Leesfragment: De heerlijkheid van het leven

27 november 2015 , door Michael Kumpfmüller

Op 30 juli verschijnt Michael Kumpfmüllers roman over Franz Kafka De heerlijkheid van het leven (Die Herrlichkeit des Lebens, vertaald door Hans Driessen en Marion Hardoar) bij Uitgeverij Van Gennep. Wij publiceren voor: 'Alles herhaalt zich, denkt hij, al jarenlang de zomers in een of ander hotel of sanatorium, en dan de lange winters in de stad, waar hij soms wekenlang in bed ligt. Hij is blij dat hij alleen is, gaat een poosje op het balkon zitten, waar nog altijd de stemmen klinken, dan gaat hij naar bed en valt zonder problemen in slaap.'

In de zomer van 1923 leert de aan tuberculose lijdende Franz Kafka in een badplaats aan de Oostzee de 25-jarige Dora Diamant kennen. Ze is gevlucht uit het oosten en is nu kokkin in een opvanghuis voor joodse kinderen. Binnen een paar weken gebeurt wat hij nooit had verwacht: hij kiest voor een leven met haar, in Berlijn.

Daar zijn stakingen, antisemitisme en politieke onrust aan de orde van de dag. Voor Kafka is de stad vooral het decor van de grote liefde die hij in de nadagen van zijn leven heeft gevonden. Dora en hij trotseren samen de hyperinflatie, de afkeurende blikken van de hospita en zijn steeds slopender ziekte. Tot zijn dood, nauwelijks een jaar later, zullen ze niet meer dan enkele dagen van elkaar gescheiden zijn.

Al in 1921 schreef Kafka in zijn dagboek: 'Het is heel goed denkbaar dat de heerlijkheid van het leven in al haar rijkdom rondom iedereen en altijd klaarligt, maar versluierd, in de diepte, onzichtbaar, heel ver weg. Maar ze ligt daar, niet vijandig, niet onwillig, niet doof. Als je haar met de juiste woorden roept, bij de juiste naam, dan komt ze.' In zijn laatste levensjaar is de heerlijkheid van het leven inderdaad gekomen. Op basis van Kafka's dagboeken, brieven en laatste teksten schreef Michael Kumpfmüller een weergaloze roman over liefde en overgave, leven en dood.

Michael Kumpfmüller (1961) schreef in 2000 de bekende roman Lotgevallen van een beddenverkoper. De heerlijkheid van het leven is zijn vierde roman, die in Duitsland met meer dan 60.000 verkochte exemplaren de bestsellerlijsten haalde en internationaal zijn comeback betekende. De vertaalrechten werden verkocht aan twaalf landen.

1

Laat op een vrijdagavond in juli komt de doctor aan. Aan het laatste stuk vanaf het station in het open rijtuig komt maar geen eind, het is nog steeds erg warm, hij is uitgeput, maar nu is hij er. Elli en de kinderen staan in de hal op hem te wachten. Hij heeft nog maar net zijn bagage neergezet of Felix en Gerti vliegen al op hem af en beginnen druk tegen hem te praten. Al vanaf de vroege ochtend zijn ze aan zee geweest, ze willen er het liefst meteen weer naartoe om hem te laten zien wat ze hebben gebouwd, een reusachtig zandkasteel, het strand staat er vol mee. Laat hem nu even met rust, zegt Elli vermanend, met de slaperige Hanna op haar arm, maar ze blijven doorpraten over hun dag. Elli vraagt: Hoe was je reis? Wil je iets eten? De doctor overweegt of hij iets wil eten, want trek heeft hij niet. Toch loopt hij even naar boven, het vakantiehuis in, de kinderen laten hem zien waar ze slapen, ze zijn elf en twaalf en zoeken duizend-en- een uitvluchten waarom ze nog niet naar bed kunnen. Het dienstmeisje heeft een bord met noten en fruit klaargezet, er staat een karaf water, hij drinkt, vertelt zijn zus hoe dankbaar hij haar is, want de komende drie weken zal hij hier eten, ze zullen veel tijd samen doorbrengen, en hij moet nog zien hoe hem dat op den duur bevalt.
De doctor verwacht niet veel van dit verblijf. Hij heeft nare maanden achter de rug, bij zijn ouders thuis wilde hij niet langer blijven, de uitnodiging voor de Oostzee kwam op het goede moment. Het vakantiehuis heeft zijn zus uit de krant, een advertentie die uitstekende bedden en een redelijke prijs beloofde, bovendien balkons, veranda’s, loggia’s, vlakbij een bos, met schitterend uitzicht op zee.
Zijn kamer ligt aan het eind van de gang. Hij is niet al te groot, maar er staat een bureau, het matras is hard, hij heeft ook nog aan de boskant een smal balkon dat rust belooft, ofschoon vanuit een nabijgelegen gebouw kinderstemmen te horen zijn. Hij pakt zijn spullen uit, een paar kostuums, ondergoed, lectuur, het schrijfpapier. Hij zou Max kunnen schrijven hoe de gesprekken met de nieuwe uitgeverij verlopen zijn, maar dat kan hij een dezer dagen nog doen. Het was vreemd na al die jaren in Berlijn te zijn, en vierentwintig uur later is hij hier in Müritz, in een huis dat Glückauf heet. Elli heeft er al een grap over gemaakt, ze hoopt dat de doctor in de zeelucht een paar kilo aankomt, hoewel ze allebei weten dat dat niet erg waarschijnlijk is. Alles herhaalt zich, denkt hij, al jarenlang de zomers in een of ander hotel of sanatorium, en dan de lange winters in de stad, waar hij soms wekenlang in bed ligt. Hij is blij dat hij alleen is, gaat een poosje op het balkon zitten, waar nog altijd de stemmen klinken, dan gaat hij naar bed en valt zonder problemen in slaap.

Als hij de volgende ochtend wakker wordt, heeft hij meer dan acht uur geslapen. Hij weet meteen waar hij is, hij is in deze kamer aan zee, ver weg van alles wat hij tot vervelens toe kent. De kinderstemmen die hem gisteren bij het in slaap vallen vergezelden, zijn er ook weer, ze zingen een lied in het Hebreeuws, wat niet zo moeilijk is vast te stellen. Ze komen uit het oosten, denkt hij, er bestaan vakantieoorden voor deze kinderen, twee dagen geleden in Berlijn vertelde Puah, zijn lerares Hebreeuws, dat er ook een in Müritz is, en nu blijkt het vlakbij te staan. Hij loopt het balkon op om naar hen te kijken. Ze zijn uitgezongen, ze zitten aan een lange tafel voor het huis heel luidruchtig en vrolijk te ontbijten. Een paar jaar geleden in Planá stoorde hij zich erg aan dergelijke geluiden, maar nu is hij bijna blij met hun geklets. Hij informeert bij zijn zus of ze iets over hen weet, maar Elli weet niets en lijkt zich erover te verbazen dat hij ineens zo opgewonden is, vraagt hoe hij heeft geslapen, of hij tevreden is met zijn kamer, ja, hij is tevreden, hij verheugt zich op het strand.
Het strand ligt verder dan verwacht, ze doen er bijna een kwartier over. Gerti en Felix dragen de tassen met hun zwemspullen en het proviand, ze rennen een stukje vooruit en dan weer naar hem terug, omdat hij maar langzaam volgt. De zee ligt zilverachtig glad in de zon, overal zie je kinderen in kleurige zwemkleding in het ondiepe water poedelen of met ballen spelen. Elli heeft gelukkig speciaal voor hem een strandstoel gehuurd, rechts van de pier, zodat hij alles goed kan overzien. Rondom de gestreepte strandstoelen zijn overal kniehoge zandkastelen gebouwd, minstens de helft ervan is versierd met een davidster van schelpen.
Gerti en Felix willen het water in en vinden het leuk dat hij meegaat. Vlak bij de kust is het water op ligbadtemperatuur, maar dan zwemt hij met de twee verder weg tot er ook koudere stromingen voelbaar worden. Gerti wil dat hij haar voordoet hoe je moet drijven, dat is niet al te moeilijk, en zo drijven ze een poosje in het glinsterende water tot de stem van Elli vanaf de oever te horen is. Hij moet het niet overdrijven, zegt ze vermanend. Had hij gisterenavond niet een beetje verhoging? Ja, geeft de doctor toe, maar sinds vanochtend is de koorts weg. Toch doet het hem nu goed rustig in de strandstoel te zitten, het is waarschijnlijk ver boven de dertig graden, in de zon is het nauwelijks uit te houden. Ook Gerti en Felix moeten het niet overdrijven met de zon, ze zijn net met dennenappels de beginletters van zijn naam in het zand aan het leggen. Lange tijd zit hij maar wat naar de kinderen te kijken, vangt af en toe een flard Jiddisch op, de gebiedende stem van een van de begeleidsters, die halverwege de twintig zijn. Gerti heeft contact met een groepje meisjes, over wie ze desgevraagd vertelt: ja, ze komen uit Berlijn, ze zijn net als wij op vakantie, in een vakantieoord bij ons in de buurt.
De doctor zou zo urenlang kunnen blijven zitten. Elli vraagt voortdurend hoe hij zich voelt, steeds op die moederlijk bezorgde toon die hij wel van haar kent. Met Elli heeft hij nooit zo kunnen praten als met Ottla, toch begint hij nu over Hugo en Else Bergmann die hem hebben uitgenodigd met hen mee naar Palestina te gaan, naar Tel Aviv, waar net als hier een strand is en lachende kinderen. Elli hoeft er niet veel over te zeggen, de doctor weet wat ze van dergelijke plannen vindt, eigenlijk gelooft hij er zelf niet in. Maar de kinderen zijn een bron van grote vreugde, hij is vrolijk en dankbaar hier bij hen te zijn. Tijdens de enorme middaghitte kan hij zelfs in al die drukte meer dan een uur slapen voordat Gerti en Felix hem nog een keer komen halen om het water in te gaan.

De tweede dag begint hij de eerste gezichten te onderscheiden. Zijn ogen dwalen niet meer in het wilde weg, hij krijgt voorliefdes, ontdekt een paar lange meisjesbenen, een mond, haar, een borstel die erdoorheen glijdt, af en toe een blik, verderop die grote met het donkere haar, die geregeld naar hem kijkt en dan doet alsof zij het niet was. Twee, drie meisjes herkent hij aan hun stemmen, hij kijkt hoe ze een stuk verderop in het water springen, hoe ze door het hete zand lopen, hand in hand onder voortdurend gegiechel. Hij vindt het moeilijk hun leeftijd te schatten. Soms denkt hij dat ze zeventien zijn, dan lijken het toch nog kinderen, en juist dit gissen maakt het zo plezierig zich met hen bezig te houden.
Vooral de grote donkere intrigeert hem. Hij zou Gerti kunnen vragen hoe ze heet, want Gerti heeft al met haar gepraat, maar op die manier wil hij zijn interesse niet laten blijken. Hij zou haar graag aan het lachen maken, want jammer genoeg lacht ze nooit. Ze maakt een nukkige indruk, alsof ze zich al een hele tijd ergens over opwindt. Later op de middag ziet hij haar vanaf het balkon de tafel in de tuin van de vakantiekolonie dekken, en later, ’s avonds, ziet hij hoe ze de vrouwelijke hoofdrol in een toneelstuk speelt. Hij kan niet verstaan wat ze zegt, maar hij ziet hoe ze zich beweegt, met hoeveel overgave ze speelt, ze heeft kennelijk de rol van een bruid die tegen haar wil wordt uitgehuwelijkt, dat is in elk geval wat hij van de handeling kan maken, hij hoort de kinderen lachen, het applaus, waarbij de donkere een paar keer buigt.
Zelfs als hij Elli en de kinderen er later over vertelt, is hij nog erg weemoedig. Voor de oorlog kende hij mensen van het theater, de wilde Löwy die door zijn vader zo werd geminacht, de jonge toneelspeelsters, die hun Jiddische teksten nauwelijks kenden, maar wat lag er een kracht in hun spel, wat had hij destijds nog geloofd.

Als Gerti de volgende ochtend het meisje meeneemt naar zijn strandstoel, ziet hij haar voor het eerst glimlachen. Aanvankelijk is ze verlegen, maar als hij haar vertelt dat hij haar heeft zien spelen, verliest ze snel haar verlegenheid. Hij komt te weten dat ze Tile heet en geeft haar complimentjes. Dat ze er als een echte toneelspeelster uitzag, waarop ze antwoordt dat ze hoopt dat ze er als een bruid uitzag, want ze heeft geen toneelspeelster gespeeld. Haar antwoord bevalt de doctor, ze lachen en leren elkaar beter kennen. Ja, ze komt uit Berlijn, zegt ze, ze weet ook wie de doctor is, want in de boekhandel waar ze werkt, heeft ze een paar weken geleden een boek van hem in de etalage gelegd. Meer lijkt ze niet te willen prijsgeven, niet zolang Gerti erbij staat, en daarom nodigt de doctor haar uit voor een wandeling op de pier. Het blijkt dat ze danseres wil worden, wat ook de reden van haar verdriet is, ze heeft problemen met haar ouders, die dat tegen elke prijs willen verhinderen. De doctor weet niet goed hoe hij haar moet troosten, het beroep is even mooi als veeleisend, maar als ze erin gelooft, zal ze op een dag dansen. Hij meent haar te zien, hoe ze over het toneel zweeft, hoe ze buigt, hoe ze met haar armen en benen smekende bewegingen maakt. Ze weet het al vanaf haar achtste, met haar hele lichaam. De doctor zegt lange tijd niets, terwijl ze hem hoopvol aankijkt, half kind, half vrouw.

Ook de volgende dag gaan ze wandelen en de daaropvolgende. Het meisje heeft lang over de woorden van de doctor nagedacht, maar ze weet niet zeker of ze hem goed heeft begrepen. De doctor is achteraf niet tevreden met zijn antwoord, misschien is het verkeerd haar aan te moedigen in haar droom, misschien heeft hij dat recht niet. Hij vertelt over zijn werk bij de verzekeringsmaatschappij, hoe het is als hij ’s nachts schrijft, maar op dit moment schrijft hij niet. Hij werkt ook niet meer bij de maatschappij, hij is sinds een jaar gepensioneerd, alleen daarom zit hij hier op de pier met een mooie Berlijnse, die over een paar jaar danseres zal zijn. Nu lacht ze weer en ze nodigt de doctor uit morgen te komen eten, op vrijdagavond is er altijd een feestje in het vakantiehuis, de leidsters heeft ze al eerder uitgenodigd. Onmiddellijk belooft hij te zullen komen, ook omdat het vrijdag is, en dus zal hij op zijn veertigste voor het eerst van zijn leven een vooravond van de sabbat vieren.

© 2011 Verlag Kiepenheuer & Witsch
© Nederlandse vertaling 2013 Hans Driessen en Marion Hardoar/Uitgeverij Van Gennep

Uitgeverij Van Gennep

MINDBOOKSATH : athenaeum