Leesfragment: La délicatesse

27 november 2015 , door David Foenkinos
| |

31 maart verschijnt David Foenkinos' roman La délicatesse, in vertaling van Liesbeth van Nes. De roman werd onlangs verfilmd door David et Stéphane Foenkinos, met Audrey Tatou en komt deze donderdag in de bioscopen. Wij publiceren voor. (Plus gefilmd interview met de auteur en trailer.)

Herm Pol besprak La délicatessebij De Avonden (2de uur).

Charles, directeur van een bedrijf in Parijs, is verliefd op zijn mooie jonge collega Nathalie. Maar zij heeft pas geleden haar man verloren bij een ongeluk en wil niets van hem weten. Een Zweedse medewerker, Markus, heeft meer geluk: op een dag, wanneer Nathalie meer dan ooit gebukt gaat onder het gewicht van de eenzaamheid, werpt de jonge weduwe zich zonder waarschuwing in Markus' armen. Voor hem is het een openbaring, maar Nathalie geneert zich dood na deze ondoordachte actie. Markus zal al zijn fijngevoeligheid en humor moeten inzetten om haar daadwerkelijk voor zich te winnen. Hierbij krijgt hij hulp uit onverwachte hoek: dankzij Charles' bijtende jaloezie wordt de band tussen de aarzelende geliefden steeds sterker. In deze veelgeprezen roman zet Foenkinos zijn lezer geregeld net even op het verkeerde been. Hij heeft een perfect gevoel voor absurde en hilarische scènes, en blijkt een uitzonderlijke fantasie te hebben. Internationale bestsellerauteur David Foenkinos schreef met La délicatesse een subtiele en zeer ontroerende roman over de donkere nasleep van een groot verlies.


Foenkinos over het boek.


De trailer.

 

1

Nathalie was nogal bescheiden (een soort Zwitserse vrouwelijkheid). Ze had haar schooltijd zonder ongelukken overleefd door met de voetgangersoversteekplaatsen rekening te houden. Op haar twintigste zag ze de toekomst als een belofte. Ze hield van lachen, ze hield van lezen. Twee bezigheden die ze zelden gelijktijdig deed, want ze had een voorkeur voor treurige verhalen. Omdat de literaire richting haar niet concreet genoeg was, had ze besloten economie te gaan studeren. Ondanks haar dromerige uiterlijk deed ze niet of nauwelijks aan nattevingerwerk. Ze kon urenlang de curven volgen van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product in Estland, met een merkwaardige glimlach op haar gezicht. Toen het volwassen leven zich aankondigde, dacht ze wel eens terug aan haar kindertijd. Gelukkige momenten, opgedaan in verschillende periodes, altijd dezelfde. Ze rende over een strand, ze stapte in een vliegtuig, ze sliep in de armen van haar vader. Maar bij haar was het geen nostalgie, nooit. Wat vrij zeldzaam was voor een Nathalie.*

 

* Er is vaak een duidelijke neiging tot nostalgie te bespeuren bij de Nathalies.

2

De meeste stellen doen niets liever dan elkaar verhalen vertellen, ze denken dat hun ontmoeting een buitengewoon karakter droeg en dan maken ze die ontelbare verbintenissen, die in de meest alledaagse situaties tot stand komen, vaak mooier met details die toch aanleiding vormen voor een lichte extase. Per slot van rekening kan alles door de exegesemolen worden gehaald.

Nathalie en François ontmoetten elkaar op straat. Het is altijd een delicate kwestie, een man die een vrouw aanspreekt. Ze vraagt zich onwillekeurig af: doet hij dat vaker? Mannen zeggen vaak dat het de eerste keer is. Als je hen mag geloven, worden ze opeens getroffen door een voor hen volkomen nieuwe charme, waardoor ze hun normale verlegenheid kunnen overwinnen. De vrouwen antwoorden automatisch dat ze geen tijd hebben. Nathalie vormde geen uitzondering op die regel. Gek eigenlijk, want ze had niet veel te doen en ze vond het een opwindend idee op die manier te worden aangeklampt. Niemand durfde het ooit te doen. Ze had zich vaak afgevraagd: maak ik een verkeerde indruk, ben ik te ontoegankelijk of niet vlot genoeg? Een van haar vriendinnen had eens tegen haar gezegd: niemand houdt jou ooit staande, omdat je loopt als een vrouw die wordt achtervolgd door de tijd die verstrijkt.

Als een man een onbekende vrouw aanspreekt, wil hij iets leuks tegen haar zeggen. Bestaat de mannelijke kamikazepiloot die een vrouw staande houdt om haar toe te voegen: ‘Hoe haalt u het in uw hoofd om op die schoenen te lopen? Het is een soort goelag voor uw tenen. Het is een schande, u bent een Stalin voor uw voeten!’ Wie zou zoiets durven zeggen? François zeker niet, die koos wijselijk de tactiek van de complimenten. Hij probeerde te omschrijven wat totaal niet te omschrijven valt, namelijk zijn verwarring. Waarom had hij haar staande gehouden? Het had vooral te maken met haar manier van lopen. Hij had er iets nieuws in gezien, iets bijna kinderlijks, een rapsodie voor de knieschijf. Ze liep met een soort van aandoenlijke ongekunsteldheid, een gratie in haar manier van bewegen, waardoor hij dacht: ze is precies het soort vrouw met wie ik een weekend naar Genève zou willen. Dus raapte hij al zijn moed bijeen, die hem desondanks nog ontoereikend leek. Vooral omdat het voor hem werkelijk de eerste keer was. Hier en nu, op de stoep, ontmoetten zij elkaar. Voor een verhaal een absoluut klassiek begin, dat vaak bepalend is voor de loop der dingen, die vervolgens allerminst klassiek zijn.

De eerste woorden kwamen stamelend, maar meteen daarna kwam alles eruit als een waterval, helder als kristal. Zijn woorden werden voortgestuwd door de enigszins zielige, maar ontroerende energie van de wanhoop. Dat is het raadselachtige van onze paradoxen: de situatie was zo ongemakkelijk dat hij zich er heel eenvoudig uit redde. Na een halve minuut slaagde hij er zelfs in haar te laten glimlachen. Het was de eerste bres in de anonimiteit. Ze wilde best wat gaan drinken en hij begreep dat ze helemaal geen haast had. Het was verbazingwekkend dat hij tijd kon doorbrengen met een vrouw die zijn gezichtsveld nog maar net had betreden. Hij had het altijd heerlijk gevonden naar vrouwen op straat te kijken. Hij wist nog dat hij een soort romantische tiener was geweest, in staat jonge meisjes van goeden huize te volgen tot aan de deur van hun flat. In de in de buurt te zijn van een vrouwelijke passagier die hij uit de verte had gezien. Hoewel hij door sensualiteit werd gedreven, was en bleef hij een romantische man die dacht dat het vrouwelijke tot één vrouw kon worden teruggebracht.

Hij vroeg haar wat ze wilde drinken. Haar keuze zou bepalend zijn. Hij dacht: als ze een decafé bestelt, sta ik op en ik ga. Je hebt het recht niet decafé te nemen bij zo’n afspraak. Het is de minst gezellige drank die er bestaat. Thee, nauwelijks beter. Heb je elkaar net ontmoet en je zit al in een soort weke cocon. Je voelt al aankomen dat je hele zondagmiddagen naar de televisie zal zitten kijken. Of erger: bij je schoonouders. Ja, thee behoort zonder twijfel in de schoonfamiliesfeer. Wat dan? Alcohol? Dat is op dit uur van de dag ook niet fijn. Een vrouw die meteen begint te drinken, daar moet je mee uitkijken. Zelfs een glas rode wijn kan er niet mee door. François wachtte tot ze koos wat ze wilde drinken en ging verder met de vloeistof - analyse van de eerste indruk van een vrouw. Wat bleef er nog over? Coca-Cola of iets anders fris... nee, onmogelijk, dat was niet vrouwelijk. Dan kon ze er net zo goed een rietje bij vragen, als ze toch bezig was. Uiteindelijk besloot hij in gedachten dat een sapje heel goed zou zijn. Ja, een sapje, dat is heel aardig. Gezellig en niet te agressief. Dat wijst op een zacht en evenwichtig meisje. Maar welk sap? De grote klassieken maar beter uit de weg gaan: laten we de appel en de sinaasappel vermijden, te gewoontjes. Het moet een klein beetje origineel zijn, zonder uitzonderlijk te worden. Papaja of guave, dat schrikt af. Nee, het beste is om iets ertussenin te kiezen, zoals de abrikoos. Ja, dat is het. Abrikozensap, perfect. Als ze dat kiest, trouw ik met haar, dacht François. Precies op dat moment keek Nathalie op van de kaart, alsof ze in een lange overdenking verzonken was metro stapte hij wel eens over in een andere wagon om dichter geweest. Dezelfde overdenking als die de onbekende tegenover haar had gevolgd.
‘Ik neem een sapje...’
‘...?’
‘Een abrikozensap, denk ik.’

Hij keek naar haar alsof ze inbrak in zijn werkelijkheid. De enige reden waarom ze met die onbekende ergens had willen gaan zitten, was dat ze voor zijn charme was gevallen. Ze was meteen bekoord geweest door die mix van onhandigheid en vanzelfsprekendheid, een manier van doen ergens tussen Pierre Richard en Marlon Brando in. Hij had een lichamelijk kenmerk dat ze bij mannen waardeerde: hij keek een beetje scheel. Een klein beetje, maar het was te zien. Ja, het was verbazingwekkend dat hij ook dat detail bezat. En bovendien heette hij François. Ze had het altijd een mooie naam gevonden. Een elegante en rustige naam, die paste bij het idee dat ze van de jaren vijftig had. Hij zat nu te praten, steeds meer op zijn gemak. Er viel geen enkele stilte, er bestond geen verlegenheid of spanning tussen hen. Binnen tien minuten was de beginscène waarin hij haar op straat had aangeklampt, vergeten. Ze hadden de indruk dat ze elkaar al eerder hadden ontmoet, elkaar zagen omdat ze een afspraak hadden. Het was van een ontregelende eenvoud. Een eenvoud die alle voorgaande afspraakjes ontregelde, waar je moest praten, grappig moest proberen te zijn, moeite moest doen om integer over te komen. Hun vanzelfsprekendheid werd bijna belachelijk. Nathalie keek naar de jongen die geen onbekende meer was, van wie er onder haar ogen steeds meer anonieme deeltjes verdwenen. Ze probeerde zich te herinneren waar ze naartoe ging op het moment dat ze hem ontmoette. Ze kreeg het niet scherp. Ze was niet het soort mens om doelloos te gaan wandelen. Wilde ze niet in de voetsporen treden van de roman van Cortázar die ze net had gelezen? Nu bevond de literatuur zich hier, tussen hen in. Ja, dat was het, ze had Rayuela gelezen en ze was bijzonder gecharmeerd geweest van de scènes waarin de hoofdpersonen elkaar op straat proberen tegen te komen, wanneer ze gehoor gaven aan ‘routes die bepaald werden door de opmerking van een clochard’. ’s Avonds lopen ze hun tochten na op een kaart om te zien op welk moment ze elkaar hadden kunnen tegenkomen, op welke momenten ze elkaar met zekerheid rakelings hadden gepasseerd. En nu zat ze zelf in een roman.

3

De drie lievelingsboeken van Nathalie

De uitverkorene van de heer van Albert Cohen
De minnaar van Marguerite Duras
De scheiding van Dan Franck

4

François werkte in het bankwezen. Je hoefde maar vijf minuten in zijn gezelschap te verkeren om dat even ongerijmd te vinden als de commerciële roeping van Nathalie. Misschien bestaat er een dictatuur van het concrete, die onze roepingen constant tegenwerkt. Aan de andere kant kun je je moeilijk voorstellen dat hij ergens anders zou kunnen werken. Hoewel we hebben gezien dat hij timide was toen hij Nathalie ontmoette, was hij een bijzonder levenslustige man, die overliep van ideeën en energie. Hij was gepassioneerd en had daarom elk willekeurig beroep kunnen uitoefenen, zelfs dat van een vertegenwoordiger in stropdassen. Het was een man die je je heel goed met een koffer kunt voorstellen, handen schuddend in de hoop nekken te kunnen strikken. Hij bezat de irritante charme van mensen die je al je geld uit je zak kloppen. Met hem ging je skiën in de zomer en zwemmen in de IJslandse meren. Hij was het soort man dat één keer in zijn leven een vrouw op straat aanklampt en de juiste treft. Alles leek hem te lukken. Het bankwezen dus, en waarom niet. Hij was een van die beginnende effectenmakelaars, die miljoenen inzetten met in hun achterhoofd de spelletjes monopoly die ze nog niet zo lang geleden speelden. Maar zodra hij het bankgebouw verliet werd hij iemand anders. De cac 40 bleef in het bankgebouw. Zijn beroep had hem niet af kunnen brengen van het uitleven van zijn hartstochten. Hij hield het meest van puzzels leggen. Dat kan vreemd lijken, maar niets kon zijn bruisende energie zo in banen leiden als een zaterdag besteden aan het in elkaar zetten van duizenden stukjes. Nathalie keek graag naar haar verloofde als hij op handen en voeten in de kamer bezig was. Een stil schouwspel. Opeens kwam hij dan overeind en riep: ‘Kom, we gaan de deur uit!’ En dat is het laatste wat we over hem duidelijk moeten maken. Hij was geen liefhebber van overgangsfasen. Hij hield van abrupte veranderingen, van de stilte de razernij in.

Met François vloog de tijd in krankzinnig tempo voorbij. Je had soms het idee dat hij in staat was dagen over te slaan, barokke weken zonder een donderdag te creëren. Ze hadden elkaar nog nauwelijks ontmoet of ze vierden al dat ze twee jaar bij elkaar waren. Twee jaar zonder het minste wolkje, een onthutsend gegeven voor bordensmijters. Ze kregen bewonderende blikken, zoals men die op kampioenen werpt. Ze waren de gele trui van de liefde. Nathalie deed haar studie briljant en probeerde intussen het dagelijks leven voor François te vergemakkelijken. Omdat ze voor een man had gekozen die iets ouder was dan zij en die al een baan had, kon ze het ouderlijk huis verlaten. Maar omdat ze niet op zijn kosten wilde leven, had ze besloten een paar avonden per week te gaan werken als ouvreuse in een theater. Ze was blij met die baan, die een tegenwicht vormde voor de wat strenge sfeer van de universiteit. Als de toeschouwers eenmaal zaten, ging ze achter in de zaal zitten. Dan keek ze naar een voorstelling die ze van buiten kende. Ze bewoog haar lippen in hetzelfde ritme als de toneelspeelsters en dankte het publiek op het moment van het applaus. En ze verkocht het programma.

Omdat ze de stukken van voren naar achter kende, stopte ze haar dagelijks leven bij wijze van grap vol dialogen, liep bijvoorbeeld door de kamer heen en weer, jankend dat het poesje dood was. Nu speelde ze Lorenzaccio van De Musset en ze gooide er de laatste paar avonden in willekeurige volgorde nu eens die dan weer deze claus uit, zonder enige samenhang. ‘Kom hier, de Hongaar heeft gelijk.’ Of: ‘Wie is dat daar in de modder? Wie staat er buiten de muren van mijn kasteel zo verschrikkelijk te schreeuwen?’ Dat was wat François hoorde, toen hij zich die dag probeerde te concentreren.
‘Kun je wat minder lawaaierig doen?’ vroeg hij.
‘Ja, oké.’
‘Ik ben net met een heel belangrijke puzzel bezig.’
Dus zweeg Nathalie uit respect voor haar ijverige verloofde. Deze puzzel leek anders dan andere. Er waren geen figuren op te zien, geen kastelen of personages. Het was een witte achtergrond waarop zich rode krullen aftekenden. Krullen die letters bleken te zijn. Het was een boodschap in de vorm van een puzzel. Nathalie legde het boek weg dat ze net had opengeslagen en keek toe terwijl de puzzel vorderde. Zo nu en dan keek François naar haar om. Het schouwspel van de onthulling begon de ontknoping te naderen. Er waren nog maar een paar stukjes over en Nathalie kon al raden wat de boodschap was, een boodschap die heel zorgvuldig, met behulp van honderden stukjes, was geconstrueerd. Ja, ze kon nu lezen wat er stond: ‘Wil je mijn vrouw worden?’

5

Het erepodium van het wereldpuzzelkampioenschap dat van 27 oktober tot 1 november 2008 plaatsvond in Minsk

1. Ulrich Voigt, Duitsland, 1464 punten
2. Mehmet Murat Sevim, Turkije, 1266 punten
3. Roger Barkan, Verenigde Staten, 1241 punten

 

 

Oorspronkelijke titel La délicatesse
Copyright © 2009 Editions Gallimard, Paris
Copyright Nederlandse vertaling © 2012 Liesbeth van Nes en J.M. Meulenhoff bv, Amsterdam

Uitgeverij Meulenhoff

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum