Leesfragment: Armada 69. Begeerte & Macht. Over Lust in de literatuur

27 november 2015 , door Margot Dijkgraaf

Het laatste door het Nederlands Letterenfonds gesteunde nummer van Armada. Tijdschrift voor wereldliteratuur, nummer 69, is gewijd aan 'Begeerte & Macht. Over Lust in de literatuur'. Over en met Astrid Lampe, E.E. Cummings, Elfriede Jelinek, Herman Melville, Friederike Mayröcker, Susan Steinberg. En Margot Dijkgraaf in gesprek met Theo D'haen over 'De wedergeboorte van de wereldliteratuur'. Een lichtpuntje in donkere tijden, en dus de tekst die u uit dit nummer kunt lezen.

De volledige inhoudsopgave vindt u onder het interview. Armada meldt ons dat in het subsidieloze tijdperk in ieder geval een zeventigste nummer nog in boekvorm zal verschijnen, over moedige, tragische, wanhopige, rebellerende en waanzinnige grote én kleine heldinnen uit de wereldliteratuur. De redactie beraadt zich over hoe het tijdschrift zich daarna zal presenteren.

 

De wedergeboorte van de wereldliteratuur

Margot Dijkgraaf in gesprek met Theo D’haen

‘De tijd van het postkolonialisme is afgelopen,’ zei hij vorig jaar op een conferentie in Amsterdam, ‘de nieuwe methodologie is de wereldliteratuur.’ Zijn gehoor viel stil, keek hem verontwaardigd aan. Hoezo afgelopen? Genoeg reden om hem die boude stelling eens uit te laten leggen. Wie op de persoonlijke pagina van Theo D’haen kijkt, van de Universiteit van Leuven waar hij Engels en vergelijkende literatuurwetenschap doceert, ziet een indrukwekkende lijst van internationale publicaties, artikelen en boeken. Wie hem ontmoet ziet een bevlogen, bereisde man, een geboren docent, die niet ophoudt verhalen over literatuur te vertellen. Van hem verschenen in 2011 de Concise History of World Literature en de Routledge Companion to World Literature, waarvoor hij de redactie voerde samen met David Damrosch en Djelal Kadir, beiden eveneens hoogleraar vergelijkende literatuurwetenschap, de een in Harvard, de ander aan de Pennsylvania State University. De Companion, het dikste boek, met bijdragen van over de hele wereld, belicht vanuit verschillende invalshoeken het fenomeen wereldliteratuur, historisch, methodologisch en eigentijds; de Concise History vat de hoofdlijnen samen. Eerst lunch in een voortreffelijk Italiaans restaurant, vlak bij de letterenfaculteit van Leuven, dan werken, praten, doceren, uitleggen, lijnen uitzetten, de grote verandering vatten.

‘Postkolonialisme was heel belangrijk van het midden van de jaren 1980 tot het begin van de eenentwintigste eeuw. Toen was er duidelijk de perceptie van een centrum, de westerse wereld, en een periferie, die bestond uit de vroegere gekoloniseerde gebieden. Het postkolonialisme is een reactie vanuit de elite van de ex-gekoloniseerde wereld om in de taal van de ex-kolonisator terug te schrijven naar die voormalige kolonisator. Denk aan Salman Rushdie, Ben Okri, Carol Phillips, Jamaica Kincaid, Edouard Glissant, Patrick Chamoiseau en een heleboel Caraïbische en Indiase schrijvers. Zij schreven om de beeldvorming over hun wereld bij te buigen en herschreven de geschiedenis. Ze eigenden zich de taal toe, koloniseerde die als het ware terug door er allerlei inheemse termen in te brengen. Nu is de wereld veranderd. Als je naar de economische en politieke verhoudingen in de wereld kijkt is alles in beweging. Europa en de Verenigde Staten hebben allebei veel macht en aanzien verloren, al wordt dat in de VS misschien wat minder beseft dan hier.’
Is er zo’n direct verband tussen de economische machtspositie van een werelddeel en de literatuur daarvan?
‘Culture follows trade, luidt een oud gezegde. Het Engelse imperium en het Amerikaanse neokolonialisme van economische dominantie hebben het Engels tot wereldtaal gemaakt. Daarom is de Engelstalige literatuur onmiddellijk aan te wijzen als wereldliteratuur. Vierderangs schrijvers in het Engels hebben een wereldverspreiding, terwijl eersterangs auteurs uit bijvoorbeeld het Nederlands veel geluk moeten hebben om vertaald te worden. Zelfs in Engelse vertaling worden ze nog niet opgepikt, omdat ze niet het aura van macht en dominantie hebben van een Engelstalige auteur. Dat verandert. China, Brazilië, India zijn de nieuwe polen van dominantie.’
In uw boek ziet u deze landen, verenigd in de term ‘global south’, in verzet tegen de hegemonie van het Noorden.
‘China ziet zichzelf graag als tegenpool van het Westen en zoekt allianties met opkomende machten ten zuiden van de evenaar. Historisch en ideologisch voelt China zich met hen verbonden, daar zoeken ze naar handelspartners, bouwen ze imperia uit. Ook op het gebied van cultuur voert China een actief beleid. Hun academici worden massaal aangezet tot publiceren, zich een plaats te verwerven in tijdschriften, ook die over wereldliteratuur. De oude machten moeten opschuiven, de nieuwe eisen een plaats op.’
In vogelvlucht schetst D’haen de wereldgeschiedenis.
‘Rond 800 sticht Karel de Grote zijn Frankische rijk, dat is het eerste gloren van een heropstanding van Europa. Cultureel, economisch en militair ligt dat Europa mijlenver achter op de islamitische wereld, waar wetenschap en literatuur een hoog niveau hebben bereikt. Van 1500 tot 1800 ligt het economisch zwaartepunt van de wereld niet in Europa, maar ergens tussen China en India. Pas heel geleidelijk verovert Europa een plaats en vanaf 1800 is Europa dominant. Het hele idee dat Europa het belangrijkste militaire, economische, politieke en culturele zwaartepunt zou zijn is van heel recente datum.’
Daar komt het belang van het onderwijs om de hoek.
‘De historische terugblik is zo kort tegenwoordig, dat onze jeugd dat besef niet meer meekrijgt. In het Westen hebben we de schrijvers uit andere werelddelen nooit serieus genomen – wij waren immers superieur. Het postkolonialisme was een eerste morrelen aan de basis van ons superioriteitsbesef.’
En nu is er dan de wedergeboorte van de wereldliteratuur, schrijft u. De term is oorspronkelijk van Goethe. Wat verstaat u eronder?
‘In 1827 heeft Goethe de term Weltliteratur voor het eerst gebruikt, maar hij heeft er nooit een duidelijke definitie van gegeven. Hij zei dat er een Weltliteratur op komst is en dat de tijd van de nationale literatuur voorbij was – eigenaardig omdat in zijn tijd de nationale literatuur nog helemaal niet uitgekristalliseerd was. Goethe sprak zich uit tegen de commercialisering van de literatuur. Hij was elitair, zag niets in wat we tegenwoordig entertainmentliteratuur noemen, hij stond op de bres voor de high culture, voor de intellectuele klasse. Wat ikzelf als wereldliteratuur beschouw is literatuur die afkomstig is uit en geworteld is in verschillende nationale of regionale culturen, maar die ook circuleren buiten het eigen, nationale cultuur- of taalgebied en daar anderen aanspreekt. Je moet daarbij onderscheid maken tussen auteurs en boeken die op een bepaald ogenblik circuleren en zij die dat over een langere periode doen. Alleen die laatste categorie behoort voor mij tot de échte wereldliteratuur. Met andere woorden, Paulo Coelho, liefdesromans, detectiveschrijvers niet, ze behoren tot het fluctuerende beeld dat bepaald wordt door de noden van het ogenblik. Vergilius, Dante, Shakespeare, Goethe, Cervantes wel. En dat is misschien wel alles.’
Een westerse canon.
‘Precies. En het zal niet lang duren of er komen Chinese, Braziliaanse, Spaanse bloemlezingen vanuit een eigen perspectief, waar de eigen cultuur naast de onze staat.’
Nee, Nederlandstalige schrijvers ziet hij geen plek veroveren in de wereldliteratuur. Soms wordt in een anthologie de Max Havelaar genoemd, maar daar houdt het mee op.
‘In een wereldcontext gaat het niet om boeken die nationaal gezien goed scoren. Het gaat erom hoe een werk aansluiting vindt bij wat elders gebeurt. Nijhoff, Roland Holst niet, maar misschien Slauerhoff wel. Voor Hermans interesseert niemand zich, Heren van de thee van Haasse zal het misschien halen.’
De wedergeboorte van het denken over wereldliteratuur heeft zich grotendeels in de Verenigde Staten afgespeeld, vertelt D’haen, na de schok van 9/11. Dat er in de vs de laatste jaren zo veel wereldliteratuurbloemlezingen verschijnen heeft te maken met de herpositionering van de VS in een multipolaire wereld – ‘een slimme zet, zo maken ze toch nog de eerste selectie’.
D’haen is enthousiast over het fenomeen wereldliteratuur en juicht het toe dat de vergelijkende literatuurwetenschap het concept uitbouwt. Het gaat bij dat vakgebied niet over vergelijken, maar over een historische benadering, over literatuur in haar algemeenheid, boven een nationaal kader.
‘Het is belangrijk na te denken over de finaliteit van literatuur, het belang van de menswetenschappen, taal, literatuur, geschiedenis en filosofie, die nu in heel Europa langzaam teloorgaan. Ze zijn noodzakelijk voor de eigen identiteit, niet als een eng nationalistisch gegeven, maar om te weten waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. In een eenwordend Europa is het belangrijk een identiteitsbesef te hebben dat over nationale grenzen heen gaat, en dat doet cultuurgeschiedenis. Ik ben helemaal voor die wereldliteratuur, we hebben veel te lang vastgezeten in eng nationalistische visies op literatuur. We moeten onder ogen zien dat er veranderingen aan de gang zijn en dat cultuur en literatuur daar een rol bij spelen. Het is niet iets dat je ’s avonds voor het slapengaan nog even beoefent, nee, het houdt verband met het economische en politieke wereldnieuws. Literatuur vormt een onderdeel van dat grote continuüm. Dat veronachtzamen is onverantwoord.’

Een hoofdstuk in de Companion laat zien hoe internet de ontwikkelingen op het gebied van de wereldliteratuur medebepaalt. Voor wetenschappelijke publicaties wordt open access gangbaar, alles is vrij toegankelijk. D’haen ziet dat in de toekomst ook gebeuren voor literatuur. ‘Voor het copyright moet je dan een oplossing vinden. Een honorarium bepalen naar het aantal hits?’ Voor de EU ziet D’haen een cruciale taak weggelegd als Europa zijn rol in de wereld nog enigszins wil behouden: fondsen ter beschikking stellen voor vertalingen van wetenschappelijke artikelen én van literatuur, die beide gratis te lezen moeten zijn. In computervertalen ziet hij een toekomst, alleen dan komt alles direct ter beschikking.
Dan verliezen niet alleen schrijvers hun inkomen, maar ook vertalers.
‘Het is onvermijdelijk. Allerlei andere beroepen zijn ook verdwenen. In de VS kunnen colleges van hoogleraren al gratis per stream worden gevolgd. Tolken, vertalers, universitair docenten – wie weet of ze straks nog bestaan?

 

Inhoud: Armada Achttiende jaargang nr 69 winter 2012

  • interview De wedergeboorte van de wereldliteratuur. Margot Dijkgraaf in gesprek met Theo D’haen 3
  • interview Corentin, de Tiepolo van de Terreur. Manet van Montfrans in gesprek met Pierre Michon over De Elf 8

Begeerte & Macht over lust in de literatuur

  • Ton Naaijkens Bij wijze van inleiding 22
  • poëzie Onno Kosters ummum zei zij. Bij de erotische poëzie van E.E. Cummings 30
  • E.E. Cummings Zeven erotische gedichten. Vertaling Onno Kosters 33
  • Margot Dijkgraaf Sex sells. Van risicovol protest tot ludieke speeltuin 39
  • Hans Bertens Victoria in de Nieuwe Wereld. Over Herman Melvilles Typee en zelfcensuur 48
  • proza Susan Steinberg Stilstaand beeld. Ingeleid en vertaald door Caroline Meijer 54
  • Willem G. Weststeijn Erotiek na de perestrojka 66
  • poëzie Onno Kosters Vier gedichten 75
  • Barbara Mariacher ‘Vrijen betekent afhankelijk zijn, geachte zonderlinge heer’. Anti-erotiek en antipornografie in het werk van Elfriede Jelinek. Vertaling Susan Bruijnen 79
  • poëzie Ton Naaijkens Omhelzen, kussen, tegen de dood. Friederike Mayröcker en de poëtische begeerte 87
  • Friederike Mayröcker Over de omhelzingen. Vertaling Ton Naaijkens 89
  • Jan Gielkens ‘Broek uit voor de fuhrer’. Over Nederlandstalige concen-tratiekamppulp 95
  • poëzie Herman Tieken De onverenigbaarheid van seks en werk. Klassieke erotische dichtkunst in India 102
  • Tien gedichten uit de Sattasai en vijf gedichten uit de klassieke Tamil- literatuur. Vertaling Herman Tieken 109

Uitgeverij Wereldbibliotheek

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum