Leesfragment: Andermans geld

27 november 2015 , door Justin Cartwright

5 juli verscheen van Justin Cartwright Andermans geld (Other People’s Money), vertaald door Marian Lameris en Rob van der Veer. Hier kunt u het eerste hoofdstuk lezen en uw exemplaar reserveren.

N.B. Andermans geld is in de zomer van 2011 met Antonio Pennacchi's Het Mussolinikanaal een van de twee Athenaeum Boekhandel Zomerboeken. Wij raden u deze boeken dringend aan.

De eerbiedwaardige bank Tubal & Co is al meer dan 300 jaar een familiebedrijf. Julian Trevelyan-Tubal voert er al enige tijd het bewind sinds zijn vader is geveld door een hersenbloeding. Maar de afgelopen jaren heeft de bank zijn geld voornamelijk in hedgefondsen gestopt en nu staat hij op het punt van omvallen. Alleen verkoop kan hem redden, maar dan moet de bank wel gezond lijken. Julian is dan ook bezig om honderden miljoenen rond te sluizen van privéstichtingen naar de bank.

In Cornwall heeft theatermaker Artair MacCleod ondertussen hele andere zorgen: de maandelijkse toelage die hij van Tubal & Co krijgt, is plotseling gestopt. Net nu hij Daniel Day-Lewis lijkt te kunnen strikken voor een filmrol in een door hem geschreven scenario. Een journaliste gaat op onderzoek uit naar de achtergrond van het stoppen van de toelage.

Langzaam ontspint zich een web van geheimen en bedrog, een familie die de gelederen sluit en een bank die de speelbal van hedgefondsen en speculanten wordt.

Andermans geld trekt de lezer mee in een wereld waarin miljoenen even gemakkelijk worden verdiend als verloren. Een wereld waarin bankiers weinig geleerd hebben van de crisis en Russische oligarchen en Amerikaanse durfinvesteerders de dienst uitmaken.

‘Urgente, actuele fictie. In Andermans geld worden familie en geld voor altijd met elkaar verweven.’ The Independent

‘Briljant.’ The Times

‘Eersteklas literatuur. Een feelgood-roman over de financiële crisis. Fantastisch.’ Financial Times

Justin Cartwright werd geboren in Zuid-Afrika en studeerde in Oxford. Zijn veelgeprezen werk werd onder andere genomineerd voor de Booker Prize.

Rob van der Veer (vertaler van o.a. Philip Roth) en Marian Lameris (vertaalster van o.a. Jonathan Franzen) vertaalden ook eerder werk van hem.

Herdenkingsdienst voor Sir Harry Trevelyan-Tubal, cbe, Bt. in St Paul’s Cathedral, in de City of London

Bij een herdenkingsdienst voor sir Harry Trevelyan-Tubal, cbe, baronet, werden de koningin en de hertog van Edinburgh vertegenwoordigd door sir Thomas Carew Knollys, werd de prins van Wales vertegenwoordigd door kolonel lord Maltravers of Deeside, en werd de hertog van Kent vertegenwoordigd door de heer Jonathan Bowes-Griffon.
De gebeden werden uitgesproken door de bisschop van Londen, de zeer eerwaarde heer Crispin Smythe, bijgestaan door de eerwaarde heer Kevin Pegley, voorganger van All Hallows in de City of London. Ook aanwezig waren de ambassadeur van de Verenigde Staten van Amerika, de heer S. Fielding Klipspringer, de ambassadeur van Frankrijk, graaf Henri de Mossigny-Mumm, de burgemeester van Londen, wethouder sir Tristram Tarkington, de Lord Lieutenant of Middlesex, luitenant-generaal (b.d.) sir Augustus (Bobby) Popham, MC.
Aanwezige familieleden waren lady Trevelyan-Tubal (weduwe), sir Simon Trevelyan-Tubal (zoon), de heer Julian Trevelyan-Tubal (zoon) en mevrouw Kimberly Trevelyan-Tubal (schoondochter), lord Andrew Finch-Tubal (neef), de heer Thierry Lane (neef), mejuffrouw Daisy Trevelyan-Tubal (achternicht), Sam en Alice Trevelyan-Tubal (kleinkinderen), mevrouw Simon Cassirer (stiefdochter), Frieda, gravin van Westerhagen (zuster) en vrijheer Fritz-Dietlof, graaf van Westerhagen, mevrouw Charlotte Stammers (nicht), mejuffrouw Poppy Trevelyan-Tubal (nicht), de heer Jean-Pierre Loup en nog andere familieleden. De hertog en hertogin van Albemarle, de hertog van Chelsea, de graaf en gravin van Mayo, de graaf en gravin van Wendover, de Macallan van Macallan en lady Macallan, the Malcolm, Lord of the Western Isles, sir Frederick Blackwater (als vertegenwoordiger van het Fonds voor de podiumkunsten), de minister van Economische Zaken, Innovatie en Kennisontwikkeling, de heer Oliver Goldstone, QC, MP, luitenant-generaal sir Archibald FitzHealde, kbembe (namens het Gilde van de vishandelaren), sir Dominick Westwood (namens de Royal Opera Company), de heer Ruud Kronwinkel (namens de Koopman Liefdadigheidsstichting) en mevrouw Alice Freemantle (namens het Genootschap van bankiers) waren aanwezig. Onder de overige aanwezigen waren de heer Nigel Stafford, de heer Bryce Boyd, mevrouw Estelle Welz, de heer Morné Nagel (namens het Fonds voor gehandicapte rugbyspelers), de heer Artair MacCleod, mevrouw Amanda Stapleton, mevrouw Arthur Green, professor sir Simon Greene (namens de Judaeo- Christian Foundation), de heer Paul-Henri Colle (namens de gemeente Cap d’Antibes), mevrouw Shirley Simms, de heer Len Snibble (namens het personeel van Tubal & Co), mevrouw Tineke Pachod, mevrouw Alicia Bruce-Caldesi, de heer Franck Dangereux, mevrouw Inez Duegenheim-Arndt, mevrouw Lulu Whitbread, de heer Giovanni Paschetto, de douairière lady Huntingtower en graaf Hervé de la Marinière. De Trumpeters of the Household Cavalry speelden een bewerking van Purcells Trumpet Voluntary, begeleid door de organist dr. Claude Brown, frco. Sir Simon Trevelyan-Tubal (zoon) las passages uit eigen werk, de heer Julian Trevelyan-Tubal (zoon) hield een toespraak en las een gedicht van W.H. Auden voor, mejuffrouw Poppy Trevelyan-Tubal (nicht) las voor uit het werk van Hugh Plunkett-Greene en de bisschop van Londen hield de lofrede. Sir Alfred Brendel speelde drie stukken van Chopin en Anne Sofie von Otter (mezzosopraan) zong een van haar liederen uit Theresienstadt. De Illustere Compagnie van piekeniers en musketiers betrok de wacht voor de St Paul’s Cathedral.

 

1

In deze tijd van het jaar is Antibes op zijn best. De amandelbomen bloeien, de zee raakt zijn donkerte kwijt, de meeste koude regens zijn ongemerkt weggevaagd, de mistral heeft de lucht opgeklaard en de geraniums worden in de volle grond gezet. Je voelt dat na de lange, eentonige winter het warme leven in de Provençaalse aarde weer begint.
Achter de smaakvol afbrokkelende, langzaam verblekende muur die de Villa Tubal beschermt tegen de blikken van toevallige voorbijgangers en bont uitgedoste toeristen zijn de drie tuinmannen druk bezig. Het zijn Algerijnen, met droevige, bestoppelde gezichten. Sir Harry Trevelyan-Tubal zit graag in de tuin. Hij houdt vooral erg van de geur van de parasoldennen en de mimosa, en van de vleugjes tijm die vanaf de helling achter het huis komen aanwaaien op de mistral. In deze streken wordt een goede gezondheid vaak aan de mistral toegeschreven.
Sinds zijn beroerte, drie jaar geleden, heeft hij moeite met schrijven, maar hij dicteert elke ochtend een brief aan zijn zoon, die hem op de bank vervangt, en geeft hem instructies en adviezen. Hij schrijft ook aan oude vrienden en aan belangrijke financiële en politieke figuren. Zijn secretaresse, Estelle, typt die brieven uit, waarna ze per FedEx naar hun bestemming worden gestuurd. Nu loopt hij, een beetje trekkend met zijn linkerbeen – de ene dag gaat het beter dan de andere – voor het eerst dit jaar over het grindpad tussen de lage buxushaagjes naar zijn plek op het terras, waar zijn ontbijt klaarstaat op het blauwe Provençaalse aardewerk dat hij bij informele gelegenheden het liefst gebruikt. Op dit terras, dat uitkijkt over de baai en het botenhuis beneden, heeft Churchill ooit zitten schilderen, terwijl de nog jonge Harry toekeek. Ondanks het feit dat zijn been niet erg meewerkt maakt hij op een afstand niet de indruk van een meelijwekkende figuur. Hij is elegant gekleed in een lichtbruin jasje met goudkleurige draden erdoorheen geweven, waardoor het bij dit heldere licht bijna lijkt te glinsteren; het jasje is eigenzinnig gecombineerd met een aubergine broek en tweekleurige bootschoenen. Zijn dikke grijze haar is deels verborgen onder een panamahoed, net afwijkend genoeg om wie dat van belang vindt duidelijk te maken dat het een Montecristi is van Lock & Co., de firma die hem al meer dan zestig jaar van hoeden voorziet. Er is in zijn garderobe, nee, in de hele villa, niets dat ordinair, in massa vervaardigd of wansmakelijk is. Op miraculeuze wijze, zonder dat er interieurontwerpers aan te pas zijn gekomen, is de villa naar deze staat van genade toe gegroeid. De Trevelyan-Tubals voelen zich niet zozeer thuis in hun omgeving als wel meester van hun omgeving. Het lijkt wel of levenloze voorwerpen, zelfs het landschap, onderworpen zijn aan hun wil en smaak. En in zekere zin is dat ook zo: het landschap, dat er nu zo natuurlijk uitziet, is tachtig jaar geleden op een rotsachtig, met struikgewas bedekt schiereiland aangelegd door sir Harry’s vader.
Sir Harry’s ontbijt staat klaar op de tafel en de parasol is precies zo neergezet dat de borden in de schaduw staan. Omdat lady Trevelyan- Tubal in Mulgrave House op Chelsea Square verblijft – ze is al de hele winter in Londen –, komt Estelle, die eenenzeventig is, bij hem zitten. Ze eet niet, maar neemt voorzichtige slokjes café au lait en heeft haar blocnote bij de hand voor het geval hij wil dicteren. Ooit, vele jaren geleden, heeft hij tegen haar gezegd dat hij zich stoorde aan de manier waarop ze dronk, en dus neemt ze nog altijd kleine slokjes, met nooit falende zelfbeheersing. Maar ze aanbidt hem, al meer dan dertig jaar. De bank betaalt haar salaris en ze heeft haar eigen huisje dat verstopt ligt achter de graveltennisbaan en het bijbehorende paviljoentje. Het huisje zelf is gebouwd in de stijl van een Provençaalse mas.
Sir Harry laat toe dat ze zijn mond afveegt als er kruimels van zijn amandelcroissant blijven hangen in het schuim dat zich bij het eten om onverklaarbare redenen in de hoeken van zijn halfverstijfde lippen vormt. Ze is ook zijn tolk geworden, omdat zelfs zijn vrouw hem niet kan verstaan als hij praat. Estelle doet niet moeilijk en jaagt hem niet op.
‘Is er antwoord van Julian?’
‘Nog niet, sir Harry. Hij is nog in Parijs bij een vergadering van de trust, en komt pas later vandaag terug. Vroeg in de avond waarschijnlijk.’
‘Goed, luister, Estelle. We moesten maar eens aan het werk, vind je ook niet?’
Hij zet zijn koffiekopje abrupt neer en het komt in scherven op het terras terecht, maar hij lijkt het niet te merken. Zij roept een dienstmeisje, dat een eindje van hen af staat, om de tafel af te ruimen. Hij begint. Zij gelooft dat ze ieder woord kan verstaan, hoewel zijn stem vreemd ver weg klinkt – ze heeft weleens gedacht aan een vogel die klem zit in de schoorsteen –, alsof de woorden zijn mond via een achterweggetje bereiken. Soms doet dit haar denken aan de telefoon van haar broer, Lionel, die gemaakt was van een stuk tuinslang en twee wittebonenblikjes: zij moest boven blijven terwijl hij in de achtertuin tegen haar praatte en zijn stem bijna niet te horen was. Hij onderbrak zichzelf om instructies te roepen. In sir Harry’s klinkers zitten gesmoorde jodeltonen, en in zijn medeklinkers de ruwheid van een blaasinstrument, zodat het ritme van zijn spraak vervormd wordt vanaf het punt waar de spraak vandaan komt. Maar daar is ze aan gewend.
‘Beste Julian, de amandelbomen bloeien en de…’
Hij wijst naar de Middellandse Zee.
‘Zal ik “de zee” schrijven, sir Harry?’
‘Ja, ja natuurlijk “de zee”.’
‘“De zee is…”?’
‘De zee is kalm en zo blauw als een…’
‘“Een eendenei”?’
‘Eend-ei. Julian, mag ik je eraan herinneren dat het beleid van Tubal & Co altijd is geweest om in de omgang met onze dieren’ (dat verandert ze in ‘cliënten’) ‘de grootst mogelijke zorg te betrachten, omdat ons bestaan afhangt van de zijden draad die ons en hen met elkaar verbindt, al vele generaties lang, zodat de bank, zoals ik graag zeg, in zekere zin een…?’
‘“Een levend organisme”, sir Harry?’
‘Een levend organisme is, dat alleen kan blijven bestaan als het levensbloed blijft stromen. Ons bedrijf…’
Estelle is blij te zien hoe hij voor zijn onderwerp warmloopt.
‘Ons bedrijf is gebaseerd op het vertrouwen…’
‘“Van onze cliënten”?’
‘Onze cliënten, zoals mijn vader…’
Hij aarzelt.
‘“Sir Ephraim”?’
‘Zoals mijn vader, sir Ephraim, graag zei. Maar al te graag.’ Hij zwijgt nu en staart naar de zee waar de eerste jachten van het nieuwe seizoen verschenen zijn. Ze zien er tiptop, schoon en hoopvol uit.
‘Maar al te graag. Die onzin. We runnen geen casino.’
Estelle voelt een grote droefheid. Hij is uitgepraat. De oude frasen zijn staccatogewijs uit zijn hoofd ontsnapt en er blijven er steeds minder over. Ze zal ze opknappen voordat ze ze verstuurt. Haar droefheid is niet helemaal vrij van eigenbelang, want de afgelopen tweeëndertig jaar fungeerde zij naast hem als een loodsmannetje naast een walvis en zwom ze in zijn boeggolf, hevig maar discreet verliefd, en nu ziet ze dat die imposante walvis gestrand is. Hij is min of meer in de steek gelaten door de familie, maar dat vertelt ze aan niemand. Zoon Simon zit in het Afrikaanse oerwoud, Julian komt bijna nooit op bezoek en Fleur is al vanaf Kerstmis niet meer geweest. Fleur schijnt haar dagen op de sportschool te slijten. Ze vindt het kennelijk moeilijk om haar echtgenoot te zien aftakelen.
Zijn ogen zijn nog steeds op de Middellandse Zee gericht. Hij ziet alleen vlekjes kleur, denkt ze, zoals op de Matisse van een uitzicht door een raam op de haven van Collioure, zijn eerste aankoop in 1952, die in de hal hangt en waar hij de laatste tijd vaak urenlang naar kijkt. Ze weet dat die hem 4.900 pond heeft gekost en nu miljoenen waard is. Minstens twintig miljoen. Maar hij heeft absoluut geen belangstelling voor de waarde van zijn schilderijen en verkoopt alleen als hij uitgekeken is op een schilder. Toch houdt zij ze allemaal bij in haar vrije tijd. De wereld heeft voor hem zijn oneindige subtiliteit verloren. De manier waarop hij spreekt suggereert dat zijn verstand niet meer is wat het geweest is, maar zij hoopt dat hij in zijn brein, ergens achter de poort waar de woorden verschijnen, nog in staat is dit soort subtiliteiten te begrijpen en waarderen. Vroeger genoot hij van verbazend kleine gebeurtenissen in de natuur en andere dingen – veranderingen van het seizoen en mos op het pad en vogelgezang en boekbanden – naast de opera, het ballet en een paar dagen zalm vissen op de Tay, of forel op zijn gedeelte van de bovenloop van de Test, waar het water helder en de forel alert is. Veel cliënten van de bank hebben met plezier gebruik gemaakt van de operaloge en genoten van de opening van de door sir Harry gesponsorde tentoonstellingen. Julian ziet niets in de opera. Hij denkt dat die de aandacht afleidt van het werkelijke oogmerk van de bank, namelijk het scheppen van waarde, en een verkeerd signaal afgeeft, op een manier waarvan zijn vader geen enkele notie heeft. Voor zijn beroerte had zijn vader gefulmineerd tegen hedgefondsen, kennelijk niet beseffend dat hedgefondsen toen een tijdje verantwoordelijk waren voor een groei van zestig procent in de portefeuille van hun cliënten. Die waren daar veel gelukkiger van geworden dan van een paar avonden naar in maillot rondhuppelende dansers van het Royal Ballet kijken. Onder Julians regime – tot voor kort – sponsorde de bank golf en een hele dag in Ascot. Paardenrennen zijn natuurlijk aantrekkelijk voor de oliestaten, maar ze heeft vernomen dat alle sponsorships nu opnieuw bezien worden.
Estelle heeft sir Harry niet verteld dat de loge verkocht is. Hij heeft het nog weleens over naar de opera gaan, of met een groepje mensen naar een voorstelling in Glyndebourne. Estelle heeft de indruk dat Fleur niet graag met hem gezien wordt, nu hij moeilijk loopt en soms kwijlt, en met die vreemde stem van een gevangen vogel praat. Ze is veel jonger dan sir Harry, maar dat wist ze tenslotte al toen ze bij die toneelschrijver wegging om met hem te trouwen.
Estelle kijkt hoe hij naar de zee zit te staren. Ze vraagt zich af wat hij werkelijk denkt. Het lijkt of hij, ondanks de tragedie waardoor hij is getroffen, op de een of andere manier zijn talent voor vrolijkheid heeft behouden, en ook zijn feilloze keus in wat hij draagt. Op een afstand heeft hij niets van een zieke, hoewel er van dichtbij gezien op de huid van zijn gezicht een soort wit, schimmelachtig waas ligt. Als van een appel die in een schuur bewaard wordt. Hij is te mager, zodat zijn benen de aubergine broek nauwelijks aanraken wanneer hij zit. Het lijkt wel de broek van een marionet, alleen maar lucht. Toch maakt hij een rustige indruk. Een enkele keer, als hij zijn brieven aan Julian dicteert, raakt hij opgewonden. Nu kijkt hij goedkeurend naar het in de baai laverende jacht.
‘We moeten de…’
Hij wijst naar de jachten.
‘De boot vaarklaar maken?’
‘Ja. Zeg tegen…’
‘Bryce?’
‘Zeg tegen Bryce dat hij voor Kerstmis vaarklaar moet zijn.’
‘Pasen, denk ik. Ik zal een aantekening maken.’
‘Julian en de kinderen willen vaar.’
Julians naam vergeet hij nooit en Estelle vindt dat roerend. Op dat moment komt een van de huisbedienden, Antoine, aanlopen.
Hij spreekt Engels tegen Estelle, omdat ze nooit veel Frans heeft geleerd.
‘Madame, er is een heer bij het hek. Hij wenst met Monsieur Julian te spreken.’
‘Wie is het?’
‘Het is de Russische heer die Villa Floriana gekocht heeft.’
‘Ik zal hem wel te woord staan.’
Estelle loopt naar het hek aan de voorkant. Hun nieuwe buurman, Boris Vladykin, staat daar in een erg grote korte broek. Hij transpireert en zijn adem ruikt naar alcohol.
‘Goedemorgen, meneer Vladykin.’
‘Ik wil spreek met meneer Julian.’
Zijn gezicht is breed en bezweet; de voorjaarszon is warm.
‘Hij is er niet, maar hij komt binnenkort. Wat wilt u met hem bespreken?’
Zijn Engels is niet zo best.
‘Ik wil spreek met meneer Julian over boot.’
‘De Niobe ligt op de werf in de haven voor reparatiewerkzaamheden. Meer weet ik niet. Tot ziens, meneer Vladykin. Meneer Julian komt volgende week. Hij zal het wel weten.’
Ze sluit het hek en loopt door het huis terug naar buiten, het terras op. Vladykin belt nog eens, maar ze negeert hem.
Harry maakt een geluid, dat Estelle interpreteert.
‘Het was meneer Vladykin. Ik weet niet wat hij wil. Hij had die vreselijke korte broek aan.’
Harry is uit zijn doen. Zijn gezicht is rood en zijn blik is bezeerd en rusteloos. Ze vraagt zich af wat Vladykin wil. Ze voelt een groeiende onrust. De barbaren staan voor de poort.

© 2011 Justin Cartwright
All rights reserved
© 2011 Nederlandse vertaling Marian Lameris en Rob van der Veer en uitgeverij Mouria, Amsterdam
Alle rechten voorbehouden

Uitgeverij Mouria

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum