Leesfragment: Generatie A

27 november 2015 , door Douglas Coupland

31 maart verschijnt de nieuwe roman van Douglas Coupland, Generatie A, in de vertaling van Peter Abelsen en Robert Neugarten. Vanavond kunt u al de eerste pagina's lezen en uw exemplaar reserveren.

Generatie A speelt zich af in de nabije toekomst, in een wereld waar bijen zijn uitgestorven. Totdat vijf mensen die elkaar niet kennen in verschillende delen van wereld - de Verenigde Staten, Canada, Frankrijk, Nieuw-Zeeland en Sri Lanka - worden gestoken. Hun gedeelde ervaring verbindt ze op een manier die ze nooit hadden kunnen vermoeden.

Generatie A is een zoektocht naar nieuwe manieren van verhalen vertellen in een digitale wereld. Net als in veel van Couplands werk laveert de roman tussen optimisme over de toekomst en existentiële angst.

Generatie A is verbeeldingrijk, vindingrijk en onderhoudend; het is Couplands meest ambitieuze roman tot nu toe.

Harj

Trincomalee, Sri Lanka

Wie kan leven zonder zich over de verhalen te verwonderen waarmee we samenhang aanbrengen in wat we de wereld noemen? Zonder verhalen is ons universum niets dan stenen, wolken, lava en duisternis. Een dorp dat wordt weggevaagd door warm water dat ieder spoor uitwist van wat ooit was.
Stel je een tropische hemel voor, vele kilometers boven je en duizenden jaren ver aan de horizon. Stel je lucht voor die aanvoelt als honing op je voorhoofd; stel je lucht voor die je longen minder warm verlaat dan hij er binnenging.
Stel je een zacht geruis voor dat van buiten je kantoorgebouw komt. Stel je voor dat je naar het raam loopt, de luxaflex opent en heel de inhoud voorbij ziet komen van de wereld die je altijd hebt gekend – de aanblik van een grijze modderstroom, bedaard en op een vreemde manier rustgevend, met palmbladeren, ezels, de jeep van de plaatselijke Fanta-distributeur, fietsen, dode honden, bierkratten, bootjes van garnalenvissers, omheiningen met prikkeldraad, vuilnis, rode bloemen, olieschuurtjes, Mercedestouringcars, bestelbusjes van kippenboeren.
... lijken
... platen multiplex
... dolfijnen
... een brommer
... een tennisnet
... wasmanden
... een baby
... honkbalpetjes
... nog meer dode honden
... golfijzeren platen
Stel je voor dat er een buitenaards wezen naast je zou staan. Hoe zou je hem dit alles uitleggen? Of haar. Of het. Wat ooit leefde is nu dood? Zouden buitenaardse wezens wel het verschil kennen tussen leven en dood? Misschien ervaren zij wel iets wat net zo grondeloos is als het leven, maar heel anders van aard. En wat zou dat dan zijn? Wat zouden zij zichzelf voorhouden als dichtmiddel voor onverwachte barsten in het bestaan, om nog maar te zwijgen over een tsunami? In welke mythen en verzinsels geloven zij? Hoe vertellen zij hun verhalen?
En kijk nu weer uit je raam. Kijk naar wat de goden opeens hebben uitgebraakt, vanuit je onbewuste de wereld in, naar die warme, modderige rivier van dode katten, oude vrouwtjes omkleefd door hun natte sari’s, aluminium propaanflessen, een dode geit, vliegen die onbekommerd boven de chaos zoemen.
... koeltassen
... graspollen
... een roodverbrande Scandinavische pedofiel
... witte plastic vouwstoeltjes
... verdronken soldaten, verstrikt in hun wapenriemen
En wat nu? Bidden? Wat is een gebed anders dan de wens dat de gebeurtenissen in je leven een verhaal vormen – iets wat er betekenis aan geeft, want je wéét dat er zo’n betekenis moet zijn. Dus bid ik.

Zack

Mahaska County, Iowa

Niets op deze wereld is zo godsgruwelijk griezelig als een maïsveld. En dan doel ik niet op filmscènes waarin Joe Pesci tot pulp wordt geslagen met een honkbalknuppel, of op vermoorde en in stukken gehakte lifters, en ook niet op ufo’s en graancirkels. Ik doel zelfs niet op dat gerucht over kunstmest waarin de resten zijn verwerkt van aliens waarop sectie is verricht. Ik doel op massaproductie, op Archer Daniels Midland, Cargill of Monsanto, op genetische manipulatie en met fructose verrijkte alcohol. Maïs is, puur op zichzelf, een regelrechte nachtmerrie. Duizend jaar geleden was het nog een iele stengel met één lullig zaadkorreltje; nu is het een opgezwollen, gelig glanzende dildo die zowat ontploft van de voedingswaarde. Waarom dat eng is? Let op. Een molecuul maïszetmeel is kilometers lang. En in de jaren zeventig kreeg de maïsindustrie de beschikking over een enzym dat die kilometers opknipt in miljarden fructosemoleculen. En toen al die fructose een paar jaar later in het nationale eetpatroon terechtkwam, was het kaboem – de hele natie werd ziekelijk dik. Het menselijk lichaam is namelijk niet op zo’n fructosevloed ingericht. Je krijgt die troep binnen en je lichaam denkt: hmmm... zal ik dit in stront omzetten of in reuzel? Oké, reuzel dan maar. Maïs zet je strontschakelaar uit, met alle gevolgen van dien. De reactie van de maïsindustrie hierop? Wat... wij? Dragen wij bij aan de nationale vetzucht? Welnee, mensen zijn gewoon veel meer gaan snacken sinds de jaren tachtig, kunnen wij ook niks aan doen, dus hou op met dat gezeik en neem nog een coke.
Ik zweer het je, de menselijke soort is pure horror. We verdienen alles wat we onszelf aandoen.
Maar wie moest er door een bij worden gestoken terwijl hij helemaal in zijn uppie in zijn combine zat, midden in een maïsveld in Mahaska County, Iowa? Ik, godverdomme. Ik.
Welkom trouwens in Oskaloosa, met al haar trekpleisters die een bezoek aan Oskaloosa tot zo’n geweldige ervaring maken. Iedereen vindt hier iets van zijn gading, van het historische stadsplein met zijn muziektent tot het George Daily Auditorium, de bekroonde Oskaloosa Public Library, de William Penn University en de drie golfbanen.
Ik heb het grootste deel van bovenstaande alinea van het net geplukt, en wijs erop dat de homepage van de stad één ding vergeet te noemen: mijn vaders crystal meth-destilleerderij (‘laboratorium’ klinkt zo Cletus & Brandine, vind ik) die een paar jaar geleden door de dea werd opgerold. Mijn vader en de dea zijn nooit dikke vrienden geweest.
Zes jaar geleden was mijn pa een keer zo high dat hij in een vlaag van paranoia de boekenmobiel van de Oskaloosa Library jatte en in een bunker bij de veertiende hole van de Edmundson Park and Golf Course reed. In de vaste veronderstelling dat hij een geavanceerd spionagevoertuig van de dea buiten werking stelde, stak hij het gehavende voertuig in de hens en verloor daarbij zijn wenkbrauwen, waarna hij bovendien zijn rijbewijs verloor, zijn vrijheid en zijn omgangsregeling met mijn twee halfzussen die in Winnebago County wonen.
Zodra hij de lik uit was, ging hij weer aan de slag, tot de dag van die inval in zijn destilleerderij – waarbij hij een vat kokende tolueen over zijn achterhoofd kreeg. Zes weken lag hij in het gevangenishospitaal. En toen hij genoeg op krachten was om weer een beetje rond te lopen, werd er een borgsom gestort door mijn oom Jay, een advocaat en Freonhandelaar uit Palo Alto, die mijn pa liet overvliegen om in Californië een afkickprogramma te volgen. Goed idee, maar in het vliegtuig had hij de pech dat zijn in-flight-koptelefoon niet goed gereinigd was en zijn brandwond geïnfecteerd raakte met resistente stafylokokken, die nog voor de landing op de luchthaven van San Francisco een kwart van zijn hoofd hadden opgegeten. Dus niks afkicken, we konden pa begraven. Oom Jay verkocht de helft van de boerderij en schonk mij Maizie, de meest geavanceerde maaidorsmachine ter wereld, een beest van een combine.
Sindsdien stuurde oom Jay me elke maand een uiterst schappelijke looncheque om (a) niet als crystal meth-producent in de voetsporen van mijn vader te treden, (b) met enige aandacht en vrij van drugs voor de maïs (ons familie-erfgoed) te zorgen, en (c) elke week onder het toeziend oog van een laborant, een vreselijke engerd van Roemeense afkomst, in een erlenmeyer te pissen – voor het geval ik de eerste twee afspraken uit het oog mocht zijn verloren. De urine werd ter plekke getest en de Roemeense griezel zou het zien als ik zelfs maar een handdruk had gekregen van iemand die kort daarvoor een maanzaadbol had gegeten. Oom Jay maakte er een keiharde voorwaarde van: ik moest clean zijn om Maizie te mogen houden, maar het is bepaald geen pretje om als een in opspraak geraakte olympiër te worden behandeld. Iedereen die ik ken (wat zeg ik, zowat het hele land!) is aan de dope dan wel volslagen achterlijk dan wel moddervet. En dat had ik ook allemaal kunnen zijn, ware het niet dat ik (6) geen drugs kan nemen als ik mijn cheque wil blijven ontvangen, (2) niet achterlijk ben en (G) doorheb dat maïs de wortel van alle kwaad is. Probeer maar eens rijst of sojaproducten te vinden in de supermarkten van Mahaska County. Veel succes! Dat feit hadden ze ook nog wel in het onlineprofiel van Oskaloosa kunnen vermelden: De supermarkten van Oskaloosa bieden een breed assortiment levensmiddelen waarin de fabrikanten een scala aan afgeleiden van maïszetmeel hebben verwerkt. Mochten uw kinderen vegetariër willen worden of een andere dubieuze voedingsleer aanhangen, dan kunt u erop vertrouwen dat onze supermarkten hun dwaze tienerverlangens grondig zullen dwarsbomen.
Oké, en dan nu even iets wat ik nog niet over de inval van de dea verteld had: ze vonden ook nog een namaakantiek biscuitblik met daarin de wijsvingers van twee dode mannen. Die gebruikte mijn vader om de schijn van echtheid te wekken bij een langlopende chequefraude. Maar er was nog een derde vinger die ze niet vonden, en die ruilde ik niet lang daarna met een meisje dat serveronderhoud voor de dea deed en er in haar vrije tijd ook lustig op los fraudeerde. In ruil voor die vinger kreeg ik een onvergetelijke pijpbeurt én toegang tot de realtime beelden van de geosynchrone observatiesatelliet van de dea. Carly was zelfs niet ongenegen om iets langdurigs met me aan te gaan, maar dan moest ik wel mijn paardenstaart afknippen en aan Locks of Love doneren. Dag Carly, de groeten. Waarom ik toegang wilde tot een realtime satellietcamera? Voor mijn kunst, natuurlijk. Kom ik zo op terug.
Afijn, op de dag dat ik gestoken zou worden door die kutbij, zat ik in Maizie, een combine met zo’n overdaad aan luxe dat een cruiseschip voor homo’s erbij in het niet zou vallen. Ik was poedelnaakt, en waarom niet! De ergonomisch ingerichte stuur - cabine werd volautomatisch op druk en een prettige temperatuur gehouden. De zelfdragende carrosserie, rubber trillingsdempers en geluidsabsorberende materialen zorgden voor een vrijwel volmaakte lawaaireductie. Dankzij de panoramische ruiten zou ik alle tijd hebben om mijn shorts aan te trekken als ik bezoek zag naderen.
Ik luisterde naar een of ander trendy groepje uit Luxemburg of Vaticaanstad of Liechtenstein of de Falklands, een van die staatjes die zo nietig zijn dat het leeuwendeel van het bnp voortkomt uit de verkoop van postzegels aan verzamelaars en het minutenlange sterrendom van indierockartiesten.
Ik had alle vier mijn plasmaschermen aan, en wel op (6) de nfl (2) een of andere lijpe Koreaanse spelshow waarin mensen zich in dierenkostuums hullen om prijzen te winnen die nog het meest op opblaasbare hoofdletters lijken, (G) de realtime dea- satellietbeelden van mijn boerderij en (H) een interactieve tv-verbinding met Charles, een aan slapeloosheid lijdende freak die zijn geld verdient als media-inkoper bij de afdeling Satelliet - televisie van bbdo in Singapore. Charles betaalt mij honderd dollar per uur om me in mijn nakie aan het werk te zien in mijn cabine. De nieuwe economie heet dat, en ik ben er helemaal vóór. Ja, kom op zeg, als ik een leuk zakcentje kan verdienen door een of andere nicht aan de andere kant van de wereld aan zijn gerief te laten komen, reken maar dat ik dat dan doe. Rits maar lekker je broek open, Charles. Je dure Zegna-broek. Dat weet ik omdat ik je geheime onlineprofiel heb gelezen: lions-and-tigers-andbears@labelwhore.org. Maar goed, Charles had zijn dagelijkse ruk tot een goed einde gebracht en we babbelden nog wat na. Over Iowa om precies te zijn, dat volgens Charles de Rechthoekstaat moest heten. Een misvatting, vond ik, en ik wees hem erop dat Colorado veel meer voor die bijnaam in aanmerking kwam.
‘Ja, qua buitengrens,’ zei Charles. ‘Maar als je naar de kaart van Colorado kijkt, lijkt de verdeling van de counties op een rommelig knip- en plakwerkje van een kleuter, terwijl Iowa netjes verdeeld is in honderddertien keurige rechthoekjes.’
‘Hou eens op met het afzeiken van de territoriale indeling van mijn staat.’
‘Wat klink je trouwens wazig, CornDog. Ben je er wel helemaal bij?’
Oké, oké, misschien was ik inderdaad een beetje high, die dag. (Heb je ooit een Roemeense laborant ontmoet die niet viel om te kopen?) Mijn persoonlijke regel is dat ik alleen maar high mag worden als het weer een nieuw record vestigt, en CornDog is natuurlijk niet mijn echte naam. Ik heet Zack. En ik ben ook geen add-patiënt. Ik ben gewoon Zack. add is een eufemistisch etiket dat mijn ouders me destijds hebben opgeplakt toen ze doorkregen dat ik geen Stephen Hawking was.
Ik hoor het de lezer al vragen. Waar is Zacks moeder? Is Zack een zielige wees? Het antwoord is: neen. Zack heeft een aanstaande stiefvader die veel te jong is voor zijn moeder, en die twee hokken ergens in een bouwval in St. George, Utah, waar ze de kost verdienen met het fokken van genetisch gemankeerde Jack Russells.
Charles wist ondertussen van geen wijken. ‘Serieus, CornDog, waar zaten ze met hun gedachten toen ze die staat van jou opdeelden?’
Ik klikte de geopolitieke kaart van Iowa tevoorschijn op het scherm van mijn dea realtime satellietcamera, zoomde in en uit op interne grenzen, en verdomd, hij had gelijk. Iowa ís de Rechthoekstaat.
Ik gebruikte de satelliet trouwens vooral voor een realtime kijkje op mijn artistieke meesterwerk van die dag: een stijve-lulmet- kloten van zo’n vier hectare, die ik uit de maïs had gemaaid als bedankbriefje voor God, omdat hij me geboren had laten worden in het culturele equivalent van een verfschudmachine in een ijzerhandel. Ik hoefde oom Jay niet voor me in te nemen met een enciënte maïsoogst, want alles was dat jaar aangetast door een of ander gemodificeerd gen dat dood en verderf zaaide onder motten en wespen. En dat terwijl bijen al voltooid verleden tijd waren. In een uitzonderlijke opwelling van verantwoordelijkheidsbesef had de maïsindustrie besloten de hele oogst te schrappen. Iets waar ik in het geheel niet rouwig om was, want wat heb je in zo’n geval te verwachten? Juist, een sappige schadeloosstelling! De maïs stond op zijn hoogst en volop in de pluim, en ik kon er naar hartenlust doorheen maaien.
Het gebeurde terwijl Charles me vertelde over een gratis lapdance die hij de week daarvoor had gewonnen in een stripclub met pre-op shemales. Een van de cabineruiten rammelde een beetje, dus trok ik hem open en bewoog hem even heen en weer. Ik wilde hem net goed dichtslaan toen ik opeens, godver, gestoken werd.

Samantha

Palmerston North, Wanganui, Nieuw-Zeeland

Oké.
Toen ik gestoken werd, stond ik in het gras naast een bloeiende mirtestruik, waarin hoog boven mijn hoofd Barbarijse duiven koerden. Het was net als vroeger, toen bloemen en bloeiende struiken nog heel gewoon waren. Het gras waar ik stond, bevond zich in de berm waar Weber Fork Road kruist met Route f2, zo afgelegen als je het maar hebben kunt op het eiland – dertig kilometer landinwaarts vanaf de oostkust, in het heuvelachtige stuk van Wanganui Province.
Wat je moet weten: ik had net een sneetje witbrood uit een bakkerijzak gehaald en in het gelige zand naast het grasperk neergelegd, en maakte aanstalten er een foto van te nemen met mijn smartphone. Waarom deed je dat? zul je je afvragen. Goeie vraag. Het antwoord is dat ik een Earth Sandwich aan het maken was. Wat is een Earth Sandwich? denk je nu. Oké, eerst bepaal je met onlinelandkaarten welke plek er tegenover jou aan de andere kant van de aardbol ligt, en dan zoek je contact met iemand die daar in de buurt woont. Vervolgens knobbel je met gps de geocoördinaten uit van twee locaties die exact tegenover elkaar liggen, legt daar allebei een snee brood neer, belt elkaar en neemt een foto. En dan heb je dus twee sneetjes brood met de hele aardbol ertussen. Het is een internetding. Je maakt de sandwich, je post de beide foto’s ergens, en als er dan ook nog iemand naar kijkt, mag je van een kunstwerk spreken. Bingo.
Degene aan de andere kant van de aarde was een meisje, Simone Ferrero, dat midden in Madrid stond, op de hoek van Calle Gutenberg en Calle Poeta Esteban de Villegas, om tien uur ’s avonds – wat dus wil zeggen dat het in Nieuw-Zeeland tien uur in de ochtend was. Het enige wat ik van haar wist was dat we online hadden afgesproken een sandwich te maken.
Je moet weten: Nieuw-Zeelanders hebben een groot thuisvoordeel bij het maken van Earth Sandwiches. De meeste landmassa van de planeet bevindt zich boven de evenaar, dus de mensen die daar wonen, hebben voornamelijk zee tegenover zich. Voor Noord-Amerika, bijvoorbeeld, is dat de Indische Oceaan. Honolulu heeft nog net een broodkorstje van Zimbabwe tegenover zich, maar alle andere Amerikanen, de Canadezen en de Mexicanen kunnen het schudden.
En wat je trouwens ook moet weten: toen ik mijn foto maakte en op het punt stond gestoken te worden, was ik er niet helemaal bij met mijn gedachten. Ik had die ochtend namelijk een heel vreemd telefoontje gehad van mijn moeder. Het was mijn enige uitslaapdag van de week, maar ik was zo stom geweest mijn smartphone aan te laten staan. Alle andere dagen van de week kom ik om vijf uur mijn bed uit om om zes uur de eerste klanten te kunnen trainen in de sportschool. En nu, op mijn vrije ochtend, ging dat rotding over en...
‘Goeiemorgen, Samantha.’
‘Mmm... môge, mam.’
‘Maak ik je wakker? Het is half negen, dus ik dacht: je bent allang op.’
‘Geeft niet, hoor. Maar hé, wacht eens, jullie waren toch op vakantie?’
‘Zijn we ook. We zitten in een heerlijk huisje op een uur rijden van Darwin. Heerlijk ontbeten met chocoladecroissants en verse melk en... maar daar bel ik niet voor, lieverd.’
‘Waarvoor dan wel?’
‘Ik... we... je vader en ik, we moeten je iets vertellen.’
Jezus, wat ging dit worden? Ik zette me schrap. Mijn hersens schreeuwden inmiddels om koffie.

[...]

Oorspronkelijke titel Generation A
Copyright © 2009 Douglas Coupland
Copyright Nederlandse vertaling © 2011 Peter Abelsen, Robert Neugarten en J.M. Meulenhoff bv, Amsterdam
Foto copyright © Thomas Dozol

Uitgeverij Meulenhoff

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum