Leesfragment: Een bibliotheek als vaderland. Bij Elias Canetti's martyrium

25 juli 2011 , door Maarten Asscher

Vandaag, op 25 juli 2011, is het 106 jaar geleden dat Elias Canetti geboren werd in het Bulgaarse Roese. Daarom, en vooruitwijzend naar de voorpublicatie van aanstaand weekend (Hella Haasse over Het martyrium), vanavond het nawoord van Maarten Asscher bij de Perpetua-uitgave van Het martyrium.

Een kamergeleerde die eigenlijk alleen in zijn reusachtige privébibliotheek kan leven krijgt het te stellen met de buitenwereld, die zijn eenzelvigheid niet velen kan. Zijn huishoudster weet hem zelfs een huwelijk met haarzelf in de maag te splitsen. Maar zijn verstand weet het antwoord: een sluipende, maar onontkoombare en fatale verbijstering.

(Onderaan de pagina naast leverbare edities van Canetti's werk, alle delen van de Perpetuareeks, en eventuele e-pendanten, en elders op de site eerdere op Athenaeum.nl voorgepubliceerde nawoorden.)

Ik heb eens een vrouw ontmoet die na het lezen van de Weense roman Huwelijksleven van David Vogel (1891-1943) zonder aarzeling had besloten haar voorgenomen huwelijk te annuleren. Alles beter, zo moet zij hebben gedacht, dan de helse vernederingen die de lezer in die roman als portret van een huwelijk krijgt voorgeschoteld. Je huivert bij de vraag wat deze zelfde vrouw gedaan zou hebben als ze aan de vooravond van haar huwelijk in plaats van het uit 1930 stammende literaire hoofdwerk van Vogel de in datzelfde jaar ontstane roman Die Blendung (Het martyrium) van Elias Canetti (1905-1994) in handen had gekregen. Dan zou ze niet slechts haar bruidegom hebben afbesteld, maar vermoedelijk ook een einde aan haar leven hebben gemaakt. Het martyrium geeft namelijk niet alleen een allerzwartst beeld van het huwelijk, het is beslist ook een van de meest vrouwonvriendelijke boeken uit de westerse romanliteratuur. In eerste instantie lijkt het zelfs, als die term bestaat, een mensonvriendelijk boek. Bibliofielen, vrouwen, Joden, sinologen, Oostenrijkers, prostituees, dwergen, psychiaters, conciërges: in de groteske en wrede roman van Canetti wordt niemand gespaard, zodat ironisch genoeg ook niemand in het bijzonder zich door dit boek beledigd hoeft te voelen. Komt er in dit boek zelfs maar één normaal mens voor? De wereld van Het martyrium lijkt een bij vlagen duizelingwekkende carrousel van onbetrouwbare, egoïstische, gierige, agressieve, onwereldse dwazen die louter door hun persoonlijke obsessies worden voortgedreven.

Toch schuilt er in de bonte verzameling karikaturen die Het martyrium ons voorschotelt wel een soort menselijke ordening, om te beginnen vanuit het perspectief van de hoofdpersoon, de briljante sinoloog Peter Kien. In zijn wereldbeeld bestaat de bevolking uit twee groepen. De grootste groep wordt gevormd door de miljarden mensen die voor niets hebben geleefd en die voor niets zijn gestorven. Daarnaast zijn er hooguit duizend nauwkeurige mensen aan te wijzen die met elkaar de wetenschap hebben opgebouwd. Die duizend danken hun wetenschappelijke nauwkeurigheid aan hun geheugen, en dat geheugen wordt op zijn beurt gevoed en in stand gehouden door boeken. Door boeken en nog eens boeken. Zozeer wordt de geleerdheid van Kien door zijn privéverzameling van circa 25 000 boeken bepaald dat zijn identiteit er in een verhouding van 1:1 mee samenvalt. ‘De beste definitie van het begrip vaderland’, zo heet het in de roman, ‘is “bibliotheek”’. En als Kien op een formulier van de bank zijn beroep moet vermelden, dan vult hij in: ‘Bibliotheekeigenaar.’

Maar de intellectuele orde van Kien ontpopt zich al spoedig als een waanzinnige misvorming. Op de lezer komt de wereld van Het martyrium gaandeweg over als een totale omkering. Alles wat wordt beweerd of gesuggereerd blijkt onwaar te zijn, zelfs in zijn tegendeel te verkeren. De briljante professor Kien is helemaal geen professor, er wordt honderden pagina’s lang gejaagd op vermogens en erfenissen die niet blijken te bestaan, in de huwelijken en liefdesrelaties die worden opgevoerd staat van alles op het spel behalve de liefde, dood gewaande personages duiken toch weer op en een beschuldiging van moord wordt langdurig volgehouden, ook al wordt er nergens een lijk aangetroff en. De wereldorde van Het martyrium is een nihilistische ‘Umwertung aller Werte’.

Toch is deze roman allerminst een chaotisch boek. Alle hoofdpersonen worden gemotiveerd door eenduidige drijfveren, waar zij zich zozeer mee vereenzelvigen dat ze er als bij een ernstig ziektebeeld gaandeweg volledig mee samenvallen. Kien trouwt met zijn zesenvijftigjarige huishoudster Therese Krumholtz om de eenvoudige reden dat hij de toekomst van zijn boeken veilig wil stellen. Op haar beurt kiest Therese voor het huwelijk met Kien omdat ze denkt dat hij schatrijk is. De gebochelde Joodse dwerg Fischerle, gezegend met de beladen voornaam Siegfried, wil niets liever dan zoveel mogelijk geld bij elkaar harken om naar Amerika te kunnen emigreren. En de conciërge Benedikt Pfaff , gepensioneerd politieman, wil door vanuit zijn hok de mensen te bespioneren alles over ze te weten komen teneinde iedereen in zijn macht te krijgen.

Deze drijfveren mogen dan een karikaturale indruk maken, wie zich realiseert dat deze Weense roman in het Duits werd geschreven in de jaren 1930-1931 en dat het boek werd gepubliceerd in 1935 (twee jaar na de Duitse machtsovername door Adolf Hitler en drie jaar voor de Anschluss van Oostenrijk bij Nazi-Duitsland) ziet in dat hier meer dan symbolische verwijzingen op het spel staan. Niettemin doet men Het martyrium als roman onrecht door het boek te zeer te lezen als een tijdgebonden parabel over de ontrechting van intellectuelen tijdens het opkomende nazisme, de corruptie en het opportunisme van de bourgeoisie, die om redenen van eigenbelang de politici hun gang liet gaan, de wanhopige pogingen van minder bemiddelde Joden een goed heenkomen voor het toenemende antisemitisme te vinden of de wrede machtswellust die zich van tallozen meester maakte, zodra zij een uniform kregen aangemeten. Het feit dat het boek in allerlei opzichten de sporen van zijn tijd draagt, mag niet zonder meer worden opgevat als aanwijzing dat het dus ook over die tijd handelt.

Wie Canetti’s essay ‘Das erste Buch: Die Blendung’ (‘Mijn eerste boek’) in de uit 1975 daterende essaybundel Das Gewissen der Worte (Het geweten der woorden) leest, raakt eens temeer doordrongen van de grootse, zelfs universele ambities die de op dat moment niet meer dan vierentwintigjarige scheikundestudent met zijn schrijverschap koesterde. Het martyrium blijkt oorspronkelijk opgezet te zijn als de eerste van een cyclus van maar liefst acht romans, waarvan de overige zeven het levenslicht nooit hebben gezien. Hoewel Het martyrium in Wenen werd geconcipieerd en geschreven, ontleent het boek zijn apocalyptische atmosfeer minder aan het Weense interbellum dan aan het veel kosmopolitischer en gevaarlijker Berlijn. Aan die stad bracht Canetti tijdens het werken aan zijn roman herhaalde en uitgebreide bezoeken, en hij raakte er sterk onder de indruk van ontmoetingen met onder anderen Georg Grosz en Bertolt Brecht. In feite gaat Het martyrium, hoewel geografisch gesitueerd in Wenen, net zo weinig over het leven in de Oostenrijkse hoofdstad anno 1930 als Ulysses van James Joyce gaat over het Dublin van 1904. Een historische gebeurtenis als het gewelddadig neergeslagen arbeidersoproer van 1927, dat MCanetti met eigen ogen in Wenen gadesloeg, droeg veel bij aan de vorming van het historisch en menselijk bewustzijn van de auteur, maar daarvan zijn veel explicietere sporen te vinden in zijn grote studie Masse und Macht (Massa en macht) uit 1960.

Zoals Canetti in het genoemde autobiografische essay onthult, is de figuur van Therese Krumholtz in oorsprong gebaseerd op de praatzieke hospita die hem zes jaar lang een kamer verhuurde aan de Weense Hagenberggasse, maar hij voegt daar ten overvloede aan toe dat zij als literair personage volledig op de fantasie berust. Op diezelfde wijze zijn er ongetwijfeld ook trekken van Kien te herleiden naar Canetti zelf, die zich met de zelftucht van het laboratorium gedurende een jaar uit de wereld terugtrok om zijn eerste en enige roman te schrijven. Maar dat soort biografische lijntjes kunnen in een roman hoogstens als voetnoot illustratieve waarde hebben. Hetzelfde geldt voor de grote lijnen van de historische werkelijkheid op de achtergrond van deze roman. Dat in dit boek de wereldvernietiging en de massale waanzin van de jaren 1933-1945 hun vlammen vooruit werpen, laat onverlet dat Het martyrium een tijdloze schildering biedt van de mens in al zijn zwakten en in al zijn vernietigende kracht. Op het eerste gezicht moge deze roman een groteske karikatuur lijken, bij nadere beschouwing is het een even weerzinwekkend als meelijwekkend portret van de menselijke conditie.

Athenaeum - Polak & Van Gennep

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum