Leesfragment: Struinen, lezen en denken

27 november 2015 , door Theodore Dalrymple

Volgende week verschijnt het nieuwe boek van Theodore Dalrymple, Struinen, lezen en denken. Notities van een liefhebber (The Pleasure of Thinking, vertaling Jabik Veenbaas). Wij publiceren voor. 'In Engeland woon ik in een fraai stadje waar zich een filiaal van W.H. Smith bevindt; het logo-winkelfront ontsiert op flagrant barbaarse manier een vroeg achttiende-eeuwse gebouw. In Frankrijk woon ik vlak bij een fraai stadje, dat nog iets kleiner is, maar twee onafhankelijke boekwinkels heeft (een van de twee wordt gerund door de vrouw van de burgemeester). Ze ontsieren hun straat op geen enkele manier.'

Welk verband bestaat er tussen God en de Londense wijk East Sheen? Hoe praat je jezelf een Albanese gevangenis uit? Waarom maken dictators zo graag stripboeken? Hoe kan een gemiste penalty tot een bloedige oorlog leiden? Theodore Dalrymple, een psychiater die als getuige-deskundige optreedt in moordprocessen, heeft een passie voor bijzaken en zijpaden. In dit nieuwe boek neemt hij ons mee op een geestige, erudiete reis langs de verborgen wegen die ideeën met elkaar verbinden.

Struinen, lezen en denken is even luchthartig als verhelderend; het is een amusante vlucht van de verbeelding, een boek over het toevalsgeluk van mensen die eindeloos nieuwsgierig blijven. Een must voor iedere boekenliefhebber.  

15

Zielen in de aanbieding

In Frankrijk mogen boeken niet met meer dan 5 procent in prijs worden verlaagd, een percentage dat niet hoog genoeg is om iemand te motiveren het boek elders te kopen. In Engeland mag een winkelier boeken in prijs verlagen zo veel hij wil of zolang hij er nog winst op denkt te kunnen maken. Dat betekent dat een boek dat in een onafhankelijke boekwinkel vijfentwintig pond kost in een winkelketen voor vijftien pond over de toonbank mag gaan. Zelfs de meest enthousiaste voorstander van de kleine plaatselijke middenstand kan ervoor terugschrikken om 66 procent meer te betalen om die middenstand in leven te houden.
Dat verschil heeft enorme gevolgen. In Engeland is de verkoop van nieuwe boeken (wanneer we Amazon even buiten beschouwing laten) praktisch gemonopoliseerd, of op zijn best geduopoliseerd, door een of twee winkelketens waarvan de filialen behalve qua afmetingen praktisch niet van elkaar te onderscheiden zijn. Frankrijk kent heel veel onafhankelijke boekwinkels; elk stadje heeft er wel een en ze hebben allemaal een verschillende voorraad. Als je de klassieken en de boeken van de dag even buiten beschouwing laat, kun je – in tegenstelling tot in Engeland – van tevoren niet voorspellen wat je in een boekwinkel zult aantreffen.
Is dat geen merkwaardig verschil tussen, enerzijds, een land dat in economisch opzicht gewoonlijk (maar ten onrechte) als liberaal wordt beschouwd en, anderzijds, een land met een etatistische reputatie? In het ene land leidt de markt tot uniformiteit; in het andere leidt (een zeer simpel soort) staatsbemoeienis tot diversiteit.
Wat kan er ten gunste van het Engelse systeem worden opgemerkt? Allereerst worden er in Engeland meer dan twee keer zo veel boeken gepubliceerd als in Frankrijk, en dus is er in Engeland sprake van meer keuze. Ik betwijfel echter of dat het gevolg is van het wettelijke recht van boekhandelaars om hun boeken in prijs te verlagen. De Engelstalige markt is vijf keer zo groot als de Franstalige markt en vermoedelijk is daarom het aanbod groter.
Boeken – sommige boeken althans – zijn in Engeland goedkoper dan in Frankrijk. Er worden in Frankrijk praktisch geen gebonden boeken uitgegeven, terwijl de meeste boeken in Engeland wel gebonden op de markt komen en toch vaak ongeveer hetzelfde kosten. Of dat een belangrijk verschil is, is een kwestie van opvatting en smaak; ik geef de voorkeur aan gebonden boeken, maar dit verschil in publicatiepraktijk dateert al van veel eerder dan het verschil in verkooppraktijk, uit de tijd dat boeken in beide landen nog niet in prijs mochten worden verlaagd. Maar ik ben nog het meest geïnteresseerd in de culturele gevolgen van de twee systemen, of althans in de manier waarop die systemen zich manifesteren. In Engeland woon ik in een fraai stadje waar zich een filiaal van W.H. Smith bevindt; het logo-winkelfront ontsiert op flagrant barbaarse manier een vroeg achttiende-eeuwse gebouw. In Frankrijk woon ik vlak bij een fraai stadje, dat nog iets kleiner is, maar twee onafhankelijke boekwinkels heeft (een van de twee wordt gerund door de vrouw van de burgemeester). Ze ontsieren hun straat op geen enkele manier.
Ik zie onmiddellijk welk systeem vanuit cultureel oogpunt gezien beter is. Het beleid van W.H. Smith is: je concentreren op enkele titels, die met enorme kortingen worden aangeboden. Hoge stapels, lage prijzen. De overige voorraad bestaat uit oude bestsellers of bestsellers in spe aan het vulgaire eind van het literaire spectrum, biografieën of zogenaamde biografieën van beroemdheden, voornamelijk uit de wereld van de sport, televisie en popmuziek, sensatielectuur over criminelen en autobiografieën van mensen die seksueel misbruik in hun kindertijd hebben ‘overleefd’. Er worden geen Engelse klassieken aangeboden, laat staan klassieken uit het buitenland. Zelfs de mildste vormen van eruditie worden krachtig buiten de deur gehouden.
In de Franse boekhandels vind je die goedkope rommel helemaal niet: ik gebruik het woord goedkoop hier in zijn nieteconomische betekenis. Goed, de boekwinkels verkopen veel krimi’s. Maar krimi’s zijn zelden rommel; het literaire niveau ervan is dikwijls hoger dan dat van de zogenaamd serieuzere genres, om over het niveau van de intriges dan nog maar te zwijgen.
Het intellectuele niveau van de verkochte boeken ligt onvergelijkelijk veel hoger. Zo verbaasde het me bijvoorbeeld niet dat ik er een biografie aantrof van Prousts vader, een eminente specialist op het terrein van de volksgezondheid. (Met enige aarzeling steek ik de loftrompet van mijn eigen vak, de geneeskunde, maar het is niet alleen een feit dat heel wat artsen goede of grote schrijvers waren, maar ook dat de vaders van veel goede of grote schrijvers arts waren. Ik denk nu onmiddellijk aan Proust, Flaubert en Dostojevski.) In de boekwinkels in het Franse stadje kan ik – net als in alle andere Franse stadjes – niet alleen de Franse klassieken kopen, maar ook tal van buitenlandse klassieken die in het Frans zijn vertaald.
Het feit dat er minder nadruk ligt op het verkopen van een klein aantal in prijs verlaagde titels om daarmee grote, gemakkelijke winsten te boeken, lijkt te resulteren in grotere keuzemogelijkheden en in keuzemogelijkheden die de moeite waard zijn; dat wil zeggen, wanneer je ervan uitgaat dat waarde niet uitsluitend wordt bepaald door een op ruwe wijze vergaarde winst. De keuzemogelijkheden van de Franse lezer zijn beter, groter en intelligenter dan die van de Engelse lezer; en hoewel er kan worden geredeneerd dat de betere keuzemogelijkheden het gevolg zijn van het feit dat het Franse publiek een betere smaak heeft (en niet alleen wat boeken betreft), geldt de causale relatie ook andersom. Smaak wordt gevormd door het aanbod; en in het Engelse systeem is het aanbod rotzooi, althans voor een zeer groot deel. De voeding stimuleert de eetlust.
Zeker, de boekwinkels in Frankrijk lijken bij te dragen tot een veel hoger cultuurniveau, dat je op straat aan vrijwel alles kunt aflezen, van de gezichten van de mensen tot het niveau van de stedelijke dienstverlening. Het is moeilijk om oorzaak en gevolg in zulke complexe kwesties uit elkaar te houden, maar wie zou durven beweren dat de opening van een winkel van een W.H. Smith-achtige keten het niveau in zo’n stad omhoog zou kunnen brengen of zelfs maar zou kunnen bestendigen?
Het verschil in de manier waarop nieuwe boeken in de twee landen aan de man worden gebracht, is niet volledig te herleiden tot het verschil tussen een volstrekt vrije markt en een markt waar sprake is van volledige staatscontrole. Beide landen werken met markten, maar ze zijn anders gereguleerd. Ook gaat het niet om het verschil tussen keuze en de afwezigheid van keuze: er worden in Frankrijk 80.000 boeken per jaar gepubliceerd, door een groot aantal verschillende uitgevers, en ieder boek dat er op de wereld wordt gepubliceerd is via het internet even toegankelijk voor het Franse als voor het Engelse publiek. Maar wanneer je in Frankrijk diep in de provincie een boekhandel binnengaat, krijg je niet de indruk dat je te maken hebt met een volk dat geen verbinding heeft met of belangstelling heeft voor zijn eigen verleden en niets anders doet dan televisie kijken, en als je datzelfde in Engeland doet, krijg je die indruk wel.
De feitelijk aanwezige keuze is van belang. De feitelijk aanwezige keuze beïnvloedt de mores van mensen, niet de hypothetische keuze. In Engeland wordt, omdat de Engelse taal vrijwel over de gehele wereld wordt gebruikt, over ieder denkbaar onderwerp heel veel wetenschappelijke literatuur gepubliceerd, veel meer dan in Frankrijk. Maar als je door een Engelse of Franse straat loopt zou je dat niet zeggen. Je zou eerder precies het omgekeerde denken. Daarmee wordt de ketterse vraag opgeworpen (de vraag is uiteraard alleen ketters voor iedereen die neigt tot de veronderstelling dat de markt de oplossing is voor alle menselijke problemen) of eindeloze uitbreiding van de hoeveelheid producten nou wel zo ontzettend belangrijk is voor de vorming van de menselijke ziel.

 

© 2012 Theodore Dalrymple
© 2013 Nederlandse vertaling Jabik Veenbaas

MINDBOOKSATH : athenaeum