Leesfragment: Totaal witte kamer

27 november 2015 , door Gerrit Kouwenaar

Gerrit Kouwenaar wordt vandaag negentig. Ter gelegenheid daarvan, én omdat zijn oeuvre binnenkort als e-book wordt uitgegeven, publiceren wij twee gedichten uit zijn bundel Totaal witte kamer. De dichter viert in klein comité zijn verjaardag, wij lezen: 'Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken / nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik // dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal / de kamer wit maken, nu, nooit meer later.'

woorden als deze

Waar geurde je toen naar, toen, het was
een woord dat er niet was, zomersneeuw, zweem
van lichtweefsel, mondstilte, honinggras

vandaag, najaar, in ons slordig beheerd paradijs
hoorde ik, afzijdig, tussen de wildgroei
je pathetisch geblokkeerde zilver rinkelen

ik ziende taalde het doofste, witvlinders, leven
zo licht dat geen naam het kon dragen, en jij
bestond dit onteigend moment dat ik rilde

woorden als deze staan voorgoed roerloos, ik
bewoon ze, ook nu de wind opsteekt, oude
schaduwtakken breken en je het koud hebt -

totaal witte kamer

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen -

dus vredig de avond

Terwijl het laatste gedicht het tijdstip verteert
staat de maker geledigd op van zijn tafel
hij reinigt zijn vleesmes en kijkt uit het raam

op de sierbestrating zieltogen de bladeren
verlost van hun zomer, de windengel hurkt
in het eeuwige onkruid en wacht tot er tijd is

dus vredig de avond vol afscheid en oorlog
wereld waarheid en liefde behelzen onkwetsbaar
hun ijzeren letters

nu nog iets eetbaars, bloedbeuling witbrood
dan eindelijk slapen, zwart is de mode -

Uitgeverij Querido

MINDBOOKSATH : athenaeum