Leesfragment: Ik ontmoette een man

27 november 2015 , door Gerrie Hondius
| | | | | | |

Deze nazomer wordt de winnaar bekendgemaakt van de Academica Literatuurprijs, voorheen Academica Debutantenprijs, die dit jaar voor de zestiende keer wordt uitgereikt. De prijs is bestemd voor het beste fictiedebuut van het afgelopen jaar. De genomineerden zijn:

en Gerrie Hondius, Ik ontmoette een man, waaruit we vanavond een fragment publiceren.

Goede vriend

Ik ontmoette een man. Het klikte en we werden goede vrienden. We studeerden samen, tekenden poppetjes, aten soms bij hem en soms bij mij.
Op een dag ging ik uitgebreid voor hem koken, als een uitgesteld verjaardagscadeau. Met een kater van de vorige dag had ik tassenvol verse ingrediënten gekocht en me voor hem uitgesloofd. Toen belde hij op.
‘Ik heb een dubbele afspraak gemaakt,’ zei hij.
‘O?’ zei ik. ‘En? Dus?’
‘Dus ik kan niet komen,’ zei hij. ‘Ik ben zo’n lul.’
‘Welnee joh,’ zei ik. ‘Maakt niet uit.’
‘Vind je het niet erg? Ik ben zo’n lul.’
‘Nee, het is goed, joh. We halen het wel eens in.’
Hij hing op en ik keek om me heen. In de ravage van mijn keuken begon ik te huilen. Ik vond het wél erg.
Omdat we vrienden waren besloot ik me niet voor mijn tranen te schamen en belde hem terug.
‘Ik vind het wél erg,’ zei ik. ‘En je bent inderdaad een lul, maar dat moet wel míjn tekst zijn.’

Goeiemorgen

Ik ontmoette een man met wie ik op een morgen wakker werd. Ik lag met mijn neus achter zijn grote rug en kuste die. De man gromde zacht in zichzelf, somber. Ik streelde de rug. Die bewoog zich van me af. De rug richtte zich langzaam op, en de man ging op de rand van het bed zitten. Hij had me niet aangekeken en niets gezegd. De grote rug zoog mijn aandacht op als een zwart gat. Ik probeerde uit alle macht de zuigende werking van de rug te weerstaan.
We stonden op.
De man en ik bewogen zwijgend langs elkaar heen. De sombere rug bleef zuigen. Ik snoof, maar liep op eieren. Aan de ontbijttafel vielen de eerste woorden.
‘Die grote sombere rug van je. Daar kan ik niet zo goed tegen.’
‘Dat begrijp ik eigenlijk wel,’ zei de man. ‘Zal ik er een tatoeage op laten zetten? Met iets als “Goeiemorgen schatje”?’

 

Sjeu

Ik ontmoette een man. We waren allebei vrijgezel, maar hij interesseerde me niet. Ik was voor hem gewaarschuwd: ‘Hij is serieel monogaam,’ zeiden ze.
‘En dat houdt in?’
‘Hij wordt altijd stapelverliefd, hemelt zijn geliefde huizenhoog op, maar na een week of drie is de sjeu eraf. Dan wordt hij weer stapelverliefd op een ander.’
‘Aha.’
Ik vroeg me af hoe die man er telkens weer een vrouw in kon laten lopen. Zo knap was hij immers niet.
Op zeker ogenblik had hij weer een nieuw liefje. Ik had op voorhand medelijden met haar. Ze zag er goed uit, ze leek heel aardig en ze vormden samen een leuk stel. Na drie weken vroeg hij haar ten huwelijk.
Iedereen hield de adem in.
Ze zagen er heel gelukkig uit. Ze trouwden en ze bleven maar gelukkig. Eigenlijk was hij ook wel een erg knappe man, zag ik nu.

 

Beschaving

Ik ontmoette een man met wie ik verkering kreeg. Op een mooie dag bedreef ik met mijn mond de liefde met hem. Toen ik nog wat lag na te smullen, duwde hij voorzichtig mijn hoofd van zijn buik. Ik keek hem aan. Op zijn gezicht was afkeer zichtbaar.
‘Wat is er?’ vroeg ik.
‘Liefje,’ zei hij, ‘het was heerlijk hoor, daar gaat het niet om.’ Waar kon het dan wél om gaan?
‘Het is meer dat... nou ja... eigenlijk vind ik het een vies idee dat mijn eigen vriendin dit soort dingen doet. En dan nog met die overgave. Alsof je er zelf van geniet.’
Zelfs mijn ‘Maar...’ verstomde voor ik het uitsprak. Ik kwam naast hem liggen en keek naar het plafond.
Wat heeft de beschaving toch een hoop ellende aangericht.

 

Geen vlees

Ik ontmoette een man die een etage onderverhuurde.
Ik had een huis nodig en sprak met hem af.
Hij had een heerlijk huis op een prachtige plek. Hij liet me zien waar ik zou wonen, en hoe we de keuken en de douche zouden moeten delen. Het was niet duur. De man was erg mooi.
‘Ben je vegetarisch of zo?’ vroeg hij.
‘Nee,’ antwoordde ik, verbaasd. Had ik het juiste antwoord gegeven?
Na verloop van tijd had hij geen vragen meer.
‘Goed,’ zei hij. ‘Je mag hier wonen, maar we gaan niet met elkaar naar bed.’
‘Oké,’ lachte ik.
Ik woonde er anderhalf jaar en ik kon het goed met de man vinden, maar ik wilde in een andere stad gaan wonen. We spraken af dat we met elkaar naar bed zouden gaan op de avond voor mijn verhuizing.

De hal stond vol dozen, ik was vol nieuwe plannen, en ik voelde me heel ondeugend. Die nacht kwam de man niet thuis.

 

Onaantastbaar

Ik ontmoette een man die, zodra hij aan me was voorgesteld, meteen de diepte in dook. Met volle ernst, er kon geen lachje van af. Zijn ogen boorden zich in de mijne, hij stelde onafgebroken vragen die rechtstreeks naar mijn kern moesten leiden. Alras had hij een aantal onvolkomenheden in mijn karakter opgediept en ging mij daar ongevraagd op coachen – hij nam als vanzelfsprekend aan dat ik er wel aan zou willen werken.
Het kostte me grote moeite om me voor deze man open te stellen, maar ik deed het toch. Ik wilde me niet laten kennen. Zou hij een punt hebben? Het was mogelijk. Intussen voelde ik hoe in mijn binnenste een stomende woede over zijn gedrag oplaaide.
‘Ik zie dat je veel weerstand bij je hebt,’ zei de man.
‘Dat klopt.’
‘Hoe is de relatie met je vader?’
‘Prima, dank je.’
‘En de liefde?’
‘Ik bén liefde.’
‘Maarrr…?’
‘Ik heb geen vriend.’
‘Misschien moet je dan toch eerst de relatie met je vader schoonmaken voor je weer toe bent aan een gezonde relatie.’
God, wat een cliché, dacht ik. Alsof ik dat zelf niet kan verzinnen.
‘Maar dan moet ik toch eerst een relatie wíllen?’
‘Dat moet je willen, daar heb je gelijk in.’
‘Ik heb mijn vader al lang en breed vergeven.’
‘Als ik je in je ogen kijk, zie ik dat je ziel hem helemáál niet heeft vergeven,’ zei de man. Hij was nu ook al een zelfbenoemde autoriteit op het gebied van mijn ziel. Hoe beledigend can you get, vroeg ik me af.
‘Vergeven doe je júíst met je ziel,’ zei ik. ‘Ik heb al een hele serie klootzakken liefdevol vergeven.’
De man lachte niet met me mee. ‘Maar je noemt ze wel klootzakken. En je mond verkrampt helemaal terwijl je het zegt.’ Hij deed na hoe dat eruitzag. Goed, het kon dus nog beledigender.
Het was lang geleden dat ik in zo’n korte tijd zoveel bagger voor mijn kiezen kreeg. Maar zijn jargon bleef onaantastbaar.
‘Kan ik nog iets voor je doen? Heb je nog iets van mij nodig om dit af te ronden? Wil je dat ik iets zeg? Wil je zelf iets zeggen?’
Ja, dacht ik. Dit gaat alleen maar over jou. Jij hebt een probleem met mijn karakter, ik niet. Je gaat in de aanval om buiten schot te blijven. Blijkbaar ben je doodsbang om zelf ontmaskerd te worden. Bang dat iemand ziet hoe kleinburgerlijk en saai je in wezen bent.
‘Ik wil je wel iets uitleggen,’ zei ik.
‘Dat hoeft niet.’
‘Maar dat wil ik.’
‘Ga je gang,’ zei de man met een royaal gebaar. Ik onderschepte een rilling en haalde adem.
‘Ik heb eens een man gekend die deed wat jij doet. Omdat jij last hebt van mijn karakter ga je mij coachen. Maar ik heb je niet uitgenodigd om in mijn ziel te peuteren. Dat moet je niet doen. Dat komt veel te dichtbij.’
Hij keek me ernstig aan.
‘Voel je je beter nu je dit hebt gezegd?’

Eigenlijk wel, dacht ik, maar dat gunde ik hem niet.
Terwijl ik naar huis wandelde, koelde ik af. Hem hoefde ik niet te vergeven. Hij was niet belangrijk genoeg.

 

Vanalles

Ik ontmoette een man wiens werk ik erg bewonderde. Hij was een jonge hippie, compleet met baard, lang haar, the mama’s and the papa’s en the loving spoonful. Hij was altijd vrolijk en besluiteloos. Op een dag zag ik hem weer.
‘Hé, hoe gaat het?’ vroeg ik. ‘Waar ben je mee bezig?’
‘Ik ben filmpjes aan het maken,’ zei hij. ‘Ik heb veertig korte scenario’s geschreven en in een afbraakpand dat ik tijdelijk mag lenen een compleet landschap als decor gebouwd. En nu ben ik kostuums aan het naaien. Van een kreeft, een inktvis, een boon en een wortel. Zaterdag gaan we filmen.’
‘Allemachtig,’ zei ik. ‘Wat een hoop werk. Kan ik je misschien ergens mee helpen?’
‘Eh ja, misschien wel, goed dat je het vraagt. Want er moet inderdaad nog vanalles gebeuren, en het is altijd meer werk dan je verwacht. Misschien kun je zaterdag wat broodjes smeren of spijkers inslaan of gordijnen ophangen. En o ja, heb jij misschien een filmcamera?’

© Gerrie Hondius en Uitgeverij Contact
© Auteursfoto Ronald Hoeben

Uitgeverij Contact

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum