijl, waar Bergkamp een exponent van is, heeft vanaf de jaren zeventig wereldwijd school gemaakt. Een van de opvallendste voorbeelden daarvan zijn de pelgrimages naar Amsterdam van de jonge Italiaan Arrigo Sacchi in gezelschap van zijn vader. Hij was zo in de ban van het totaalvoetbal uit de jaren zeventig dat hij de trainingen van Ajax met eigen ogen wilde bestuderen. Later zou Sacchi – met drie Cruijffdiscipelen onder zijn hoede – de club van Nereo Rocco en catenaccio transformeren tot zijn eigen onweerstaanbare variant van totaalvoetbal. Ook Barcelona is als een soort Nederlandse voetbalkolonie in Spanje door de jaren heen een exemplarisch voorbeeld geweest van de invloed van de Hollandse School. Zo hebben de Catalanen vijf ex-Ajacieden als trainer gehad (Buckingham, Michels, Cruijff, Van Gaal en Rijkaard) en hun voetbalschool is gemodelleerd naar die van Ajax. En dan staat nu ook weer Pep Guardiola aan het roer, een van Cruijffs meest toegewijde volgelingen.
Arsène Wenger vertelde ooit in een interview met Simon Kuper dat totaalvoetbal eigenlijk niet gedupliceerd kon worden zonder Cruijff op het veld. Daarna vertelde hij ook nog dat hij was beïnvloed door de Japanse cultuur en erg onder de indruk was geraakt van de grote Duitse teams uit de jaren zestig en zeventig, vooral van het Borussia Mönchengladbach van spelverdeler Günter Netzer. Maar nooit verdween de gigantische invloed van de Nederlandse voetbalcultuur op het voetbaldenken van Wenger. Toen Arsenal tegen Barcelona uitkwam in de Champions League suggereerde een journalist, nogal onverstandig, dat Arsenal zijn 4-3-3-formatie had afgekeken van Barça. Wenger kaatste meteen terug: ‘Ik speelde 4-3-3 voordat Barcelona ermee kwam. Ik speelde al 4-3-3 bij Monaco en ik denk niet dat Barcelona dit systeem heeft uitgevonden. Het is een Nederlandse uitvinding. Johan Cruijff heeft het geëxporteerd en altijd met dat systeem gespeeld. De Hollanders gebruikten die tactiek in 1974 tijdens het WK in Duitsland. Ik vond dat het een systeem was dat geschikt was voor onze spelers. Het past bij Fàbregas, het geeft Van Persie in de spits een meer vrije rol. Omdat we veel veelzijdige spelers hebben is voor ons 4-4-2 niet het beste systeem. We hebben meer vrijheid nodig om creatief te kunnen zijn.’
De Hollandse opvatting om deze speelstijl verder te ontwikkelen en als voetbalideaal te beschermen vindt al bijna veertig jaar navolging. Op verschillende plekken en verschillende tijdstippen hebben diverse bewonderaars (denk aan het QPR van Dave Sexton, het ‘Danish Dynamite’ van Sepp Piontek in de jaren tachtig, het Zuid-Korea van Hiddink, Newcastle met Gullit) getracht het origineel te imiteren, dit met wisselend succes.
Ik woon al een tijdje in Rome, dus u zult me vergeven als ik hier parallellen zie met het Christendom in zijn vroegste periode. In beide gevallen is er een revolutionair en meeslepend idee, komt er een mix van idealisme en morele voorschriften naar boven dat als een zaadje in de wind verspreid wordt over vruchtbare bodem. In het ene geval komt het nieuwe geloof tot bloei op vooraanstaande plaatsen als Antiochië, Rome en Alexandrië. In het andere geval wordt het geloof beleden in tempels als Camp Nou, San Siro, Highbury en Emerates. Beide belijdenissen zijn gebaseerd op een krachtig geloof, spreken in eerste instantie slechts een kleine groep bekeerlingen aan, maar blijken sterk en flexibel genoeg om uiteindelijk wereldwijd navolging te vinden. Natuurlijk is de vergelijking niet helemaal correct. De kloof die er bestaat tussen de eerste groep gelovigen en, laten we zeggen, hervormer bisschop Ambrosius van Milaan is groter dan de verschillen tussen de gemiddelde prof en, bijvoorbeeld, Ambrosini van AC Milan. Maar toch, denk nog eens aan de bittere en bijna religieus getinte controverse tussen Cruijff en Foppe de Haan voorafgaand aan het laatste WK. Daarnaast is het moeilijk je een coach voor te stellen met een groter gevoel voor rechtvaardigheid en morele overtuiging dan Arsène Wenger. En is er één speler te noemen die zo resoluut aan deze opvattingen heeft vastgehouden als Dennis Bergkamp?

[...]

Vertaling Nico Kroese

Uitgeverij Nieuw Amsterdam
Hard Gras

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum