Leesfragment: De familie Fang

27 november 2015 , door Kevin Wilson
| |

27 oktober verschijnt Kevin Wilsons debuutroman De familie Fang (The Family Fang, vertaald door Wiebe  Buddingh'). In de Nacht van Athenaeum publiceren we de eerste pagina's voor, de daaropvolgende kunt u lezen bij Uitgeverij De Harmonie.

Caleb en Camille Fang wijden hun leven aan het maken van Kunst met een grote K. Maar als je als kunstenaar gewend bent om de werkelijkheid op z’n kop te zetten, is het lastig je kinderen op te voeden tot aangepaste individuen. Annie en Buster Fang hebben zo lang ze zich kunnen herinneren de hoofdrol gespeeld in de kunstwerken van hun ouders.

Nu ze volwassen zijn, zijn ze nauwelijks in staat zich in de wereld staande te houden. En wanneer alles misgaat is thuis de enige plek waar ze nog naartoe kunnen. Daar blijkt dat hun ouders hun magnum opus voorbereiden. Alle verhoudingen worden op scherp gezet: de Fangs moeten kiezen. Wat is belangrijker, de Kunst of het gezin?

In zijn debuut toont Kevin Wilson zich een innemende verteller met een scherp gevoel voor humor. Hij creëert schijnbaar moeiteloos de meest inventieve plotwendingen. De familie Fang is een hilarisch, maar vooral ook ontroerend verhaal over het maken van kunst en het overleven van je familie.

Proloog

[Schuld en boete, 1985.
Kunstenaars: Caleb en Camille fang]

Meneer en mevrouw Fang noemden het kunst. Hun kinderen noemden het kattenkwaad. ‘Rotzooi trappen en dan gauw weghollen,’ zei Annie tegen haar ouders. ‘Het is wel tikje ingewikkelder, liefje,’ zei mevrouw Fang terwijl ze alle gezinsleden een gedetailleerde taakbeschrijving gaf. ‘Maar aan de andere kant wordt onze kunst ook gekenmerkt door een bepaalde eenvoud,’ zei meneer Fang. ‘Ja, dat is waar,’ antwoordde zijn vrouw. Annie en haar broertje Buster zwegen. Ze waren op weg naar Huntsville, twee uur rijden van huis, omdat ze niet herkend wilden worden. Anonimiteit was doorslaggevend en gaf hen de gelegenheid hun performances voor te bereiden zonder gehinderd te worden door mensen die stennis verwachtten.
Meneer Fang gaf nog wat meer gas, popelend om te beginnen, en keek zijn zes jaar oude zoon aan in het spiegeltje. ‘Zullen we nog even doornemen wat je vandaag te doen staat, jongen?’ zei hij. ‘Controleren of we alles goed op een rijtje hebben?’ Buster keek naar de ruwe potloodschetsen die zijn moeder getekend had. ‘Ik moet mijn mond volproppen met snoep en heel hard lachen,’ zei hij. Meneer Fang glimlachte en knikte voldaan. ‘Precies,’ zei hij. Mevrouw Fang opperde dat Buster misschien ook wat snoep in de lucht zou kunnen gooien en dat vond iedereen een goed idee. ‘En jij, Annie?’ vervolgde meneer Fang. ‘Wat is jouw taak?’ Annie staarde naar buiten en telde het aantal dode dieren dat ze passeerden. De teller stond al op vijf. ‘Ik ben de verklikker,’ zei ze. ‘Ik verklap aan iemand van het personeel wat er aan de hand is.’ Meneer Fang glimlachte opnieuw. ‘En dan?’ vroeg hij. Annie geeuwde. ‘Dan maak ik dat ik wegkom.’ Tegen de tijd dat ze bij het overdekte winkelcentrum arriveerden waren ze er klaar voor: het moment van vervreemding dat zo vluchtig zou zijn dat mensen later zouden denken dat ze het gedroomd hadden.
Eenmaal in het drukke winkelcentrum gingen de Fangs allemaal een andere kant op en deden alsof de andere gezinsleden niet bestonden. Meneer Fang ging bij een fast-foodrestaurant zitten en testte de focus van het miniatuurcameraatje dat verborgen was in het montuur van de grote, dikke bril die hem altijd rode ooguitslag bezorgde. Mevrouw Fang liep doelbewust door het winkelcentrum, overdreven met haar armen zwaaiend, om de indruk te wekken dat ze misschien niet helemaal goed bij haar hoofd was. Buster viste muntjes uit de fontein en zijn natte broekzakken puilden uit van het kleingeld. Annie kocht een afwasbare tatoeage bij een stalletje met absurde, waardeloze prullaria, ging naar het toilet en wreef het plaatje op haar bovenarm: een schedel met een roos tussen zijn tanden. Ze rolde de mouw van haar T-shirt weer omlaag, zodat de tatoeage bedekt was, en ging op een van de wc’s zitten tot het alarm van haar horloge piepte. Het was tijd en de vier Fangs liepen langzaam naar de zelfbedieningssnoepwinkel, klaar voor de gebeurtenis die alleen maar zou plaatsvinden als iedereen precies deed wat er van hem of haar verwacht werd.
Na vijf minuten doelloos door de gangpaden van de snoepwinkel te hebben gedwaald, trok Annie aan het shirt van de tiener achter de kassa. ‘Wil je iets hebben, meisje?’ vroeg hij. ‘Moet ik iets voor je pakken? Dat doe ik graag, hoor.’ Hij was zo aardig dat Annie zich een beetje schaamde bij de gedachte aan wat ze ging doen. ‘Ik klik niet graag,’ zei ze. Verbaasd boog de jongen zich wat dichter naar haar toe. ‘Wat zei je?’ vroeg hij. ‘Ik klik niet graag,’ zei Annie, ‘maar die vrouw daar steelt snoep.’ Ze wees op haar moeder, die bij een vak met jelly beans stond met een enorme, zilverkleurige schep in haar hand. ‘Die vrouw daar?’ vroeg de jongen. Annie knikte. ‘Goed dat je dat kwam zeggen, meisje,’ zei de jongen. Hij gaf haar een lolly die ook als fluitje fungeerde en ging de manager halen. Annie haalde de wikkel van de lolly en beet erop. Scherpe stukjes suiker prikten in haar wangen terwijl ze kauwend tegen de toonbank leunde. Toen ze de lolly op had, pakte ze er nog een uit de doos en deed die in haar zak, voor later. Zodra de manager en zijn assistent uit het kantoortje kwamen liep ze de zaak uit, zonder om te kijken, want ze wist precies wat voor scène zich zou gaan afspelen.
Na een vijfde zak met jelly beans te hebben gevuld keek mevrouw Fang behoedzaam om zich heen en verborg de open zak toen onder haar jas, net als de andere. Ze zette de schep terug in de houder, liep fluitend door het gangpad en veinsde belangstelling voor andere soorten snoep terwijl ze op weg ging naar de uitgang. Net toen ze de zaak wilde verlaten voelde ze een hand op haar arm en zei een mannenstem: ‘Neemt u me niet kwalijk, mevrouw, maar ik geloof dat er een probleempje is.’ Hoewel vrijwel meteen haar teleurstelling zou volgen, verscheen er een flauwe glimlach op haar gezicht.
Meneer Fang keek hoe zijn vrouw haar hoofd schudde en ongeloof veinsde terwijl de manager op de belachelijke bollingen onder haar kleren wees, de lachwekkend slecht verborgen buit die het hele tafereel iets magnifieks en absurds gaf. Zijn vrouw schreeuwde: ‘Allemachtig, ik heb suikerziekte! Ik mag helemaal geen snoep!’ Verscheidene mensen in het winkelcentrum bleven staan en keken wat er aan de hand was. Meneer Fang probeerde ook zo dicht mogelijk in de buurt van het opstootje te komen en hoorde zijn vrouw schreeuwen: ‘Dit is ongrondwettelijk! Mijn vader golft vaak met de gouverneur! Wacht maar, dan -’ Op dat moment veranderde mevrouw Fang een heel klein beetje van houding en liepen de zakken met snoep leeg.
Buster holde langs zijn vader en keek hoe honderden jelly beans als hagel uit de kleren van zijn moeder vielen en op de vloer van de winkel kletterden. Hij knielde haastig aan de voeten van zijn moeder, riep: ‘Gratis snoep!’ en propte zijn mond vol met de jelly beans die nog steeds uit de kleren van zijn moeder regenden. Twee andere kinderen kwamen naast hem zitten, alsof zijn moeder een piñata was die net was opengeslagen, en gristen zelf ook snoep van de vloer. Buster lachte met de krasserige stem van een veel ouder iemand. Tegen die tijd stonden er wel twintig mensen om hen heen en begon zijn moeder te snikken. ‘Ik wil niet terug naar de gevangenis!’ riep ze. Buster stond op, omringd door geplette jelly beans, en holde weg. Hij besefte dat hij vergeten was snoep in de lucht te gooien en wist dat daar iets over gezegd zou worden als de familie bijeenkwam om de actie te bespreken.
Een halfuur later troffen Annie en Buster elkaar bij de fontein en wachtten ze tot hun ouders zich hadden weten los te kletsen uit de situatie die ze zelf door hun belachelijke gedrag hadden veroorzaakt. Hun moeder werd waarschijnlijk vastgehouden door beveiligingspersoneel, tot hun vader hen kon overhalen om het bij een waarschuwing te laten. Hij zou hen hun cv’s laten zien en knipsels uit de New York Times en ArtForum. Hij zou dingen zeggen zoals performancekunst en gechoreografeerde spontaniteit en de vervreemding van het alledaagse. Ze zouden vermoedelijk nooit meer in het winkelcentrum mogen komen. ’s Avonds, als ze thuis waren, zouden ze onder het eten fantaseren over de mensen in het winkelcentrum, die op dat moment hun familie en vrienden vertelden over de bizarre maar prachtige gebeurtenis die hen overkomen was.
‘Maar stel nou dat ze naar de gevangenis moeten?’ vroeg Buster aan zijn zus. Die dacht even na en haalde toen haar schouders op. ‘Dan liften we naar huis en wachten we tot ze ontsnappen.’ Buster moest toegeven dat dat een goed plan was. ‘Of anders blijven we gewoon hier in het winkelcentrum, zodat pa en ma ons niet meer kunnen vinden,’ suggereerde hij. Annie schudde haar hoofd. ‘Ze hebben ons nodig,’ zei ze. ‘Als wij niet meedoen, werkt het niet.’
Buster haalde de stuivers die hij eerder had opgevist uit zijn zak en maakte daar twee even hoge stapeltjes van. Hij en zijn zus gooiden omstebeurt een muntje terug in de fontein en deden wensen die hopelijk zo simpel waren dat ze misschien weleens uit zouden kunnen komen.

Hoofdstuk een

Annie had nauwelijks voet op de set gezet of ze hoorde van iemand dat haar bloesje uit moest.
‘Pardon?’ zei Annie.
‘Ja,’ zei de vrouw, ‘de volgende scène wordt topless.’
‘Wie ben jij?’ vroeg Annie.
‘Janey,’ zei de vrouw.
‘Nee,’ zei Annie, die het gevoel kreeg dat ze op de verkeerde set beland was. ‘Ik bedoel, wat voor werk doe jij hier?’
Janey fronste haar voorhoofd. ‘Ik ben de script supervisor. We hebben elkaar al vaker gesproken. Een paar dagen geleden heb ik je nog verteld dat mijn oom me ooit probeerde te kussen. Weet je dat niet meer?’
Annie kon zich er niets van herinneren. ‘Dus jij houdt het script in de gaten, zeg maar?’ zei ze.
Janey knikte.
‘In míjn kopie van het script staat niets over naakt in deze scène.’
‘Nou,’ zei Janey, ‘ik geloof dat dat min of meer in het midden gelaten is. We zouden kijken wat het beste werkt.’
‘Tijdens de repetities heeft niemand er iets over gezegd,’ zei Annie.
Janey haalde alleen maar haar schouders op.
‘En nu moet van Freeman opeens m’n bloesje uit?’ vroeg Annie.
‘Klopt,’ zei Janey. ‘Hij kwam vanochtend vroeg naar me toe en zei: "Vertel Annie dat de volgende scène topless wordt.’
‘Waar is Freeman op dit moment?’
Janey keek om zich heen. ‘Hij ging iemand zoeken die een heel speciale sandwich voor hem moest halen.’

Annie liep naar de wc’s, zocht een leeg toilet op en belde haar agent. ‘Ze willen dat ik uit de kleren ga,’ zei ze. ‘Geen sprake van,’ zei Tommy, haar agent. ‘Je staat als actrice bijna op de A-lijst; volledig naakt kan echt niet.’ Annie legde uit dat ze niet helemaal bloot hoefde, maar alleen topless. Er viel even een stilte aan de andere kant van de lijn. ‘Nou ja, dat valt eigenlijk nog best wel mee,’ zei Tommy.
‘Het stond niet in het script,’ zei Annie.
‘Er worden zoveel dingen verfilmd die eigenlijk niet in het script staan,’ zei Tommy. ‘Ik herinner me een verhaal over een film waarin een figurant op de achtergrond z’n lul uit z’n broek heeft hangen.’
‘Ja,’ zei Annie, ‘en daar werd de film niet bepaald beter op.’
‘Daar heb je ook weer gelijk in,’ antwoordde Tommy.
‘Dus je vindt dat ik moet weigeren?’
Haar agent liet opnieuw een stilte vallen. Annie dacht dat ze op de achtergrond het geluid van een computerspelletje hoorde.
‘Ik weet eigenlijk niet of dat wel zo’n goed idee is. Je zou met deze rol een gooi kunnen doen naar een Oscar, en dan is het niet verstandig om dwars te gaan liggen.’
‘Denk je dat ik met deze rol een gooi kan doen naar een Oscar?’
‘Hangt ervan af hoeveel kandidaten er volgend jaar zijn,’ zei Tommy. ‘Zo te zien zijn sterke vrouwenrollen dun gezaaid, dus je zou best een kans kunnen maken. Maar ga alsjeblieft niet op mij af. Ik dacht ook niet dat je genomineerd zou worden voor Date Due, en kijk ’ns hoe dat gegaan is.’
‘Oké,’ zei Annie.
‘Mijn gevoel zegt: doe dat bloesje nou maar uit en dan komt ’t misschien alleen in de director’s cut.’
‘Dat is niet wat míjn gevoel zegt,’ antwoordde Annie.
‘Dat geloof ik graag, maar lastige actrices zijn niet bepaald populair.’
‘Ik kan maar beter ophangen,’ zei Annie.
‘Bovendien heb je een geweldig lichaam,’ zei Tommy, net op het moment dat Annie de verbinding verbrak.

[...]

Uitgeverij De Harmonie

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum