Leesfragment: De weg van de hoop

27 november 2015 , door Stéphane Hessel & Edgar Morin
| | |

Onlangs publiceerde Stéphane Hessel - auteur van Neem het niet! - opnieuw een pamflet, ditmaal samen met Edgar Morin. In deze nacht een uitgebreid fragment uit hun De weg van de hoop.

Dit pamflet is een aanklacht tegen de 'perverse koers van een blinde politiek die ons naar catastrofen voert'. Het financiële kapitalisme, het economische liberalisme en verschillende vormen van fanatisme brengen de ondergang van de wereld angstwekkend dichtbij. Onze planeet is 'veroordeeld tot de dood of de metamorfose'.

Stéphane Hessel (94) en zijn 'strijdmakker' Edgar Morin (90) schudden de wereld wakker en roepen op tot verandering. Helder en duidelijk zetten zij in dit pamflet uiteen wat er volgens hen zou moeten gebeuren: we moeten groeien, maar ook de groei beteugelen, we moeten af van onze oppervlakkige levensstijl, we moeten samenwerken in Europees verband en gezamenlijk regels voor de immigratie opstellen, we moeten de bureaucratie terugdringen en de solidariteit nieuw leven inblazen. Het gaat daarbij niet om een herstel van onze beschaving, maar om het maken van een synthese van het beste uit alle beschavingen.

1. Ons land in de wereld

Medeburgers! Wij stellen hier de perverse koers aan de kaak van een blinde politiek die ons naar catastrofen voert.
Wij presenteren hier een politieke weg in het teken van het algemeen welzijn.
Wij presenteren hier nieuwe hoop.

Ons land, de wereld, Europa

Ons land bevindt zich niet in een luchtdicht afgesloten ruimte en evenmin in een statische, onbeweeglijke wereld.
Wij moeten ons er rekenschap van geven dat we deel hebben aan een mondiale lotsgemeenschap; de complete mensheid leeft onder de dodelijke bedreigingen die schuilen in de proliferatie van atoomwapens, het opvlammen van etnisch-religieuze conflicten, de afbraak van de biosfeer, de zwalkende koers van een onbeheersbare wereldeconomie, de tirannie van het geld, het samenkomen van een uit een ver verleden afkomstige gruwel met de ijzige onmenselijkheid van de technologische en economische rekenarij. De gehele mensheid ziet nu, na het monster van het totalitarisme van de twintigste eeuw, de hydra van het financiële kapitalisme op zich afstormen en tegelijkertijd ziet zij zich links en rechts allerlei vormen van demonisering van etnische, nationalistische of religieuze aard manifesteren. De complete mensheid weet zich geconfronteerd met een complexe mengelmoes van crises die alle tezamen de Grote Crisis vormen van een mensheid die er niet in slaagt tot Menselijkheid te komen.
In 1932 zei Paul Valéry met een ook nu onovertroffen inzicht: ‘Nooit heeft de mensheid zo veel macht gepaard aan zo veel ontreddering, zo veel zorgen aan zo veel spielerei, zo veel kennis aan zo veel onzekerheden. Ongerustheid en futiliteit beheersen onze dagen.’
Wat later wierp Konrad Lorenz op: ‘Men kan zich afvragen wat de ziel van de hedendaagse mens het meest aantast: zijn verblindende zucht naar het geld, of zijn koortsachtige ongeduld.’
Antwoord: het ene én het andere – beide samen.

Wij hebben een dubbele plicht: De eerste is een plicht van burgers die deel hebben aan de mondiale lotsgemeenschap van aardbewoners, die zo eminent tot uitdrukking komt in het elfde en het twaalfde couplet van ons volkslied, ‘De Marseillaise’:

xi
La France que l’Europe admire
A reconquis la Liberté
Et chaque citoyen respire
Sous les lois de l’Égalité (bis);
Un jour, son image chérie
S’étendra sur tout l’univers.
Peuples, vous briserez vos fers
Et vous aurez une Patrie!

xii
Foulant aux pieds les droits de l’Homme,
Les soldatesques légions
Des premiers habitants de Rome
Asservirent les nations (bis).
Un projet plus grand et plus sage
Nous engage dans les combats,
Et le Français n’arme son bras
Que pour détruire l’esclavage.

[Europa’s diep bewonderd Frankrijk
veroverde zijn Vrijheid terug,
verlicht ademt de Franse burger op
onder de wetten van de Gelijkheid;
eens zal Frankrijks bewonderd beeld
zich verspreiden wereldwijd.
Verbreek, volkeren uw boeien
een vaderland is dan uw loon.

De rechten van de mens vertrappend
sloegen Romes legioenen
de naties in boeien van slavernij.
Een groter, wijzer plan
bezielt ons in onze strijd
en de Fransman wapent zich
slechts ter vernietiging van slavernij.]

Dezelfde ambitie klinkt door in het in 1944 door de Nationale Raad van het Franse Verzet aangenomen programma en vier jaar later in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in Parijs aangenomen en opgesteld met medewerking van de latere Nobelprijswinnaar René Cassin.
Wij kunnen niet in ons eentje besluiten over de toekomst van onze planeet, maar met een beroep op de principes die klinken in de gegeven coupletten en in de genoemde teksten, kunnen wij de lange, moeilijke weg aangeven die leidt naar een mondiaal vaderland dat alle individuele vaderlanden, waaronder het onze, in zich opneemt en respecteert, waarmee de volledige soevereiniteit van de natiestaten ten aanzien van de mondiale problemen van het planetaire tijdperk zou worden overstegen, terwijl verder, op alle gebieden, hun soevereiniteit volledig gerespecteerd zou blijven.

Het neoliberalisme, dat pretendeert de ideologieën voorbij te zijn, blijkt zelf een failliete ideologie. Het ermee verbonden laisser faire heeft tot deelsuccessen geleid, maar meer armoede dan verrijking teweeggebracht. De globalisering, de economische ontwikkeling en de verwesterlijking – drie gezichten van hetzelfde uit het neoliberalisme voortgekomen verschijnsel – zijn niet in staat gebleken om te gaan met de vitale problemen van de mensheid.
Het onvermogen van het mondiale systeem om de vitale problemen die het veroorzaakt aan te pakken, veroordeelt het tot desintegratie of achteruitgang, tenminste, als het er niet in slaagt de voorwaarden voor de eigen metamorfose tot stand te brengen; die metamorfose waardoor het systeem kan overleven en veranderen.
Ons mondiale systeem is veroordeeld tot de dood of de metamorfose. Die metamorfose is alleen mogelijk wanneer talrijke hervormings- en transformatieprocessen bij elkaar komen zoals zijrivieren samenvloeien tot één machtige rivier. Dan zou onze huidige tijd van veranderingen het voorspel zijn van een waarlijk nieuw tijdperk.
Wij moeten ons er rekenschap van geven dat de globalisering tegelijkertijd het slechtste én het beste in zich draagt van wat de mensheid kan overkomen. Het beste, omdat de gehele mensheid voor het eerst een onderlinge afhankelijkheid kent, een gemeenschappelijke lotsverbondenheid die de mogelijkheid schept van een mondiaal vaderland dat – we herhalen het nog eens –de individuele vaderlanden zeker niet zou negeren, maar in zich op zou nemen.
Het slechtste, omdat de globalisering het startschot heeft gelost voor een koortsachtige rit richting een reeks opeenvolgende catastrofen. De ongecontroleerde hoge vlucht die de manipulatieve en destructieve macht van wetenschap en technologie heeft genomen en de opmars in alle richtingen van de op maximale winst gerichte economie hebben de enorme proliferatie van massavernietigingswapens en de afbraak van de biosfeer teweeggebracht, terwijl het totalitarisme van de twintigste eeuw is opgevolgd door de tirannie van een financiële kapitalisme zonder grenzen dat landen en volkeren aan zijn speculaties onderwerpt, en de terugkeer van xenofobe, raciale, etnische en territoriale uitsluiting. De gezamenlijke verwoestingen van financiële speculatie en blind, demoniserend fanatisme versterken en versnellen de processen die tot catastrofen leiden.
Daarnaast moeten wij ons realiseren dat waar de huidige economische ontwikkeling voor een fractie van de wereldbevolking rijkdommen ‘naar westerse aard’ te bieden heeft, zij ook enorme armoedegebieden heeft opgeleverd en vormen van gigantische ongelijkheid in zich draagt.

We moeten zowel weten te globaliseren als te deglobaliseren. We moeten een globalisering nastreven die alle menselijke wezens, in levensgevaar als we zijn, een lotsverbondenheid geeft. We moeten ons allen solidair voelen met deze planeet wier voortbestaan een voorwaarde is voor het onze. We moeten onze Moeder Aarde redden. Wij stellen voor alles voort te zetten en te ontwikkelen wat de globalisering brengt aan grensoverschrijdende solidariteit en culturele bevruchting, maar tegelijkertijd op het lokale, regionale en nationale niveau die autonomie die van levensbelang is te herstellen en overal de culturele diversiteit te bevorderen. We moeten deglobaliseren om de sociale en solidaire economie alle ruimte te geven, om garant te staan voor de economie van het platteland, de op voedingsmiddelen gerichte landbouw en de ermee verbonden voedingsmiddelenindustrie, om de lokale ambachten en de buurtwinkels te behouden en zo de leegloop van het platteland en de verdwijning van de dienstverlening in de in moeilijkheden verkerende randgemeenten af te remmen.
Zo moeten we er ook op wijzen dat de algemeen gehanteerde formule voor ontwikkeling voorbijgaat aan de solidariteit, de kennis en de kundigheid van traditionele samenlevingen, en dat het nodig is ontwikkeling op zo’n manier nieuw te concipiëren en te diversifiëren dat zij de solidariteit die eigen is aan hun gemeenschapsverbanden in stand laat.
Ten slotte moeten we, beginnend bij onszelf, het eenzijdige gebod van de groei vervangen door een complexer gebod, dat precies aangeeft wat er moet groeien, maar ook wat in omvang moet afnemen. Zo moeten we de duurzame energie, het openbaar vervoer, de sociale, solidaire economie, het onderwijs, de cultuur, en de voorzieningen die onze metropolen vermenselijken stimuleren, en tegelijkertijd de agro-industrie, de fossiele en atoomenergie, de parasitaire grondstoffenspeculatie, de oorlogsindustrie, de giftige consumptiedwang, de economie van het overbodige en oppervlakkige, en onze spilzieke manier van leven terugdringen. In plaats van het vaandel van de groei te plaatsen tegenover dat van de daling, is de tijd gekomen om de lijst op te stellen van wat er moet groeien en wat er moet krimpen.
In de inmiddels multipolaire wereld moeten we ons inspannen voor een solide Europa, door het eenheid, autonomie en politieke wilskracht te geven. Dat zou Europa in staat stellen bij alle grote problemen van de eeuw af te stevenen op menselijk begrip en vrede. Dan zou het enerzijds een gemeenschappelijk beleid ter integratie van immigranten moeten ontwikkelen en anderzijds moeten optreden tegen de radicalisering van de tot barbarij leidende conflicten, overal waar die losbarsten of voortduren, met name de Israëlisch- Palestijnse tragedie waarvan de uitvloeisels zich over de wereld verspreiden.
Wij wijzen Europa een grootse roeping toe: zoals onze renaissance in de vijftiende en zestiende eeuw beschaving voortbracht door de bijdrage van het Griekse denken nieuw leven in te blazen, zo zullen wij proberen bij te dragen aan een nieuwe renaissance door de morele en spirituele bijdragen van andere beschavingen te integreren, met name de Aziatische filosofieën. Wat wij de wereld moeten bieden, is niet een voortdurende, ongewijzigde verwesterlijking, maar een politiek van de menselijkheid, die overal ter wereld, met inachtneming van culturele eigenheden, rijkdommen en gebreken, toewerkt naar een synthese van het beste van alle beschavingen. Het idee van een dergelijke symbiose zou het idee van een botsing van of een oorlog tussen beschavingen definitief ondenkbaar maken.

[...]

Uitgeverij Van Gennep

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum