Leesfragment: Nawoord bij Erasmus' Lof der Zotheid

27 november 2015 , door Ahmed Aboutaleb

Medio december verschijnt het nieuwe deel in de Perpetuareeks: Desiderius Erasmus' Lof der zotheid, in de vertaling van Harm-Jan van Dam, met een nawoord van Ahmed Aboutaleb. Dat nawoord kunt u vanavond al lezen, én uw exemplaar reserveren.

In zijn satirische Lof der Zotheid laat Desiderius Erasmus de Dwaasheid van alles prijzen wat niet prijzenswaardig is. Deze paradoxale lofrede is uniek omdat de lezer voortdurend op het verkeerde been wordt gezet: moet hij alles serieus nemen of is alles ironie? Geen klassieker uit de wereldliteratuur heeft zo veel generaties aan het denken gezet en geleerd met open blik en gezond verstand de wereld te bezien.

Erasmus van Rotterdam (1466-1536) was een wereldburger die vanuit Parijs, Oxford, Leuven, Venetië en Bazel zijn medemens wilde opvoeden. Hij was overtuigd humanist en hield zijn publiek dus het beste uit de oudheid voor, maar wel in het licht van het christendom.

Nawoord

Direct na de aanvaarding van het ambt van burgemeester van Rotterdam ben ik gaan praten met allerlei mensen die in onze stad werken of deze bezoeken. Ik heb aangebeld bij inwoners en heb scholen bezocht. Deze functie vervullen is een groot voorrecht, en dat komt mede door het karakter van de Rotterdammers: ze tonen durf, maken hun ambities waar, hebben koopmanszin, bouwen aan de toekomst en zijn trots op wat ze doen. Tijdens die werkbezoeken werd me ook iets anders duidelijk: Rotterdammers zijn op zoek naar het verleden van hun stad.
De naam Erasmus kende ik natuurlijk al sinds mijn schooljaren. Hij verloochende zijn afk omst niet en noemde zich, naar het voorbeeld van zijn vader, Erasmus Roterodamus – Erasmus van Rotterdam. De vele afb eeldingen in de stad van de man – die slechts de eerste vier jaren van zijn leven in Rotterdam heeft doorgebracht – getuigen daarvan. Ook citaten uit de geschriften van Erasmus zijn op diverse gebouwen en monumenten te vinden. Zijn uitspraak: ‘Heel de wereld is mijn vaderland’ is op tenminste drie plaatsen te zien.
Het tweeluik in de Jan Sonjéstraat, waar de sociale en culturele diversiteit groot is, werd onder dit motto geschilderd. De voorstelling verenigt symbolisch verschillende landen, culturen en godsdiensten met Erasmus. Ook in de enorme wandschildering in het metrostation Zuidplein kregen Erasmus en het gezegde een prominente plaats.
De woorden zijn bovendien in neonletters aangebracht op de Bibliotheek, waar een uitgebreide collectie boeken van en over Erasmus wordt beheerd. Hij heeft veel rake dingen gezegd, met weinig woorden. Over het belang van het lezen zei hij bijvoorbeeld: ‘Een leven zonder boeken is onleefb aar’, en over de vrijheid van meningsuiting: ‘In een vrije staat moeten ook de tongen vrij zijn’.
Een heel bekende uitspraak is wel: ‘Zoet is de oorlog voor wie hem niet hebben meegemaakt’. Het is nu zeventig jaar geleden dat de binnenstad van Rotterdam werd gebombardeerd. Dit jaar werd de markering van de brandgrens voltooid met de plaatsing van vijf granieten zitelementen, de zogenaamde Brandgrensstenen. Daarop is het verwoeste stuk stad in kaart gebracht en is informatie over het bombardement te lezen, alsook dit gezegde: ‘Zoet is de oorlog voor wie hem niet proeft...’ Diepzinnige gedachten van een verlicht man.
Voor Hugo de Groot betekende Erasmus zo veel dat hij zich als stadspensionaris van Rotterdam heeft ingespannen om een bronzen beeld van de geleerde te laten maken. Dat is nog steeds het belangrijkste kunstwerk in Rotterdam. Het werd in 1622 onthuld en heeft oorlogen, aanvallen en brand doorstaan. Rotterdam is terecht altijd trots geweest op dit beeld, dat Erasmus tot icoon van de stad heeft gemaakt. Erasmus werd voor mij inspirerend door zijn rusteloze leven als ware ‘Europeaan’ vol contacten met de groten der aarde, maar vooral door zijn ideeën over opvoeding.
De Rotterdamse koopmanszin wordt verbeeld met een portret van Erasmus op de helft van de 762 roestvrijstalen ankertegels in het plaveisel op marktplein de Binnenrotte. Bij sterke wind kunnen de marktkramen eraan worden verankerd. Architect Adriaan Geuze wilde aanvankelijk het standbeeld van Erasmus op het nieuwe marktplein plaatsen. In ieder geval vond hij dat het niet voor de Laurenskerk hoorde te staan, omdat Erasmus geen kerkvader is. Ook vond hij dat het beeld verkeerd stond ten opzichte van de zon, omdat de schaduwen op het beeld niet zouden kloppen. Hij besloot toen het silhouet van het ‘Erasmushoofd met boek’ op de ankertegels te graveren, zodat Erasmus toch terug is op het huidige marktplein.
En nu is er deze nieuwe uitgave van de Lof der Zotheid. In 2011 vieren we het vijfh onderdjarig jubileum van dit boek. Alleen al door de titel, die meteen opvalt tussen de vele andere werken van Erasmus, werd mijn belangstelling ervoor gewekt. Ook in dit geval kan de stad bogen op een beeld dat door dit boek werd geïnspireerd. Aan de Burgemeester van Walsumweg staat sinds 1988 het beeld ‘Lof der Zotheid – Monument voor een ezel’. In plaats van een klassiek ruiterstandbeeld verbeeldde de kunstenaar een ezel als symbool van de dwaasheid. Het lijf van de ezel bestaat uit bollen en kegels, en de benen zijn omgevormd tot een gestileerde golf. Voorbijgangers zagen er een waterkraan of sinaasappelpers in, maar het beeld roept ook een narrenkap in herinnering! Erasmus drijft in de Lof de spot met iedereen en alles, vooral met kerk en godsdienst. Ook gezaghebbers die oorlog voeren moeten een spervuur aan kritiek ondergaan. ‘En wat is er nou dwazer dan om willekeurige redenen zo’n strijd aan te gaan waar voor beide partijen altijd meer ellende dan goeds van komt?’
De Lof der Zotheid is een satire op allerlei misstanden. Die misstanden zijn van alle tijden, waardoor het boek nog steeds actueel is. Erasmus laat Vrouwe Zotheid dingen zeggen, die hij zelf eigenlijk niet mócht zeggen. De Zotheid voert herkenbare personages op als bijvoorbeeld de holle hoofden van dikbuikige, liefst dronken monniken die niet van vrouwen kunnen afb lijven. Om alles en iedereen mag worden gelachen. Dat is al eeuwenlang zo en zal ongetwijfeld (en hopelijk) zo blijven. Ook de ongelovige of anders gelovende lezer laat zich graag verleiden door de lichtspottende toon van de Lof. Af en toe klinkt in Erasmus’ uitspraken ook enige typisch Rotterdamse humor door, zoals met zijn opmerking: ‘Liefde kun je evenmin verbergen als hoest’. Dat is Erasmus op z’n best.
Net als de Rotterdammers van nu toonde Erasmus durf, maakte hij zijn ambities waar, bouwde aan de toekomst en was hij trots op wat hij deed.

Copyright nawoord © 2010 Ahmed Aboutaleb

Athenaeum - Polak & Van Gennep

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum