Leesfragment: De inzending

27 november 2015 , door Amy Waldman

25 oktober verschijnt Amy Waldman's 9/11-debuutroman De inzending (The Submission, vertaald door Thera Idema). Vanavond kunt u al de eerste pagina's lezen en uw exemplaar reserveren.

Amerika is een land waar alles mogelijk is en waar iedereen gelijk is. Althans, zo was het tot 11 september 2001. Jaren na de aanslagen schrijft New York een wedstrijd uit: ontwerp een monument voor de slachtoffers, op de plek van Ground Zero. Inzending is anoniem.
Een jury bestaande uit kunsthistorici, vertegenwoordigers van de stad en Claire Harwell, die alle nabestaanden vertegenwoordigt, kiest een winnend ontwerp. De winnaar blijkt moslim en de jury raakt verdeeld; de pers en de politiek duiken er meteen op. Claire wordt onder druk gezet door de nabestaanden. Ondertussen voelt de winnaar zich in het nauw gedreven: zal hij zijn inzending terugtrekken of niet?

1

‘De namen,’ zei Claire. ‘Wat doen we nou met de namen?’
‘Die zijn bedoeld als aandenken, niet als gebaar,’ zei de beeldhouwster. Bij Ariana’s woorden knikten de andere kunstenaars, de criticus en de twee openbarekunstsponsors die aan de eettafel zaten, allemaal onder haar betovering. Ze was de beroemdste van de juryleden, de dominerende figuur, Claires grootste probleem.
Ariana had aan het hoofd van de tafel plaatsgenomen, alsof ze de vergadering voorzat. Vier maanden lang hadden ze hun beraadslagingen gevoerd aan een ronde tafel, waardoor ze allemaal gelijk waren. Die tafel stond in een kantoorruimte in het centrum, hoog boven de krater in de aarde, en daar hadden de andere juryleden steeds toegegeven aan de behoefte van de weduwe om met haar rug naar het raam te zitten, zodat de doodse grond beneden slechts een grijze vlek was als Claire naar haar stoel liep. Maar vanavond zat de jury aan de lange tafel in Gracie Mansion, de ambtswoning van de burgemeester van New York, om de laatste beraadslagingen te voeren. Ariana had zonder het te vragen en blijkbaar zonder scrupules de belangrijkste plaats ingenomen, waarmee ze aangaf dat ze van plan was zich te laten gelden.
‘Men verwacht de namen van de doden; dat is zelfs een eis die in het reglement is opgenomen,’ vervolgde ze. Voor zo’n heerszuchtige vrouw had ze een honingzoete stem. ‘Bij het juiste monument zijn het niet de namen die emoties opwekken.’
‘Maar voor mij doen ze dat wel,’ zei Claire met strakke mond, terwijl ze enig behagen schepte in de neergeslagen ogen en schuldige blikken aan de tafel. Ze hadden natuurlijk allemaal iets verloren – het gevoel dat hun natie onkwetsbaar was, de meest herkenbare iconen van hun stad; misschien waren ze vrienden of bekenden kwijtgeraakt. Maar alleen zij had haar man verloren.
Ze had er geen moeite mee om hen hier vanavond nog eens aan te herinneren, nu ze op het punt stonden hun keuze voor het monument te maken. Ze hadden vijfduizend anonieme inzendingen weten terug te brengen tot twee. Dat laatste snoeiwerk had eenvoudig moeten zijn. Maar na drie uur delibereren, twee stemrondes en te veel glazen wijn uit de privévoorraad van de burgemeester was de conversatie rauw en kortaf geworden en vervielen ze in herhalingen. De Tuin was te mooi, zeiden Ariana en de andere kunstenaars telkens weer over Claires keuze. Kijken was hun werk, maar toch, waar het om de Tuin ging, wilden ze maar niet zien wat zij er zo mooi aan vond.
Het was een simpel concept: een ommuurde, rechthoekige tuin, aangelegd op basis van strenge geometrische lijnen. In het midden zou een verhoogd paviljoen komen, waar ruimte was voor contemplatie. Twee brede, loodrechte kanalen deelden de 2500 vierkante meter grote tuin in vieren. Paden doorsneden elk kwadrant en bepaalden het patroon van de levende en stalen bomen, die in boomgaardachtige rijen waren opgesteld. Een witte, drie meter hoge muur eromheen omsloot het geheel. De namen van de slachtoffers zouden worden aangebracht op de binnenkant van de muur in een patroon dat leek op het geometrische patroon op de buitengevel van de verwoeste gebouwen. De stalen bomen lieten de gebouwen zelfs letterlijk weer oprijzen: ze zouden worden vervaardigd uit wat daarvan over was.
Vier schetsen stelden de Tuin in de verschillende seizoenen voor. Claire vond de licht- en schaduweffecten van het wintertafereel het mooist. Een deken van sneeuw bedekte de aarde; bladerloze natuurlijke bomen verdwenen in een metalen omkasting; de stalen boomstammen glinsterden in het roze licht van de middagzon; de donkere wateroppervlakken van de kanalen glansden als gekruiste zwaarden. Zwarte letters waren in de witte muur gekerfd. Schoonheid was geen misdaad, maar dit oversteeg schoonheid. Zelfs Ariana moest toegeven dat de Spartaanse stalen boomstammen een onverwacht detail vormden – ze verwezen ernaar dat een tuin, ondanks de vertrouwdheid van de natuur, door de mens was gemaakt; uitstekend geschikt voor de stad, waar witte plastic zakken tussen de vogels door zweefden en het afvoerwater uit de airconditioners zich vermengde met de regen. Het leken organische vormen, maar ze waren niet onderworpen aan het komen en gaan van de seizoenen in een tuin.
‘De Leegte is ons te duister,’ zei Claire, niet voor de eerste keer. Het ons verwees naar de familieleden van de overledenen. Binnen de jury was zij de enige die ‘ons’ vertegenwoordigde. Ze verafschuwde de Leegte, de inzending van de andere finalist en Ariana’s favoriet, en Claire wist zeker dat de andere nabestaanden er hetzelfde over zouden denken. Er was niets leegteachtigs aan. Een dreigende, ongeveer twaalf verdiepingen hoge rechthoek van zwart graniet die oprees uit een grote ovaalvormige vijver; het zag er op de schetsen uit als een gapende wond tegen de achtergrond van de hemel. De namen van de doden zouden gekerfd worden in het oppervlak, dat weerspiegeld werd in het water eronder. Het leek op het monument voor de Vietnamveteranen, maar Claire vond dat het zijn doel voorbijschoot. Een dergelijke abstractie werkte wel als mensen die konden aanraken, er dicht genoeg bij konden komen om het terug te brengen naar een behapbare proportie. Maar de namen op de Leegte waren buiten bereik, je kon ze nauwelijks zien. Het enige voordeel van het ontwerp was de hoogte. Claire was bang dat sommige nabestaanden – zo chauvinistisch en letterlijk denkend – de Tuin zouden interpreteren als een stukje vaderland dat werd overgeleverd aan de vijanden van Amerika, al bestond dat stukje vaderland uit lucht.
‘Tuinen zijn de fetisj van de Europese bourgeoisie,’ zei Ariana, wijzend naar de muren van de eetkamer, waarop behang was aangebracht met een panorama van weelderig groene bomen waartussen piepkleine, keurig geklede mannen en vrouwen wandelden. Ariana’s kleding was, zoals gewoonlijk, geheel in beigeachtige kleuren, waarin ze altijd rondliep als een uiting van eerbetoon aan en belachelijk maken van Calvin Kleins schitterende blauw. De bespotting van pretenties, had Claire besloten, kon op zichzelf ook weer pretentieus zijn.
‘De fetisj van de aristocratie,’ corrigeerde Ian, de enige historicus in de jury, haar. ‘De bourgeoisie die de aristocratie na-aapt.’
‘Dat behang komt toevallig wel uit Frankrijk, hoor,’ protesteerde de assistente van de burgemeester, die hem in de jury vertegenwoordigde.
‘Wat ik wil zeggen,’ vervolgde Ariana, ‘is dat tuinen niet bij onze aard passen. Wij hebben hier parken. Tuinen horen niet in het plaatje thuis.’
‘Beleving is belangrijker dan gewoonte,’ zei Claire.
‘Nee, gewoonte ís beleving. We zijn geprogrammeerd om bepaalde emoties te voelen op bepaalde plekken.’
‘En begraafplaatsen dan?’ zei Claire, die een vertrouwd gevoel van koppigheid voelde opkomen. ‘Hoe komt het dat die vaak de mooiste plekken in een stad zijn? In een gedicht van George Herbert staan de regels: “Wie had gedacht dat mijn verschrompeld hart/ ’t groene loof weer zou hervinden?”’ Een vroegere schoolvriendin had dit stukje poëzie op een condoleancekaart geschreven.
‘De Tuin,’ vervolgde ze, ‘zal een plek zijn waar wij – waar de weduwen, hun kinderen, iedereen – een stukje vreugde kunnen vinden. Mijn man...’ zei ze, en iedereen boog zich naar haar toe om te luisteren. Ze veranderde van gedachten en zweeg, maar haar woorden bleven als een rookwolkje in de ruimte hangen.
Ariana blies ze weg. ‘Sorry hoor, maar een monument is geen begraafplaats. Het is een nationaal symbool, een historisch punt van betekenis, een manier om ervoor te zorgen dat iedereen die het bezoekt – ongeacht de mate van verbondenheid in tijd en plaats met de aanslag – kan begrijpen hoe het voelde, wat het betekende. De Leegte is intuïtief, straalt woede, duisternis, rauwheid uit, want op die dag was er geen vreugde. Je kunt niet zien of de granieten plaat oprijst of omvalt, en dat is heel eerlijk – dat geeft dat moment in onze geschiedenis feilloos weer. Hij creëert destructie, wat de werkelijke destructie van zijn macht berooft, bij wijze van spreken. De Tuin appelleert aan ons verlangen naar heling. Een volkomen natuurlijke behoefte, maar misschien niet de meest hoogstaande.’
‘Heb je iets tegen heling?’ vroeg Claire.
‘We zijn het gewoon niet eens over de beste manier om die tot stand te brengen,’ antwoordde Ariana. ‘Volgens mij moet je de pijn tegemoet treden, jezelf ermee confronteren, je er zelfs in rondwentelen, voordat je verder kunt met je leven.’
‘Ik zal erover nadenken,’ zei Claire. Ze legde haar hand over haar wijnglas voordat de ober kon bijschenken.

Paul kon het gesprek nauwelijks volgen. Zijn juryleden hadden van alle troostrijke lekkernijen gesmuld die hij had besteld – gegrilde kip, aardappelpuree, spruitjes met spek –, maar veel troost hadden ze er niet uit geput. Hij beriep zich er altijd op dat hij goed kon omgaan met krachtige vrouwen – hij was tenslotte met zo’n vrouw getrouwd –, maar van Claire Burwell en Ariana Montagu samen werd hij doodmoe; hun beider sterke overtuigingen botsten tegen elkaar als magnetische velden en de animositeit knetterde door de ruimte. Paul kreeg het gevoel dat Ariana met haar kritiek op de schoonheid van de Tuin, zelfs op schoonheid in het algemeen, impliciet iets over Claire wilde zeggen.
Zijn gedachten dwaalden af naar de komende dagen, weken, maanden. Ze zouden het winnende ontwerp bekendmaken. Dan zouden Edith en hij op bezoek gaan bij de familie Zabar in Menerbes, waar ze woonden, een kleine pauze voor Paul tussen de maanden van beraadslagingen en de fondsenwerving voor het monument, waarmee hij na zijn terugkeer zou beginnen. Dat zou een enorme uitdaging zijn, want de bouwkosten van beide inzendingen waren geraamd op minimaal honderd miljoen dollar; maar Paul vond het heerlijk om zijn vrienden grote bedragen te ontfutselen. Bovendien zouden talloze gewone Amerikanen hun portemonnee ook wel trekken.
Dit voorzitterschap zou vervolgens tot andere leiden; dat verzekerde Edith hem in ieder geval. In tegenstelling tot de meeste van haar vriendinnen verzamelde Edith geen Chanel-pakjes of accessoires van Harry Winston, al bezat ze beide in grote hoeveelheden. Zij had haar zinnen gezet op prestigieuze posities, en daarom was het haar ideaal dat Paul voorzitter van de openbare bibliotheek zou worden, waar hij nu al in het bestuur zat. De bibliotheek was rijker dan het Metropolitan Museum, en Edith had Paul tot literair bestempeld, al wist Paul zelf niet zeker of hij na Het vreugdevuur der ijdelheden ooit nog een boek had aangeraakt.
‘Misschien moeten we het nog eens goed hebben over de lokale context,’ zei Madeline, een plaatselijke lobbyiste uit de buurt van de ramplocatie. Alsof ze hierop had gewacht, haalde Ariana de schets die ze van de Leegte had gemaakt uit haar tas om te laten zien hoe goed hij paste in de skyline van de stad. De verticaliteit van de Leegte, zei ze, weerspiegelde die van Manhattan. Claire keek Paul met opgetrokken wenkbrauwen aan. Claire had Paul al een paar keer verteld over haar vermoeden dat Ariana de ontwerper van de Leegte kende – een leerling, een protegé? –, omdat ze het ontwerp zo vurig leek te promoten. Misschien was dat zo, hoewel Ariana zich voor haar favoriete ontwerp volgens hem niet meer had ingezet dan Claire voor dat van haar. Ondanks haar beheerste houding leek Claire niet goed tegen haar verlies te kunnen. En Ariana, die gewend was minder sentimentele jury’s dan deze te domineren, ook niet.
Voor het nagerecht trok het gezelschap zich terug in de zitkamer, waar de muren zachtgeel waren. Jorge, de chef van Gracie Mansion, reed een trolley naar binnen met cakes en koekjes, waarna hij met enig drama een meter hoge constructie van gemberkoek onthulde, die de verdwenen torens voorstelde. Hun vormen waren duidelijk herkenbaar. Het was muisstil.
‘Het is niet bedoeld om op te eten,’ zei Jorge opeens verlegen.
‘Het is een eerbetoon.’
‘Natuurlijk,’ zei Claire, en toen, op warmere toon: ‘Het lijkt wel een sprookje.’ Het kaarslicht werd weerkaatst in de raampjes van suiker.
Paul had zijn bordje volgeladen met een beetje van alles, behalve zoetigheid, toen Ariana zichzelf als een vastberaden speertje voor hem posteerde. Samen slenterden ze naar een rustig hoekje achter de piano.
‘Ik maak me zorgen, Paul,’ zei Ariana. ‘Ik wil niet dat onze beslissing te veel is gebaseerd op’ – het laatste woord bijna fluisterend – ‘emotie.’
‘We zijn bezig een monument te kiezen, Ariana. Ik weet niet zeker of je emotie daarbij helemaal kunt weglaten.’
‘Je begrijpt wel wat ik bedoel. Ik vrees dat Claires gevoelens een te grote invloed hebben.’
‘Er zijn misschien mensen die vinden dat jij te veel invloed uitoefent, Ariana. Jouw opvattingen dwingen groot respect af.’
‘Niet in vergelijking met een nabestaande. Verdriet kan een dwingeland zijn.’
‘Goede smaak ook.’
‘En zo hoort het ook, maar we hebben het hier over iets diepzinnigers dan goede smaak. Over beoordelingsvermogen. Een familielid in de kamer betekent net zoiets als de patiënt de beste behandelmethode laten bepalen, en niet de arts. Een beetje klinische afstand is gezond.’
Vanuit zijn ooghoek zag Paul dat Claire diep in gesprek was met de toonaangevende kunstcriticus van de stad. Op haar hoge hakken stak ze twintig centimeter boven hem uit, maar ze deed geen moeite zich kleiner te maken. Gekleed in een perfect zittend, nauw aansluitend zwart jurkje – de kleur was geen toevallige keuze, vermoedde Paul – was ze een vrouw die heel goed wist hoe ze op haar voordeligst uitkwam. Paul had hier respect voor, hoewel respect misschien niet het juiste woord was voor de manier waarop hij haar in zijn fantasie voor zich zag. Niet voor het eerst betreurde hij zijn leeftijd (hij was vijfentwintig jaar ouder dan zij), zijn voortschrijdende kaalheid en zijn trouw aan zijn huwelijk – die wellicht meer op het instituut dan op de persoon was gericht. Hij zag haar van de kunstcriticus weglopen en achter een ander jurylid aan de kamer verlaten.
‘Ik weet dat ze iets ontroerends heeft,’ hoorde hij zeggen; zijn gestaar naar Claire was niet bepaald subtiel. Met een ruk draaide hij zich om naar Ariana, die vervolgde: ‘Maar de Tuin is te soft. Ontworpen voor Amerikaanse liefhebbers van het impressionisme.’
‘Toevallig hou ik ook van het impressionisme,’ zei Paul, niet zeker of hij dit als grapje moest brengen. ‘Ik kan Claire niet muilkorven, en je weet dat het veel waarschijnlijker is dat de nabestaanden onze keuze steunen als ze het gevoel hebben onderdeel van het keuzeproces te zijn. We hebben haar emotionele inbreng nodig.’
‘Je weet toch dat er buiten veel kritische geluiden klinken, Paul? Als we het verkeerde ontwerp kiezen, als we ons overgeven aan sentimentaliteit, bevestigt dat alleen maar...’
‘Ik ken de zorgpunten,’ zei hij op norse toon. Hij wist dat het te vroeg was voor een monument – het gebied was nog niet eens helemaal opgeruimd; dat het land de oorlog nog niet had gewonnen of verloren, en zelfs nog niet precies wist tegen wie of wat het vocht. Maar tegenwoordig gingen de dingen in zo’n snel tempo – de opkomst en afgang van idolen, de verspreiding van ziektes en geruchten en trends; de nieuwsverslaggeving; de ontwikkeling van nieuwe monetaire instrumenten, wat vervolgens tot Pauls terugtreden als directievoorzitter van de investeringsbank was versneld. Dus waarom dan ook geen snelheid voor het monument? Er waren dringende commerciële redenen, dat was waar: de projectontwikkelaar van de plek wilde er geld mee verdienen en had daarvoor het monument nodig, aangezien de Amerikanen kantoorgebouwen waarschijnlijk niet zouden accepteren als meest welsprekende repliek tegen het terrorisme. Maar er waren ook dringende patriottische redenen: hoe langer het terrein braak bleef liggen, hoe meer het een symbool werd van de nederlaag, van overgave, het onderwerp van spot voor ‘hen’, wie ze ook waren. Een monument slechts voor Amerika’s verdwenen grootsheid, voor zijn nieuwe kwetsbaarheid voor een aanslag, voor zijn middelmatigheid in alles behalve moord. Paul zou het nooit zo bot formuleren, maar die lege plek was gewoon gênant. Naast de ambities van Edith was de invulling ervan de reden waarom hij voorzitter van de jury wilde zijn. Het werk van de jury zou niet alleen zijn geliefde stad markeren, maar ook de geschiedenis.
Ariana wachtte tot Paul verder zou gaan. ‘Je verdoet je tijd met mij,’ zei hij abrupt. De winnaar moest tien van de dertien stemmen hebben. Paul had duidelijk gemaakt dat hij zijn neutraliteit alleen zou laten varen als een van de finalisten één stem tekortkwam. ‘Als ik jou was, zou ik Maria maar uit de handen van Claire gaan redden.’

[...]

© 2011 Amy Waldman
© 2011 Nederlandse vertaling Thera Idema
Auteursportret © Pieter M. van Hattem

Uitgeverij Contact

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum