Leesfragment: Het wonderlijke leven van Jackie Fontanel

27 november 2015 , door Kasper van Kooten
| |

22 november verschijnt de debuutroman van Kasper van Kooten, Het wonderbaarlijke leven van Jackie Fontanel. Vanavond kunt u er al een gedeelte uit lezen en uw exemplaar reserveren. 

Klaas leeft in het goede lichaam, maar in de verkeerde tijd. Zo voelt dat al jaren. Zijn avontuurlijke opa vaart in de  roaring twenties  mee op de Holland-Amerika Lijn. In New York raakt deze scheepsjongen verslingerd aan de opzwepende wereld van jazz, dans en vaudeville. 

Een halve eeuw later verhaalt hij zijn kleinzoon van een zekere Jackie Fontanel. Een sprookjesachtige legende. Na de dood van zijn grootvader - zijn beste vriend en grootste voorbeeld - probeert Klaas zijn opa's savoir-vivre te doorgronden. Hij trekt zijn sporen na en doet verbijsterende ontdekkingen. 

Het wonderlijke leven van Jackie Fontanel is een meeslepend verhaal over de afspraken die je met het leven kunt maken, en daarnaast een intrigerende familiegeschiedenis.

De debuutroman Het wonderlijke leven van Jackie Fontanel vormt de basis voor Kasper van Kootens nieuwe theatervoorstelling, die in het najaar van 2011 in première gaat.

Kasper van Kooten (1971) is cabaretier, acteur, muzikant en schrijver. Hij speelde onder andere in All Stars, Toscane en De co-assistent. Hij ontving een Zilveren Harp voor zijn muziek en werd genomineerd voor De Poelifinario en de Neerlands Hoop Cabaretprijs met zijn cabaretprogramma’s Veelvraat en Geestdrift.


 

The very best of

New York, 2011

Ik zit nog geen halve minuut op de geplastificeerde achterbank van de taxi als de zin ‘Start spreading the news’ in me opkomt. Ik neurie de melodie zelfs al. Walgelijk, stop! Niet dat nummer, Klaas. Wat hadden we nu afgesproken? Je zou er niet aan denken, een beetje je best doen om het te onderdrukken wanneer het opkwam, maar de eerste de beste taxirit en hup, daar ga je al?! Valse start. Nieuwe poging.

Kom op.

Het lied helemaal uitbannen is niet eenvoudig; dat briljante intro begint op elke straathoek als je niet oplet.Maar hier ‘New York, New York’ gaan zingen is hetzelfde als een Amerikaanse toerist die stoned op klompen door Amsterdam loopt, verzin ik.

Het is de tweede dag van mijn eerste keer in de stad der steden. Waarom was ik hier niet eerder? Ik moet overigens zélf mijn best doen om zo New Yorks mogelijk op en neer te veren op de achterbank. Ik heb het idee dat deze nieuwe Japanse Amerikanen veel stugger zijn dan de Chevy’s uit de jaren tachtig. Ik dein mezelf terug in die tijd.

Achter het stuur zit een breed glimlachende... Ivoriaan. Ik zie het op zijn identiteitskaart staan: Ivory Coast. In de achteruitkijkspiegel kijkend valt me op dat zijn rechteroog helemaal wit is en functieloos lijkt. De chauffeur noemt me consequent bro. Het is altijd fijn om iemands bro te zijn. We rijden op mijn verzoek richting Brooklyn Bridge. Ik wil koffie gaan drinken in The River Café om van daar te kijken naar de verdwenen torens en de oostkant van Manhattan.

Ik had vandaag het liefst over de brug willen lopen, maar daar heb ik niet genoeg tijd voor aangezien ik vanmiddag ook nog met de pont naar Hoboken wil om de pier van de Holland-Amerika Lijn terug te vinden en daarna vanaf Lackawanna station hetzelfde te doen: naar Manhattan kijken, maar dan vanaf de westkant. Mijn schema zit propvol nu ik eindelijk hier ben,maar alles draait natuurlijk om de afspraak van morgen die mijn moeder en ik met onze nieuwe neef in Harlem hebben. Zij wilde zich er mentaal een beetje op voorbereiden in haar hotelkamer. Ze was moe van de vlucht. Ik kon niet binnen blijven, moest eruit en pakte een taxi.

We rijden vanaf het Meatpacking District, waar ons hotel is, en het zou veel sneller zijn geweest om dwars door het zuidelijke deel van Manhattan naar de voet van de brug te rijden,maar ik heb de chauffeur gevraagd helemaal langs de Hudson en de zuidpunt te rijden, om een flard van Ground Zero en vooral – rechts van mij – van het water te kunnen blijven zien. Op die manier krijg ik het snelst overzicht van de stad. En het water: ik kan niet zonder. Ik moet het zien, altijd.

Er is iets bijzonders in deze taxi’s: de televisie in de rugleuning van de voorbank. Een door reclame gewurgde talkshow van ene Jimmy Kimmel (het zal wel geen Leno- of Letterman- kwaliteit zijn als je je aan de taxicentrale verkocht hebt) met als gast een acteur die ik wel ken maar niet kan plaatsen. Hij praat over schepen. Kennelijk had hij een rol waarbij hij veel op een schip moest zitten. We zijn pas gisteren in New York aangekomen, maar ik heb nu al het gevoel of ik honderd geheimen heb ontrafeld en duizend gezichten heb gezien die iets zouden kunnen betekenen voor mijn speurtocht naar nieuwe verhalen en feitjes.

Toen we gisteren met de taxi vanaf JFK over de VanWyck Expressway 678 links afsloegen, de Jackie Robinson Parkway op en ik over de romantisch glooiende en schier eindeloze grafvelden van Cypress Hills richting de skyline van Manhattan keek, wist ik direct dat het waar was wat iedereen zong en zei: deze stad zindert zo intens dat je hier helemaal geen drank of drugs nodig hebt om te voelen dat ze je omarmt, om je tijdens je gehele verblijf niet meer los te laten. Deze stad revitaliseert je zodra je haar binnen rolt, ze voedt je met haar twee borsten tegelijk. Uit de ene borst vloeit hoop, uit de andere geloof en zijzelf is de liefde. Zij, moeder aller steden. ‘And if you can make it there...’ potverdomme, daar is het weer! Wegdrukken, snel.

Er is iets met dat lied: een nare associatie. Het is verpest voor mij. Wanneer ik het hoormoet ik denken aan de dronken vader van mijn eerste vaste schoolvriendinnetje, Wendelijn. Dan zie, hoor en ruik ik die vierde telg van de grote textielfamilie, hoe hij altijd een vervelende dronk over zich kreeg, het bovenste knoopje van zijn hemd openmaakte, zijn das los liet bungelen en naar het stereomeubel waggelde om zijn favoriete nummer op te zetten. ‘New York, New York’ dus, en dan met zijn dikke handjes volkomen uit de maat aangeven waar hij vond dat het nummer was. Bij de tweede regel ‘I’m leaving today...’ keek hij steevast streng naar zijn vrouw die dan altijd zenuwachtig naar hem en vervolgens naar ieder ander in de kamer glimlachte. Wanneer het hele nummer klaar was jodelde hij gelijk ook bijzonder vals ‘MyWay’mee, hij had natuurlijk The Very Best of Frank Sinatra, om vervolgens diepgeraakt – met natte oogjes van de cognac en klamme adem van de sigaren – te verkondigen dat dít nummer op zijn begrafenis moest worden gespeeld. En die associatie laat het nummer voor eeuwig anders klinken, helaas.

Mijn moeder en ik zijn hier twee weken om voor het eerst familie te bezoeken en om te trachten nieuwe sporen van mijn opa te vinden die hier in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw vaak per schip heen reisde. Maar ook om elkaar weer eens goed te spreken, te zien en ons te laven aan de muziek, het theater en de andere kunsten in deze helblauwe knisperstad.

Ik ben hier ook om antwoord te vinden op de vraag: wie ben ik, waarom en vooral wanneer ben ik wie? Wanneer is mijn leven spel en wanneer wordt het echt? Waar droom ik nog van en waar heb ik al werkelijkheid van gemaakt? En waarom zijn die afgelopen achttien jaar zo afgrijselijk onopgemerkt snel voorbijgegaan?

Het is het soort clichématige levensvragen dat je jezelf automatisch gaat stellen als je bijna veertig bent, denk ik. Ik heb bij het inchecken op Schiphol enig overgewicht aan hoofdbagage meegenomen, maar er is alle tijd om die eens lekker uit te vouwen aan de schrijftafel van mijn hotel, de komende twee weken.

 

Uitgeverij Querido

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum