Leesfragment: Schaarste

27 november 2015 , door Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir

In Schaarste bieden Harvardeconoom Sendhil Mullainathan en Princetonpsycholoog Eldar Shafir een baanbrekend nieuw perspectief op menselijk gedrag. Het boek verschijnt vandaag, wij brengen een uitgebreid fragment: 'Schaarste is meer dan de verbindende factor tussen de problemen van Sendhil en Shawn: het is de gemeenschappelijke noemer van allerlei maatschappelijke problemen. Die problemen doen zich voor in verschillende culturen, economische situaties en politieke systemen, maar in alle gevallen speelt schaarste een rol. Kan het zijn dat schaarste een achterliggende logica kent die in al die verschillende omstandigheden tot uitdrukking komt?'

Ons leven wordt bepaald door dingen waar we te weinig van hebben. Of het nu gebrek aan tijd, geld, voedsel, sociale contacten of iets anders is: schaarste stuurt onze aandacht. Dat levert een zeker voordeel op: het dwingt ons ons te concentreren, dat is bijvoorbeeld waarom we beter kunnen presteren als we een deadline (schaarste aan tijd) hebben. Maar er schuilt ook een gevaar in: schaarste veroorzaakt tunnelvisie en beperkt ons denkvermogen.

Aan de hand van eigen onderzoek en veel spraakmakende voorbeelden tonen de auteurs aan dat de gevolgen van schaarste veel verder gaan dan tot nu toe bekend was. Armoede (langdurige schaarste) zorgt er bijvoorbeeld voor dat men moeilijk nieuwe vaardigheden aan kan leren en gebrek aan tijd leidt ertoe dat we op de lange termijn steeds onverstandigere beslissingen nemen.

De inzichten in Schaarste hebben verregaande gevolgen voor zaken zoals armoedebestrijding, scholing, obesitas, verkeersveiligheid en werkloosheid. Maar ook je agenda en persoonlijke financiën zien er na het lezen van dit boek nooit meer hetzelfde uit.

N.B. 11 december spreekt Shafir erover bij De Balie.

 

Inleiding

Als mieren zulke drukke baasjes zijn, waar halen ze dan de tijd vandaan om bij elke picknick te zijn?
Marie Dressler, actrice, in 1931 bekroond met een Oscar

We hebben dit boek geschreven omdat we het te druk hadden om het niet te doen.
Sendhil klaagde zijn nood bij Eldar. Hij had te weinig tijd voor alle dingen die hij moest doen. Deadlines haalde hij allang niet meer; hij was overal veel te laat mee. Een paar afspraken had hij al moeten verzetten. Zijn mailbox zat tjokvol berichten die beantwoord moesten worden. In gedachten zag hij het bedroefde gezicht van zijn moeder voor zich, die hij al een tijd niet had gebeld. Zijn kentekenbewijs was verlopen. Het hield maar niet op. Die conferentie die alleen per indirecte vlucht te bereiken was had een half jaar geleden een goed idee geleken. Inmiddels niet meer. Het werk stapelde zich op en zijn achterstand werd steeds groter. Nu moest hij ook nog een nieuw kentekenbewijs aanvragen. Door een te laat beantwoorde e-mail was een van zijn projecten uit koers geraakt; nog meer werk dus, om het weer op het goede spoor te krijgen. De stapel achterstallige klussen begon gevaarlijk te wankelen.
Dat het nogal paradoxaal was om tijd te besteden aan klagen over tijdgebrek ontging Eldar niet. Sendhil had het niet zo in de gaten. Onverschrokken beschreef hij hoe hij het probleem te lijf wilde gaan.
Om te beginnen zou hij de stroom indammen. Oude verplichtingen moesten worden nagekomen, maar nieuwe waren te vermijden. Hij zou elk nieuw verzoek afwijzen. Hij zou verdere vertraging bij lopende klussen voorkomen door consciëntieus door te werken. Op den duur zou die strakke aanpak moeten werken. De stapel nog af te handelen zaken zou slinken tot een hanteerbaar niveau. Pas dan zou hij voorzichtig gaan nadenken over nieuwe projecten. En natuurlijk zou hij beter oppassen. Hij zou minder vaak en alleen na rijp beraad ‘Ja’ zeggen. Het zou niet eenvoudig zijn, maar het moest.
Het was een fijn gevoel om zo’n plan te hebben. Dat spreekt vanzelf. Voltaire zei het al: ‘Niets verschaft zo veel genoegen als illusies.’
Een week later kreeg Eldar weer een telefoontje van Sendhil: twee collega’s wilden een boek samenstellen over het leven van Amerikanen met een laag inkomen. ‘Dit is een geweldige kans. We moeten echt een hoofdstuk bijdragen,’ zei hij. Volgens Eldar klonk er geen spoortje ironie door in zijn stem.
Zoals te verwachten was, was deze kans ‘te mooi om te laten lopen’ en beloofden we het hoofdstuk te schrijven. En zoals te verwachten was, was het een foute beslissing. We moesten de klus afraffelen en leverden onze bijdrage te laat in. Maar tegen de verwachtingen in bleek het een vruchtbare stommiteit, die via een onverwachte omweg tot dit boek zou leiden.
Hier volgt een fragment uit onze aantekeningen voor dat hoofdstuk:

Shawn, een ambtenaar uit Cleveland, slaagde er amper in rond te komen. Hij had een hele stapel achterstallige rekeningen liggen. Hij had geen krediet meer op zijn creditcards. Zijn maandsalaris was binnen de kortste keren op. ‘Aan het eind van mijn geld houd ik altijd een stuk maand over,’ zei hij vaak. Een paar dagen geleden had hij per ongeluk een ongedekte cheque uitgeschreven, omdat hij dacht dat er nog genoeg geld op zijn rekening stond, maar hij was vergeten dat hij pas nog voor tweeëntwintig dollar iets had aangeschaft. Telkens als de telefoon ging kromp hij ineen: zou het weer een schuldeiser zijn? Ook in zijn sociale leven had hij er last van dat hij platzak was. Als hij met vrienden uit eten ging, betaalde hij soms zijn deel van de rekening niet helemaal, omdat hij krap bij kas zat. Zijn vrienden begrepen het wel, maar vervelend bleef het.
En het leek een uitzichtloze situatie. Hij had een blu-rayspeler gekocht met een afbetalingsregeling die pas na een half jaar inging. Die aankoop was nu vijf maanden geleden. Hoe moest hij volgende maand die extra rekening betalen? Er ging al steeds meer geld op aan het afbetalen van oude schulden. Hij betaalde een forse rente over het bedrag dat hij rood stond. De te laat betaalde rekeningen betekenden extra administratiekosten. Zijn financiële toestand was één grote puinhoop. Het water stond hem tot de lippen en hij dreigde kopje-onder te gaan.

Zoals veel mensen in zo’n situatie kreeg Shawn de nodige adviezen, die allemaal min of meer op hetzelfde neerkwamen:

Werk je niet verder in de nesten. Hou op met geld lenen. Beperk je uitgaven tot een minimum. Het is misschien lastig om op sommige dingen te bezuinigen, maar daar zul je aan moet wennen. Los je oude schulden zo snel mogelijk af. Als je geen nieuwe schulden maakt, zullen je uitgaven uiteindelijk beheersbaar worden. Kijk dan uit dat je niet weer in je oude fouten vervalt. Ga verstandig om met je geld en leen met overleg. Vermijd overbodige luxe. Als je een lening nodig hebt, zorg er dan voor dat je weet wat het kost om hem terug te betalen.

Al die goede raad werkte voor Shawn in theorie beter dan in de praktijk. Verleidingen uit de weg gaan is al moeilijk genoeg. Alle verleidingen uit de weg gaan bleek nog een stuk lastiger. Een leren jasje dat hij graag wilde hebben lag voor een zacht prijsje in de uitverkoop. Beknibbelen op het verjaarscadeau van zijn dochter leek een minder goed idee toen de heuglijke dag naderde. Er waren te veel mogelijkheden om meer uit te geven dan hij eigenlijk van plan was. Uiteindelijk ging Shawn toch weer kopje-onder in de schulden.
Al snel viel het ons op hoe sterk Shawns gedrag leek op dat van Sendhil. Niet gehaalde deadlines hebben veel weg van onbetaalde rekeningen. Dubbele afspraken (het toezeggen van tijd die je niet hebt) hebben veel weg van ongedekte cheques (het uitgeven van geld dat je niet hebt). Als je het druk hebt, moet je nee kunnen zeggen. Als je schulden hebt, moet je zuinig zijn. Plannen om het probleem op te lossen klinken redelijk, maar blijken moeilijk uitvoerbaar. Je moet voortdurend op je hoede zijn – bij alles wat je koopt of toezegt. Zodra die waakzaamheid verslapt – als je je ertoe laat verleiden je tijd of je geld aan iets te besteden – zink je nog dieper. Shawn bleef uiteindelijk zitten met almaar oplopende schulden. Sendhil bleef uiteindelijk zitten met een groeiende berg verplichtingen.
De overeenkomst is des te frappanter omdat de omstandigheden zo sterk verschillen. Normaal gesproken zien we het indelen van je tijd en het omgaan met geld als twee heel verschillende problemen. Fouten hebben andere consequenties: verkeerd omgaan met tijd leidt tot gezichtsverlies of tot slecht uitgevoerd werk; verkeerd omgaan met geld leidt tot boetes of onteigening. De culturele context is verschillend: tijd tekortkomen en daardoor een deadline niet halen betekent voor een drukbezette kantoormedewerker iets anders dan wat geld tekortkomen en daardoor een schuld niet kunnen aflossen voor iemand met een laag inkomen betekent. De omgeving verschilt. Het opleidingsniveau verschilt. Zelfs de aspiraties kunnen verschillen. Maar ondanks die verschillen vertoont het resulterende gedrag veel overeenkomsten.
Sendhil en Shawn hadden één ding gemeen: ze voelden allebei wat schaarste met iemand doet. Met schaarste bedoelen we minder hebben dan je voor je gevoel nodig hebt. Sendhil voelde zich opgejaagd: hij had het gevoel dat hij te weinig tijd had om alles te doen wat hij moest doen. Shawn voelde zich in het nauw gedreven: hij had te weinig geld om al zijn rekeningen te kunnen betalen. Zou die overeenkomst een verklaring kunnen bieden voor hun gedrag? Is het mogelijk dat Sendhil en Shawn door schaarste tot datzelfde gedrag werden gedreven?
Als het ons zou lukken de achterliggende logica daarvan bloot te leggen, zou dat verregaande implicaties hebben. Schaarste is een ruim begrip dat een veel groter gebied bestrijkt dan deze individuele anekdotes. Het probleem van de werkloosheid, bijvoorbeeld, is net zo goed het probleem van financiële schaarste. Wanneer iemand zijn baan verliest, werkt dat direct door in zijn huishoudboekje – er is te weinig inkomen om de hypotheek, de kosten van de auto en de dagelijkse benodigdheden te betalen. Het toenemende sociale isolement – de vele ‘alleenstaanden’ – is een vorm van sociale schaarste, het probleem dat mensen te weinig sociale banden hebben. Het probleem van obesitas is, hoe paradoxaal dat ook mag lijken, eveneens een kwestie van schaarste. Als je een dieet wilt volgen, zul je minder moeten eten dan je gewend bent. Je hebt minder calorieën tot je beschikking, dus is er sprake van calorieschaarste. Het mondiale armoedeprobleem – het onthutsende feit dat wereldwijd massa’s mensen moeten rondkomen van zo’n twee dollar per dag – is een andere vorm van financiële schaarste. Anders dan de plotselinge en wellicht tijdelijke financiële krapte na het verlies van een baan is armoede een permanent tekort aan geld.
Schaarste is meer dan de verbindende factor tussen de problemen van Sendhil en Shawn: het is de gemeenschappelijke noemer van allerlei maatschappelijke problemen. Die problemen doen zich voor in verschillende culturen, economische situaties en politieke systemen, maar in alle gevallen speelt schaarste een rol. Kan het zijn dat schaarste een achterliggende logica kent die in al die verschillende omstandigheden tot uitdrukking komt?
We moesten die vraag wel beantwoorden. We hadden het te druk om het niet te doen.

Schaarste neemt bezit van het denken

Tijdens onze verkenningen kregen we een opmerkelijk onderzoek van meer dan een halve eeuw oud in handen. De auteurs zelf zullen niet het idee hebben gehad dat ze zich bezighielden met schaarste, maar volgens ons ging hun onderzoek over een extreme vorm ervan – over honger. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog drong het tot de geallieerden door dat ze voor een probleem stonden. Ze zouden tijdens hun opmars door de door Duitsland bezette gebieden te maken krijgen met grote aantallen uitgehongerde mensen. Voedsel was het probleem niet: de Amerikanen en Britten hadden genoeg voorraden om de door hen bevrijde burgers en krijgsgevangenen van eten te voorzien. Het probleem was eerder van technische aard. Hoe ga je om met mensen die zo lang de hongerdood nabij zijn geweest? Moet je hun een volledige maaltijd voorzetten? Moet je hen zo veel laten eten als ze willen? Of moet je ze juist weinig te eten geven en hun rantsoen geleidelijk uitbreiden? Wat was de veiligste manier om van uitgehongerde mensen gezonde eters te maken?
De experts hadden destijds geen antwoord op die vragen. Daarom zette een groep onderzoekers aan de universiteit van Minnesota een experiment op. Maar om uit te zoeken hoe je mensen moet voeden moet je ze eerst een tijdlang te weinig te eten geven. Het experiment werd uitgevoerd in een gecontroleerde omgeving met een groep gezonde mannelijke vrijwilligers, van wie de calorieinname werd gereduceerd tot ze nog net genoeg voedsel binnenkregen om geen blijvende lichamelijke schade op te lopen. Na een paar maanden begon het echte experiment, dat moest uitwijzen hoe hun lichaam reageerde op diverse vormen van voedsel. Voor de proefpersonen was het geen eenvoudige opgave, maar het was nu eenmaal ‘de Goede Oorlog’, en gewetensbezwaarden die niet naar het front hoefden namen bereidwillig deel aan het experiment.
De 36 proefpersonen werden ondergebracht in een slaapzaal en nauwlettend geobserveerd; al hun gedragingen werden genoteerd. Hoewel de onderzoekers voornamelijk geïnteresseerd waren in de fase waarin weer voedsel zou worden toegediend, namen ze ook de gevolgen van de uithongering onder de loep. De fysieke gevolgen van voedselgebrek zijn nogal ingrijpend. De proefpersonen raakten zo veel vet kwijt dat zitten pijnlijk werd en ze kussens moesten gebruiken. Een extra complicatie was dat het gewichtsverlies gepaard ging met oedeem: ten gevolge van het voedseltekort hoopte zich maar liefst zeven liter extra vocht op in hun lichaam. Hun stofwisseling liep met 40 procent terug. Hun prestaties en hun uithoudingsvermogen hadden eronder te lijden. In de woorden van een van de proefpersonen: ‘Als ik onder de douche mijn haar was, merk ik hoe slap mijn armen zijn. Van die simpele bezigheid worden ze al ontzettend moe.’
De proefpersonen werden niet alleen fysiek zwakker; de effecten waren ook mentaal. Sharman Apt Russell beschrijft in haar boek Hunger hoe het tijdens een lunch toeging:

De mannen werden ongeduldig als ze in de rij stonden voor het eten en de bediening traag was. Ze gingen bezitterig om met hun eten. Sommigen van hen zaten diep over hun bord gebogen en schermden hun maal af met hun armen. Meestal zwegen ze en concentreerden ze zich op hun eten [...] Afkeer van bepaalde soorten voedsel, zoals koolraap, verdween. Al het eten werd tot en met de laatste hap opgegeten. Daarna likten ze hun borden af.

Dit is min of meer wat je zou verwachten van mensen die honger lijden. Maar er traden ook enkele opmerkelijke mentale veranderingen op:

Enkelen raakten geobsedeerd door kookboeken en menu’s van restaurants in de omgeving. Sommige mannen konden urenlang bezig zijn met het vergelijken van prijzen van fruit en groente in verschillende kranten. Sommigen vatten het plan op de landbouw in te gaan. Ze droomden van een nieuwe carrière als restauranthouder [...] Ze verloren hun interesse in academische kwesties en toonden meer belangstelling voor kookboeken [...] Als ze naar de film gingen hadden ze alleen aandacht voor de scènes waarin gegeten werd.

Ze waren gefixeerd op voedsel. Natuurlijk is het zaak om meer eten in handen te krijgen als je honger lijdt. Maar hun gedachten draaiden om dingen die in feite geen enkel praktisch nut dienden. Fantaseren over een eigen restaurant helpt niet tegen de honger, evenmin als het vergelijken van voedselprijzen en het lezen van kookboeken. Integendeel, al dat denken over eten – bijna een obsessie – moet hun honger alleen maar aangewakkerd hebben. Dat was geen bewuste keuze. Een van de deelnemers aan het onderzoek in Minnesota beschreef later hoe frustrerend het was om voortdurend aan eten te denken:

Naar mijn idee heb ik nog nooit zo hevig naar iets uitgezien als naar het eind van dat experiment. En dat niet eens zozeer [...] vanwege het lichamelijk ongemak, maar omdat eten het belangrijkste in je leven werd […] het draaide alleen nog maar om eten. En het leven wordt behoorlijk saai als dat het enige is. Ik bedoel, als je naar de film ging konden de liefdesscènes je niet veel schelen, maar het viel je meteen op wanneer er gegeten werd, en wat er gegeten werd.

Het was geen bewuste keuze van de uitgehongerde mannen dat ze meer op het eten letten dan op de plot van de film. Ze konden het niet helpen dat ze zo gespitst waren op eten. De honger nam bezit van hun denken, eiste al hun aandacht op. Voor de onderzoekers in Minnesota was dit gedrag niet meer dan bijzaak. Maar voor ons is het een treffende illustratie van de manier waarop schaarste ons verandert.
Schaarste neemt bezit van het denken. Net zoals de uitgehongerde proefpersonen voortdurend aan eten moesten denken, zullen we als we een vorm van schaarste ondervinden daar volledig door in beslag worden genomen. De geest richt zich automatisch en onweerstaanbaar op onvervulde behoeften. Voor mensen die honger hebben is dat de behoefte aan eten. Voor wie het druk heeft is het misschien een project dat met spoed af moet. Voor wie platzak is kan het de huur van de lopende maand zijn, en voor eenzame mensen de behoefte aan gezelschap. Schaarste is meer dan alleen het onprettige gevoel dat je te weinig hebt. Het is iets wat je manier van denken verandert. Het neemt bezit van je geest.
Het gaat wat ver om dit alles uit één onderzoek af te leiden. Honger lijden is een extreem geval: schaarste speelt er een rol bij, maar het gaat ook gepaard met diverse lichamelijke veranderingen. Er namen maar 36 proefpersonen deel aan het onderzoek en het hier geciteerde bewijsmateriaal bestaat grotendeels uit uitspraken van hongerige mannen, niet uit harde cijfers. Maar veel andere, nauwkeuriger uitgevoerde onderzoeken leveren vergelijkbare resultaten op. En dat niet alleen, ze laten zien hoe schaarste precies ingrijpt op de geest.
Bij een recent onderzoek werd proefpersonen verzocht omstreeks lunchtijd naar het laboratorium te komen, dus op een moment dat ze al drie à vier uur niet meer gegeten hadden. De helft van de deelnemers mocht eerst gaan lunchen, de anderen niet. De ene helft had dus honger en de andere helft een volle maag. De opdracht die ze kregen was eenvoudig: kijk naar een scherm. Er komt in een flits een woord voorbij. Vertel welk woord je hebt gezien. Verscheen bijvoorbeeld het woord hoek op het scherm, dan moesten de proefpersonen besluiten of ze hoek of boek hadden gezien. Op het oog is het een opdracht die weinig om het lijf heeft, ware het niet dat het heel snel ging. Supersnel. Het woord in kwestie bleef maar 33 milliseconden in beeld – oftewel 1/30 seconde.
Nu zou je denken dat de hongerige proefpersonen het minder goed zouden doen, omdat ze door de honger moe en minder geconcentreerd waren. Maar bij deze specifieke opdracht deden ze het even goed als de deelnemers met een volle maag – met één uitzondering. De hongerlijders presteerden veel beter bij woorden die met eten te maken hadden. De kans dat ze met succes het woord koek herkenden was stukken groter. Met opdrachten als deze kunnen onderzoekers nagaan wat er op de voorgrond van onze gedachten staat. Als een bepaald idee ons bezighoudt, zien we woorden die ermee te maken hebben veel sneller. Dus als hongerige mensen koek sneller herkennen, is dat een duidelijk signaal dat ze vooral aan eten denken. We hoeven in dit geval niet af te gaan op eigenaardig gedrag, zoals kookboeken doorbladeren of plannen maken om een restaurant te beginnen. We kunnen aan de snelheid en nauwkeurigheid van de antwoorden zien dat de gedachten van de hongerige proefpersonen worden gestuurd door schaarste.
En dat speelt zich af op een onbewust niveau. De zeer korte tijdsintervallen bij deze opdracht – de resultaten werden gemeten in milliseconden – dienden ertoe snelle processen zichtbaar te maken, processen die zo snel verlopen dat ze zich onttrekken aan bewuste controle. Onze kennis van de hersenen is inmiddels zo groot dat we weten wat deze tijdsintervallen betekenen. Bewuste processen van een hogere orde vergen meer dan driehonderd milliseconden. Snellere reacties berusten op voornamelijk automatische onbewuste processen. Als hongerige mensen het woord koek sneller herkennen, komt dat dus niet doordat ze ervoor kiezen beter op dat woord te letten. Het gebeurt zo snel dat het zich aan iedere keuze onttrekt. Daarom gebruiken we ook de term ‘in bezit nemen’ om te beschrijven hoe schaarste ons denken stuurt.
Dit verschijnsel is niet specifiek gerelateerd aan honger. Uit een ander onderzoek blijkt dat proefpersonen die dorst hebben veel sneller het woord water herkennen (opnieuw in de orde van grootte van tientallen milliseconden). In al die gevallen is het een onbewust proces. Schaarste stuurt de aandacht, of de persoon in kwestie dat wil of niet.
Honger en dorst zijn fysieke verlangens. Andere, minder lijfelijke vormen van schaarste nemen evengoed bezit van de geest. Zo is er een onderzoek waarbij kinderen werd gevraagd om uit het hoofd, met behulp van een verstelbaar diafragma, het formaat van gewone Amerikaanse munten aan te geven – van een penny tot een halve dollar. De munten ‘leken’ het grootst in de ogen van de armste kinderen, die de afmeting van de munten aanzienlijk te groot schatten. Juist van de waardevolste munten – die van 25 en 50 dollarcent – werd het formaat het meest overschat. Net zoals de aandacht van hongerige mensen in beslag wordt genomen door eten, werd de aandacht van de arme kinderen in beslag genomen door de munten. Door die geïntensiveerde aandacht ‘leken’ de munten groter. Nu is het denkbaar dat arme kinderen gewoon minder goed zijn in het onthouden van afmetingen. Daarom lieten de onderzoekers de kinderen vervolgens afmetingen schatten terwijl de munten voor hen op tafel lagen, een nog eenvoudiger opdracht. Wat bleek? De arme kinderen maakten als ze de munten voor zich hadden liggen nog grotere fouten. De echte munten stuurden hun denken nog sterker dan de abstracte in hun geheugen. (En zonder munten in de buurt bleken de kinderen heel precies de afmetingen van kartonnen schijfjes met dezelfde diameter te kunnen schatten.)
Wanneer iets al je aandacht opeist, kan dat tot andere gewaarwordingen leiden. Tijdens korte, heftige gebeurtenissen, zoals een auto-ongeluk of een roofoverval, ontstaat door het intensieve beroep dat op de aandacht wordt gedaan een zogenaamde ‘subjectieve expansie van de tijd’: het gevoel dat zulke gebeurtenissen langer duren, juist ten gevolge van de grotere hoeveelheid informatie die wordt verwerkt. Op een vergelijkbare manier beïnvloedt de manier waarop schaarste onze aandacht stuurt niet alleen wat je ziet of hoe snel je het ziet, maar ook je interpretatie van de wereld om je heen. Tijdens een onderzoek naar eenzaamheid kregen proefpersonen één seconde lang een afbeelding van een gezicht te zien. Daarna moesten ze zeggen welke emotie dat gezicht uitdrukte. Was het woede, angst, blijdschap of droefenis? Met deze eenvoudige opdracht wordt een belangrijke sociale vaardigheid gemeten: het vermogen om te begrijpen wat anderen voelen. Opmerkelijk genoeg presteren eenzame mensen beter bij deze opdracht. Je zou misschien denken dat ze er minder goed in zouden zijn – hun eenzaamheid zou een teken kunnen zijn van sociale onhandigheid of onervarenheid. Maar als je rekening houdt met de psychologie van de schaarste is het logisch dat ze beter presteren. Als eenzame mensen zich richten op hun eigen vorm van schaarste, namelijk die aan sociale contacten, is dat precies wat je zou voorspellen. Ze moeten juist sterk gericht zijn op het beoordelen van emoties.
Dat impliceert dat eenzame mensen ook beter zouden moeten zijn in het onthouden van sociale informatie. In een andere studie kregen mensen de opdracht fragmenten uit iemands dagboek te lezen en zich aan de hand daarvan een beeld te vormen van de schrijver. Later werd hun gevraagd of ze zich bepaalde details herinnerden. Eenzame mensen deden dit ongeveer even goed als nieteenzamen, maar met één uitzondering: ze waren veel beter in het onthouden van passages met een sociale inhoud, zoals interacties met anderen.
De auteurs van dit onderzoek voegen hier een anekdote aan toe die goed illustreert hoezeer eenzaamheid je perceptie stuurt: Bradley Smith, een man met een ongelukkig liefdesleven die geen intieme vrienden heeft, merkt na zijn scheiding dat zijn blik op de wereld verandert.

Plotseling is Bradley zich scherp en pijnlijk bewust van de banden tussen mensen – van echtparen en gezinnen. De meesten van ons zullen ooit wel iets dergelijks hebben meegemaakt. Misschien is, net als bij Bradley, je relatie verbroken en zie je opeens in het park overal stelletjes hand in hand zitten. Ook kan het dat je tijdens je eerste dagen op een nieuwe school of in een nieuwe baan het gevoel hebt dat je beland bent in een wereld vol vreemden, waarin elk lachje, elke frons en elke blik in jouw richting een extra betekenis krijgt.

Je zou kunnen zeggen dat Bradley het sociale equivalent is van de uitgehongerde mannen. Hij ging helemaal op in zijn eigen kookboeken.

 

Copyright © by Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir, 2013
Copyright © vertaling: Ineke van den Elskamp en Frits van der Waa
Copyright © foto: Jerry Nielson

Maven Publishing

MINDBOOKSATH : athenaeum