Leesfragment: Pausanias' Google Maps

27 november 2015 , door Pausanias, Fik Meijer

In het voorjaar van 2011 verscheen Peter Burgerdijks vertaling van Beschrijving van Griekenland van Pausanias. Bij Athenaeum Boekhandel ontstond toen het idee om dit boek op Athenaeum.nl in te leiden zoals dat alleen online kan: met Google Maps met fragmenten uit het boek. In deze Nacht vindt u de link naar de betreffende kaart in Google Maps en de enthousiasmerende inleiding van Fik Meijer.

Pausanias (tweede eeuw n.Chr.) was een groot reiziger. Hij verkende Egypte, Klein-Azië, Jeruzalem, de Jordaan en Rome. Maar bovenal bezocht hij de Peloponnesus en het Griekse vasteland. Over de laatste twee gebieden schreef hij een reisgids die niet alleen een link vormt tussen de klassieke literatuur en de moderne archeologie, maar die ook nu nog als gids te gebruiken is.
Peter Burgersdijk vertaalde het hele werk en koos daaruit de delen die nog altijd interessant zijn. Wat zag Pausanias bijvoorbeeld in Delphi, en wat zien wij? Veel van wat bijna tweeduizend jaar geleden nog te zien was is nu verdwenen, maar wij kunnen ook gebouwen en kunstwerken zien, door archeologen aan het licht gebracht, die in Pausanias’ tijd al onder de grond waren verdwenen.
Beschrijving van Griekenland bevat naast beschrijvingen van steden, dorpen en tempels ook veel informatie over de godsdienst, de mythologie en de flora en fauna van het oude Griekenland.

Pausanias op Google Maps

Wie, zoals Fik Meijer - zijn inleiding staat hieronder - al ter plaatse is, heeft veel aan Pausanias om meer te begrijpen van ruïnes en geschiedenis in Griekenland. Maar voor de leunstoel-, of eigenlijk bureaustoelreiziger is Beschrijving van Griekenland vooral reisliteratuur. Om fragmenten uit het boek letterlijk te plaatsen, zetten Patrick Gouw en Daan Stoffelsen ze op de digitale kaart van Google Maps. Om context te bieden, en om te verleiden - want het beste kunt u het hele boek aanschaffen.

Een screenshot van de Google Maps met fragmenten uit Pausanias

Met Pausanias op reis

De Poolse journalist en reisschrijver Ryszard Kapuscinski (1932-2007) was een groot bewonderaar van de Griekse geschiedschrijver Herodotos. Hij kreeg geen genoeg van de spannende verhalen van de ‘vader van de geschiedenis’, die in de vijfde eeuwv.Chr. de Perzische Oorlogen heeft beschreven in een imposant werk, bestaande uit maar liefst negen boeken: de Historiën. Kapuscinski vond Herodotos vooral interessant omdat die zich niet tevreden stelde met een kaal verslag van de oorlogsgebeurtenissen, maar ook de achtergronden van de conflicten én de gewoonten en zeden van de volkeren die in de oorlogen een rol speelden belichtte. Om alles waarover hij schreef te onderzoeken reisde Herodotos door de toenmaals bekende wereld. Hij bezocht de piramiden van Egypte en de bronnen van de Nijl, keek zijn ogen uit in de mysterieuzewereld van Arabië, trok door de ontoegankelijke Sahara, vergaapte zich aan de koninklijke paleizen in Persepolis, maar zag ook de ruwe steppen van Zuid-Rusland. Hij schreef over al die plaatsen op een manier die respect afdwingt: zijn aantekeningen over de meest buitenissige gewoonten worden met een positieve ondertoon gepresenteerd, met verbazing en verwondering, nooit vanuit een negatieve vooringenomenheid.
Natuurlijk kun je kritiek hebben op de manier waarop Herodotos ongeloofwaardige verhalen als waargebeurd presenteert, maar je moet daarbij wel beseffen dat hij zich niet kon baseren op het werk of de werkwijze van voorgangers. Hij heeft de geschiedschrijving zelf moeten uitvinden, als een pionier die geheel alleen moest bepalen wat de moeite van het vermelden waard was en wat niet. Hij deed verslag van zijn belevenissen in een begrijpelijke taal die niet alleen in zijn eigen tijd maar ook daarna velen heeft aangesproken. Niemand kan om de constatering heen dat Herodotos aan de basis staat van de reisliteratuur en dat zijn invloed tot op de dag van vandaag zichtbaar is. Zijn methode van waarneming, van hoor en wederhoor, van gesprekken met de lokale bevolking, priesters en paleismedewerkers mag niet altijd serieus genomen zijn door geleerden die vinden dat ieder feit geverifieerd moet worden, hij heeft er wel waardering mee geoogst van mensen die zijn ‘impressionistische’ benadering kunnen billijken. Kapuscinski heeft in zijn boek Reizen met Herodotos omstandig uitgelegd wat hem zo aanspreekt in het werk van de ‘vader van de geschiedenis’. Vooral zijn nieuwsgierigheid en verwondering konden hem bekoren. Hij voelde zich aan hem verwant en noemde hem zelfs een persoonlijke vriend. Op de vele lange reizen die Kapuscinski door Azië en Afrika heeft gemaakt, had hijHerodotos’ Historiën altijd binnen handbereik. Onder moeilijke omstandigheden bood de tekst hem troost en op rustige momenten moest hij soms onbedaarlijk lachen om Herodotos’ humor. Voor de wereldreiziger Kapuscinski was het niet belangrijk of alle feiten controleerbaar waren, hij zag hem als een inspirator die had toegegeven aan zijn verlangen de wijde wereld in te trekken en zijn landgenoten verslag te doen van alles wat in zijn ogen interessant was.
Als Kapuscinski Herodotos’ geschiedverhaal had willen gebruiken als reisgids met informatie over de plekken waar hij geruime tijd heeft vertoefd, zou hij minder enthousiast zijn geweest. Wie in Herodotos’ voetspoor door Griekenland en het Nabije Oosten reist, vindt in diens werk weinig aanknopingspunten. In de tekst word je niet goed geïnformeerd over architectonische en (kunst)historische details. Dat was ook niet Herodotos’ doel. Hij schreef niet voor toeristen. Mensen reisden in zijn tijd nog niet voor hun plezier, maar omdat ze een doel hadden. Ze wilden een orakel bezoeken, genezing vinden bij een van de heiligdommen van Asklepios of een grote sportwedstrijd bijwonen.

Toen Pausanias in de tweede eeuw van onze jaartelling zijn Rondleiding door Griekenland schreef was de situatie totaal anders. Met de verovering van grote delen van de mediterrane wereld vanaf de tweede eeuw v.Chr. hadden de Romeinse legioenen de weg vrij gemaakt voor ‘toeristen’ om met eigen ogen te kunnen gaan zien wat de verslagen volkeren ooit hadden gepresteerd. Aanvankelijk reisden gefortuneerde Romeinen vooral naar Griekenland, later stonden ook Klein-Azië, Syrië, Libanon en Egypte op het programma. Een betrouwbare handleiding ontbrak echter, ze moesten zich behelpen met vage aanwijzingen en met de verhalen die ze ter plekke te horen kregen. Met de toename van het aantal toeristen groeide ook de vraag naar reisgidsen. Reislustigen hadden immers geen behoefte aan schrijvers als Herodotos, maar aan auteurs die hen uitvoerig informeerden over de bezienswaardigheden. De bekendste van de schrijvers die aan hun wensen tegemoet kwamen was Pausanias, een Griek uit het gehelleniseerde oosten. Hij leefde in de tweede eeuw n.Chr., toen de keizers in Rome een grote belangstelling aan de dag legden voor alles wat Grieks was. Vooral Hadrianus, keizer van 118 tot 137, heeft sterk bijgedragen aan de Griekse ‘renaissance’. De stimulans die van hem uitging was zo groot dat er van een doorbraak van het toerisme gesproken kan worden. Velen boekten passage op een van de grote vrachtschepen en voeren naar Griekenland en Klein-Azië.
Pausanias’ reisboek sloeg aan omdat toeristen zich nu vóór vertrek naar Griekenland konden inlezen en voorbereiden op wat ze daar te zien zouden krijgen. Anders dan Herodotos wijdt Pausanias uitvoerig uit over de bezienswaardigheden, zodat zijn lezers direct in de gelegenheid waren (en zijn) om van ieder bijzonder bouwwerk de mythologische en historische context te achterhalen.
Het is zelfs bij benadering niet te zeggen hoeveel toeristen met Pausanias in de hand ooit de roemrijke plekken uit de Griekse geschiedenis hebben bezocht. Zij die de moeite hebben genomen zich van tevoren in te lezen zullen er hun voordeel mee hebben gedaan, want Pausanias biedt veel informatie. Ik heb dat vele malen ervaren sinds ik als reisleider toeristen in Griekenland begon rond te leiden. Zoals Kapuscinski de tekst van Herodotos altijd binnen handbereik had, zo heb ik op mijn reizen altijd Pausanias bij me. Natuurlijk, je kunt een moderne reisgids nemen waarin de belangrijkste gegevens keurig worden opgesomd, maar je mist dan de historische en mythologische achtergronden en de persoonlijk getinte beschrijvingen van Pausanias, die de kunstwerken vaak nog in hun volle, oorspronkelijke en goeddeels onaangetaste schoonheid aanschouwde en daar uitgebreid verslag van deed.
Ieder jaar weer tijdens een nieuwe ‘grand tour’ door Griekenland ervaar ik de zeggingskracht van Pausanias’ woorden. Of ik nu in Athene, Delphi, Olympia, Sparta, Mykene of Korinthe sta, overal citeer ik uit Pausanias’werk. Tot nu toe had ik altijd een Engelse vertaling bij me, nu kan ik voorlezen uit de nieuwe vertaling van Peter Burgersdijk. De volgende keer dat ik bij Kaap Sounion ben, zal ik de openingszin van Pausanias voorlezen: ‘Op het Griekse vasteland, tegenover de eilanden der Kykladen en de Aigeïsche Zee, steekt Kaap Sounion vanaf het Attische land in zee.’
Ik verlaat mij volledig op Pausanias en citeer hem voortdurend wanneer we een opvallend monument bezoeken. Dankzij hemzijn de ruïnes van de Atheense agora voor veel van mijn reisgenoten hun geheimzinnigheid kwijtgeraakt en zijn ze voor hen tot leven gekomen. Ik hoef zijn tekst over het Bouleuterion, het gebouw waar de vijfhonderd raadsleden vergaderden, de mysterieuze Tholos, waar de prytanen offerden, of de bontgekleurde Stoa maar uit te spreken of de ruïnes krijgen een gezicht en een verhaal. Pausanias leidt ons als het ware door de stad. Als je op de akropolis zijn woorden over de hooggelegen burcht leest, word je vanzelf alerter door zijn aanstekelijke enthousiasme. Hij neemt de monumenten uitgebreid onder de loep en vertelt allerlei architectonische, mythologische en historische details van de Propylaeën, het Parthenon en het Erechtheion. Als hij bij de tempel van Nikè is beland, vanwaar hij een goed zicht had over de zee, beschrijft hij de wanhoop van de mythologische koning Aigeus, de vader van Theseus, die was uitgevaren om de bloeddorstige stier van de Kretenzische koning Minos te bestrijden. Na zijn overwinning op de Minotauros was Theseus vergeten de zwarte zeilen waarmee hij was uitgevaren te vervangen door witte (het afgesproken teken van zijn victorie), vanwege het verlies van zijn geliefde Ariadne, dat hem veel pijn deed. Toen Aigeus het schip met zwarte zeilen zag naderen, meende hij dat zijn zoon dood was en stortte zich in de zee, die voortaan zijn naam zou dragen.
Door zijn gevarieerde informatie vol wonderlijke anekdotes en bloemrijke beschrijvingen van verdwenen beelden en gebouwen brengt Pausanias het oude Griekenland dichterbij. Waar je ook bent, onze reisauteur weet samenhang aan te brengen. Zijn berichtgeving over Olympia en de Olympische Spelen is daarvan een fraai voorbeeld. Hij schetst een duidelijk beeld van het grote complex en van het daar gehouden Griekse sportfestival. Je ziet de wedstrijden zich voor je ogen afspelen in een prachtige ambiance. Talloze sporthelden passeren de revue, maar de absolute hoofdrolspeler in Olympia is de god Zeus. Te zijner ere werden de Spelen immers gehouden. Zijn tempel stond midden op het heilige terrein. De verbrokkelde monumentale zuilen die naast de tempel in schijven op de grond liggen bieden een ontluisterende aanblik. Je staat erbij, kijkt ernaar en probeert wijs teworden uit de chaos. Dan haal je Pausanias uit je rugzak en je begint te lezen. Langzaam richten de verbrokkelde zuilen zich op, de friezen krijgen een gezicht. Je hoeft bijna niet meer naar het museum van Olympia te gaan omje een voorstelling te kunnen maken van de daarop afgebeelde taferelen. Pausanias vertelt er prachtig over. Een hoogtepunt van zijn verslag is het moment waarop hij het binnenste van de Zeustempel beschrijft, en danmet name het van goud en ivoor gemaakte beeld van Zeus, het meesterwerk van de beeldhouwer Pheidias. Je probeert je voor te stellen hoe die Zeus, zittend op een troon met een olijfkrans om zijn hoofd, er ooit heeft uitgezien. In zijn rechterhand hield hij een beeld van Nikè, de godin van de overwinning, in zijn linkerhand een scepter met daarop zijn adelaar. Zijn vergulde gewaad was verfraaid met opvallend gestileerde figuren en lelies en zijn gouden sandalen waren oogverblindend. De troon waarop hij was gezeten, een kunstwerk op zich, was gemaakt van ebbenhout, ivoor, goud en edelstenen. Mythologische voorstellingen waren erop afgebeeld: de Gratiën, Nikè-figuren, de sfinx met jonge Thebaanse knapen, de zonen van Niobe die door Apollo worden gedood en de gevechten van de Amazones.Het beeld stond op een grote sokkelmidden in de tempel.
Pausanias beschrijft alle details zeer nauwgezet, en tegelijk heeft hij ook aandacht voor de maker van het beeld. Met enkele pennenstreken brengt hij diens twijfels over het welslagen van zijn werk onder woorden, in de scène waarin de beeldhouwer Zeus verzoekt omdoor een teken blijk te geven van zijn instemming. Op dat moment slaat vlak voor het beeld de bliksem in. Pheidias weet dat Zeus zijn goedkeuring geeft.
Het zijn dit soort mededelingen die Pausanias’ verslaglegging kleur geven en tot een fraai geheel maken. De kunstobjecten zijn op zich al mooi en ze winnen aan schoonheid door ze in de juiste context te plaatsen. Dat is nu precies wat Pausanias doet. Daarom ben ik zo op hem gesteld.

Fik Meijer

Oorspronkelijke titel Ellados Periègèsis
Vertaling © 2011 Peter Burgersdijk / Athenaeum — Polak & Van Gennep, Singel 262, 1016 AC Amsterdam

Athenaeum - Polak & Van Gennep

MINDBOOKSATH : athenaeum