Leesfragment: Het Bamischandaal

29 december 2012 , door P.F. Thomése
| |

Op zondag 6 januari vindt in het Comedy Theater in Amsterdam de J. Kessels Fandag plaats. Kaarten kosten € 10,- en zijn verkrijgbaar bij onze boekhandel op het Spui en die in Haarlem. Ter gelegenheid daarvan brengen we een uitgebreid fragment. 'Laat mij nou maar gewoon op die damesfiets achter die dameskont aan fietsen. Dat is mijn wonder, professor Nabokov, en wat mij betreft ga ik daar straks mijn schrijvershanden vol aan hebben. Als J. Kessels hier vanaf de eerste bladzijde de hete bliksem uit mag hangen, dan mag ik toch ook wel een keertje, dacht ik zo.'

 

De langverwachte opvolger van J. Kessels: The Novel
Niet beter, wel heter!

De zelfkant van Shanghai, NAC-Willem II, een geil wijf uit Aarle-Rixtel, de Schel, Peerke Sonnemans uit de Sigaarstraat en de beauty van de afhaalchinees bij J. Kessels in Tilburg-Noord om de hoek vormen de smakelijke ingrediënten van deze romantische komedie, waarin voor de verandering ook eens flink geneukt mag worden, niet het minst door de auteur zelf. En nog wel met een of ander lelijk wijf. Waar is J. Kessels trouwens? Een schandaal is het, en tot overmaat van ramp blijkt de bami in China heel niet te smaken zoals thuis. Niets in Het bamischandaal is wat het lijkt, godsakke. Wrong noodles, you asshole!

Over J. Kessels. Niet iedereen beseft dat hij werkelijk bestaat. Thomése leerde hem kennen op de sportredactie van Het Nieuwsblad van het Zuiden, alwaar beide vrienden een liefde bleken te delen voor film, countrymuziek en de boeken van Charles Bukowski. J. Kessels woont en rookt nog steeds in Tilburg-Noord, net onder het spoor door. Hij is alleen en heeft een dochter van tien.

 

Part Three / Het bamispoor

5

De vrouw die aan kwam fietsen en zich (‘hoi hoi’) bekendmaakte als Bernadette van Rooij, kon ik dan ook niet meteen rijmen met wat ik in de tussentijd aan de achterkant zo verrekt lekker had zitten verzinnen. Het kwam ook doordat ze zich klassiek aan de voorzijde voorstelde, de hamvraag derhalve voorlopig een raadsel latend.
Ik moest toegeven dat mevrouw Van Rooij op het eerste gezicht niet de hete donder was die ze door de telefoon beloofde te zijn. In feite was ze hartstikke lelijk. Seksueel zag ik geen enkele opening. Een fikse tegenvaller, maar ik besloot me daar niet door te laten ontmoedigen. Ik wilde wat ik zo zorgvuldig in gedachten had opgebouwd, niet zomaar weggooien.
Ze begon ons uitgebreid uit te horen over de handel en de wandel, alsmede het reilen en zeilen van de Schel. Hoeveel wij hadden moeten betalen. Inclusief, exclusief et cetera. Welke route hij ons in het vooruitzicht had gesteld. De maaltijd. Was-ie warm? Zat er drinken bij inbegrepen? De gay bar, ja natuurlijk. Ze lachte schamper. ‘Jullie mochten er zeker gratis in?’ Peer en ik knikten beteuterd, Gerd enthousiast. ‘Ik zal jullie iets vertellen: iedereen mag daar gratis binnen. Het enige wat daar niet gratis is, is de drank. Die is er namelijk peperduur. Minstens honderd yuan voor een glas van dat slappe Chinese waterbier. En dan heb ik het nog niet over de wijn en het buitenlands gedestilleerd. Daar verdient hij op, jullie Schel. Daar zitten zijn marges. Hij vangt voor elk glas dat jullie nietsvermoedend achteroverkieperen twintig procent provisie. Gratis, gratis. M’n kut is gratis. Oeps.’
We deden uit beleefdheid of we het niet gehoord hadden, Peerke en ik. Peerke trouwens omdat ik hem schopte.
‘Au,’ zei hij. ‘Mevrouw, hij schupte me.’ En Gerd had er, ondanks zijn heftige meeknikken, selbstverständlich geen woord van verstaan.
Toen ze op de fiets stapte, gloorde er plotseling weer hoop. De kont sec mocht er wezen, echt wel. Technisch gesproken dan. Puur als kont bedoel ik. De Schel had niets te veel verteld. Ik kon me er nog geen compleet beeld van vormen, dat vergde een langer onderzoek, maar de eerste kennismaking mocht ronduit positief heten. Zoals de beide helften zich om het zadel vouwden en bleven balanceren op dat wat ze in evenwicht hield: het was een wonder van symmetrie en wrijving en zwaartekracht – en nou vergeet ik vast een aantal andere wetjes en regeltjes uit de wis- en natuurkunde die hier als gekken begonnen te werken om dit schouwspel mogelijk te maken. Je denkt misschien: twee billen op een zadel, so what? Big deal. Maar in werkelijkheid komt er bij zo’n werkelijkheid verdomd veel kijken, iets waar de meeste mensen, Peer Sonnemans natuurlijk weer eens voorop, geen idee van hebben.
Mevrouw Van Rooij verklaarde zich bereid om voor het geld dat wij aan de Schel hadden betaald, ons haar eigen fietstour aan te bieden, vandaar dat ze nu pal voor me uit fietste, terwijl haar billen ongegeneerd naar mij lonkten. Niet verkeerd! Als ik over mijn stuur ging hangen, kon ik mijn neus bij wijze van spreken in het sneetje tussen haar verse kadetten steken.
Ik vond het nu al een geweldige sprong voorwaarts vergeleken met de Schel zijn ‘geiler Abendkurs’, waar wat mij betreft niets geils aan was. Al dachten mijn lotgenoten daar anders over, Gerd om begrijpelijke, zij het ietwat goedkope redenen, maar ook Peer Sonnemans zat niet op ons Detje met haar kadetjes te wachten. ‘Godsamme, wat een lelijk wijf,’ klaagde hij naast me. ‘Zonde van die reet. Veel te mooi voor haar. Daar had ze een ander blij mee kunnen maken, godnondeju.’
Volgens Peer ruilden ze tegenwoordig in de Duitse porno bepaalde lichaamsdelen in voor lekkerdere van een ander. Het fijne wist hij er nog niet van, maar het kwam erop neer dat ze van het ene mokkel de kont met een stuk rug filmden en van de andere de tieten en bijvoorbeeld de schouders. En dan plakten ze dat op de een of andere manier achter elkaar zonder dat je er iets van zag. ‘Dus in feite zit je je dan zonder dat je het merkt vaak op drie, vier wijven tegelijk af te rukken,’ vatte Peer de kwestie samen.
Ik stond er niet van te kijken. In de Duitse porno was iets ze niet gauw te gek.
Maar van mij mochten die twee vet lekkere dettekekadettekes gerust aan mevrouw Van Rooij vast blijven zitten. Ik nam het hele mens, als het zover kwam, er zonder morren bij. Geen probleem. Ik was, als het erop aankwam, nooit zo kieskeurig geweest.
Ze was vrijuit aan het fietsen met die billen van d’r. Ze drukte ze helemaal over het zadel heen, zodat ze aan alle kanten uitstulpten, daarbij de meest onvermoede rondingen tonend, alsof ze wilden zeggen: begerige handen van P.F. Thomése, heerlijk doortastend schrijvertje van me, kom hier, help me, vang me, ik houd het niet in mijn eentje. Ja mevrouw, mijn handen zouden wel willen, maar het voelt nog een beetje voorbarig, begrijpt u. Een paar bladzijden verder kunnen we ons misschien ongeremd aan elkaar overgeven, nu moeten we nog even doorfietsen, de tijd dringt. We zijn op zoek naar J. Kessels. Dat weet u misschien niet, en onze loze Duitser al helemaal niet, maar Peer en ik wel, daarom zijn we hier, en de lezers ook, dus het moet wel allemaal ergens naartoe gaan. We fietsen hier niet voor de kat zijn kut achter een of andere kont aan. Zo zijn we niet getrouwd. Dit is literatuur, dit gáát ergens over.
De vraag is alleen: waarover?
Onder de goede inzenders wordt een reisje naar Shanghai verloot. Mogen ze daar zelf kijken hoe of het zit. Een auteur hoeft zijn lezers ook niet alles voor te kauwen. Een beetje inbreng van de lezerskant doet soms wonderen.
Op een wonder hoeven we hier nog niet te rekenen. Het is al een wonder dat ik met Peer en de Schel en die onverwachte kont door Shanghai loop te sjouwen. Dus J. Kessels hier in deze totaal idiote, volstrekt willekeurige megastad zomaar terugvinden is misschien net een wonder te veel.
‘Magic,’ hamert Nabokov in zijn Lectures on Literature. Schrijven is magic, magic, magic. Maar je kunt het ook overdrijven, vind ik. Ik ben Harry Potter niet, dat kutventje, godsakke. Het moet niet gekker worden. Het bamischandaal is zo al ongeloofwaardig genoeg, ik ga hier echt niet ook nog eens de magician spelen. Opdat straks alle apen uit de mouwen komen springen zeker. Mij niet gezien. Zo’n feestneus ben ik ook weer niet. Het moet wel een beetje spontaan blijven.
Laat mij nou maar gewoon op die damesfiets achter die dameskont aan fietsen. Dat is mijn wonder, professor Nabokov, en wat mij betreft ga ik daar straks mijn schrijvershanden vol aan hebben.
Als J. Kessels hier vanaf de eerste bladzijde de hete bliksem uit mag hangen, dan mag ik toch ook wel een keertje, dacht ik zo. Voor de symmetrie is het trouwens ook beter. Anders gaat het verhaal uit het lood hangen. Steeds maar die ene, zelfde kant op.
Bovendien, een schrijver die al jaren zo lekker bezig is, heeft het ook dik verdiend, zo langzamerhand, als ik even zo onbescheiden mag zijn. Je kunt zo iemand niet blijven negeren, zoals bepaalde jury’s hardnekkig blijven doen. Ik wijs naar het noorden, verder zeg ik niks. Enfin, daar hebben we het al over gehad. Peer en J. Kessels spelen hier ook een minder fraai rolletje in, dat weten jullie ook. Het zit me wat dat betreft ook niet mee. Maar goed, dan moet er in de tussentijd maar in natura worden afgerekend. Op een gegeven moment zal er toch echt iemand met de billen bloot moeten, als er nog gerechtigheid bestaat op deze aftandse halvegare kloteplaneet.
En ik weet al welke billen. Eén keer raden. Wij waarderen het dat mevrouw Van Rooij zich als vrijwilligster heeft aangemeld en spontaan dit boek heeft willen komen binnen fietsen. Dank u, mevrouw Van Rooij, namens allen die Het bamischandaal mogelijk hebben gemaakt. Bedankt, bedankt allemaal! We gaan er meteen even uit voor de reclame.

 

© 2012 P.F. Thomése
© auteursportret Tessa Posthuma de Boer

Uitgeverij Atlas Contact

MINDBOOKSATH : athenaeum