Leesfragment: Spiegelpaleis Europa

27 november 2015 , door Joep Leerssen
| | | |

25 mei verschijnt Spiegelpaleis Europa door Joep Leerssen. Vanavond kunt u er al een gedeelte uit lezen en uw exemplaar bestellen. Op woensdag 8 juni gaat Joep Leerssen met Pieter Steinz in Spui25 in gesprek over de culturele beeldvorming van Europa.

Europa. Voor de een slaat de naam op een staatkundig samenwerkings- en eenwordingsproject, voor de ander op ‘Brusselse’ instanties en regels waarmee Nederlanders te maken krijgen. Soms wordt gedoeld op een gemeenschap die probeert haar gezamenlijke economische en politieke belangen op het wereldtoneel staande te houden tegenover Rusland, het Midden-Oosten, China en, ook wel, Amerika.

Achter deze tegenstrijdige en stuk voor stuk omstreden betekenissen schuilt een vaag geheel van associaties en connotaties: de culturele beeldvorming. Met behulp van de imagologie, een specialisme uit de vergelijkende literatuur- en cultuurwetenschap, analyseert Joep Leerssen deze beeldvorming. Met talrijke literaire en cultuurhistorische voorbeelden illustreert hij welke images – mentale gemeenplaatsen – een rol spelen als mensen zich een voorstelling maken van het karakter van Europa. Wat opdoemt is een zelfbeeld vol Griekse mythen, kruisvaarders, kathedralen, brandstapels, filosofen, bibliotheken, operagebouwen en concentratiekampen. Met dat zelfbeeld – dat zowel een projectie van buitenaf als een beeld van binnenuit is – wordt Europa aan de buitenwereld gespiegeld. Een reflectie op die processen leidt ons het Spiegelpaleis Europa binnen.

Desoriëntering

Terwijl Europa zo kantelt van de Levant naar de Far West, verschuift ook de zuidelijke afbakening: de horizon Timboektoe-Tanger schuift naar het noorden op en komt tussen Cyprus en Malta te liggen. Voor de Romeinen hield de geciviliseerde wereld op in de Sahara, ten zuiden van Mauretanië en Egypte. De Middellandse Zee, mare nostrum, was voor het Imperium wat de Thames is voor Londen en de Seine voor Parijs. Ook de islamrijken tot 1300 (de Abbasiden en hun Maghrebijnse en Andalusische opvolgers) zien de Middellandse Zee nog als een doorwaadbare oversteek. De islam had in de achtste eeuw via Gibraltar naar de Pyreneeën en zelfs tot aan de Loire gereikt (Slag bij Poitiers, 732) en de Osmanen reiken via de Hellespont en de Dardanellen naar Belgrado, Boedapest en Wenen. Moslimintellectuelen vormen een netwerk dat de kusten omspant: van de Levant via de Maghreb naar Al-Andalus. Zo bijvoorbeeld Averroes (eigenlijk Ibn Rushd, Cordoba 1126-Marrakesh, 1198) en Al Wazzan (Granada 1485-Tunis 1554). Deze laatste, geboren in de nadagen van het laatste Moorse rijk ten noorden van Gibraltar, reisde van Fes naar Timboektoe naar Caïro, kwam uiteindelijk een tijdlang in dienst van paus Pius ii en werd in Rome bekend als Leo Africanus. Hij was een verre, maar rechtstreekse nazaat van de polytroop Odysseus:

Ik, Hassan, zoon van Mohammed de weger, ik, Johannes Leo de’ Medici, besneden door de hand van een barbier en gedoopt door de hand van een paus, word tegenwoordig de Afrikaan genoemd, maar ik kom noch uit Afrika, noch uit Europa, noch uit Arabië. Men noemt mij ook de Granadijn, de Fassi, de Zayyati, maar ik kom van geen enkel land, geen enkele stad, geen enkele stam. Ik ben een zoon van de wegen, mijn vaderland is een karavaan en mijn leven de meest onverwachte van alle tochten.

Aldus de opening van Amin Maaloufs vie romancée over Leo Africanus, een prachtig literair eerbetoon van de ene mediterrane humanist aan de andere. Twintig jaar vóór Camões’ Lusíadas verscheen Leo Africanus’ grote beschrijving van Noord-Afrika: Descrittione dell’Africa (1550). En dat ‘Africa’ in de titel van het boek en in de naam van de auteur betekent nu niet meer: de zuidkust van de Méditerranée (immers, twee Scipio’s hadden die naam ook gedragen als Romeinse consul) maar: het andere continent aan gene zijde.

De Europese reactie op de islam lijkt instinctief de Méditerranée te beschouwen als een loopgraaf, een barrière. De verovering van Constantinopel in 1453 door Mehmet ii en de verovering van Granada in 1492 door de reyes católicos markeren misschien het moment. De reconquista wordt in Spanje als voltooid beschouwd, de Straat van Gibraltar impliciet geaccepteerd als een natuurlijke grens tussen ‘ons’ en ‘hen’. Verdere expansie vanuit de geconsolideerde Iberische koninkrijken zal vooralsnog niet plaatsvinden in de Maghreb, maar plus ultra, in Oost-Indië en Amerika.

De nog in Andalusië vertoevende Moorse moslims (in de Alpujarras) worden als vijandige aanwezigheid in de ‘binnenwereld’ beschouwd; eenmaal verdreven naar de Noord-Afrikaanse ‘buitenwereld’ (na de opstand en vervolging van 1568) is de afbakening tot kennelijke tevredenheid geregeld. De situatie is dus met het Engelse beleid in Ierland, in diezelfde zestiende eeuw, vergelijkbaar: in beide gevallen wordt een eertijds omstreden, heterogeen randgebied in een soort constitutionele Gleichschaltung gladgestreken. Bovendien is een opvallende parallel dat een intellectueel-religieus steunpunt voor deze Gleichschaltungs-politiek wordt gesticht in de vorm van een universiteit: Trinity College Dublin als protestants bolwerk in Ierland (1592), de universiteit van Granada als christelijk bolwerk in Andalusië (1526).

 

Aan de Hellespont en de Zwarte Zee betekent de teloorgang van Byzantium eerst en vooral het verdwijnen van een Romeins Imperium dat tot in Jeruzalem en Egypte had gereikt. Antiochië, Alexandrië, Aleppo, de pleisterplaatsen van de apostelen en de patriarchale zetels van hun opvolgers, drijven af. Van oudsher was een ‘patriarchaat’ een christelijk bestuurscentrum waarvan de stichting op één van de apostelen kon worden teruggevoerd. Rome liet zich erop voorstaan dat de christelijke gemeenschap aldaar door maar liefst twee apostelen was bediend, Petrus (de hoofdapostel) en Paulus, en permitteerde zich, ook na de ineenstorting van het Westelijk Keizerrijk, een ‘lekker puh’-houding ten opzichte van de jongere keizerlijke metropool Constantinopel, gesticht ná de apostolische tijd. Maar Rome was het enige patriarchaat van het Westen. Naarmate de schaduw van de islam zich over het orthodoxe Midden-Oosten uitstrekt, groeit de behoefte in Westelijk Europa aan steden met een apostolische band en navenant patriarchale status: Venetianen maakten zich in de negende eeuw in Alexandrië meester van het gebeente van de evangelist Marcus en brachten dat in triomf terug naar hun stad die sindsdien onder het teken van San Marco staat. Het meest symbolisch is misschien de mythische oorsprong van Santiago de Compostela, in het uiterste noordwesten van Spanje: dat zou de plaats zijn geweest waar het lichaam van de apostel Jacobus de Meerdere, na zijn onthoofding, terecht was gekomen. Die legende kwam op in de eeuwen na de Moorse invasie en maakte van Santiago vanaf circa 1100 het belangrijkste pelgrimsoord (na Rome) van West-Europa.

De gedachte van de translatio imperii (de migratie, door de eeuwen, van het Romeinse keizerschap naar zijn opvolgerstaten) maakte Moskou, na de val van Byzantium, tot een politieke metropool. Immers, de grootvorsten van Moskou begonnen zich tsaar, keizer te noemen, beschouwden Moskou als het ‘Derde Rome’ en zichzelf als de beschermheren van de orthodoxe christenheid, net zoals de opvolgers van Karel de Grote dat waren in het roomse Westen. Maar diezelfde decline and fall van Byzantium veroorzaakte ook een religieuze translatio-verschuiving: het maakte van Venetië een patriarchaat en van Santiago een religieuze metropool. Twee nieuwe metropolen, Moskou en Santiago, vormden meteen de oostelijke en westelijke uiteinden van het zich stilaan aftekenende Europa. De oude patriarchaten (de plaatsen waar Marcus en Jacobus vandaan kwamen: Jeruzalem, Antiochië, Alexandrië) raakten uit zicht ten gevolge van het Grote Schisma van 1054 en de overspoeling door andere talen en culturen (Turks, Arabisch). Syrië en Anatolië, oude Byzantijnse provincies, staan buitenspel in de translatio imperii en worden van Europa gescheiden gehouden door een stad die nu Istanboel heet: een citadel-met-minaretten aan de Bosporus, een nieuwe grenspost tussen Europa en de rest van de wereld. De Levantijnse delen van het Byzantium van weleer zijn ‘afgeschreven’ uit het Europese bewustzijn, worden deel van een exotische Oriënt. Omgekeerd wordt de Osmaanse verovering van de Balkan en de expansie richting Wenen en Boedapest gezien als een binnendringing – de veelbetekenende term ‘Turkey-in-Europe’ zal later in zwang komen. De humanist Enea Silvio Piccolomini (later tot paus gekroond als Pius ii) begon uitdrukkelijk het begrip ‘Europa’ gangbaar te maken als geografische betiteling van de christenheid. Zo betoogde hij vlak ná de val van Constantinopel, in 1454, op de Rijksdag van Frankfurt:

We moeten de waarheid onder ogen zien dat de Christenheid in vele eeuwen geen grotere smaad heeft moeten verdragen dan thans. Vroeger vonden onze nederlagen plaats in Azië en Afrika, in verre landen. Maar nu zijn wij verslagen in Europa, in ons eigen vaderland, in ons eigen huis, in onze eigen woonplaats.

Zo smelten religieus antagonisme en geopolitiek samen. Aan kruistochten naar Jeruzalem denkt na 1453 niemand meer, de grensconflicten lopen in een bocht van Moskou naar Gibraltar, langs Rhodos, Cyprus en Kreta. De Middellandse Zee is niet langer de boezem van weleer, het is nu het slagveld tussen vijandige werelddelen, de slotgracht van Europa.

* * *

In het Alhambra staat een vorstenverblijf, gebouwd voor Karel v. Het is een nors bakstenen geval te midden van de verfijnde stucgewelven en betegelingen van het Moorse paleis. Er hoort een slotkapel bij, een plompe hangar van het christendom. Ondanks zijn misplaatste ellebogenarchitectuur ontroert het ding me; het is op een achthoekig grondplan gebouwd en ik herken dat uit mijn Akense studententijd.

Karel v, de in Gent geboren Habsburger wiens rijk ook tot hier reikte, tot aan de voet van de Sierra Nevada, was in 1520 in net zo’n achthoekige kapel tot Duits koning gekroond – de opmaat tot zijn keizerschap. Die kroning was geschied in de kapel van de Dom van Aken, lang de kroningskerk van de Duitse koningen voordat ze hun keizerskroon uit handen van de paus gingen halen.

De achthoekige kapel van het Alhambra verwijst naar de achthoekige kapel van de Akense Dom en die gaat rechtstreeks terug op Karel de Grote zelf. Die grote voorganger en naamgenoot van Karel v had zijn achthoekige paltskapel bewust zó laten bouwen, kort vóór het jaar 800, als teken van macht en ambitie; toentertijd was die kerk het hoogste en indrukwekkendste gebouw ten noorden van de Alpen.

De Akense domkerk was op zijn beurt een nabootsing van de San Vitale, rond 550 gebouwd in Ravenna. Die stad was rond 750, dus tamelijk kort vóór de Akense bouw, door Karels vader Pepijn op de Longobarden veroverd ten behoeve van de paus. En die San Vitale was op zijn beurt een puur Byzantijnse kerk, gebouwd volgens het model van de St.-Sergius en Bacchus van Constantinopel. Zodoende is een architectonisch thema gemigreerd van Constantinopel naar Granada en greep de vijfde Karel, in een westelijke uithoek van zijn rijk, terug op de Karel uit Aken.

Die estafette van octagonen geeft aan hoe de mythe van Karel de Grote door heel Europa zijn echo’s had. Standbeelden van Karel de Grote zie je niet alleen in Duitsland, maar ook aan de voet van de Parijse Notre-Dame en in Rome. Italië, Frankrijk, Duitsland, het was allemaal van Karel en Karel hoort bij elk van die landen.

Hij was afkomstig uit de streek die naderhand op de breuklijn tussen het Duits- en het Franstalige gedeelte van zijn rijk is komen te liggen. Een van de Pepijnen kwam uit Herstal, een plaats tussen Luik en Maastricht. De Karolingische bisschop Hubertus, die zijn zetel van Maastricht naar Luik verplaatste, is gestorven in de Voerstreek, tussen Luik en Aken, waar onlangs nog zulk een felle taalstrijd woedde tussen Vlaams- en Waalsgezinde dorpspartijen. Dat de grote taal- en cultuurbreuk van West-Europa, die tussen de Duitse en de Franse invloedssfeer, dwars door het familiegebied van de Karelclan loopt, is een van de grote ironieën in de Europese geschiedenis.

De breuklijn vormde zich een goede eeuw na de bouw van de achthoekige paltskapel in Aken. Nog in 880 werd in Vlaanderen (ook zo’n grensgebied) een manuscript vervaardigd dat in één en hetzelfde handschrift de oudste literaire tekst in het Frans bevat, een hymne op St.-Eulalia, en zo’n beetje de oudste literaire tekst in het Duits, het Ludwigslied. Door één en dezelfde monnik opgeschreven, direct op elkaar volgend, zonder paginabreuk, als onderdeel van één literair repertoire dat broederlijk beide Frankische talen omvatte, de Duitse en de Franse. Het klooster waar dat manuscript werd geschreven stond vlak bij Gent, de plek waar zeshonderd jaar nadien, in 1500, de latere Karel v geboren zou worden, en niet ver van waar duizend jaar later de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog zouden liggen.

* * *

Het gebeurt in de duisternis van de bioscoopzaal, als je aan het begin van de voorstelling, na de reclames, de generiek te zien krijgt van Europa Cinemas: een consortium van arthouse-filmtheaters. Blauw scherm en op een lounge-jazz-groove draaien witte letters rond, plaatsnamen als daar zijn Milaan, Tallinn, Zürich, Toulouse, Zagreb, Porto, Trondheim, maar ook Ramallah, Tel Aviv, Kazan en Tashkent. Uiteindelijk, met het sterrenlogo van de eu staat er dan: ‘Europa Cinemas: First Network for the Distribution of European Films’.

In het duister van de bioscoopzaal lichten de stadsnamen op als sterretjes in de nacht. Europa is niet zozeer een legpuzzel van landen als wel een archipel van steden, elk met hun geschiedenis, hun uitstraling, hun achterland en hun bioscooppubliek.

Uitgeverij   VanTilt

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum