Leesfragment: Jeruzalem. Een biografie

27 november 2015 , door Simon Sebag Montefiore

10 juni verschijnt het nieuwe boek van Simon Sebag Montefiore, Jeruzalem. Een biografie, in de vertaling van Henk Moerdijk, George Pape en Mieke Hulsbosch. Vanavond kunt u al het voorwoord lezen en uw exemplaar reserveren.

Jeruzalem is het centrum van de wereld, de hoofdstad van drie religies, de prijs van vele veroveraars, het oog van de storm van botsende beschavingen. Gek genoeg was er nog geen complete geschiedenis van deze stad.

Simon Sebag Montefiore, de alom bejubelde historicus en schrijver van internationale bestsellers als Stalins jeugdjaren en Stalin. Het hof van de rode tsaar, komt sinds zijn jonge jaren in Jeruzalem en wist als kind al dat hij er een boek over wilde schrijven.

Jeruzalem is een grootse geschiedenis van de Eeuwige Stad aan de hand van de levens van koningen, veroveraars, soldaten en bouwers, van koning David, Nebukadnezar, Caesar, Jezus tot Ariel Sharon; een stad bewoond door Macedoniërs en Perzen, Grieken en Romeinen, Palestijnen en Israëliërs. De stad is zo vaak in andere handen geweest dat dit standaardwerk ook een geschiedenis is van het woelige Midden-Oosten, van het verre verleden tot het heden. Jeruzalem is een bijzonder levendig verhaal over macht, liefde, geloof, luxe, ijdelheid en dood.

Voorwoord

De geschiedenis van Jeruzalem is niet alleen de geschiedenis van de wereld, maar ook de kroniek van een veelal armoedig provinciestadje in de heuvels van Judea. Eens werd Jeruzalem beschouwd als het middelpunt van de wereld, en vandaag de dag is het dat als nooit tevoren: de stad is het brandpunt van de strijd tussen de abrahamitische godsdiensten, het middelpunt van het almaar aan populariteit winnende christelijke, joodse en islamitische fundamentalisme, het strategische strijdperk van botsende beschavingen, de frontlinie tussen atheïsme en geloof, het richtpunt van seculiere fascinatie, het onderwerp van duizelingwekkende samenzweringen en internetmythen en het permanent verlichte toneel waarop in onze wereld, die 24 uur per dag nieuws produceert, alle camera’s zijn gericht. Godsdienst, politiek en media voeden elkaars belangstelling voor Jeruzalem, zodat de stad nog nooit zo sterk onder de loep is genomen als tegenwoordig.
Jeruzalem is de Heilige Stad, wat niet wegneemt dat het altijd een broeinest van bijgelovigheid, charlatanerie en dweperij is geweest, een doel en trofee van koningen en keizers, felbegeerd maar van geen enkele strategische waarde, de kosmopolitische thuisbasis van talrijke sekten, die zonder uitzondering meenden dat het hún stad was. Jeruzalem is een stad met vele namen, en met tradities die zo sektarisch zijn dat ze alle andere uitsluiten. De plaats is zo verfijnd dat ze in Joodse gewijde literatuur altijd als vrouwelijk omschreven is; Jeruzalem is de sensuele, energieke en altijd schone vrouw die soms een schaamteloze hoer is, of een gekwetste, door haar minnaar verlaten prinses. Jeruzalem is het huis Gods, de hoofdstad van twee volken, de tempel van drie godsdiensten en de enige stad die twee keer bestaat, op aarde én in de hemel: de weergaloze gratie van het aardse valt in het niet bij de glorie van het hemelse. Jeruzalem is zowel aards als hemels en kan daarom overal bestaan: overal op aarde zijn nieuwe Jeruzalems gesticht en iedereen heeft zijn eigen beeld van Jeruzalem. Profeten en aartsvaders, Abraham, David, Jezus en Mohammed zouden hier allen hebben rondgewandeld. De abrahamitische godsdiensten zijn hier ontsproten en op de dag des oordeels zal de wereld hier ophouden te bestaan. Jeruzalem, dat voor het bijbelse volk een heilige status heeft , ís de stad van de Bijbel: de Heilige Schrift is in veel opzichten de kroniek van Jeruzalem en de lezers van deze kroniek, van de Joden en eerste christenen, de islamitische veroveraars en de kruisvaarders van weleer tot de Amerikaanse evangelisten van vandaag, hebben herhaaldelijk wijzigingen aangebracht in haar historie om de bijbelse profetie in vervulling te doen gaan.
Na de voltooiing van achtereenvolgens de Griekse, Latijnse en Engelse vertaling van de Heilige Schrift , werd de Bijbel het universele boek en Jeruzalem de universele stad. Iedere grote koning was een nieuwe David, elk bijzonder volk het nieuwe volk van Israël, elke hoogontwikkelde beschaving het nieuwe Jeruzalem, de stad die aan niemand toebehoort en in ieders verbeelding bestaat. En hierin schuilt zowel haar tragedie als haar magie: iedereen die over Jeruzalem heeft gedroomd, iedereen die haar in de loop der tijden heeft bezocht, van de apostelen van Jezus tot de soldaten van Saladin, van victoriaanse pelgrims tot de toeristen en journalisten van nu, bezien de stad in het licht van het authentieke Jeruzalem en zijn bitter teleurgesteld wanneer ze geconfronteerd worden met de werkelijkheid, met een stad die constant in beweging is, die ettelijke malen is opgebloeid en weggekwijnd, herbouwd en verwoest. Maar omdat het om Jeruzalem gaat, de stad van alleman, is hún beeld het goede beeld. De ontaarde, kunstmatige werkelijkheid moet worden aangepast, iedereen heeft het recht zijn of haar Jeruzalem op te leggen aan Jeruzalem, en menigeen heeft dat recht te vuur en te zwaard in de praktijk gebracht.
Ibn Chaldoen, de veertiende-eeuwse geschiedschrijver die deelnemer is aan en bron voor enkele episodes in dit boek, bemerkte dat men ‘naarstig naar [de geschiedenis] op zoek is. De mensen op straat willen haar kennen. Koningen en leiders begeren haar.’ Dit geldt zeker voor Jeruzalem. Niemand kan de geschiedenis van de stad schrijven zonder te erkennen dat Jeruzalem een thema, een spil en misschien zelfs de ruggegraat van de wereldgeschiedenis is. Nu in de tijd van de internetmythologie zowel de computermuis als het gekromde zwaard tot het fundamentalistische wapenarsenaal kan behoren, is de zoektocht naar historische feiten nog belangrijker dan in de tijd van Ibn Chaldoen.
Wie een geschiedenis van Jeruzalem wil schrijven, zal zich moeten verdiepen in de precieze betekenis van het woord ‘heilig’. Het begrip ‘Heilige Stad’ wordt telkens gebruikt om de eerbied voor haar heiligdommen te verwoorden, maar in feite betekent het dat Jeruzalem dé plek op aarde is waar God en mens elkaar ontmoeten.
Een vraag waar we ook antwoord op moeten geven: waarom juist Jeruzalem? De stad lag ver van alle handelsroutes rond de Middellandse Zee, er was nauwelijks drinkwater, de zomers waren er zinderend heet en in de winter woei er een koude wind, en het rotsige landschap was woest en verlaten. Dat Jeruzalem werd gekozen tot stad van de heilige tempel, was een bewuste en persoonlijke keus, maar tevens lag het in de loop der dingen besloten: de heiligheid van de stad werd nog groter doordat ze al zo lang heilig was. Voor heiligheid zijn niet alleen spiritualiteit en geloof nodig, maar ook legitimiteit en traditie. Een radicale profeet met een nieuwe visie op de toekomst, moet de voorbije eeuwen duiden en zijn eigen openbaring rechtvaardigen in de gangbare taal en geografie van het heilige – de voorspellingen van eerdere openbaringen en de plaatsen die al tijden worden geëerd. Niets maakt een plaats zo heilig als de wedijver met een andere godsdienst.
Atheïstische bezoekers vinden deze heiligheid vaak afschuwelijk, ze zien die als een besmettelijk bijgeloof in een stad waar iedereen op een ziekelijke manier met alles dweept. Maar daarmee ontkennen ze de diepe menselijke behoeft e aan godsdienst, en wie die behoeft e niet begrijpt, kan onmogelijk de geschiedenis van Jeruzalem begrijpen. Godsdiensten moeten een verklaring bieden voor de kwetsbare vreugde en de eeuwige angst die wij ervaren: wij mensen hebben het nodig om een kracht te ervaren die groter is dan wijzelf. We respecteren de dood en proberen er zin aan te geven. Als ontmoetingsplaats voor God en mens is Jeruzalem de plaats waar alle vragen beantwoord zullen worden als de dag des oordeels aanbreekt, het einde van de wereld daar is en de strijd tussen Christus en de antichrist zal losbarsten, de Kaäba van Mekka naar Jeruzalem zal komen, het laatste oordeel geveld zal worden, de doden zullen opstaan, de Messias zal regeren en het hemels koninkrijk, het nieuwe Jeruzalem, zal worden gesticht. De drie abrahamitische godsdiensten geloven in de dag des oordeels, al doet elke religie dat op haar manier. Secularisten zien dit wellicht als achterhaalde abracadabra, maar eigenlijk zijn zulke ideeën juist erg actueel. In dit tijdperk van joods, christelijk en islamitisch fundamentalisme is de dag des oordeels een drijvende kracht in de koortsige wereldpolitiek.
Pelgrims trokken naar Jeruzalem om dicht bij de Tempelberg hun laatste rustplaats te krijgen, volkomen voorbereid op de dag der opstanding, een voorbeeld dat tot op de dag van vandaag navolging vindt. Overal rond en onder de stad zijn begraafplaatsen. De verschrompelde lichaamsdelen van oude heiligen worden aanbeden – de uitgedroogde, zwart geworden hand van Maria Magdalena kan nog altijd worden bezichtigd in de Grieks-orthodoxe bovenzaal in de Heilige Grafk erk. Op talrijke graven zijn heiligdommen en zelfs woonhuizen gebouwd. Zo is een macabere stad ontstaan, niet alleen uit liefde voor de doden, maar ook om de doden te bezweren: de doden zijn hier nog bijna in leven, ook al wachten ze op hun opstanding. De eeuwigdurende strijd om Jeruzalem – bloedbaden, chaos, oorlogen, terrorisme, belegeringen en rampen – hebben de stad veranderd in een waar slagveld. In de woorden van Aldous Huxley een ‘slachthuis van de godsdiensten’, in die van Flaubert een ‘knekelhuis’. Melville noemde de stad een ‘schedel’ die werd belegerd door een ‘leger van doden’, Edward Said schreef dat zijn vader altijd een hekel had gehad aan Jeruzalem omdat de stad ‘hem deed denken aan de dood’.
De groei van dit hemelse en aardse heiligdom is niet altijd het werk van de voorzienigheid geweest. Godsdiensten beginnen als een vlam die wordt ontstoken door een charismatische profeet: Mozes, Jezus, Mohammed. Rijken worden gesticht en steden worden veroverd door de daadkracht en het geluk van een krijgsheer. De beslissingen van afzonderlijke mensen, te beginnen met koning David, maakten Jeruzalem tot Jeruzalem.
Weinigen zullen hebben gedacht dat het kleine bolwerk van David, de hoofdstad van een onbeduidend koninkrijk, het brandpunt van de wereld zou worden. Ironisch genoeg werd de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar de opmaat voor de heiligheid van de stad, want juist door deze ramp gingen de Joden de glorie van Zion beschrijven en bejubelen. Gewoonlijk leidden rampen als deze tot het verdwijnen van volkeren. Maar de geestdrift van de overlevende Joden, hun volhardende toewijding aan hun God en vooral het boekstaven in de Bijbel van hun geschiedenis zoals zij die zagen, legden de basis voor de roem en heiligheid van Jeruzalem. De Tenach, de Hebreeuwse Bijbel, verving het land Israël en de heilige tempel, en werd, in de woorden van Heinrich Heine, ‘het draagbare vaderland der Joden, het draagbare Jeruzalem’. Niet één stad heeft een eigen boek en niet één boek is zo bepalend geweest voor het lot van een stad.
De heiligheid van de stad is de vrucht van de bijzondere status van de Joden als het uitverkoren volk. Jeruzalem werd de uitverkoren stad en Palestina het uitverkoren land, en dat werd overgedragen aan en aanvaard door de christenen en de moslims. De hoogste heiligheid van Jeruzalem en het land Israël werden weerspiegeld in de toenemende religieuze obsessie met het herstel van de Joden in Israël en de westerse geestdrift over het zionisme, van de Reformatie in Europa (zestiende eeuw) tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Nadien is het beeld dat wij van Israël hebben, veranderd door het tragische verhaal van de Palestijnen, die Jeruzalem beschouwen als hun verloren Heilige Stad. De fixatie van het Westen, het idee dat Jeruzalem van iedereen is, kan dus verschillend uitwerken; het is geen onverdeeld genoegen, het mes snijdt aan twee kanten. Daarom volgt de wereld met argusogen wat er in Jeruzalem en tussen de Joden en de Palestijnen gebeurt.
Maar niets is wat het lijkt. De geschiedenis wordt beschreven als een reeks wrede, gewelddadige ontwikkelingen en omkeringen, terwijl ik juist wil laten zien dat de geschiedenis van Jeruzalem wordt gekenmerkt door continuïteit en vreedzame samenleving, dat de stad een hybride metropool was met hybride gebouwen en hybride mensen, die de beperkte blik van de afzonderlijke religieuze legendes en latere nationalistische verhalen telkens weer tartten. Daarom beschrijf ik de geschiedenis waar mogelijk aan de hand van de verschillende families, die van het huis van David en de dynastieën der Makkabeeën en Herodianen en de Omajjaden, alsook die van de huizen van Boudewijn en Saladin, tot aan de Hoesseini’s, Khalidi’s, Spaff ords, Rothschilds en Montefiores. Hun verhalen zijn levendig en menselijk, en hebben niets te maken met de abrupte omkeringen en sektarische vertellingen die we tegenkomen in de gangbare geschiedschrijving. Jeruzalem heeft meer dan twee gezichten en beschikt over talrijke onderling verbonden, overlappende culturen en een sterk gelaagde sociale structuur; ze is een kleurrijke, constant veranderende caleidoscoop van Arabisch-orthodoxen, Arabische moslims, Sefardische Joden, Asjkenazische Joden, charedische Joden van verschillende afk omst, seculiere Joden, Armeens-orthodoxen, Georgiërs, Serven, Russen, Kopten, protestanten, Ethiopiërs, rooms-katholieken enzovoort. Eén persoon draagt verschillende identiteiten met zich, hij is het menselijke equivalent van alle steen- en stoflagen waarop Jeruzalem is verrezen.
Jeruzalem heeft heus niet altijd een hoofdrol op het mondiale of regionale toneel gespeeld, maar is wel een stad die constant verandert, als een plant die steeds nieuwe vormen en kleuren aanneemt maar altijd in dezelfde grond blijft wortelen. Het jongste voorbeeld – Jeruzalem als ‘Heilige Stad voor drie godsdiensten’ en centrum van het nieuws – dateert van vrij kort geleden. Er zijn eeuwen geweest waarin Jeruzalem aan religieus en politiek gewicht leek te verliezen. In veel gevallen werd de religieuze toewijding niet zozeer door een goddelijke openbaring gestimuleerd en geïnspireerd als wel door een politieke noodzaak.
In tijden dat Jeruzalem bijna vergeten en onbelangrijk leek, waren het vaak de bijbelaanbidders die hun overtuigingen op Jeruzalem projecteerden; de mensen die in verre oorden (Mekka, Moskou, Massachusetts of waar dan ook) als bezetenen op zoek waren naar de bijbelse waarheid. Elke stad biedt inzicht in plaatselijke denk- en leefgewoonten, Jeruzalem echter is ook altijd een doorkijkspiegel geweest: het gunt ons een blik in zijn binnenste, maar weerspiegelt tegelijkertijd de buitenwereld. Welk ideaal er ook hoogtij vierde, dat van het absolute geloof, de gewettigde territoriale expansie, de evangelische openbaring of het seculiere nationalisme, Jeruzalem werd zowel tot symbool als tot prijs verheven. Maar altijd was het spiegelbeeld dat van een lachspiegel: vervormd, en bij tijden zelfs bizar.
Jeruzalem heeft het vermogen zowel veroveraars als bezoekers teleur te stellen en te pijnigen. Het contrast tussen de aardse en de hemelse stad is tergend: elk jaar worden er honderd patiënten opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis omdat ze lijden aan het Jeruzalemsyndroom, een geestesziekte die wordt gekenmerkt door waanideeën als gevolg van teleurgestelde verwachtingen. Maar dit Jeruzalemsyndroom heeft ook een politieke kant: de stad gehoorzaamt niet aan verstandelijke, politieke of strategische wetten, wordt geregeerd door hartstochtelijke hunkeringen en onwankelbare emoties, is niet voor rede vatbaar.
De strijd om de overheersing en de waarheid maakt de stad in de ogen van anderen alleen maar heiliger. Hoe gieriger de bezitter, hoe feller de strijd en hoe instinctiever de reactie. Hier geldt de wet van de onbedoelde gevolgen.
Er is geen plek op aarde die zo sterk doet verlangen naar exclusief bezit. Desondanks leidt het wedijveren daarvoor tot veel ironie, want de meeste heiligdommen in Jeruzalem en de verhalen die erbij horen, zijn geleend of gestolen van een andere godsdienst. Het verleden van de stad is vaak denkbeeldig. Vrijwel elke steen lag ooit in de lang vergeten tempel van een ander geloof, in de triomfb oog van een ander rijk. De meeste veroveringen, maar niet alle, gingen gepaard met de instinctieve behoeft e om de stad van vreemde godsdienstige smetten te zuiveren door haar tradities, verhalen en heiligdommen in te lijven. Verwoestingen waren talrijk, maar vaker kozen de veroveraars ervoor het bestaande in gebruik te nemen en zelfs uit te breiden. Belangrijke plaatsen als de Tempelberg, de Citadel, de Stad Davids, de berg Zion en de Heilige Grafk erk vormen geen afzonderlijke historische lagen, maar zijn meer als een palimpsest, als een borduursel waarin de zijden draden zo verstrengeld zijn geraakt dat ze niet meer van elkaar zijn te onderscheiden.
De strijd om de aanstekelijke heiligheid van anderen heeft ertoe geleid dat sommige heiligdommen voor alle drie de godsdiensten een gewijde functie kregen, eerst achtereenvolgens en daarna gelijktijdig; koningen hebben decreten voor ze uitgevaardigd en mannen zijn ervoor gestorven. Desondanks zijn ze nu bijna vergeten: de berg Zion is in het verleden fanatiek vereerd door joden, moslims en christenen, maar wordt nu nog zelden door islamitische of joodse pelgrims bezocht en is hoofdzakelijk een christelijk heiligdom.
In Jeruzalem is de waarheid vaak van minder belang dan de mythe. ‘Vraag me wat Jeruzalem betreft niet naar de historische feiten,’ zegt de vooraanstaande Palestijnse historicus Nazmi al-Jubeh. ‘Als je alle verzinsels weghaalt, blijft er niets over.’ De geschiedenis is hier zo overheersend dat ze herhaaldelijk wordt verdraaid: de archeologie is een historische kracht op zich en archeologen zijn bij tijd en wijle soldaten geweest die het verleden moesten veroveren ten behoeve van het heden. Een vakgebied dat objectief en wetenschappelijk wil zijn, kan worden gebruikt om religieus-etnische vooroordelen aannemelijk te maken en territoriale ambities te rechtvaardigen. Israëli’s, Palestijnen en de christelijk-evangelische imperialisten van de negentiende eeuw hebben zich allen schuldig gemaakt aan het inlijven van dezelfde historische gebeurtenis en aan het toeschrijven van tegenstrijdige betekenissen en feiten aan die gebeurtenis. Een geschiedenis van Jeruzalem moet dus wel een geschiedenis van waarheid en verzinsel zijn. Maar dat neemt uiteraard niet weg dat er feiten zijn, feiten die ik met dit boek wil uitdragen, hoe onverteerbaar ze voor sommige partijen ook kunnen zijn.

Het is mijn doel een geschiedenis van Jeruzalem te schrijven in de breedste zin van het woord. Of mijn lezers nu atheïsten, gelovigen, christenen, moslims of joden zijn: ik schrijf voor allen en heb geen politieke bijbedoelingen, ook niet met betrekking tot de huidige conflicten.
Ik vertel het verhaal chronologisch, door middel van de levens van de mannen en vrouwen – soldaten en profeten, dichters en koningen, boeren en musici – en de families die Jeruzalem opbouwden. Mijns inziens is dit de beste manier om de stad tot leven te wekken en te laten zien hoe haar ingewikkelde en verrassende waarheden voortvloeien uit deze geschiedenis. De verleiding om het verleden te beschouwen in het licht van de huidige obsessies kan alleen worden weerstaan met behulp van een chronologische vertelling. Ik heb geprobeerd niet teleologisch te werken, de geschiedenis niet zo neer te schrijven alsof elke gebeurtenis onvermijdelijk was. Omdat elke verandering een reactie is op de voorgaande verandering, is deze chronologische aanpak geschikt om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de stad, antwoord te vinden op de eerdergenoemde vraag – waarom Jeruzalem? – en te ontdekken wat de oorzaken en motieven van het menselijk handelen zijn. Bovendien hoop ik dat dit de meest onderhoudende manier is om het verhaal te vertellen. Wie ben ik om een verhaal te ruïneren dat – om een Hollywoodcliché te gebruiken dat in dit geval op zijn plaats is – the greatest ever told is. Er zijn duizenden boeken geschreven over Jeruzalem, maar slechts enkele verhalende geschiedenissen. Vier belangrijke tijdperken – van David, Jezus, de kruistochten en het Arabisch-Israëlisch conflict – zijn dankzij de Bijbel, films, romans en het nieuws algemeen bekend, maar worden desondanks vaak verkeerd begrepen. Voor het overige hoop ik uit de grond van mijn hart dat u als lezer een verhaal zult tegenkomen dat u nog niet kent.
Dit is een geschiedenis van Jeruzalem als middelpunt van de wereldgeschiedenis, maar ik heb niet gepoogd een encyclopedisch werk over alle historische aspecten van Jeruzalem te schrijven, noch een gids die de lezer langs elke nis, elk kapiteel en elke zuilengang in de stad voert. Dit is geen nauwgezette beschrijving van de oosters-orthodoxen, de rooms-katholieken of de Armeniërs, noch van de hanafitische of sjafitische islamitische rechtsscholen of de chassidische of karaïtische joden, en het verhaal is evenmin geschreven vanuit een bepaald perspectief. Het leven in de islamitische stad ten tijde van de mammelukken tot aan het mandaat is volkomen genegeerd. De islamitisch-Jeruzalemse families zijn weliswaar bestudeerd door historici die zich verdiepten in de Palestijnse zaak, maar krijgen in populair-historische werken zelden of nooit aandacht. Toch was en is hun geschiedenis van zeer groot belang: enkele cruciale bronnen zijn nog niet beschikbaar in het Engels, maar ik heb ze laten vertalen, en bovendien heb ik leden van deze clans uitgebreid gesproken om hun verhaal beter te leren kennen. Maar hun verhalen zijn slechts een handvol steentjes uit een reusachtig mozaïek. Dit is geen geschiedenis van het jodendom, het christendom of de islam, noch van de natuur van God in Jeruzalem: die is reeds uiterst vakkundig geschreven door anderen, recentelijk nog door Karen Armstrong in haar Jeruzalem: een geschiedenis van de Heilige Stad. Dit boek is evenmin een uitvoerige geschiedenis van het Israëlisch-Palestijnse conflict: maar weinig onderwerpen zijn zo obsessief bestudeerd. Wat ik doe, is aandacht besteden aan al deze onderwerpen gezamenlijk – en daarbij hoop ik de verhoudingen in het oog te houden; bepaald geen sinecure.
Het is mijn doel de feiten te achterhalen, niet om te oordelen over de geheimzinnige of wonderbaarlijke aspecten van de verschillende godsdiensten. Ik beweer allerminst dat ik het recht heb te beoordelen of de godswonderen en de heilige teksten van de drie grote godsdiensten ‘waar’ zijn. Wie de Bijbel of Jeruzalem bestudeert, moet erkennen dat de waarheid vele dimensies kent. De overtuigingen van een andere godsdienst of een ander tijdperk worden al snel eigenaardig gevonden, terwijl de gewoonten en tradities van onze tijd en plaats altijd heel vanzelfsprekend lijken. Zelfs de eenentwintigste eeuw, waarin volgens velen het seculiere denken en het gezonde verstand een hoogtepunt bereiken, kent conventionele wijsheden en quasireligieuze orthodoxe ideeën die onze achterkleinkinderen waarschijnlijk ongelooflijk raar zullen vinden. Maar dat de godsdiensten en hun wonderen van invloed zijn geweest op de geschiedenis van Jeruzalem, valt niet te ontkennen, en die geschiedenis kan alleen worden begrepen als we de rol van de godsdienst meewegen.
De geschiedenis van Jeruzalem beslaat tijden waarover weinig bekend is en waarin alles omstreden is. En omdat het om Jeruzalem gaat, zijn de academische en archeologische discussies vaak hard en soms zelfs gewelddadig, resulterend in rellen en vechtpartijen. De ontwikkelingen in de afgelopen vijft ig jaar zijn zelfs zo omstreden dat er van bijna alle gebeurtenissen verschillende versies bestaan.
In het verleden hebben historici, archeologen en snoeshanen de paar beschikbare bronnen uitgemolken, vervormd en toegetakeld teneinde die te doen stroken met de theorie die toentertijd hun absolute waarheid was. Ik heb steeds opnieuw de oorspronkelijke bronnen en de talrijke theorieën geraadpleegd en mijn conclusies getrokken. Als ik mij in al deze gevallen goed heb ingedekt, zouden ‘misschien’, ‘waarschijnlijk’, ‘mogelijk’ en ‘zou kunnen’ de meest voorkomende woorden in dit boek zijn. Om die reden heb ik ze niet op elk toepasselijk moment gebruikt, maar ik vraag de lezer erop te vertrouwen dat achter elke zin een immense hoeveelheid zeer gevarieerde literatuur schuilgaat. Alle delen van dit boek zijn gelezen en gecontroleerd door academische deskundigen. Ik had het geluk hulp te kunnen krijgen van enkele zeer vooraanstaande geleerden.
Van alle omstreden kwesties zijn die rond koning David het neteligst, omdat de implicaties zo beladen en actueel zijn. Zelfs in academische kringen heeft deze kwestie tot vaak zeer emotionele en harde discussies geleid, die wellicht alleen te vergelijken zijn met de debatten over de natuur van Jezus en Mohammed. De bron van het verhaal van David is de Bijbel. Zijn leven als historische figuur werd lange tijd kritiekloos aanvaard. In de negentiende eeuw inspireerde de imperialistischchristelijke belangstelling voor het Heilige Land tot een archeologische zoektocht naar het Jeruzalem van David. Bij de stichting van de staat Israël in 1948 werd het onderzoek een godsdienstig-politieke gevoeligheid, want David was de stichter van het joodse Jeruzalem geweest. Het christelijke karakter werd daarom bijgesteld. Bij ontstentenis van veel bewijsmateriaal uit de tiende eeuw bagatelliseerden revisionistische Israëlische historici het belang van Davids stad. Sommigen van hen trokken zelfs het bestaan van David in twijfel, tot grote woede van Joodse traditionalisten en tot immense vreugde van Palestijnse politici, omdat het de Joodse aanspraak ondermijnde. Maar de stèle van Tel Dan, die in 1993 werd ontdekt, wees uit dat koning David wel degelijk heeft bestaan. Hoewel de Bijbel niet als historisch werk is geschreven, heb ik hem toch geraadpleegd als historische bron. De omvang van Davids stad en de betrouwbaarheid van de Bijbel worden behandeld in de tekst; het huidige conflict over de Stad Davids komt aan bod in de epiloog.
Om een sprong door de tijd te maken: het is onmogelijk om over de negentiende eeuw te schrijven zonder Edward Said en diens boek Oriëntalisten in het achterhoofd te hebben. Said was een Palestijnse christen die in Jeruzalem werd geboren, hoogleraar letterkunde werd aan de New Yorkse Columbia University en in de wereld van het Palestijnse nationalisme een origineel politiek geluid liet horen. Hij beweerde dat de ‘subtiele en hardnekkige eurocentrische vooroordelen jegens Arabisch-islamitische volken en hun cultuur’, in het bijzonder die van negentiende-eeuwse reizigers als Chateaubriand, Melville en Twain, de Arabische cultuur naar beneden hadden gehaald en het imperialisme hadden gerechtvaardigd. Maar het werk van Said bewoog enkelen van zijn volgelingen ertoe de westerse indringers naar de kantlijn van de geschiedenis te dirigeren, wat volstrekt belachelijk is. Het neemt niet weg dat deze bezoekers weinig begrepen van het leven in het Arabische (en Joodse) Jeruzalem, en zoals ik zojuist al uitlegde, heb ik me veel moeite getroost om te laten zien hoe de inheemse bevolking werkelijk leefde. Maar dit boek is geen polemische verhandeling, en iedere historicus die over Jeruzalem schrijft moet laten zien dat de westerse romantisch-imperialistische cultuur van immense invloed is geweest op zijn geschiedenis, omdat hij daarmee duidelijk maakt waarom het Midden-Oosten zo belangrijk was voor de grote mogendheden.
Tevens heb ik de ontwikkeling beschreven van het Britse pro-zionisme, zowel het seculiere als het christelijke, van Palmerston en Shaft esbury tot Lloyd George, Balfour, Churchill en hun vriend Weizmann, eenvoudigweg omdat die cruciaal was voor het lot van Jeruzalem en Palestina in de negentiende en twintigste eeuw.
De hoofdtekst van het boek laat ik eindigen in 1967, omdat de Zesdaagse Oorlog in wezen de huidige situatie voortbracht en een duidelijk einde mogelijk maakt. In de epiloog komen de recente politieke ontwikkelingen aan bod, met als einde een uitvoerige beschrijving van een doodnormale ochtend op de drie heilige plaatsen. In Jeruzalem staat de tijd nimmer stil. Als ik zijn geschiedenis tot het heden had willen beschrijven, zou het boek een duidelijk slot ontberen en bijna per uur geactualiseerd moeten worden. In plaats daarvan wil ik laten zien waarom Jeruzalem vandaag de dag zowel een baken als een beer op de weg naar vrede is.
Dit werk biedt een overzicht dat is gebaseerd op mijn uitgebreide lectuur van de primaire bronnen, jong en oud; op de gesprekken die ik voerde met deskundigen, hoogleraren, archeologen, families en staatsmannen; en op ontelbare bezoeken aan Jeruzalem, de heiligdommen en de archeologische opgravingen. Het geluk was kennelijk met mij, want ik wist enkele nieuwe of zelden gebruikte bronnen boven water te halen. Ik genoot van het onderzoek, met name om de drie volgende redenen: ik kon veel tijd doorbrengen in Jeruzalem; ik kon wonderlijke werken lezen van schrijvers als Oesama ibn Moenqidh, Ibn Chaldoen, Evliya Çelebi, Wasif Jawhariyyeh, Willem van Tyrus, Josephus (Flavius) en T.E. Lawrence; en ik kwam in de gelegenheid om vriendschap te sluiten met en ontzettend veel vertrouwen en hulp te krijgen van de inwoners van Jeruzalem, of het nu Palestijnen, Israëlieten of Armeniërs waren, of moslims, joden of christenen.
Het lijkt wel alsof mijn hele leven in het teken van dit boek heeft gestaan. Van jongs af heb ik door Jeruzalem gezworven. Vanwege een familieband, waarvan ik in dit boek verhaal, is ‘Jeruzalem’ het motto van mijn familie. Maar hoe persoonlijk mijn band met Jeruzalem ook is, het is steeds mijn opzet geweest te vertellen wat er gebeurde en wat mensen geloofden. Om terug te keren naar het begin: er zijn altijd twee Jeruzalems geweest, het tijdelijke en het eeuwige, die beide eerder in het teken staan van geloof en emotie dan van rede en feit. Jeruzalem is en blijft het middelpunt van de wereld.
Mijn benadering zal niet bij iedereen in goede aarde vallen; het gaat tenslotte om Jeruzalem. Maar tijdens mijn werk aan dit boek hield ik steeds in gedachten wat Lloyd George adviseerde aan Storrs, zijn gouverneur van Jeruzalem, die door Joden en Arabieren fel werd bekritiseerd: ‘Als een van beide partijen niet meer klaagt, kunt u vertrekken.’

Oorspronkelijke titel Jerusalem. The Biography
© Simon Sebag Montefiore 2011
© Nederlandse vertaling Henk Moerdijk / George Pape / Mieke Hulsbosch / Nieuw Amsterdam Uitgevers 2011

Uitgeverij Nieuw Amsterdam

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum