Leesfragment: Helse eendjes

27 november 2015 , door Arto Paasilinna
| |

Op 11 mei verschijnt Helse Eendjes van Arto Paasilinna (vertaald door Annemarie Raas). Wij publiceren vanavond zijn eerste hoofdstuk voor.

1

De Finse Kolchoz

Daar was-ie dan! Rechercheur Jalmari Jyllänketo van de Finse veiligheidsdienst staarde naar het statige gebouw dat in de jaren vijftig op de Finse kolchoz in het dorp Turtola in de provincie Lapland was neergezet. Het hoofdgebouw van landgoed Peuravuoma had twee verdiepingen, was dertig meter lang en bijna vijftien meter breed. Het was roodgeschilderd, als het kantoor van een arbeidersvereniging. De kozijnen en kozijnafdekkingen waren wit, de deuren zwart.
Het gebouw stond op een lage zandheuvel en werd omgeven door een dichtbegroeid dennenbos. Aan de andere kant van het erf bevonden zich zo te zien nog een paar andere gebouwen: een aantal grote hallen en een huizenblok. Op het onverharde erf naast het hoofdgebouw stond een rood hondenhok, met op het dak een zwarte Karelische berenhond, die woest blafte. Tussendoor sprong hij vanaf zijn uitkijkpost op de grond en deed een nijdige schijnaanval in de richting van de bezoeker; het enige wat hem tegenhield was de looplijn, die de uiterste grens van zijn revier bepaalde.
Jalmari Jyllänketo was een politieagent met een lange carrière achter de rug; hij was een jaar of veertig oud, een meter achtenzeventig lang en negentig kilo zwaar. Hij had blond haar en zag eruit als een doodgewone Fin, wat goed van pas komt als je voor de geheime politie werkzaam bent. Zijn karakter paste vrij goed bij zijn werk als rechercheur: hij hield ervan de omgeving, het leven, mensen te observeren. Hij aarzelde niet als er iemand in de kraag moest worden gegrepen. Hij vond het wel wat hebben om tegen een vermeende landverrader te zeggen: ‘Deze kant op graag.’ Aangrijpend, in zekere zin.
Jyllänketo was van Helsinki naar Turtola gereisd om onderzoek te doen naar het landgoed Peuravuoma, waar biologische kruiden werden gekweekt. De Finse veiligheidsdienst waren in de loop der jaren uiteenlopende geruchten ter ore gekomen. Spionnen meldden dat er mensen waren verdwenen op Peuravuoma.
Jyllänketo bekeek het landschap dat zich voor hem uitstrekte. De eindeloze akkerlanden werden omzoomd door donkere dennenbossen. Het was een mooie dag, en er zeilden vederwolken door de lucht. Het gulzige gezang van duizenden trekvogels weerklonk. De kruiden begonnen al groene blaadjes te krijgen, ook al was het pas begin juni. De wind die over de akkers waaide bracht aromatische geuren met zich mee. Jyllänketo schatte dat er vele honderden hectaren land voor hem lagen. Aan de rand van het dennenbos, dat slechts als een donkere schim zichtbaar was, ploegden een paar trekkers voort die dampende, zwartbruine groeven achter zich lieten. Nadat de sporen waren getrokken knielde er een groep ijverig ogende mensen bij neer; die waren ongetwijfeld bezig zaailingen uit te zetten.
Jyllänketo ging op de traptreden naar de ingang van het hoofdgebouw zitten en haalde een laptop uit zijn koffer. Hij zette hem aan, en toen het beeldscherm oplichtte, begon hij te typen: ‘Turtola, dinsdag 3 juni. Rond een uur of elf vanochtend ben ik hier in het Hoge Noorden gearriveerd. Ik heb de nacht in Oulu doorgebracht. Het is een mooie dag, een graad of tien. Het leven hier lijkt rustig zijn gangetje te gaan. Op de velden worden de gebruikelijke voorjaarswerkzaamheden verricht. Ik heb nog geen lokale bewoners ontmoet.’
Op het erf voor het gebouw sjokten een paar mannen op leeftijd rond, gekleed in overalls. Ze droegen manden tjokvol met voorjaarskluifzwammen. De mannen liepen een bordes op, veegden hun laarzen af aan een laarzenborstel en gingen toen door een zijdeur naar binnen. Ze kwamen rechercheur Jyllänketo op een of andere manier bekend voor, maar hoezeer hij zijn best ook deed, hij kon niet op hun namen komen. Maar het waren beslist mannen van gewicht, dat voelde hij gewoon. Agenten die voor de geheime dienst werken hebben een goed getraind geheugen; ze moeten zich duizenden gelaatstrekken, gebaren en zonderlinge details inprenten. Maar wie kon zich nou echt alles herinneren? Om die reden waren er in de loop van de tijd lijsten, rapporten, documenten en notulen opgesteld, geschreven en verzameld. Al die informatie was zorgvuldig in mappen opgeborgen, die genummerd waren en op planken neergezet. Mappen met persoonsgegevens moesten worden geactualiseerd en indien nodig aangevuld. De orde moest worden gehandhaafd, zowel in de samenleving als in het archief. In onrustige tijden werden de kaften van de stoffige mappen opengeslagen, waarna zwarte auto’s in de donkere uren van de nacht op pad werden gestuurd om elementen die de rust in de samenleving dreigden te verstoren in de boeien te slaan.
Jyllänketo had zich met zorg voorbereid op zijn onderzoek. Hij had voor zichzelf een heel natuurlijk alter ego geschapen: hij zou zich op Turtola voordoen als inspecteur van een biologische keurmerkinstantie. Hij had zich verdiept in de grondbeginselen van de biologische landbouw door vakliteratuur te lezen en een bezoek te brengen aan een aantal tuinbouwconsulenten. Ook had hij een stapel officiële formulieren en andere rekwisieten meegenomen, opdat hij zich als professioneel inspecteur kon presenteren zonder argwaan te wekken. Zijn studie van de tuinbouw had hem het hele voorjaar beziggehouden, maar dat was sowieso de tijd van het jaar waarin mensen met groene vingers weer aan de slag gingen met hun groentetuinen.
Jalmari Jyllänketo was afkomstig van het platteland, uit het dorp Kontiolahi in Noord-Karelië. Hij was zoon van een keuterboer, zoals de meeste mensen in die streek, en was dus van kinds af aan bekend met al wat groeit en bloeit. Misschien zou Jalmari een chagrijnige boer zijn geworden die in de clinch lag met de Europese Unie, als hij niet vrij snel na zijn diensttijd een zomerbaantje als redacteur bij een landbouwtijdschrift had gezocht, iets wat veel boerenkinkels in die tijd deden. Nadien was hij, na een korte studie te hebben gevolgd, als stagiair in het archief van de Finse veiligheidsdienst beland en uiteindelijk tot zijn huidige status opgeklommen.
Het werk als rechercheur bij de geheime dienst had Jalmari Jyllänketo altijd al gefascineerd. Het had iets om in het schemerdonker onderzoek te verrichten, met alle bijbehorende onoplosbare problemen; voor het ontmaskeren van misdadigers had je lange adem nodig, maar het was dankbaar werk als je daarin slaagde, want dat betekende dat je iemand oppakte die een gevaar vormde voor de samenleving – en als je geluk had ging het zelfs om meerdere individuen die aan de poten van de geordende samenleving zaagden. Toch was het werk bij de geheime dienst, dat op zich interessant was en veel vastberadenheid vergde, vaak ook zwaar en eentonig, en dus was Jyllänketo blij geweest dat hij zijn bedompte bureau een tijdje kon verlaten om in het Hoge Noorden de geheimen van de grote kruidentuinderij bloot te leggen. Graag was hij een echte bio-inspecteur geweest, met zuivere papieren. Maar toen had hij bedacht dat als er op Peuravuoma daadwerkelijk sprake was van illegale praktijken, een bio-inspecteur niet de bevoegdheid zou hebben om de criminelen te arresteren. Een hortoloog mocht geen schurken in de kraag vatten en in een arrestantencel mikken.
In gedachten herhaalde Jalmari Jyllänketo nog even de belangrijkste taken van een bio-inspecteur, waarna hij zijn laptop uitzette en vastberaden het hoofdgebouw van Peuravuoma binnenstapte. Via de hal kwam hij in een ruime woonkeuken terecht, waarvan de grote vensters een blik boden op de akkers die zich in alle richtingen uitstrekten. Meteen als je binnenkwam had je links een stevige, witgekalkte stenen muur die plaats bood aan een open haard, een steenoven en twee met hout gestookte fornuizen. In de open haard lag een houtblok te gloeien. Het was dan ook aangenaam warm in de grote woonkeuken. Langs de wand naast de oven bevond zich het keukengedeelte, en aan de aangrenzende muur hingen diverse rustieke planken waar het porseleinen servies op werd bewaard. In de hoek tikte een oude staande klok voor zich uit. Langs de achterwand, voor de grote vensters met de vele ruitjes, stond een lange tafel met aan beide zijden een bank. Er lag een linnen kleed op de tafel, en er stonden broodmandjes en kandelaars klaar. Jalmari Jyllänketo schatte dat er minstens twintig mensen tegelijkertijd konden aanzitten. Maar op dit moment waren slechts een paar vrouwen aanwezig, die aan een zijtafel bezig waren voorjaarskluifzwammen schoon te poetsen en in stukjes te snijden.
De agent stelde zich voor als bio-inspecteur Jyllänketo en vroeg of hij de eigenaar van de tuinderij kon spreken. ‘Ik heb mijn bezoek per fax aangekondigd,’ meldde hij.
Een van de vrouwen zei dat ze de agronoom wel even zou bellen. Ze diepte een mobieltje op uit haar schort en toetste een nummer in.
‘Juuso, kun je even naar het kantoor komen? Die inspecteur is gearriveerd.’
Even later begon haar mobieltje te rinkelen, op de deun van de Säkkijärvi-polka. De vrouw nam op en antwoordde: ‘Ha, fijn Sanna, ik pak even pen en papier.’
De vrouw herhaalde wat haar werd gezegd: ‘Dus saus voor vier personen... een literblik geblancheerde voorjaarskluifzwammen, drie eetlepels boter, een ui, beetje witte peper... Niet zo snel, wacheffe... en dan twee eetlepels tarwemeel, een halve liter groentebouillon, twee deciliter room en een beetje zout. Anders nog iets? Hartstikke bedankt, die witte peper had ik vergeten en ik zou te veel boter hebben gebruikt. Geef ook het recept van de soep nog even als je wilt.’
De soep van de valse morielje werd op bijna dezelfde manier bereid als de saus, behalve dat er natuurlijk meer bouillon voor nodig was en er bovendien een snufje cayennepeper en een paar eetlepels sherry doorheen gingen.
‘En de paddenstoelen moeten dus twee keer geblancheerd worden om er zeker van te zijn dat het gif zijn werking verliest? Prima!’
De inspecteur werd meegenomen naar de hal en van daaraf een groot kantoor binnengeleid, waar koffie en zoet brood klaarstonden voor twee personen. Door het raam zag de agent hoe een terreinwagen het erf op kwam rijden. Er sprong een kwiek ogende man van een jaar of zestig uit, die lichtvoetig naar de ingang van het gebouw liep. Al snel waren zijn voetstappen in de hal te horen. De deur van het kantoor ging open en de man stelde zich voor.
‘Juuso Hihna-aapa. Ik ben de rentmeester van het landgoed. De eigenares is helaas op reis momenteel, maar ik zal u overal bij assisteren waar dat nodig is.’
Vanuit de woonkeuken werd koffie binnengebracht. Jalmari Jyllänketo presenteerde zijn inspectieplannen. Hij wilde eerst kennismaken met de boekhouding, de landerijen, de droog-, zuiverings- en opslagmethodes en de aanbouw- en bemestingsplannen. Hij zou de nodige bodemmonsters nemen, de biologische meststoffen onderzoeken die werden ingezet, de afvalverwerking en compostering onder de loep nemen, en ga zo maar door.
Hihna-aapa concludeerde dat een dermate grondige inspectie vele dagen in beslag zou nemen, want Peuravuoma was een bio - logisch bedrijf van grote omvang en er werden veel verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Hij spreidde een kaart van de landerijen uit op het bureau. Het was een hele lap grond! De totale oppervlakte van Peuravuoma bedroeg 870 hectare, waarvan er 220 bebouwd werden, 170 daarvan op biologische wijze. Van die 170 hectare waren er 83 bestemd voor kruiden, op de overige akkers werden aardappels en graan verbouwd. Er was 450 hectare bos, 130 hectare moeras en 70 hectare braakliggende grond, alsmede een grasbaan van 3,2 hectare die als vliegveld dienstdeed.
De omzet van het bedrijf moest gigantisch zijn, dacht Jalmari Jyllänketo jaloers.
‘Uw bedrijf is waarschijnlijk het grootste in heel Finland?’ vroeg hij aan de rentmeester.
‘Vast niet... Daarginds in het zuiden hebben jullie toch ook een aantal welvarende landgoederen, met meer akkerland dan al onze landerijen bij elkaar. En zo veel brengen de velden in het Hoge Noorden nou ook weer niet op, helemaal omdat we aan biologische landbouw doen, zonder kunstmest.’
De agronoom toonde ook de boekhouding, maar alleen voor zover die betrekking had op de acquisities die het bedrijf had gedaan. Het grootboek en de balans liet hij niet zien; hij legde uit dat dat bedrijfsgeheimen betrof.
Het mobieltje van de agronoom klingelde. Hij gaf wat instructies door, en kort daarop ging de deur open; het was een van de vrouwen die daarnet in de keuken bezig waren geweest, ze kwam vragen of de gast zou blijven voor het diner en wellicht ook de nacht op het bedrijf zou doorbrengen. Jyllänketo dankte voor de gastvrijheid.
Tegelijkertijd glipte er een grijze getijgerde boerderijkat het kantoor binnen. Hij trippelde naar Juuso Hihna-aapa toe, gaf de laars van de agronoom een paar kopjes en sprong toen bij de man op schoot. Die aaide het dier, waarop de kat vol vertrouwen begon te spinnen.


© 1998 Arto Paasilinna
© 2012 Nederlandse vertaling Annemarie Raas en Uitgeverij Wereldbibliotheek bv

Uitgeverij Wereldbibliotheek

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum