Leesfragment: De Nederlander in beeld

27 november 2015 , door Remco Ensel
| | |

Onlangs verscheen het fotoboek De Nederlander in beeld. Fotografie en nationalisme tussen 1920 en 1945 van Remco Ensel. De Nederlander in beeld wordt 24 april gepresenteerd bij Athenaeum Haarlem. Op Athenaeum.nl een uitgebreid leesfragment. 'De fotograaf claimde in 1941 maar liefst 6.000 opnames te bezitten van dergelijke 'runentekens', 'zonnesymbolen' en 'levensbomen' afgebeeld op gevels, melkemmerrekjes, deurposten en merklappen. De 'levenstekens' van het oeroude Germania waren zijn visitekaartje in de kring van Nederlandse en Duitse volkskundigen.'

In het Interbellum ontstond de overtuiging dat de vraag naar het uiterlijk en innerlijk van de echte Nederlander een eenduidig antwoord kon opleveren. Fotografen trokken eropuit om land en volk vast te leggen. Dit leverde een keten aan iconische Hollandse beelden op. De Nederlander in beeld doet verslag van deze zoektocht.

Uitgangspunt is een fotowand die fotografe Eva Besnyö tussen 1936 en 1938 in opdracht van de Holland-Amerika Lijn ontwierp voor het passagiersschip Nieuw Amsterdam. Dit waren de jaren dat Hendrik Marsman zijn gedicht 'Herinnering aan Holland' schreef en fotoboeken als De Nederlandse volkskarakters en Volk van Nederland verschenen. Remco Ensel brengt deze artefacten met elkaar in verband. Via Besnyö's fotowand maken we kennis met iconen als 'Marker moeder met kind', 'Breiend Zeeuws meisje' en de 'Volendammer visser'.

Remco Ensel is als cultuurhistoricus verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit is een artikel gebaseerd op De Nederlander in beeld.

 

Heimwee naar een Hollandse Heimat. Een foto-album uit de Bezettingsjaren

In de lente van 1943 streek de fotograaf Willem Frederik van Heemskerck Düker neer aan de Heelsumsche weg in Bennekom. Voor de geïnteresseerde in 'cultureele werkzaamheden op het gebied van "Volkskunde" en "Boerenkunst"' was het een natuurlijke locatie. Centraal gelegen in Nederland, nabij het landbouwgebied de Kraats, waar Van Heemskerck Düker meteen aan het fotograferen sloeg, nabij het klederdrachtarchief Spakenburg-Bunschoten en niet al te ver gelegen van de volkskundige enclave Hierden. De fotograaf, tevens hoofd van de Fotodienst en lid van de afdeling Propaganda van de Nederlandse SS, werkte aan zijn fotoboek Volk van ons Lage Land dat hem de laatste tweeënhalf jaar van de bezetting zou bezighouden.

Fotografie Willem Frederik van Heemskerck Düker

Vanuit zijn uitvalsbasis fotografeerde Van Heemskerck Düker in mei in Bennekom; in juni en juli waaierde hij uit over de Kraats om er boerderijen, landbouwwerkzaamheden en vooral de mensen die er van oudsher woonden en werkten vast te leggen. In de tweede week van augustus stond een rondreis over Walcheren op het programma, in het bijzonder Arnemuiden en Westkapelle. Na Walcheren keerde de fotograaf terug naar de Veluwe waar op 14 augustus het trio Spakenburg-Bunschoten-Eembrugge aan de beurt was. Een dag later reisde hij naar Drenthe (Olst, Havelte, Giethoorn). Zo ging het verder naar Friesland, Terschelling en de Zuiderzee. Op 26 augustus zat Van Heemskerck Düker op Urk en een dag later alweer in Volendam en op Marken. September 1943 keerde hij terug naar Bennekom. Zo volbracht de fotograaf een tocht langs de canon van volkskundig Nederland in het voetspoor van menig collega uit binnen- en buitenland in het interbellum. Wat bezielde Van Heemskerck Düker om midden in de Bezetting met zijn Leica de authentieke Nederlander vast te leggen?

Heimat en fotografie

Van Heemskerck Dükers reportage maakte deel uit van een zoektocht naar de essentie van de Nederlander die al ver voor 1940 was begonnen. De fotografie leverde tussen 1920 en 1945 een belangrijke bijdrage in het onderzoeken en vastleggen van het belichaamde Nederland. Ook hier werd geloof gehecht aan het bestaan van een Heimat, een ideale wereld waar de echte Nederlander nog bestaat. Fotografen trokken er in opdracht op uit en deden daarbij vrijwel altijd dezelfde dorpen aan: Volendam, Hierden, Zoutelande, Urk, Spakenburg. Dat waren de enclaves van de authentieke volkscultuur, de plaatsen waar je de Nederlander kon vinden die onbesmet was gebleven door stadse moderniteit.

Nieuw na 1940 was de ruimte die de verbeelding van het Groot-Germaanse ideaal kreeg. Voor de bezetting was dit een frivool idee in kringen van Groot-Germaanse NSB'ers als Hendrik Feldmeijer en Wim Heubel-Rost van Tonningen. Van Heemskerck Düker sloot zich bij deze club aan. Gevoel voor timing kon hem niet worden ontzegd. Na de Duitse inval wist hij in rap tempo zijn foto's van frisse Zeeuwse meiden en geharde Friese boeren, hunebedden en runentekens op tentoonstellingen, in het geïllustreerde tijdschrift Hamer en in boekjes als Friesland Friezenland, Wie kent Germanje? en Zinnebeelden van Nederland te publiceren.

Toen Van Heemskerck Düker in 1939 op negenentwintigjarige leeftijd afstudeerde als landbouwkundig ingenieur - getooid met een titel die hij consequent in al zijn publicaties en reclamemateriaal zou voeren - was hij één jaar lid van de Nationale Jeugdstorm, acht jaar lid van de NSB en minstens zes jaar actief als fotograaf van de relicten van de volkscultuur in Nederland. Het ging toen nog vooral om het aanleggen van een verzameling van op boerderijen en andere objecten afgebeelde symbolen die zouden bewijzen dat Nederland in essentie een Germaanse natie is. De fotograaf claimde in 1941 maar liefst 6.000 opnames te bezitten van dergelijke 'runentekens', 'zonnesymbolen' en 'levensbomen' afgebeeld op gevels, melkemmerrekjes, deurposten en merklappen. De 'levenstekens' van het oeroude Germania waren zijn visitekaartje in de kring van Nederlandse en Duitse volkskundigen. Het gaf hem de drive om tijdens de Bezetting tal van nieuwe projecten in gang te zetten. Maar zelfs voor de ijverige fotograaf kwam het einde van de oorlog te snel. Veel bleef onafgemaakt. Mooiste voorbeeld zijn de fotoalbums Volk van ons Lage Land en Zeeuwsche pracht in Zeeuwsche dracht die in zijn fotoarchief bewaard gebleven zijn.

Fotografie Willem Frederik van Heemskerck Düker

Een echte gelovige

In de naoorlogse verhoren bagatelliseerde Van Heemskerck Düker zijn lidmaatschap van de NSB (stamboeknummer 544), zijn lidmaatschap van de Nederlandse SS en uiteindelijk ook zijn eedaflegging aan de Führer in 1942, maar nimmer ontkende hij in ideologische zin de nationaalsocialistische zaak volledig gediend te hebben. De fotograaf deed zijn uitspraken onder dreiging van strafvervolging. Niettemin lijkt hij wel betrekkelijk open te zijn over zijn politieke overtuiging. Het Nederlandse en het Duitse volk waren broedervolkeren. De oosterburen waren goed bezig, vooral onder Hitler. De fotograaf was, naar eigen zeggen, 'idealist en bewonderaar van Hitler'. Hierbij paste ook een antisemitische grondhouding:

'Ik geloof dat de onmenschelijke excessen tijdens het bestuur van Hitler het gevolg zijn van misdragingen van ondergeschikte machthebber […].In verband met de groote invloed die vooral door een groot aantal Israëlieten in de Nederlandsche pers (dag- en weekbladen) en de film, benevens het cultureele leven werd uitgeoefend, was ik een tegenstander van deze overheerschende positie.'

Nu was Van Heemskerck Düker in de eerste plaats fotograaf, zoals hij ook niet naliet als verdediging in zijn naoorlogse verweer op te voeren. Het zou gaan om 'zuiver culturele foto's': 'Nooit heb ik foto's gemaakt van militaire opmarsen e.d. Ik weigerde dit, tengevolge waarvan ik meerdere malen moeilijkheden heb gehad.' Hier valt wel wat op af te dingen, maar in de kern had de fotograaf gelijk. De vraag is dan wel hoe onschuldig 'culturele foto's' zijn.

Van Heemskerck Düker was meer dan een apolitieke nerd met een fototoestel in zijn hand. In de zomer van 1942 bezocht hij gedeeltelijk op de fiets Sleeswijk-Holstein en Polen om er archeologische sites uit de bronstijd, boerderijen en boerenportretten vast te leggen. De reis was indrukwekkend, maar Van Heemskerck Düker had te kampen met versleten schoenen, het reizen in oorlogstijd - Denemarken bleek ontoegankelijk - 'konstant honger' en heimwee naar vrouw en kind. Niettemin was hij laaiend enthousiast over de archeologische vondsten, hunebedden die zo veel groter zijn dan die in Drenthe en 'prachtige grafheuvels uit de bronstijd', en zijn contacten met de boeren. Een van de hoogtepunten was een bezoek in 'Oost-Pruisen' aan 'groote boer Jansen, een Mennoniet die in 1580 uit Nederland stamde. Ze hadden in huis nog Delftsche tegeltjes en een Nederlandsche Bijbel uit die tijd.'

De fotograaf berichtte het thuisfront over zijn ervaringen in het oorspronkelijk Poolse Oost-Pruisen waar 'maar heel weinig van de oorlog met de Polen te zien' was:

'In het vroegere Poolsche gebied zijn alle Polen naar elders gebracht en nu vervangen door de Volksduitschers uit Bessarabië, Rusland en Hongarije. Zoo ontstaat natuurlijk langzamerhand hier weer een geheel gelijkvormig volk. Polen die "rassisch" goed zijn konden blijven en worden "verduitscht" [...].'

In ontlastende verklaringen van familieleden, vrienden, kennissen en werknemers is de betiteling 'idealist' een terugkerende term. Bedoeld zal zijn dat Van Heemskerck Düker een hoger doel voor ogen stond dan pragmatisme en zelfverrijking en dat hij in het leven van alledag het militaire apparaat negeerde of tegenwerkte. Het antisemitisme van Van Heemskerck Düker was in vooroorlogs Nederland wijder verbreid, maar hem werd na de oorlog aangerekend dat hij getracht had profijt te trekken uit de vervolging door te informeren naar vrijgekomen 'jodenhuizen' in Wageningen.

Als het een strategie was om open kaart te spelen, dan mag deze toch wel succesvol worden genoemd. Van Heemskerck Dükers gesprekspartner in het naoorlogse verhoor zag een bezielde fotograaf die een idealistisch dwaallicht had gevolgd: 'Ongetwijfeld heeft hij belangrijk cultureel werk gedaan. De Jodenvervolging vond hij noodzakelijk, doch de wijze waarop dit geschiedde, kon zijn goedkeuring niet wegdragen.' Hoe de fotograaf en de verhoorder zich die Jodenvervolging dan op meer passende wijze hadden voorgesteld blijft een raadsel.

Van Heemskerck Düker bleef zijn opvattingen ook na de oorlog trouw. Tijdens een autovakantie naar Scandinavië in de zomer van 1951 is hij danig onder de indruk van de Duitse herstelwerkzaamheden: 'Het valt ons weer op hoe hard de Duitschers werken aan opruimingswerken en wegen. Wat een verschil met Denemarken en Noorwegen! Ze komen er weer vlot bovenop en krijgen al weer politieke belangstelling.' Nee, dan de Denen ('het arbeidstempo is vrij laag') en de Noren. Ondanks hun rasverbondenheid was het lamlendigheid alom:

'Zeer veel Noren maken een sloome indruk, ondanks hun wel zeer "nordisch" voorkomen. En zooals ik al eerder bemerkte, werken ze niet hard of veel. Zou dit samenhangen met het steeds emigreren van de beste elementen naar Amerika e.d. negatieve selectie.'

De vergelijking valt keer op keer in het voordeel van de Duitsers uit waaronder de fotograaf ook diegenen schaart die in de oorlog flink de handen uit de mouwen hebben gestoken:

'Ik krijg wel de indruk dat door de Duitschers veel wegen zijn verbeterd en wellicht aangelegd. Het blijft een gigantische onderneming van de Wehrmacht in zoo'n korte tijd en zoo grondig. Bezetting van ons land moet er kinderspel bij zijn geweest.'

Fotografie Willem Frederik van Heemskerck Düker

'Montere Jongenskoppen'

Hoogtepunt in het gepubliceerde oeuvre van de fotograaf is het fotoboek Friesland Friezenland. Het bevat de meest expliciete fotografische verbeelding van een Groot-Germaanse bloed-en-bodemideologie. Dit effect werd bereikt door twee visuele strategieën: het opnemen van een landkaart die West-Friesland, de provincie Friesland en Oost-Friesland als één territorium weergeeft en, ten tweede, de paarsgewijze plaatsing van portret- en landschapsfoto's. Soms is er dan als retorische overdaad een onderschrift over de verbintenis tussen land en volk en, ja, bloed-en-bodem, toegevoegd. Het fotoboek demonstreert de erkenning van een groter raciaal en nationaal verband, maar suggereert - eist wellicht - daarbinnen de eigen Nederlandse eigenheid op. Dit verklaart het verontwaardigde, en vanuit zijn perspectief terechte, verweer van de fotograaf op de naoorlogse aanklacht dat hij de Nederlandse cultuur verloochend zou hebben. Dat dit onjuist is, aldus Van Heemskerck Düker, blijkt alleen al 'uit de titels van enkele werken […] als Zinnebeelden van Nederland en Friesland Friezenland, welk laatste werk zelfs de erkenning van een Friese cultuur inhoudt'.

Volk van ons land

Het grote voorbeeld voor de fotograaf was de Duitse visuele cultuur en dan niet het werk van Leni Riefenstahl, maar de fotografie van Erna Lendvai-Dircksen: 'edele kunst'… Ingeleefd, meegeleefd, opgedolven uit het diepste volksleven en echt, zonder de minste pose of stadsvreemdheid. … Lendvai-Dircksen was onder andere de auteur van de meerdelige reeks Das Deutsche Volksgesicht Waarschijnlijk heeft ze samen met Van Heemskerck Düker in de oorlogsjaren in Walcheren gefotografeerd voor een nieuw deel in haar reeks.

Met Lendvai-Dircksens foto's op het netvlies trok Van Heemskerck Düker in de oorlogsjaren door Nederland. Het resultaat was ondermeer Volk van ons lage land, een zorgvuldig samengestelde fotografische tour langs de highlights van de klassieke gezichten van volkskundig Nederland met bijschriften en korte zinsneden als '"Wij Friezen knibbelje alline for God"', 'Sobere menschen, sobere wenschen', 'Wat de ouden droegen, dragen de jongen' en '"Kent gij dat land, der zee ontrukt?"'. De afgebeelde personen blijven naamloos en anoniem. Zij werden geïdentificeerd met een plaatsnaam of met een bijschrift als 'boerendochter' of 'visser'. Eenmaal geeft de fotograaf een naam prijs: 'Joost van Keessie van Hein de Huizer palingboer'. Meestal werd het model opgevoerd als vertegenwoordiger van een collectief: 'Wij Friezen.' Levende mensen kregen net als in de vooroorlogse fotoboeken als ultieme vorm van musealisering een bijschrift mee als 'Verdwijnend Volk'. In enkele gevallen trad de fotograaf op als buikspreker door zijn modellen een stem te geven: 'Mien leven is goed,' lijkt het model dan te zeggen.

Fotografie Willem Frederik van Heemskerck Düker

Het boek begint in het hoge noorden en herhaalt hier het beeldverhaal uit Friesland, Friezenland van de Friezen als autonome, nuchtere en vrome plattelandsmensen. Enkele Groningse (Ulrum) en Drentse portretten waren tussen de Friese afbeeldingen geplaatst. Het hunebed (bij Havelte) komt voorbij, een zinnebeeldig emmerrek en de jufferboom bij Doornspijk op de Veluwe. In het vervolg van het album passeren vooral portretten en landschap (met zo nodig een nieuwe lucht erin gekopieerd) de revue. Het zijn de symbolen van een Germaanse oercultuur - hunebed, zinnebeeld en de met een sage verbonden boom - die het Groot-Germaanse perspectief verraden.

Onbruikbare gezichten

In het zoeken naar een heimat werd al voor 1940 de natie bezien als een emotioneel ervaren en historisch gefundeerde band tussen volk en land. De heimatgedachte kon staatkundige grenzen eerbiedigen of juist schenden en in meer of mindere mate regionale diversiteit erkennen. Het hart van de natie werd gelokaliseerd in een volk dat hoofdzakelijk op het platteland leefde. Daar kon je de echte Nederlander vinden, één in uiterlijk en omgangsvormen met het landschap waarin hij van generatie op generatie had geleefd. In dit volk zou de ware volksziel huizen die als bron kon worden aangeboord om de gehele natie van hernieuwd elan te voorzien. Het Groot-Germaanse ideaal was een geëxalteerd en racistisch ideaal dat werd nagestreefd met fysieke uitsluiting en grootschalig geweld. In de praktijk van onderzoek, propaganda en repressie speelde ook de fotografie een belangrijke rol. Fotografen leverden beeldmateriaal aan waardoor visies konden overtuigen en beklijven. Via foto's konden ongrijpbare ideologische posities stollen in toegankelijke gematerialiseerde vormen en gezichten. De fotografie van Heemskerck Düker zorgde er voor dat al de diverse bezigheden - van archeologische vondsten, de ornamentiek van boerderijen tot het uiterlijk van de Nederlandse boer - als een samenhangend geheel konden worden overgebracht. Zijn fotografie bediende verschillende disciplines en droeg bij aan de overdracht van een coherent verhaal. Het was dankzij de fotografie van Van Heemskerck Düker en collega-fotografen dat onderzoek naar hunebedden, ornamenten, gezichten, lichamen en kunstnijverheid gezien konden worden als één program dat misschien ook juist dankzij het beeld met enige overtuiging kon worden overgedragen. De belichaming van Nederland in portrettenreeksen was een cruciaal onderdeel van het grotere verhaal over de natie. Het gaf de Groot-Germanen een gezicht en poetste de 'onbruikbare gezichten' weg.

 

Copyright © 2014 Remco Ensel
Copyright foto's © Nederlands Fotoarchief

Amsterdam University Press

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum