Leesfragment: Oester

27 november 2015 , door John Biguenet
| |

15 september verschijnt van John Biguenet, Oester (Oyster, vertaald door Laura van Campenhout). Vanavond kunt u al het eerste hoofdstuk van de roman lezen en uw exemplaar reserveren of bestellen.

Het is 1957 en de handel in oesters ligt vrijwel stil in Louisiana. Felix Petitjean is bijna failliet. Hij heeft de beste oesterbedden, maar te weinig mankracht om optimaal te oogsten. Ten einde raad huwelijkt hij zijn dochter Therese uit aan de 52-jarige Horse Bruneau, de gehate rivaal die zijn huis en boot al in onderpand heeft. Horse aast al jaren op Felix’ handel. Onverbiddelijk zet Therese de wereld naar haar hand als ze Horse tijdens een geheime nachtelijke ontmoeting duidelijk maakt dat ze zich niet voor een boot of een huis laat verkopen. John Biguenet weet de rivaliteit tussen de twee families naar een genadeloos hoogtepunt te drijven. Zakelijke en persoonlijke belangen blijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. De puzzel is ingewikkelder dan op het eerste gezicht lijkt. Biguenet is een verteller die zonder franje de armoede van de jaren vijftig weet te schilderen. Door geraffineerd steeds een andere invalshoek te kiezen zorgt hij ervoor dat zijn boek leest als een spannende schaakpartij.

Plaquemines Parish
Louisiana

1957

 

Een

1

De doffe slag van de peddel op het zwarte water verried hoe ongeduldig Horse was toen de pirogue behoedzaam de bayou van Petitjean in gleed, waar hij het duister van de overhangende bomen aan de waterkant opzocht. Maar de deels onder water groeiende cipressenknoesten die tegen de romp van de smalle boot aan schuurden en de laaghangende takken die mogelijk doorbogen onder het gewicht van dikke mocassinslangen, vertraagden de voortgang van de pirogue. Bij de gedachte aan slangen schudde Horse zijn mes uit de schede en stak het naast zich in de bank.
Hoewel het bijna middernacht was, was het nog drukkend heet. Straks, voor zonsopgang, zou het afkoelen. Dan zouden onder de trage bladen van de plafondventilator de slapers wakker worden om met het laken aan het voeteneind hun afgekoelde lichaam toe te dekken. Echtgenotes zouden gaan zitten om de nachtpon aan te doen die hun man hen uren eerder had uitgetrokken. Kinderen zouden bij elkaar in bed kruipen. Maar tot het zover was, zou de hitte nog een paar uur door de vloerplanken van de huizen naar binnen sijpelen, van de naalden van de pijnbomen druipen. En een mannenhand zou de vochtige lucht klieven zoals een vin het water deed wijken.
Er flakkerde een lichtje in het wanordelijke duister. Het knipperde voortdurend terwijl de boot langs de zwarte boomstammen gleed die aan de oever stonden en hier en daar uit de bayou oprezen. Horse wist dat het baken de buitenlamp van huize Petitjean was. Hij bedacht dat hij de aanlegplaats aan de overkant van de open plek alleen kon bereiken via de trailerhelling van zijn oude rivaal, waar geen bomen stonden die hem konden verbergen. De vollemaan stond laag aan de hemel, maar hij was er niet gerust op.
Terwijl hij nog probeerde te bedenken hoe hij ongezien kon passeren, werd het aantal bomen minder. Hij kon het huis onderscheiden dat twintig meter van de bayou af stond. Binnen waren alle lampen uit; het gezin sliep waarschijnlijk al.
Horse bukte en trok zichzelf waar dat kon met zijn handen voort langs de oever, peddelend voor zover dat mogelijk was. Na een paar biertjes in de R&J snoefde hij altijd dat hij de fitste oesterman van tweeënvijftig in heel Plaquemines Parish was, maar hij wist dat hij beter niet helemaal van zijn boothuis aan Bayou Dulac hierheen had kunnen komen. Zijn schouders bonkten en ook zijn rug begon op te spelen. Waarom verdomme per se met de boot? vroeg hij zich af.
De pirogue gleed zijdelings langs de splinterige aanlegsteiger en hij greep een van de palen. Hij liet de trage stroom zijn boot tegen de aan de dwarslatten bevestigde autobanden drukken. Aan de andere kant van de steiger sluimerde de Mathilde in haar trossen.
Horse kwam een beetje overeind en fluisterde tegen het donker:
‘Therese?’
Tussen de pijnbomen achter de aanlegsteiger maakte zich langzaam een gestalte uit het donker los. Een blootsvoets meisje in een dunne jurk kwam dichterbij. Horse begon zijn boot af te meren.
‘Nee, neem me een eindje mee,’ zei ze resoluut en ze haalde de paalsteek weer los.
‘Oké, ma chère,’ zei hij, ‘dan gaan we een eindje varen.’ Hij hielp haar de schommelende pirogue in. ‘Heb je me daarom met de boot laten komen?’
‘Zorg jij nu maar dat we bij mijn vaders huis wegkomen,’ zei ze vanaf de boeg, met haar rug naar hem toe.
Horse stak af van de steiger naar het diepe water van de bayou. Nu hij het meisje in zijn boot had, nam zijn onbesuisdheid ineens weer toe, hoewel de maan steeds helderder aan de hemel stond. Ondanks de stekende pijn in zijn schouders stootte de peddel diep omlaag. Zijn krachtige slagen tilden hen bijna uit het water.
Toen ze op vierhonderd meter van haar huis de vaargeul bereikten, zei het meisje dat hij aan kon leggen. Horse liet de pirogue behoedzaam in het riet glijden, waar hij in de dunne modder van de moerasoever aan de grond liep. Omdat de achterkant bleef bewegen in de stroming gooide hij bij wijze van anker een emmer beton overboord, die hij met een touw aan het brede handvat van het mes bond dat hij in zijn bank had gestoken.
‘Houdt dat?’ vroeg Therese, zich omdraaiend op haar bankje.
‘We gaan nergens heen,’ verzekerde hij haar en hij wikkelde de lijn nog een keer om het heft van zijn mes.
Horse sloeg naar een mug in zijn nek. ‘Waarom wou je ineens zo stiekem met me afspreken?’
‘Jij wilt toch met me trouwen?’
‘Je bent me beloofd, Therese.’
‘Je bent ouder dan mijn moeder, Horse,’ protesteerde ze, ‘en ik ben verleden maand pas achttien geworden.’
‘Meisje, jij bent oud genoeg om te trouwen. Allang.’
‘Waarom wil je me eigenlijk?’
De man ging verzitten en de boot schommelde lichtjes. ‘Dat weet je best,’ fluisterde hij.
‘De tijden zijn veranderd, Darryl. Mijn vader kan me niet weggeven.’
Horse wreef over zijn gezicht voor hij naar haar opkeek. ‘Als jij gewoon ja zegt, is er geen vuiltje aan de lucht.’ Hij zag dat ze niet overtuigd was. ‘Luister eens, zonder elkaars oesterbedden redden we het geen van beiden. Barataria Bay is één grote planktonsoep en je weet dat er zelfs in Bay Sansbois niets te halen is. Hoeveel zakken hebben je vader en je broer vorige week binnengebracht? Nou? Maar ik heb een plan.’ Ergens vlakbij riep een kikker. ‘Je weet waar ik het over heb. We hebben elkaar nodig.’
‘Ik ken dat plan van jou. Je wilt mijn vaders oesters stelen omdat de overheid jouw bedden dichtgooit.’
‘Wie zegt dat?’
‘Iedereen. Je hoeft geen genie te zijn om de bacteriëntellingen in de krant te lezen.’
‘Dat is verdomme gelogen. Mijn oesters zijn de schoonste van heel Plaquemines Parish.’ Horse vermorzelde zijn woede in een gebalde vuist. ‘Trouwens,’ zei hij, diep inademend, ‘hoe zou ik de bedden van jouw vader moeten stelen? Die zijn al honderd jaar van de familie Petitjean.’
‘Je hebt de papieren van de Mathilde al, en sinds de winter ook die van ons huis.’
‘Ik heb jouw familie een dienst bewezen, meer niet. Er zit niks achter.’ De man deed zijn arm omhoog en drukte tussen duim en wijsvinger een dikke mug plat die zich daar zat vol te zuigen. Hij liet zijn hand met een plons in het water neerkomen om het bloed eraf te wassen. ‘Als we trouwen zijn de boot en het huis van jou. Een huwelijkscadeau. Wat dacht je daarvan?’
Het meisje keek uit over het moeras. ‘Weet je wat mijn vader zegt? Dat ik je een kans moet geven.’
‘Je moet me een kans geven. Wij hebben elkaar nodig, jouw familie en de mijne.’
De hoge rietstengels beefden in het windstille moeras. Met haar blik op Horse gericht, begon Therese haar jurk los te knopen. In het maanlicht zag hij dat ze er niets onder droeg. ‘Nou, Darryl, hier heb je je kans.’
‘Dit kan toch niet,’ bracht hij hijgend uit.
‘Doe je hemd uit,’ zei ze zachtjes.
Met haar jurk open kwam ze op de tast naar de achterkant van de boot. Ze ging met haar gezicht naar hem toe op zijn schoot zitten. Muggen hingen als een halo om hen heen.
Horse had zich nog nooit door een vrouw laten leiden. Haar kleine handen bewogen over zijn vochtige overhemd, waar ze de ene knoop na de andere losmaakten. Ze trok zijn overhemd uit, eerst over de ene pijnlijke schouder, toen over de andere. Hij liet zijn armen uit de mouwen zakken alsof het geepvissen waren die door de mazen van zijn netten glipten. Even wist hij niet waar hij zijn handen moest laten, maar toen wreef het meisje haar borsten tegen het dichte, springerige, grijze haar op zijn borst. Heel voorzichtig, alsof ze kon breken, sloot hij haar in zijn armen.
De wind tilde haar jurk op en trok de rok naar één kant over haar dij. Hij merkte dat ze zijn broek open probeerde te krijgen, maar zijn buik drukte te strak tegen de riem. ‘Doe het zelf even,’ fluisterde ze en ze knielde om de veters van zijn werkschoenen los te maken.
Hij hoorde de zware schoenen tegen de bodemplank bonken en voelde dat zijn voeten zich uit de sokken in haar handen wurmden. Nog altijd op de bodem van de boot geknield trok ze zijn kaki broekspijpen een voor een omlaag. Horse ademde snel maar hij probeerde zich te beheersen, zich tegenover haar teder te gedragen.
Ze pakte zijn onderbroek met twee handen vast en trok hem uit. Hij zat naakt in de pirogue en zijn grijze lichaamsbeharing gloeide in het maanlicht. Hij voelde zich machtig, gemeen. Oké, dacht hij, als ze het zo wil.
‘Doe je ogen dicht,’ zei ze plagerig.
‘Waarom?’ zei Horse en hij lachte zijn rotte tand bloot.
‘Het maakt me verlegen om mezelf zo ineens aan jou te laten zien.’
‘Jij verlegen? Ik heb nog nooit zo’n schaamteloos meisje gekend.’
‘Alsjeblieft?’ vroeg ze schuchter.
Horse deed zijn ogen dicht. ‘Zie je wel,’ zei hij, ‘wij worden gelukkig samen.’
Hij voelde de boot schommelen en deed zijn ogen open. Thereses jurk hing over haar bankje, maar zij was weg.
Hij was even in de war, tot hij haar opnieuw achter zich boven hoorde komen, vijf meter verderop in de vaargeul. ‘Wat doe jij nou?’ riep hij met gedempte stem.
‘Wat denk je? Zwemmen in het maanlicht. Kom.’ Haar lange benen kwamen boven het water uit toen ze weer onder het oppervlak verdween.
Toen ze weer wat verderop in de geul bovenkwam, speurde Horse bezorgd het water af. ‘Er zitten hier ’s nachts alligators. En haaien,’ waarschuwde hij.
‘Maak dat een ander wijs. Kom me maar halen. Ik geef je je kans.’
De man zuchtte. Hij liet zich over de zijkant zakken en gleed het zwarte water in. Het was een hele tijd geleden dat hij had gezwommen. Hij zakte tot zijn enkels in de zachte modder en moest zich bij elke stap lostrekken. Maar toen hij een halve meter van de pirogue verwijderd was, zakte de uitgebaggerde bodem van de vaargeul onder hem weg. Hij zwom op zijn hondjes naar Therese, die tegen een sterker wordende stroming in moest zwemmen nu het tij begon op te komen.
‘Wat zwem je langzaam,’ plaagde ze en ze spuwde water naar hem.
‘Kom, Therese, we gaan terug.’
‘Oké, om het hardst.’ Ze schoot er met een hoop gespetter vandoor. Horse schudde het water uit zijn ogen en volgde in haar kielzog.
‘Je bent sterker dan je eruitziet, meisje,’ riep hij haar na.
Hij bleef onder het zwemmen met zijn hoofd boven water en zag Therese in het vale licht glinsterend tevoorschijn komen toen ze zich in de boot hees. Haar glanzende rug verhief zich boven het gespleten hart van haar cul, zoals de oudjes dat nog altijd noemden. Puffend in het donkere water op weg naar de pirogue glimlachte hij toen hij het woord vertaalde. Sommige dingen klinken nou eenmaal niet goed in het Engels, besloot hij.
Therese zat achter in de boot en speelde met het ankertouw terwijl haar voeten in het water bungelden. Ze bleef Horse plagen. ‘Ik zeg je, een meisje gaat zich nog eenzaam voelen als ze op een man als jij moet wachten. Misschien moet ik mijn jurk maar weer aandoen.’
‘Ik kom al,’ sputterde hij tussen langzame slagen door. Hij begon te merken dat hij ouder werd. De pirogue leek op en neer te gaan, al was het water kalm.
Eindelijk was hij bij de boot. Hij hield zich met beide handen aan de zijkant vast en probeerde op adem te komen. Therese had haar benen opgetrokken toen hij dichterbij kwam en bracht haar gezicht nu vlak bij het zijne. ‘Ik heb iets voor je, ouwe,’ fluisterde ze.
‘Ik weet het, maar laat me even uitrusten, chère.’ Hij ademde weer in. ‘Je hebt me uitgeput.’
‘Kom,’ zei ze en ze greep zijn arm, ‘ik help je omhoog.’
Horse wipte een paar keer op en neer terwijl zijn voeten steun zochten op de modderige bodem en hees zich toen met gestrekte armen omhoog als een acrobaat aan een circustrapeze. Toen hij half in en half uit het water balancerend het dolboord greep, bewoog de boot en de achterkant gleed naar opzij weg. ‘Verdomme, de lijn is los,’ zei hij verbaasd. Toen hij zijn hoofd naar de bank draaide waar hij het anker aan vast had gebonden, schoot er een vlijmende pijn door zijn borst.
Mijn hart, dacht hij, vechtend om niet van zijn stokje te gaan terwijl hij zich de boot in werkte. ‘Therese… Therese, help me.’ Maar Therese duwde hem terug het water in. Toen hij naar omlaag keek om haar handen van zijn borst te trekken, zag hij het mes dat tot het heft tussen zijn ribben zat. Er liep iets over zijn lippen en kin wat dikker was dan water. ‘Jezus, meisje,’ hoestte hij, ‘wat heb je met me gedaan?’ Zijn greep op de kleine boot verslapte toen hij weer over de zijkant gleed.
Horse probeerde nog iets te zeggen, maar zijn mond zat al vol water. De modder greep zijn enkels, trok hem het slijk in, slokte hem op. Plotseling voelde hij, amper bewust, hoe haar naakte lichaam in het water het zijne raakte, hem opduwde. Een meermin voor een verzopen schipper, dacht hij, bijna glimlachend. Hij ging met haar omhoog, naar haar toe. Hij voelde zich langs haar dij glijden, in haar komen.
Het water spleet open als een laken dat doormidden werd gescheurd. Proestend en hijgend zoog de man zijn longen vol hete lucht. ‘Hou vol, Horse,’ hoorde hij haar fluisteren, ‘ik heb je.’
Maar ze was niet bij hem in het water. Ze zat nog in de boot. Ze had haar hand in het water gestoken en hem aan zijn haar omhooggetrokken. ‘Volhouden, hoor je?’ Horse hing met één arm over de zijkant aan de boot en klampte zich uit alle macht vast.
Terwijl Therese de pirogue achterwaarts naar het diepe water van de vaargeul peddelde, liet de modder zijn enkels gaan. Zijn benen kwamen naast de boot omhoog en stootten tegen de romp. Het was opkomend tij, en zodra de stroming er vat op kreeg, dreef de pirogue in de richting van de Golf.
‘Horse, hoor je me?’ Ze liet haar gezicht weer tot vlak bij het zijne zakken. Hij opende zijn ogen. Haar borsten, boven hem, leken net twee manen. ‘Ik ben niet te koop voor de prijs van een boot. Begrepen?’ De man wist niets uit te brengen. Hij probeerde te knikken.
Hij knikte nog steeds toen ze het ankertouw drie keer om zijn nek draaide en de emmer beton overboord gooide.

Oorspronkelijke titel Oyster
Copyright © 2002 John Biguenet, in overeenstemming met Sterling Lord Literistic, Inc.
Copyright Nederlandse vertaling © 2010 Laura van Campenhout / Uitgeverij Ailantus

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum