Leesfragment: Nu je het vraagt

27 november 2015 , door Micha Hamel
| |

Over enkele dagen verschijnt de nieuwe bundel van Micha Hamel, Nu je het vraagt. Vannacht zijn bij Athenaeum.nl al enkele gedichten uit de bundel te lezen, én is er de mogelijkheid om uw exemplaar te bestellen of reserveren.

Micha Hamel (1970) is freelance componist-dirigent en dichter. Hij componeerde orkestwerken, liederen, kamermuziek en elektronische muziek. Hij begon zijn loopbaan met het dirigeren van hedendaagse muziek bij vrijwel alle Nederlandse ensembles en orkesten. Inmiddels heeft hij echter eveneens een breed repertoire aan klassieke en romantische muziek opgebouwd, waarmee hij ook in het buitenland succesvol is. Met Alle enen opgeteld debuteerde hij in 2004 als dichter. De bundel werd bekroond met de Lucy B. & C.W. van der Hoogtprijs 2005 en werd in korte tijd twee keer herdrukt. In 2006 verscheen de dichtbundel Luchtwortels.

Doei

Neem me mee
neem me mee

Ik zeg oeps als ik iets meen
Ik kus je wang en zwaai aju
adieu nou doei dahag en ween

neem me mee
neem me mee

Wolkje zucht ach bloedjes
laat mij een woordje doen
zeg kom draai om en

zeg het
zeg het
zeg het
zeg het
zeg het

niet hoor non si non tja
gaapt de banaankleurige
maan hoor knul er zit een
kras in deze song zeg

jij hebt het nummertje
van mijn jas nog zegt zij
fuck o kut o jee

neem hem mee
neem hem mee

Ik zeg niks van wat ik meen
Ik kus je mond en doe joehoe
even rustig handje wuif alleen
oh nee

neem me mee
neem me mee
neem ze
mee

Uit het niets

Vind je niet dat het met een flirt moet beginnen dit uit dit trilei geboren bericht
dat titi uit de piepzak slaat, de handtas waar je mij mee zou moeten meppen?

Wees niet bang, ik beoog geen serenade of bombrief, ik noteer zanglijnen oftewel
met tik-klikjes getypte signalen die iets niet wagen maar jou wel winnen willen

Wat weet u dat mij dorst naar het azijn van uw ochtendkus, naar de radula onder uw
oksel, naar uw woordenmoeie lippen die die fijne barst in jouw mom glimlachen

Kun je me een foto van je haarlok sturen is een apert ongepaste openingszin. Nooit
om jou te spreken maar om jouw stem te horen zal ik je bellen is ietsje beter

Heb je de aanvechting mij te contacteren, weet dan dat ik alleen indirect reageer.
Ik verbeeld mij namelijk dat ik spion ben, en dat jouw hart mijn informant is

Wie wacht op jou wie komt aan jou wie rukt jouw kleren los wie troost zich aan de
besproete boezem die ik vermoed? Mogen jouw moesjes dra mijn sterrenkaart zijn

Ik heb een telefoonstem hoor je, ik kies er eentje uit mijn hoofd. Neem deze hier
die jou verleidt tot een tête-à-tête met je hightech elektronische leesplankje

Als jij in het echt een omgekatte mispoes bent die het niet kan laten om over nieuwe
laarzen te zeuren, dan kies ik nu een fijnere molenaarsdochter om te plagen

Vraag jij je af wie is dit toch? Geen bobo geen homo geen homie geen bro, geen gamer
geen player geen bouwdoos en geen bonobo. Hiero jouw persoonlijke bolleboos

Mijn harnas is solide want mijn innerlijk is een hortend scharnierende assemblage
die meedeint met wat ik voel en napijnt van de wee die het jou missen mij doet

Ook vingerverven met kinderen begint gezellig en ontaardt steevast in huilen en een
kliederboel. Van knus komt meer tot au.Wil je mij toch tot gefrunnik noden?

Er is geen emoticon dat mijn meerlagige gevoel kan verbeelden. Eerder buikspreker
dan charmeur veins ik, al schakelend tussen brutaal en verlegen, dit gestuntel

Liefde is een werkwoord, de hel is de ander en ik is een fictie. Of is liefde fictie
een hemel de ander en ik een werkwoord? Is ik een ander, ben jij de liefde?

Het is net als met papieren vliegtuigjes vouwen: ze vliegen nooit allemaal. Ook
vrees ik dat je straks ik mis het geluid van brieven die op de mat ploffen sms’t

Aangezien jij nooit antwoordt stop ik. De ruimte om lyrisch te worden is te miniem.
Toch hoopte je ooit dat ik op mijn eenhoorn door jouw schermpje zou springen

Middels elektromagnetische golven trachtte ik je te verschalken maar verlies je
aan de chaos van alledag. Fluit met koortslip naar de liefde ja ik klap nu dicht

Schouw

Giga glossy, haar lichaam dat in badmode
geweldig uit het cellofanen water klimt

geen nagelriem beschadigd
geen oorlel doorgeprikt

Mieters deftig, zijn eng gezwembroekt lijf dat
bijkans schijndood uit het kleedhok stapt

geen schouders ooit brozer
geen porie zonder talg

Och smart, de lichamen kennen elkaar, acteren een
groet en beginnen uit hun snoepmonden te kwaken

geen pose natuurlijk
geen beweging onopgemerkt

Lieve help, de maagden lopen een eindje met elkaar op, de één vormelijk
grapjes makend die buiten de vriendenkring hun humor node ontberen

geen uitweg in draadhek
geen triomftocht per brommer

O mensch, en de ander schichtig lachend rap reikend naar handdoek terwijl
haar kijkers de zonneweide afspeuren naar de reeds vertrokken vriendin

geen tijd zonder bom
geen grap of

Ik onderbreek, want het lijkt al te kras op een hoofdstuk uit
mijn autobiografie, en geen poëzie zal ooit mijn lentedagen

figuurzagen opdat deze tot in het jaar 2071 op de schouw te
bewonderen blijven omdat er toevallig een verhuisdoos vol

foto’s omkiepert wanneer ik langs het huis fiets met de kamer
waarin je tijgerde, danste, vocht, blokte op je proefwerken en

vervloeide met de schaduwen van je ouders en oudere zussen in
de grauwte achter het raam waarin nu deze burgo bloemenvaas.

Groot ben ik en ik hoef echt niet met de koevoet te poeren om
iets te voelen dus ik stop en stap af en loer naar binnen en zie

een lamp een stoel een bank een scherm een box een pop een
hond en een roestig muuroog van het portret dat er niet hangt.

Copyright © 2010 Micha Hamel en uitgeverij Augustus

Uitgeverij Augustus

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum