Leesfragment: In het hoofd van de dichter: Tonnus Oosterhoff

In de derde aflevering van In het hoofd van de dichter, 19 december aanstaande vanaf 16.00  in Het Perron, krijgen Wim Brands en Erik Lindner (en het publiek) een kakelvers gedicht van Tonnus Oosterhoff voorgelegd. Net als bij K. Schippers en Maria Barnas zien zij dit gedicht voor het eerst en vragen zij Oosterhoff, gewapend met al hun kennis en leeservaring, alles over het maakprocedé van dit gedicht.
We vroegen Brands en Lindner hun voorkeur voor Oosterhoff te verklaren en een keuze te maken uit zijn werk.

Over de reeks In het hoofd van de dichter: In New York loopt een rechercheur moordzaken rond die beweert dat hij zijn werk beter doet door veel poëzie te lezen. Zijn begrip van de werkelijkheid is er door toegenomen, want net als bij het lezen van poëzie word je bij extreme zaken als moord en doodslag gedwongen je bestaande begrip van de werkelijkheid los te laten.
Eén gedicht, één dichter en twee interviewers, daar draait het om bij In het hoofd van de dichter.

Deze reeks wordt in 2011 voortgezet.

Wim Brands: palingen in een bak zonder zaagsel

Het is lastig om over poëzie te praten. Gedichten zijn palingen in een bak zonder zaagsel. Daarom hebben Erik Lindner en ik bedacht dat we vooral omtrekkende bewegingen maken als we in dat kleine theater Het Perron dichters aan de tand voelen. Op welke momenten van de dag schrijf je, heb je een notitie-boekje, welke woorden komen bovendrijven als je zomaar een wandeling maakt? En wanneer weet je dat een gedicht goed is? Neem het onderstaande gedicht Tonnus, hoe lang heb je daaraan gewerkt? En dacht je direct: dit is een goed gedicht?

'Je bent zo integer, zo bescheiden.'
'Voor mijn plezier!'
Het is een genoegen
Tonnus Oosterhoff te zijn.
'Ik zou het ook wel willen.'
Jawel, maar dat gaat niet!

Dat gaat niet.

Erik Lindner: zot, koddig en diepe ernst

Van het werk van Tonnus Oosterhoff ben ik gaan houden toen die rare derde bundel van hem verscheen, (Robuuste tongwerken,) een stralend plenum. Er staat geen gedicht in dat op een ander lijkt. Zijn redacteur zei tegen hem: zou je de bundel niet gewoon 'Een stralend plenum' noemen? Nee, zei Tonnus, het moest zo.

Hilarisch denk je bij zijn werk, gedurfd. Nu eens een prozagedicht, dan weer een verhaaltje, een rijmpje, doorhalingen. De bewegende gedichten die hij op zijn website www.tonnusoosterhoff.nl zet, schrijft hij 'al fresco', in het programma flash, zonder enige aantekening. Het moet zo.

Hij is humoristisch, altijd. En toch is hij helemaal niet alleen maar zot en koddig, onder zijn humor zit een diepe ernst. Kijk maar naar de slotstrofe van het volgende gedicht:

Als je niet buigt word je gebogen,
o, wees maar niet bang, je wordt gebogen, het buigt je, het drukt je met kracht neer.

Je wordt door iedereen verlaten, ja, door jezelf.
Wees niet bang, het is snel voorbij met het gekloot.
Want gekloot is het en het wordt niet beter.

'´t Is voorlopig nog toekomstmuziek,' luilakt de radiopresentator, 'vrede en broederschap.'
In huis staat een koude mist.

Ga ik in een kastje? Heb je me al in een kastje?
Geef mij je handje, kind, ik word een blinde.

Toen Jezus een kindje was had hij een tuintje waarin hij rozen kweekte. Ze waren tegen sneeuw bestand:
toen de sneeuw kwam bloeiden ze mooier.

Je kunt het beste niemand geloven, hecht geen waarde aan praatjes.

Wie heeft het meetsnoer over de aarde gelegd?
Wie heeft ware grootte ingesteld?
Die heeft alle rechte lijnen voor je gebogen.
Zodat je je, als je je tot verzet opricht, juist buigt.

Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum