Leesfragment: De evolutie van een huwelijk

27 november 2015 , door Rebekka W.R. Bremmer
| |

Volgende week verschijnt de tweede roman van Rebekka W.R. Bremmer: De evolutie van een huwelijk. Wij publiceren voor. ‘Bastiaan liet een arm los en probeerde Masha binnen te halen. Hij trok aan haar mouw en ze deed een stapje naar hem toe. Hij greep haar vast, zocht met zijn hand ook haar hand. Nu was iedereen ingesloten. Masha’s borsten drukten tegen Freeks rug, haar voorhoofd het middelpunt van zijn schouderbladen, en hij liet zijn hoofd naar achteren zakken tot hij haar kruin raakte. Shannon wurmde zich los en de kluwen viel uiteen. Allemaal waren ze weer hun eigen eenheid, behalve Freek, die Deirdre vasthield.’

Masha leidt een comfortabel leven met haar man Bastiaan en haar puberdochters Molly Bloem en Anna Karen. Ze geeft les aan de universiteit en vult haar dagen met wat ze het liefst doet: lezen. Dan kondigt Bastiaan aan dat zijn broer Frederick naar Nederland komt, met zijn Nieuw-Zeelandse vrouw Shannon en hun baby Deirdre. Masha heeft Frederick al meer dan twintig jaar niet gezien. Omdat ze er de ruimte voor hebben, biedt Bastiaan het jonge gezin hun zolderverdieping aan. Terwijl Masha haar best doet afstand te bewaren, raken de levens van de twee gezinnen steeds meer verstrikt in elkaar. Kan een herinnering een huwelijk bedreigen?

De evolutie van een huwelijk is een scherpzinnige roman over familiebanden die worden aangehaald en weer verbroken.

 

Vandaag

Het voelde voor Molly Bloem alsof ze voor het eerst de drempel over stapte en toen ze haar hand op de klink van de huiskamerdeur legde, verwachtte ze alleen Masha te zien zitten of hooguit Masha en Bastiaan, maar toen ze de deur openzwaaide, viel haar oog op Shannon, die in haar pyjama in de hoek van de bank zat, voorovergebogen met haar hoofd in haar handen, een lok van haar donkere, lange haren bungelend tot aan de grond, en Frederick in de andere hoek, achterstevoren, zijn kruin naar haar toe, zijn voorhoofd wrijvend met zijn vingers, zijn duim drukkend op zijn jukbeen, zijn andere arm over de leuning geslagen en zijn blik op de omgewoelde aarde van de tuin gericht of misschien op de breek, of zelfs verder nog, op de horizon. Bastiaan stond in het midden van de kamer, zijn blik op Shannon gericht, de telefoon in zijn hand alsof hij deze net had gevangen, zijn hand een baseballhandschoen, zo halverwege zijn oor en zijn schouder, en hij niet kon kiezen tussen verder luisteren of ophangen. Hij leek nog groter dan hij was omdat hij als enige rechtop stond. Rechts zat Masha op de leunstoel, haar voeten over elkaar geslagen, haar handen in haar schoot, de palmen omhoog als een opengeslagen boek. Anna K. zat naast haar op de grond en leunde met haar hoofd tegen de stoel. Ze had haar benen opgetrokken onder haar nachthemd, de knobbels van haar knieën als twee reusachtige borsten, haar vingers waren om de pols van haar andere arm gekneld, alsof ze zichzelf gevangenhield. Molly Bloem sloot de deur achter zich en ze bleef staan. Toen de deur met een harde klik dichtging, draaide Bastiaan zich naar haar toe, de telefoon nog steeds zwevend in de lucht. Ze zei niets. Ze probeerde Anna K.’s blik te vangen, maar die keek recht vooruit, naar Shannon, die nog steeds naar de grond staarde. Masha schraapte haar keel. Molly Bloem zette zich schrap. Maar Bastiaan was hun voor.
‘Er is een aardbeving geweest. In Christchurch.’
Molly Bloem liet zachtjes de lucht van een zucht tussen haar tanden door naar buiten ontsnappen. Haar borst zakte. Ze keek naar Shannon. Haar haren verborgen haar gezicht, dus ze kon niet zien of ze huilde, maar haar schouders schokten niet.
‘Is iedereen oké?’
‘Shannons ouders zijn ongedeerd. Haar broer is onbereikbaar.’
‘En nu?’
Shannon sloeg haar ogen op en gluurde door haar haren heen.
‘Ik wil gewoon naar huis. Ik wil nu naar huis.’
‘Ja, natuurlijk. Natuurlijk.’
Masha drukte de nagels van haar ene hand in de vingers van de andere, zonder haar handen uit haar schoot te tillen. Frederick had zich nog niet omgedraaid, had Molly Bloem nog niet gezien, alleen gehoord, of misschien wel haar reflectie gezien, een glazen afdruk van haar verschijning. Ook nu bleef hij uit het raam staren.
‘Het vliegveld van Christchurch zal wel dicht zijn.’
‘We kunnen naar Nelson vliegen en een auto huren. Of naar Wellington. Dat kan mij niet schelen, als we maar gaan.’
Bastiaan keek naar de telefoon in zijn hand, alsof hij zich nu pas realiseerde dat die zich daar bevond. Hij zette de telefoon terug in zijn houder en hij ging achter Masha’s stoel staan.
‘Weet je het zeker? Stomme vraag. Natuurlijk weet je ’t zeker. Ik zit alleen aan mezelf te denken omdat ik het zo fantastisch zou vinden als jullie er morgen toch nog bij konden zijn. Maar ik begrijp heel goed dat je meteen weg wilt. Dat is ook logisch. Ik zou hetzelfde hebben. Je wilt gewoon bij je familie zijn. Daar gaat het om.’
‘Waarom stellen we het niet uit, Bastiaan... Ik bedoel, na twintig jaar of eenentwintig jaar...’
Frederick draaide zich om, zijn blik sneller dan zijn hoofd, alsof zijn ogen zijn schedel meetrokken, en hij keek Masha aan. Hij opende zijn mond om iets te zeggen, maar Shannon was sneller.
‘Nee, nee, niet doen. Niet uitstellen voor ons. Ik weet niet wanneer we weer komen. Of we wel weer komen.’
Anna K. begon te huilen. Ze verborg zich achter haar handen, zodat alleen nog het stukje van haar voorhoofd was te zien waar de haargrens zat. Masha boog zich naar haar toe om haar te omhelzen, maar Anna K. trok zich los uit haar armen. Bastiaan ging achter haar staan en ze leunde tegen zijn benen, haar achterhoofd tegen zijn knieën. Hij boog zich voorover, aaide haar over het hoofd.
‘Nee, het is nu toch allemaal al geregeld.’
‘Ja. Het is allemaal al geregeld.’
Anna K. haalde haar neus op, onderdrukte een snik en ze ging tussen Freek en Shannon in zitten. De kussens van de bank golfden, Shannon stootte met haar schouder tegen haar aan. Anna K. aaide haar over haar rug.
I’m so sorry.
Het was een fluistering, een zucht met woorden, maar iedereen had Shannon duidelijk verstaan.

Van boven klonk er vanuit het niets geschreeuw, een monotoon gehuil dat steeds harder werd, alsof het de trap kwam afgedaald. Frederick schoof naar voren op de bank.
‘Deirdre!’
Hij duwde zich met zijn handen omhoog. Masha schoot uit haar stoel en ze liep naar de deur. ‘Ik ga wel.’
Molly Bloem deed een stap opzij. Even leek het of Masha haar de hand wilde reiken, maar ze pakte de deurklink vast. Het gehuil klonk luider toen ze de deur opende. Frederick stond ook op en hij wilde haar volgen.
‘Laten wij dan meteen maar een ticket boeken.’
Frederick keek van Masha’s rug naar Bastiaan, die zijn arm om hem heen had geslagen en hem meetrok. Masha verdween de gang op, haar voetstappen dof en plat op de trap.
‘Thee?’ Molly Bloem liep naar de keuken.
‘Graag.’
Anna K. en Shannon draaiden zich naar elkaar toe en ze glimlachten naar elkaar. Frederick was aan tafel gaan zitten. ‘Ik kan wel iets sterkers gebruiken. Hebben jullie whisky?’
Bastiaan knikte. ‘Tullamore Dew of Jameson?’
‘Tullamore Dew.’
‘Ik ook. En doe mama ook maar een.’ Bastiaan belde de luchtvaartmaatschappij. Frederick zocht zijn e-ticket op.
‘Ze zegt dat het goedkoper is om een nieuw ticket te kopen dan om de retourdatum naar morgen te veranderen. Het vliegveld in Christchurch is inderdaad afgesloten, maar er is om zeven uur ’s ochtends een vlucht naar Nelson via Parijs en Singapore met overstap in Auckland of om halftien met een overstap in Hongkong en in Auckland.’
‘Doe maar die van halftien. Ik ga de koffers pakken.’
‘Ik kom je helpen!’
Anna K. en Shannon verlieten de kamer. Toen de deur openging kwam er geen geluid meer van boven. Het was stil. Geen gehuil, geen voetstappen.
Molly Bloem zette thee en schonk de whisky in. ‘IJs?’
Bastiaan en Frederick schudden hun hoofd.
‘Oké, dus via Hongkong... Een enkeltje is duurder dan een retourtje...’
‘Doe maar twee retourvluchten. Je weet het niet. Misschien komen we nog terug.’
‘En de datum? Over zes maanden? Twaalf maanden?’
‘Doe maar een maand.’
‘Zo snel al?’
‘Ik moet sowieso nog een keer terugkomen. Om de tentoonstelling af te breken.’
Molly Bloem zette twee glazen whisky bij ze neer. Toen liep ze terug naar de keuken om het dienblad met drie mokken thee en een whisky te halen.
‘Ik breng dit even naar boven.’
De broers knikten tegelijkertijd, zonder op te kijken van het scherm.

Morgen

Het was nog donker toen de taxi voor kwam rijden. Ze stonden met zijn allen in het halletje, koffers, tassen en de wandelwagen om hen heen als een fort. Bastiaan spreidde zijn armen.
‘Group hug, group hug!’
Hij trok iedereen naar zich toe, een kluwen van armen en rompen, Deirdre dubbel omhelsd, in de armen van haar vader, omsloten door haar oom. Alleen Masha paste er niet meer bij, stond bijna tussen de opgehangen jassen, haar armen halfslachtig gebogen voor de omarming die niet kwam.
‘We gaan jullie ontzettend missen! Maar we komen nu echt gauw een keer naar Nieuw-Zeeland. Met zijn allen. Nu is het onze beurt.’
Bastiaan liet een arm los en probeerde Masha binnen te halen. Hij trok aan haar mouw en ze deed een stapje naar hem toe. Hij greep haar vast, zocht met zijn hand ook haar hand. Nu was iedereen ingesloten. Masha’s borsten drukten tegen Freeks rug, haar voorhoofd het middelpunt van zijn schouderbladen, en hij liet zijn hoofd naar achteren zakken tot hij haar kruin raakte. Shannon wurmde zich los en de kluwen viel uiteen. Allemaal waren ze weer hun eigen eenheid, behalve Freek, die Deirdre vasthield.
‘We moeten gaan.’
Het kwam er gretig uit, met ongeduld. Shannon omhelsde Molly Bloem, Bastiaan en Masha snel achter elkaar en hield toen Anna K. langer vast.
You go, girl!
Anna K. knikte zwakjes, probeerde met een glimlach haar trillende lippen in bedwang te houden. Met haar duimen veegde Shannon de tranen uit haar ogen.
‘Je bent altijd welkom.’
Er drong een koude vlaag binnen toen Shannon de deur opende. Ze hees een rugzakje op haar rug. De regen stroomde aan één stuk door, de aaneengeregen druppels als spijlen van water.
‘Dit weer is niet te geloven.’
Ze pakte in beide handen een koffer en ze stapte naar buiten, begon te rennen toen de regen op haar hoofd petste. De anderen dromden nog een keer om Deirdre heen, die alles met grote ogen bekeek en met haar knuisten zwaaide. Masha kuste haar op haar hoofdje. Deirdre maakte geen geluid, keek haar aan zonder te knipperen. De taxi toeterde. Freek hing de luiertas om zijn schouder en hij pakte de opgevouwen wandelwagen in een hand. ‘Dan ga ik maar.’
Bastiaan klopte hem op de schouder en hij keek hem na toen hij in de taxi stapte. Iedereen zwaaide. Shannon uitbundig, alsof haar handen opgelucht ademhaalden, Freek verscholen achter Deirdre, die hij omhooghield bij het raam. En toen was de auto uit het zicht. Bastiaan deed de deur dicht en hij trok zijn meisjes naar zich toe, zijn vrouw, zijn twee dochters.
‘Kom.’
Hij duwde ze naar de keuken waar hij de tafel had gedekt. Er lagen bolletjes en croissantjes in een mandje, verschillende kazen op een plankje, hagelslag extra puur en jam in een schaaltje. Ze gingen zitten. Molly Bloem schonk drie kopjes koffie in. Bastiaan pakte een bolletje dat hij dik besmeerde met roomboter en jam. Hij keek van zijn dochters naar zijn vrouw. Hij nam een hap en de halve bol verdween in zijn mond. Hij praatte tijdens het kauwen, begon het volgende bolletje al te smeren voordat hij de eerste op had. ‘Dat is lang geleden, dat we hier met zijn viertjes hebben gezeten.’
Molly Bloem reikte hem een kopje koffie aan.
‘Op een happy end!’ Hij hief zijn koffie om met Masha te klinken. Molly Bloem gaf haar een kopje aan. Een scheutje koffie sloeg om de rand van haar kopje toen ze proostten, donkere druppels verschenen op het tafelkleed en vloeiden in elkaar over bij de eerste aanraking. (Er zijn mensen die voordat ze aan een boek beginnen, eerst de laatste bladzijden lezen om te kijken of het inderdaad eindigt met een happy end, die gerustgesteld willen worden voordat ze aan hun literaire tocht beginnen, die hun hart willen ophalen zowel aan het begin als aan het einde, alsof het boek zich in een cirkel afspeelt. Niet iedereen kan zich bedwingen. En uit onderzoek is gebleken dat lezers die dit doen, meer genieten van het verhaal, misschien juist omdat ze niet meer verrast worden, omdat ze niet continu alert hoeven zijn op de verwikkelingen. De vraag is dan niet meer wat er gebeurt, maar hoe het gebeurt. Zouden daarom ook kleine kinderen het liefst tien keer hetzelfde boekje lezen, dag na dag na dag? Omdat je dan niet bang hoeft te zijn voor wat komen gaat? En als je de kans kreeg om je laatste levensuren voor je te zien, zou je die kans dan ook pakken? En zou dat het verloop van de rest van je leven verzachten?) De ketel floot. Anna K. stond op om voor zichzelf een kopje thee te maken. Masha liet met een mes een croissantje ronddraaien op haar bord.
‘Geen honger?’
Masha schudde haar hoofd.
‘Nou, dat is dan een extra croissantje voor mij!’ Bas boog over de tafel heen om het croissantje van haar bord te pakken, terwijl Masha haar koffie met kleine slokjes opdronk. ‘Lieverd, ben je nou zenuwachtig? Dat vind ik echt ontroerend. Dat je na al die jaren toch nog zenuwachtig bent. Ik niet, hoor. Ik kan niet wachten!’ In twee happen verdween de croissant in zijn mond.

Zomer

Hij kwam van beneden de beide trappen op gestommeld, Masha hoorde hem de stijging afleggen vanaf het dichtslaan van de tussendeur in de hal tot aan de overloop op de zolder en het openslaan van de deur naar haar kamer. De woorden rolden eruit, Bastiaan kon nooit iets binnenhouden.
‘Ze komen hierheen!’
Masha typte verder, haar vingers onafhankelijk van haar ogen (in elke cultuur op aarde, op alle continenten, zowel in de huidige culturen als in de beschavingen die verloren zijn gegaan, speelt het verzonnen verhaal, fictie, een prominente rol. Overal waar mensen zijn en waar mensen zijn geweest, op elke plek, in elke tijd, is er een verhaal en daar waar geen verhaal is, wordt er een verhaal gemaakt. Er worden verbanden gelegd waar geen verbanden zijn, er wordt betekenis gegeven waar geen betekenis is, het verloop van gebeurtenissen wordt narratief geduid, allemaal om de wereld beter te begrijpen en deze uit te leggen). Ze keek naar Bastiaan, haar vingers spinnenpoten op het toetsenbord. ‘Wie?’
‘Freek en Shannon. En de baby.’
Freek en Shannon en de baby. Ze had haar handen nog niet van het toetsenbord gelicht. De toetsen leken haar vingertoppen omhoog te duwen, wachtend om ingedrukt te worden. Het scherm voor haar, alsof ze erdoor werd aangestaard in plaats van dat zij het scherm bekeek. Ze draaide in haar stoel.
‘Echt waar? Wanneer?’

[...]

 

Copyright © 2014 Rebekka W.R. Bremmer

Uitgeverij  Querido

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum