Leesfragment: Das Magazin

27 november 2015 , door Daan Heerma van Voss
| | | |

Afgelopen maand haalde het nieuwe literair tijdschrift Das Magazin in twaalf dagen 5.000 euro op door crowdfunding (fondsenwerving via internet) onder het motto: 'Het kabinet en de crisis kunnen ons wat, wij verkopen ons tijdschrift zelf wel.' Op zondag 4 september wordt het nulnummer, met het thema 'De mislukking', gepresenteerd op Manuscripta met een woordenbingo. Das Magazin is exclusief verkrijgbaar bij Athenaeum of via dasmagazin.nl. Vanavond kunt u al een van de bijdragen lezen van de hand van de jonge schrijver Daan Heerma van Voss. Het betreft zijn aandeel in de briefwisseling met Jaap Jan van der Wal over succes.

N.B. Zie ook de voorpublicatie uit Heerma van Voss' debuutroman op deze site.

Beste Jan Jaap,

Iemand schrijven is hem (vaker een haar) in vertrouwen nemen, om dit vertrouwen daarna onherroepelijk te schaden. Dat je het weet.

Ik schrijf omdat ik niet durf te bellen. Uit respect en niets dan respect schrijf ik deze brief broodnuchter, al druist het in tegen mijn principes. Ik zit met vragen, JJ, gesteld en onbeantwoord gelaten door mijn vrienden en mijzelf, vragen die me onrust baren, overdag en ’s nachts, wakend en slapend.

Ik ben vijfentwintig geworden. Een leeftijd waarop het leven uit meer begint te bestaan dan uit een leuk vriendinnetje, het uitblijven van constipatie en iedere avond een lapje suddervlees. Dat meer noemen wij, bij gebrek aan beter, succes. De vraag naar wat succes echter precies is, zo abstract geformuleerd, lijkt me onmogelijk te beantwoorden. En in een strikt individuele zienswijze (‘gewoon, gelukkig zijn’) is niemand geïnteresseerd.

Wel zou je kunnen vaststellen dat degenen die nadenken over deze vraag over het algemeen te veel tijd omhanden hebben, of niet geloven in masturberen of lezen. Ze geloven in ‘The Secret’. Boeken, dvd’s, cd’s; er gaan honderden miljoenen om in het speculeren over (en in) succes.

Succeshandelaren boezemen mij angst in. Ik vertrouw ze niet. Ze zijn te vergelijken met die lui van de kamasutrabeurs: als ze echt zo van billen houden, waarom besteden ze dan hun tijd en aandacht aan het organiseren van kutbeurzen in de RAI?

Als ik ergens in geloof, is het in goeroes van mislukking. Ik ben volgzaam. Ik misluk graag en veel. Men zou er een zeker talent in kunnen zien. Daarover schrijf ik jou, Jan Jaap, uitgerekend jou zou ik willen zeggen. Maar dan zou ik liegen. Je bent een van de weinige Bekende Nederlanders die mijn noodlottige verhuizing van Amsterdam-Centrum naar Amsterdam-Centrum heeft overleefd.

Jan Jaap, jij kent succes, maar geloof je in mislukking?

Er zijn mensen die het leven als een soort kunst zien – als je ze kent, geef ze aan. If true, kan men dan even glansrijk falen als slagen, kan de mislukking, mits goed en systematisch doorgevoerd, even schoon zijn als succes?

Een vriend van mij, van wie ik soms vermoed dat het een eikel is, definieert succes als ‘dat mensen weten wie je bent’. In dat geval ben jij succesvoller dan ik. Laten we voor het gemak aannemen dat dat zo is. Betekent het tegenovergestelde — dat mensen jouw kop zien zonder hem te kunnen plaatsen, of erger: zonder hem precies te kunnen plaatsen — dan ook dat je gefaald hebt, mislukt bent? Zou je balen als mensen vroegen of je Thomas Acda bent?

Je merkt: mislukken ligt me na aan het hart. Je zou me kunnen zien als een verdediger van het genre. Een soort wreker.

Zonder mislukking zijn wij niets. Zonder succes kunnen wij nog alle kanten op.

Alle goede literatuur gaat over mislukking, het ene boek explicieter dan het andere. De schrijver die geen oog heeft voor falen, voor de angst ervoor of de verlokking, en bovenal het wonderbaarlijke niet-verliezen van de moed, die heeft mijns inziens weinig aan de wereld toe te voegen. Angst en medelijden, volgens Aristoteles de ingrediënten van een goede tragedie, zijn tevens de belangrijkste componenten van het leven zelf. Succes is leuk, maar in godsnaam, niet te veel en niet te lang. Hetzelfde geldt voor ostentatief gelukkig zijn. Geluk is toegestaan, mits beoefend in de beslotenheid van het eigen huis.

Maar nu. Waarom mislukken het slagen verder voorbijstreeft is de humor. Er is niets grappigs aan iemand met succes. Ik moet denken aan de clown Bassie (zonder schmink) die ik ooit woest zag toeteren omdat het invalidenwagentje voor zijn jeep stapvoets reed. Bassie had haast. Bij het voorbijrijden schold hij de desbetreffende invalide vervolgens uit voor ‘kankermank’, ik weet het nog goed, ik was elf, twaalf misschien, en tegen wil en dank een trouw kijker. In Bassies demasqué lag voor mij tevens zijn rehabilitatie: zelden heb ik zo gelachen, laat staan om hem. Humor bestaat bij de gratie van tragiek.

Wanneer mensen falen, wanneer ze zichzelf verliezen in vernedering, dan zijn ze op hun menselijkst. Zodra mensen succes hebben, ons dagelijkse gekrabbel op de aardbodem ontstijgen, verliezen ze in zekere zin hun menselijkheid. Succes brengt in eerste instantie liefde voort, of bewondering. Deze zal echter altijd omslaan in haat, woede, en begrijpelijke jaloezie. Niets brengt de goegemeente zoveel plezier als een held die van zijn troon stort, een engel die valt. Mislukking is wat succes zijn smaak geeft, in de woorden van Truman Capote, al was dat in het Amerikaans, en met een nichterig accent.

Ik zie mijzelf graag als een gevallen held (geen engel). En weinigen zullen tegenspreken dat ik hilarisch ben, zowel in karakter als in gedrag. (Mijn verschijning daarentegen schijnt iets weemoedigs te hebben.)

Mijn meest recente mislukking lag in de liefde. Met een petitie heb ik geprobeerd mijn ex-vriendin en Grote Liefde terug te krijgen, ach, je weet er alles van — je hebt ook getekend, in dat chique hotel met Sylvie Van der Vaart aan de muur, we dronken koffie en sap, ik gaf je mijn nogakoekje. Na de petitie heb ik bij een middelgrote hamburgerketen de maandburger naar haar laten vernoemen. Noch haar naam op een stuk vlees, noch die van al die anderen op papier, hebben haar bij me teruggebracht. Maar de mensen vonden het prachtig, ze lachten, vonden mijn pogingen even zielig als vermakelijk. En nu schrijf ik erover. Om geld te verdienen, de wreker is een venter geworden. Ik leef van mijn falen – pap en bonen.

Jan Jaap, als ik ooit de textuur van het slagen proef, zou ik het dan herkennen? Als ik misluk tot ik gelukkig ben, lach jij dan met me mee?

Yours truly,

Daan Heerma van Voss

Lees het antwoord van Jan Jaap van der Wal in het nulnummer van Das Magazin.

Foto © Liza de Rijk

Das Magazin

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum