Leesfragment: De avonturen van Kornél Esti

27 november 2015 , door Dezsö Kosztolányi

17 mei verschijnt Dezsö Kosztolányi's De avonturen van Kornél Esti, in de vertaling van Mari Alföldy. Vanavond kunt u al een fragment eruit lezen, en uw exemplaar vooruit bestellen.

Kornél Esti is het schelmachtige alter ego van de beroemde Hongaarse schrijver Kosztolányi (1885-1936). In deze meesterlijke verhalen beleeft Kornél uitzonderlijke en vaak absurde avonturen. Zo doet hij als arme student op weg van Parijs naar Boedapest alles verkeerd in een deftig restaurant in Zürich, moet hij een chique dame vertellen waarom haar roman zo slaapverwekkend is, en gaat hij in de rouw vanwege zijn overreden hoed. Het slotverhaal bevat de briljante apotheose waarin Kosztolányi niet alleen deze verhalen maar ook de aard van zijn kunstenaarschap karakteriseert.

Net als in het eerdere De bekentenissen van Kornél Esti ademen de verhalen een bijzondere sfeer, van weemoed en vergeefsheid, maar geven ze de lezer tegelijkertijd het gevoel dat hij ‘even alles begrijpt’. Naast deze verhalen selecteerde vertaalster Mari Alföldy nog een vijftiental andere verhalen, die qua sfeer en thematiek aansluiten bij de Estiverhalen.

De Estiverhalen behoren tot het beste wat de Hongaarse literatuur te bieden heeft. Naast de romans Anna, Leeuwerik en Nero, de bloedige dichter verscheen eerder bij Van Gennep de bundel De bekentenissen van Kornél Esti. Hierover schreef de pers:

‘Kosztolányi speelt met de ernst van het leven, maar is ernstig in zijn spel.’ – Györgyi Dandoy in NRC Handelsblad

De bekentenissen van Kornél Esti behoort tot die romans die je doen denken dat je voor even alles begrijpt (…). Goddelijke kroegtaal is het, geoudehoer zoals Gerard Reve zei, dat toch inzicht geeft, werelden bevattelijk maakt.’ – Henk Pröpper in Vrij Nederland

‘In hun samenhang vormen de anekdotes een levensgeschiedenis, niet zozeer van een individu als wel van een tijdperk en een type. En omdat dat type en dat tijdperk een reeks rake vragen stellen, zijn hun verhalen onder al hun vrolijkheid ook nog eens verontrustend: wat wil een lezer nog meer?’ – Michaël Zeeman in de Volkskrant

Hoe moet je eigenlijk liegen? vroeg Kornél Esti zich af.
De experimentele psychologie adviseert om bij het bedenken van een excuus gebruik te maken van dingen die regelmatig voorkomen in het leven. Als je bijvoorbeeld een eetafspraak hebt en geen zin hebt om erheen te gaan, kun je het beste een onschuldige ziekte aanvoeren. Hoofdpijn, verkoudheid enzovoort. Aangezien die ziektes het vaakst voorkomen, ligt het voor de hand dat een dergelijk excuus – op basis van kansberekening – zal worden geloofd.
Maar toch is het niet zo. Misschien werkten zulke uitvluchten een paar eeuwen terug nog wel, maar intussen zijn ze versleten. Hoofdpijn en verkoudheid komen namelijk niet alleen vaak voor in de werkelijkheid, maar ook in het arsenaal van leugens.
Het is meer dan eens voorgekomen dat ik ergens niet naartoe ging omdat ik hoofdpijn had. Maar daarmee aankomen is botter dan ronduit te schrijven: ‘Ik vind jullie vervelend, ik veracht jullie, jullie kunnen doodvallen.’ Daarom bracht ik niet de waarheid in, maar een echte leugen. Stel je voor, bij het knippen van mijn nagels heb ik met de schaar in mijn teen geprikt, ik kan niet meer staan, ik moet regelmatig kompressen op de wond leggen, of: ik ben door een zwerfkat gebeten en moest in allerijl naar het Pasteur Instituut om me te laten inenten tegen hondsdolheid.
Dat zijn betere leugens. Waarom? Omdat ze onwaarschijnlijk zijn. Leugens streven naar waarschijnlijkheid – dat is een van hun kenmerken – en als de mensen dus zulke gewaagde, onbestaanbare nonsens horen, denken ze niet zo gauw dat ze worden belogen, want die leugens zijn zo doorzichtig en onnozel dat ze niet als leugens worden herkend. Goed, het allereerste ogenblik schiet hun misschien wel de verdenking door het hoofd dat ze voor de gek gehouden worden, maar het volgende ogenblik wijzen ze die gedachte al verontwaardigd van de hand, want het idee alleen al dat zij, die minstens zo intelligent zijn als wij, met zulke flauwiteiten bij de neus zouden worden genomen, is voor hen beledigend. En vervolgens? Ze veronderstellen geen schaamteloosheid bij ons, maar gaan uit van de altijd verrassende en onberekenbare toevalligheden van het leven, die al vaker zulke grappen met hen hebben uitgehaald. En ze vinden het avontuurlijke verhaal ook wel amusant. Uiteindelijk geloven ze het meestal.
Wie te laat in een gezelschap verschijnt, kan zweren dat hij onverwachts bezoek heeft gekregen. Zijn woord wordt niet geloofd. Maar als hij vertelt dat hij met zijn auto een hond heeft aangereden – een prachtige Russische windhond, nauwelijks een jaar oud – en de hond onverwijld naar het Instituut voor Diergeneeskunde moest brengen, waar het ondanks alle injecties en levensreddende handelingen op de operatietafel is overleden, dan schittert die leugen in het licht van waarachtigheid en eigen ervaring. Alleen het onwaarschijnlijke is werkelijk waarschijnlijk, alleen het ongelofelijke is werkelijk geloofwaardig.
Ooit heeft dit inzicht me gered uit een kritieke situatie. Ik kwam twee uur te laat ergens aan waar men in spanning op me wachtte. Ik kon onmogelijk de waarheid vertellen, want die was – zoals wel vaker – kwetsender en onmenselijker dan de gemeenste leugen. Ik kon zo gauw ook geen smoes verzinnen om mijn onbeleefde desinteresse te verklaren. In mijn ontreddering zei ik met instinctieve scherpzinnigheid een of andere stupiditeit. Ik zei dat ik met Gálffy had gewandeld, een kennis van me uit de provincie, die – zoals de aanwezigen allemaal wisten – twee jaar eerder was overleden. Zelf wist ik dat het allerbeste.
Maar ik legde meteen uit dat Gálffy in leven was, dat zijn overlijdensbericht destijds vanwege een vermakelijke vergissing in de krant was terechtgekomen en vanwege een nog vermakelijker vergissing niet werd gerectificeerd; dit had de uit de dood verrezen vriend me in die twee uur verteld en dit vertelde ik de aanwezigen, met zo veel details en verbluffende wendingen dat ze alles geloofden en vergaven. Dat ze het een en ander zouden nagaan, daarvoor hoefde ik niet bang te zijn. Gálffy liet hen tamelijk onverschillig. Ik liet hem ongeveer een half jaar leven. Daarna doodde ik hem op een avond. Tijdens de conversatie liet ik mijn vrienden weten dat Gálffy nu daadwerkelijk was overleden. Om die moord voelde ik geen enkele gewetenswroeging. Hij kon het me niet kwalijk nemen. Sterker nog, welbeschouwd had hij me dankbaar kunnen zijn dat hij na zijn dood dankzij mij nog een halfjaar had mogen leven, al was het maar in de verbeelding van een stuk of vijf-zes mensen.

Ik zou het apart moeten hebben over vrouwen. Zij liegen niet – zoals abusievelijk wordt verkondigd –, ze benadrukken alleen een deel van de waarheid. Als een vrouw een afspraakje heeft gehad op het Margaretha-eiland, beweert ze niet dat ze thuis heeft zitten breien, maar zegt ze dat ze op de Margaretha-kade heeft gewandeld. Hoe valt dat te verklaren? Wel, de Margaretha-kade ligt dicht bij het Margaretha-eiland en dicht bij de waarheid, en ook de wandeling is dicht bij de waarheid, met de bijkomstigheid, die de spreekster uiteraard verzwijgt, dat ze niet in haar eentje heeft gewandeld. Elke vrouwelijke leugen bevat een kern van waarheid. Dat is de morele grond van hun leugens. Daarom zijn die zo gevaarlijk. Ze zetten zich schrap op een stukje vaste grond van de werkelijkheid en verdedigen hun leugens met zo’n overtuiging, vastberadenheid en oprechte vehementie dat het lijkt alsof ze voor de waarheid opkomen. Het is niet mogelijk hen ervan af te brengen. Dat wat er is wordt flexibel aangepast aan dat wat er niet is. Ik moet toegeven dat ik hun leugens vaak bewonder vanwege hun etherische lichtvoetigheid, juiste proporties, zachte nuances, alsof het gedichten waren. Ze zijn volmaakt in hun soort. Wij hebben een origineel en moedig systeem. Zij hebben een routine die duizenden jaren teruggaat. Wij kunnen op dat gebied min of meer getalenteerde amateurs en wetenschappers zijn. Maar zij zijn de meesters, de kunstenaars, de dichters.

[...]

© Dezso Kosztolányi

Uitgeverij Van Gennep

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum