Leesfragment: De vlek

27 november 2015 , door Willem Jan Otten

28 oktober verschijnt Willem Jan Ottens 'vertelling' De vlek. Dit weekend kunt u al een uitgebreid fragment eruit lezen. En uw exemplaar reserveren.

De legendarische saxofonist Abe Kans hoort in het ziekenhuis dat hij een enorme vlek op zijn longen heeft. De Braziliaanse priester Josephsson verneemt op die dag dat zijn longen brandschoon zijn. Maar de radiologe in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis vergiste zich…
Het verhaal wordt verteld door Abes broer, die in het ziekenhuis bij de beveiliging werkt. Hij volgt via de schermen wat er gebeurt. Wie voorspeld is te sterven, kan blijven leven. Hij die zou blijven leven, zal sterven.
Een aanslag met een vondeling, de jeugd van de gebroeders Kans, het geloof van een ter dood veroordeelde en de laatste uren van een rasmuzikant zijn bestanddelen van dit even mysterieuze als filmische relaas van een aangekondigde dood.

In zijn muzikale, lichtvoetige tragedie weeft Willem Jan Otten binnen één etmaal twee levens tot één lot, één raadselachtig einde. Van wie is de vlek, maakt het uit wie hem heeft, wie vlucht, wie niet? En kan het, de dood van een ander sterven, het heft in eigen handen nemen, de genade ontlopen?

N.B. Zie ook onze voorpublicatie uit Ottens Gerichte gedichten.

Van wie de vlek is

Hij heette Abel,
en wij waren broer,
gekropen uit één ei.
We deelden alle genen
geen voor geen
maar onze levens niet.
Abel was de jongste,
drie kwartier na mij.
We zijn intens gaan schelen.
Wilden niet meer lijken,
kaatsten in één ruimte
als ballen biljart vaneen.
Van ons twee was Abel
het kind dat aandacht ving
zoals een spiegel evenbeeld.
Verwisseld zijn wij nooit.
Je meent het, jij zijn broer?
Van Abel Kans?
Van de Aby, Aby Chance?

Zo’n tweelingbroerverhaal
waarin de één het leven
van de ander op zich neemt
wordt dit niet een twee drie.
We liepen, kun je zeggen,
een race tegen de erfelijkheid.
Een foto van m’n eigen
binnenste, minstens zo vreemd
was mij mijn tweelingbroer,
of beter: heb ik levenslang
gewild dat hij zou zijn.
Ik ben b.v. nooit gaan roken
want mijn broertje deed dat al.
Een ei is geen ei.
Zo ook ben ik gaan leven
met een vrouw met kinderen,
uit een vorig huwelijk weliswaar,
maar goed, bij haar ben ik gebleven.

Wie dit vertelt

Ik heb nooit geweldig willen leren,
werk in de Bewakingsbranche sindsdien,
een ziekenhuis is thans mijn zone.
Ik volg bewegingen, die van mensen,
vooral de schuldbewuste, een hok
met twintig monitoren, soms grijp ik in.
Die dinsdag, de eerste na Pasen 2010,
had ik Abel in principe kunnen zien
onderweg naar zijn doodvonnis, kijk,
daar gaat mijn broertje Abel Kans,
bij liefhebbers bekend als Aby Chance,
zestig zowat, niet te ontcijferen
handschrift, onnavolgbare solo’s,
treedt sinds mensenheugenis al niet meer op,
eenzelvig geworden op het spoorloze af
en spreekwoordelijk kinderloos,
kijk daar wandelt dodeman.

Als het verhaal begint heb ik mijn broer
tenminste zeven jaar niet meer gezien,
om precies te zijn: sinds de begrafenis
van pa. De wereld viel niet lang daarna
in mijn broer zijn ongena, en andersom.

Kans neemt kennis van zijn vlek

Ik stel me hem voor, zich vergewissend
zwijgend, grondig, neuriënd misschien.
Hij krijgt de vlek maar één keer te zien.
Als hij nadenkt neuriet hij om niet te hoesten.
Hij neemt zijn longen in zich op,
zijn ogen inhaleren, zijn geneurie
wordt een kreun. Hij staat in de kamer
van de oncoloog, die afwezig is,
symposium te Wellington.
De waarnemer is baardloos briljant.
Hij stelt zich voor met Benjamin, nee,
dat is mijn achternaam, haha.
Ze vousvoyeren, het klinkt
als een diplomatenduel. Dank u,
zegt Abel, ik blijf liever staan. Hij kucht.
U hebt een rokersverleden,
merkt dokter Benjamin op.
Abel denkt wat hij wel vaker denkt:
ik had hier de vader kunnen zijn.
De gedachte amuseert hem niet.
Zestig zowat is de jongste van
de tweeling Kans, levenslang belofte
van niet in te lossen klank.
Maar nu is plotseling bereikt
het uur waarin geboorterecht niet telt.
Hij is hier eerstgeborene,
net als alle mens, de oudste
van de allemaalste, ouder zelfs
dan mama, zelfs al is zij dood.
Ik vraag mij af of hij bemerkt
hoe bang het de dokter te moede is:
dit is Benjamins debuut, en wel als god.
Abel merkt zijn parelend zweet niet op.
Daar komt nog bij dat Benjamin
zo’n beetje alle opnamen bezit
die Aby Chance in de loop
van zijn carrière heeft gemaakt.
Ik ben uw grootste fan.
Onbehandelbaar de longen
van de weergaloze muzikant.

© Willem Jan Otten

Uitgeverij Van Oorschot

MINDBOOKSATH : athenaeum