Leesfragment: Een onmiskenbare verwantschap

27 november 2015 , door Willem Frederik Hermans

17 juni verschijnt Een onmiskenbare verwantschap. Brieven 1944-1965, de correspondentie tussen Willem Frederik Hermans en F. Bordewijk. Vanavond kunt u al de eerste brieven lezen en uw exemplaar reserveren.

Toen Willem Frederik Hermans zich in de zomer van 1944 tot F. Bordewijk wendde, had hij nog geen boek gepubliceerd. Wel had hij enkele manuscripten ter beoordeling opgestuurd. Van de letterkundige D.A.M. Binnendijk was een kritische reactie gekomen: Hermans’ literaire werk zou te dicht tegen dat van Bordewijk aan hangen. Om dit vermeende plagiaat te ontkrachten, richtte Hermans zich tot de schrijver zelf, met de vraag of hij wilde beoordelen of er ‘van onduldbare navolging gesproken kan worden’.

Uit dit verzoek ontwikkelde zich een zowel voorzichtige als respectvolle verstandhouding. Hoewel gering in aantal, bieden de overgeleverde brieven een verrassend inzicht in de schrijfopvattingen van deze twee grootheden. Ze herkennen zich in elkaars voorkeur voor het wrede en surreële, ze voelen verwantschap in hun beider afkeer van het literaire leven, maar er is ook ruimte voor wederzijdse kritiek. Deze briefwisseling, bezorgd door de neerlandici Marsha Keja en Arno Kuipers, is een prachtig document dat nieuw licht werpt op twee van de grootste literatoren van de twintigste eeuw.

Willem Frederik Hermans aan F. Bordewijk, 15 juni 1944 (doorslag)

Amsterdam, 15 juni 1944

Weledelgestrenge Heer,

Eenigen tijd geleden zond ik de manuscripten van een paar novellen en een roman ter inzage aan den uitgever Meulenhoff te Amsterdam. De Heer Meulenhoff gaf genoemde stukken ter beoordeeling door aan den Heer D.A.M. Binnendijk. Dezer dagen bereikte mij het oordeel van den Heer Binnendijk, waarin eigenlijk tot uitdrukking werd gebracht, dat ik min of meer Uw proza had geplagieerd. – Het is iets waar ik, daar het natuurlijk nooit in mijn bedoeling heeft gelegen, ook nu niet van overtuigd ben, hoewel ik toe wil geven, dat in mijn werk het lezen van Uw boeken, die mij zeer troffen, sporen heeft nagelaten.

Ik meen dat wellicht U het beste zult kunnen beoordeelen, in hoeverre hier van een onduldbare navolging gesproken kan worden. Hierom zoudt U mij een zeer groot genoegen doen, wanneer U zoo vriendelijk zoudt willen zijn, eenige van mijn verhalen door te lezen. Zoudt U mij, wanneer U denkt daarvoor wel gelegenheid te kunnen vinden, even willen berichten, opdat ik U de manuscripten toe kan zenden?

Met oprechten dank voor de te nemen moeite,
Hoogachtend

 

F. Bordewijk aan Willem Frederik Hermans, 19 juni 1944

s-Gravenhage, 19 juni 1944

WelEd. Heer,

Uw brief van 15 dezer. Stuurt U mij maar eens iets toe, doch niet te veel want mijn tijd is beperkt. Ik zal U dan zoo spoedig mogelijk mijn antwoord geven.

Hoogachtend,

Uw dw.:
F. Bordewijk

 

Willem Frederik Hermans aan F. Bordewijk, 25 juni 1944 (doorslag)

Amsterdam, 25 juni 1944

Zeer geachte Heer Bordewijk,

Bij dezen zend ik U twee novellen. Ik heb er van afgezien U ook mijn roman te zenden, aangezien U mij schreef dat Uw tijd beperkt was. Zooals U uit de beoordeeling van den heer Binnendijk, die ik hierbij insluit, zal blijken, is het verschijnsel waar ik Uw meening over vraag, in deze twee verhalen al duidelijk genoeg.

Ik dank U zeer voor Uw bereidwilligheid.

Met de meeste Hoogachting

F. Bordewijk aan Willem Frederik Hermans, 3 juli 1944

Den Haag, 3 juli 1944

Geachte Heer

Hierbij de 2 novellen en de brief van den Heer Binnendijk terug, met dank voor de lezing. 'Atonale' lijkt mij niet zeer geslaagd, al komen er uitnemende beelden in voor (soms ook gewrongene). Ik vind het te verward, te weinig echt-diepzinnig. Het surrealisme hier en daar - zoo van de brikettenslang - trof mij.

Meer houvast had ik aan 'De zwerveling in de Anacon - dastraat'. Het gegeven is m.i. wat bloedarm. Uw detailwerk daarin bezit echter onmiskenbaar sfeer. Dit verhaal loont de moeite het een tijd te laten liggen en dan om te werken, waarbij U heele stukken zoudt kunnen behouden. U zult intusschen zoowel op taal als stijl moeten letten: hier en daar maakt U aanmerkelijke fouten.

U hebt een stelligen schrijversaanleg - waarschijnlijk bent U eerst sinds kort bezig, en ik meen U ook voor jong in jaren te mogen houden.

Eenige verwantschap met mijzelf trof ik inderdaad hier en daar aan, vooral in buurtbeschrijving, soms in vergelijking. Ik zou haar niet zoover willen doortrekken als dhr. Binnendijk, maar men is doorgaans geen vlekkeloos beoordeelaar van eigen werk, en ik ben dat zeker niet.

Met dank voor de lezing van het gezondene.

Hoogachtend

Uwdw
F. Bordewijk

Uitgeverij De Bezige Bij

MINDBOOKSATH : athenaeum