Leesfragment: Lionel Aso

27 november 2015 , door Martin Amis

Op donderdag 19 juli verschijnt Martin Amis' Lionel Aso (Lionel Asbo, vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre). Dit weekeind een voorpublicatie uit het eerste deel van de roman.

De eerste politiefoto's van Lionel Pepperdine werden gemaakt toen hij drie was. Hij werd toen officieel tot asociaal bestempeld, waaraan hij zijn bijnaam te danken heeft. Inmiddels is hij een zeer gewelddadige maar niet erg succesvolle jonge crimineel. Dan krijgt hij tijdens zijn zoveelste verblijf in de cel te horen dat hij honderdveertig miljoen pond heeft gewonnen in de loterij. 'Dit bewijst dat God gevoel voor humor heeft,' aldus de gevangenisdirecteur. Goed nieuws voor Lionel, maar niet voor zijn neefje Des, die nog altijd redenen heeft om bang te zijn voor de genadeloze wraak van zijn oom.

2006: Desmond Pepperdine,
universele jongeman

1

Lieve Jennaveievve,
Ik heb een relatie met een oudere vrouw. t’Is een dame met enige ontwikkeling, en is een aangename verandering na de tienegers die ik ken (zoals Alektra bijvoorbeeld, en Chanel.) De seks is fantastisch en ik ben verliefd geloof ik. Maar er is één hele ernstige complicatie en dat is dit; t’is mijn oma!

Desmond Pepperdine (Desmond, Des, Desi), de schrijver van dit document, was vijftienenhalf. En zijn huidige handschrift was op een gekunstelde manier elegant; de letters hingen altijd achterover, maar hij trainde ze geduldig om voorover te hellen; en toen het allemaal een soepel geheel was geworden begon hij kleine versieringen toe te voegen (zijn e was beslist sierlijk: een soort w op zijn kant). Via de computer die hij tegenwoordig deelde met zijn oom had Des zichzelf op verschillende cursussen getrakteerd, waaronder een cursus calligrafie.
Als je het positief bekijkt is het leeftijdsverschil verrassend…
Dat streepte hij door, en hij ging verder:
Het begon veertien dagen geleden toen ze opbelde en zei t’is het sanitair weer schatje. En ik zei oma? Ik kom meteen. Ze woont in een bejaardenwoning onder een huis op pakweg anderhalve kilometer hiervandaan en er is altijd wat aan de hand met het sanitair. Nu ben ik geen loodgieter maar ik heb het wel zon’ beetje geleerd van mijn oom George die in het vak zit. Ik loste het probleem voor haar op en zij vroeg waarom blijf je niet nog een paar glaasje’s drinken.
Calligrafie (naast sociologie, antropologie en psychologie), maar nog geen interpunctie. Spellen kon hij goed, Des, maar hij wist hoe slecht hij in interpunctie was omdat hij net aan een cursus interpunctie was begonnen. En interpunctie, voelde hij intuïtief (en heel terecht), is bijna een kunst.
Dus we dronken een paar Dubonnet’s waaraan ik niet gewend ben, en ze zat me raar aan te kijken. Ze heeft altijd de Beatle’s op staan en ze draaide alle langzame nummers zoals Golden Slumber’s, Yester-day en Sh’es Leaving Home. Toen zei oma gosj wat is het heet ik doe eventje’s mijn nachtpon aan. En ze kwam terug in een babydoll!
Hij probeerde zichzelf dingen te leren – niet op Squeers Free, dat kort geleden was uitgeroepen tot de slechtste school van Engeland, zoals hij in de Diston Gazette had gelezen. Maar zijn begrip van de planeet en het universum kende onvoorstelbare leemten. Herhaaldelijk verbaasde hij zich over het tonnage van wat hij niet wist.
Dus we dronken dr’ nog een paar, en het viel me op hoe goed ze er eigenlijk nog uitziet. Ze heeft zichzelf uitstekend verzorgd en ze is echt gezond als je kijkt naar het leven dat ze heeft geleid. Dus na nog een paar glaasje’s, vroeg zij zit je niet levend te stoven met die blazer aan? Kom ‘es hier knappe boy, en knuffel me een beetje. Nou wat kon ik doen. Ze legde haar hand op mijn bovenbeen en gleed mijn korte broek binnen. Nou ik ben ook maar een mens toch? De stereo speelde I Should Of Known Better – maar het een’ leidde tot het ander’, en het was helemaal te gek!
Bijvoorbeeld: de enige landelijke krant die Des ooit had gelezen was de Morning Lark. En Jennaveievve, de geadresseerde van zijn brief, was daarvan de Lieve Lita – om niet te zeggen de Liederlijke Lolita. De pagina die ze bestierde bestond uit gedetailleerde verslagen van misschien volledig uit de duim gezogen liaisons, en haar antwoorden bestonden uit een geile woordspeling gevolgd door een uitroepteken. Desmonds verhaal was geen fantasie.
Je moet me geloven als ik schrijf dat dit allemaal erg ‘atypisch’ is. Dat was nooit de bedoeling! Goed we wonen in Diston, waar ze niet zo moeilijk doen over dat soort dingen. En akoord mijn oma had een ondeugende jeugd. Maar ze is een respectabele vrouw. Het punt is dat er een groot verjaardagsfeest voor haar aankomt en volgens mij is ze daardoor van slag. En wat mij betreft, mijn achtergrond is streng christelijk tenminste aan mijn vaders’ kant (Pinkstergemeente.) En zie je, Jennaveievve, ik ben erg ongelukkig sinds mijn moeder, Cilla drie jaar geleden is gestorven. Ik kan de woorden niet vinden. Ik had tederheid nodig. En toen oma me zo aanraakte. Nou.
Des was niet van plan zijn brief echt naar Jennaveievve te sturen (wier halfnaakte lichaam ook de bladzij sierde die als kop niet Liederlijke Lita droeg maar Lieve Lolita). Het was simpelweg om het van zich af te schrijven. Hij stelde zich het gegarandeerd onpartijdige antwoord van Jennaveievve voor. Iets in de trant van: Nou je oma verdient een diploma! Des schreef verder.
Los van de kwestie van de wettigheid waar ik buikpijn van krijg is er nog een enorm probleem. Haar zoon, Lionel is mijn oom, en hij is een soort vader voor mij als hij niet in de gevangenis zit. Kijk hijs’ een uiterst gewelddadige crimineel en als hij er’achter komt dat ik het met zijn moeder doe, draait hij me finaal de nek om. Letterlijk!
We mogen stellen dat dit een ernstige onderschatting was van Lionels denkbeelden over fout en vergelding… Des’ eerste doel was de apostrof onder de knie krijgen. Daarna de geheimen van de dubbele punt en de puntkomma, het koppelteken, het gedachtestreepje, de schuine streep…
Als je het positief bekijkt is het leeftijdsverschil niet zo groot. Kijk oma Grace was er vroeg bij, ze werd zwanger toen ze twaalf was, net als mijn m…
Hij hoorde de zware klappen van de sloten, hij keek met afgrijzen op zijn horloge, hij probeerde te gaan staan, op verdoofde benen – en ineens was Lionel er.

2

Lionel was er, een grote blanke gedaante, die met zijn voorhoofd op zijn geheven pols gedrukt in de open deur stond geleund, hees hijgend in een paars onderhemd dat een vage grijze damp afgaf (de lift deed niet wat hij moest doen en de flat lag op de drieëndertigste verdieping. Anderzijds kon Lionel ook dampen als hij op een rustige middag lag te suffen in bed). Onder zijn andere arm droeg hij een partij pils. Vierentwintig stuks, met polyethyleen erover. Merk: Cobra.
‘Je bent vroeg terug, ome Li.’
Hij hield een eeltige hand in de lucht. Ze wachtten. Als uiterlijke verschijning was Lionel van een beestachtige middelmaat: het massieve lichaam, de massieve klonter van het gezicht, de kaalgeschoren kruin met geelbruine stoppels. In de geweldige wereldstad liepen er honderdduizenden jongemannen rond die vrij sterk op Lionel Aso leken. In een bepaald licht en in bepaalde situaties leek hij volgens sommigen op het wonder van Engeland en van Manchester United, aanvaller Wayne Rooney: niet bijzonder lang en niet dik, maar bijzonder breed en bijzonder díép (Des zag zijn oom elke dag – en Lionel was altijd één maat groter dan verwacht). Hij had zelfs Rooneys glimlach met spleten tussen de tanden. Dat wil zeggen zijn boventanden stonden ver van elkaar – maar Lionel glimlachte heel zelden. Je zag ze alleen als hij grijnsde.
‘… Wat doe jij daar met die pén? Wat zit je te schrijven? Geef eens hier.’
Des dacht snel na. ‘Eh… het gaat over poëzie, ome Li.’
‘Poëzie?’ vroeg Lionel, en deinsde achteruit.
‘Ja. Een gedicht dat heet The Faerie Queene.’
‘The wát?… Soms wor ik wanhopig van je, Des. Waarom ben je niet buiten, om ruiten in te gooien? Dit is niet gezond. O ja, luister even. Weet je nog die gozer die ik afgelopen vrijdag in de pub in mekaar heb getremd? Meneer “Ross Knowles”, nota bene? Die heb net een aanklacht tegen me ingediend. Heb me verlinkt. Je gelooft je oren niet.’
Desmond wist hoe zo’n initiatief waarschijnlijk bij Lionel over zou komen. Vorig jaar hing Des op een avond doodonschuldig op de zwarte kunstleren bank voor Crimewatch toen Lionel thuiskwam. Het resultaat was een van de langdurigste, luidruchtigste pakken slaag die hij ooit onder de handen van zijn oom had gekregen. Ze vragen de kijker ze eigen buurman erbij te lappen, had Lionel gezegd, met zijn armen in zijn zij voor het reusachtige scherm staand. Crimewatch, dat is eigenlijk… eigenlijk een programma voor pedofíélen, jawel. Ik vin het walgelijk.
Nu vroeg Des: ‘Is hij naar de justitie gestapt? Ai, dat is… Dat is… het laagste van het laagste, jawel. Wat ga je eraan doen, ome Li?’
‘Nou ik heb hier en daar nagevraagd en het blijkt dat hij alleen woont. In een zit-slaapkamer. Dus er is niemand die ik de stuipen op het lijf kan jagen. Behalve hemzelf.’
‘Maar hij ligt nog in het ziekenhuis.’
‘Nou en? Neem ik een tros druiven mee. De honden eten gegeven?’ ‘Ja. Alleen hebben we geen Tabasco meer.’
De honden, Joe en Jeff, waren Lionels psychopathische pitbulls. Hun domein was het smalle balkonnetje voor de keuken, waar ze de hele dag samen liepen te grommen, stappen en draaien – en hun blafoorlog vervolgden met de meute rottweilers die op het dak van de flat ernaast woonden.
‘Niet tegen me liegen, Desmond,’ zei Lionel zachtjes. ‘Nooit tegen me liegen.’
‘Doe ik niet!’
‘Je zegt dat je ze eten heb gegeven. En ze hebben hun Tabasco niet gehad!’
‘Ik had het geld niet, Ome Li! Ze hebben alleen die grote flessen en die zijn vijf vijfennegentig!’
‘Smoesjes. Had je er een moeten jatten. Je heb dertig pond uitge- geven, dertig pond, aan een kloterig woordenboek, en je kan niet eens een paar pop uitsparen voor de honden.’
‘Ik heb helemaal niet dertig pond uitgegeven!… Heb ik van oma gekregen. Heeft ze gewonnen met de puzzel. De prijspuzzel.’
‘Joe en Jeff, dat zijn geen huisdieren, Desmond Pepperdine. Maar instrumenten voor me beroep.’
Lionels beroep bleef een mysterie voor Des. Hij wist dat een deel ervan te maken had met de allerlinkste component van schuldvorderingen, en hij wist dat een deel ervan neerkwam op ‘doorverkopen’ (Lionels woord voor doorverkopen was ‘resetten’.) Dat wist Des dankzij eenvoudige logica, want Afpersing met bedreiging en Schuldheling waren meestal de redenen waarom Lionel naar de gevangenis moest… Hij stond daar, Lionel, en deed iets waar hij heel goed in was: spanning uitstralen. Des hield zielsveel en min of meer onvoorwaardelijk van hem (Zonder ome Li zou ik hier vandaag niet zijn, zei hij vaak tegen zichzelf). Maar hij voelde zich altijd halfziek in diens aanwezigheid. Niet op zijn gemak. Misselijk.
‘… Je ben vroeg terug, ome Li,’ herhaalde hij zo luchtig hij kon. ‘Waar ben je geweest?’
‘Cynthia. Ik weet niet waarom ik mezelf dat aandoe. Gosj, hoe die Cynthia eraan toe is.’
Als Lionel al een jeugdliefje had gehad, was het de spookachtige blondine met de naam Cynthia, of Cymfia, zoals hij het uitsprak. Hij was voor het eerst met haar naar bed geweest toen ze tien was (en Lionel negen). Als hij al een vaste vriendin had, was zij dat ook, want hij zocht haar op vaste tijden op, eens per vier, vijf maanden. Over vrouwen in het algemeen had Lionel soms dit te zeggen: Meer last van dan gemak, als je het mij vraagt. Vrouwen? Geen belangstelling. Ik heb geen belangstelling voor vrouwen. Dat was waarschijnlijk maar goed ook, dacht Des: vrouwen in het algemeen zouden heel blij moeten zijn dat Lionel geen belangstelling voor ze had. Voor één vrouw had hij belangstelling, ja, maar voor haar had iedereen belangstelling. Ze was een promiscue schoonheid met de naam Gina Drago…
‘Des. Die Cynthia,’ zei Lionel met een blik die overliep van minachting. ‘Christus. Zelfs eh… tijdens het eh… je weet wel, als we het doen, lag ik te denken: Lionel, je verknoeit je jeugd. Lionel, ga naar huis. Ga naar huis, jongen. Ga naar huis en bekijk wat eerlijke porno.’
Des pakte de Mac en stond vlug op. ‘Hier. Moet er toch vandoor.’
‘Ja? Waarheen? Naar die Alektra?’
‘Neu. Me vrienden opzoeken.’
‘Nou doe wat nuttigs. Steel een auto. Hé, moet je horen. Je ome Ringo heb de loterij gewonnen.’
‘Je meent het. Hoeveel?’
‘Twaalf pond vijftig. Spelletje voor sukkels, de loterij, als je het mij vraagt. Heu. Had je wat willen vragen. Als je er ’s nachts tussenuit piept…’
Des stond daar met de Mac in beide handen, als een kelner met een dienblad. Lionel stond daar met de Cobra’s in beide handen, als een brouwersknecht met een vrachtje.
‘Als je er ’s nachts vandoor glipt, heb je dan een snijwapen bij je?’ ‘Ome Li! Je kent me toch?’
‘Nou het zou wel moeten. Voor je eigen veiligheid. En je gemoedsrust. Je komt onder de japen te zitten. Of erger. Er wordt niet meer met de vuisten gevochten, in Diston niet, tenminste. Er wordt alleen met het mes gevochten. Op leven en dood. Of pistolen. Nou ja,’ zei hij toegeeflijk, ‘ik neem aan dat ze je toch niet kunnen zien in dat kutdonker.’
En Des deed niets dan zijn schone witte tanden bloot lachen.
‘Neem een mes uit de la als je naar buiten gaat. Een van die zwarte.’

Des ging geen vrienden opzoeken. (Hij had geen vrienden. En hij wílde geen vrienden.) Hij sloop weg naar zijn oma.
Zoals we weten was Desmond Pepperdine vijftien. Grace Pepperdine, die een zeer zwaar leven had gehad en vele, vele kinderen had gebaard, was een redelijk presentabele negendertigjarige. Lionel Aso was een zwaar verweerde eenentwintigjarige.
… In het stoffige Diston, dat ook bekendstond als Diston-Stad of, simpeler, ‘Stad’, was niets – en niemand – ouder dan zestig jaar. Op een internationale tabel voor levensverwachtingen zou Diston een plaats krijgen tussen Benin en Djibouti (vierenvijftig voor de mannen en zevenenvijftig voor de vrouwen). En dat was nog niet alles. Op een internationale tabel voor vruchtbaarheidscijfers zou Diston figureren tussen Malawi en Jemen (zes kinderen per paar – of per alleenstaande moeder). Zo had de leeftijdsstructuur in Diston een vreemde vorm. Maar toch, Stad zou niet minder vol worden.
Des was vijftien. Lionel was eenentwintig. Grace was negenendertig…
Hij boog zich voorover om het hekje open te doen, hij hupte over de zeven stenen treden, hij klopte met de klopper. Hij luisterde. Daar kwam het geschuifel van haar donsslippers, en op de achtergrond zoals altijd de pure melodiek van een Beatlesliedje. Haar eeuwige favoriet: When I’m Sixty-Four.

[...]

Uitgeverij Atlas Contact

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum