Leesfragment: Een verzonnen leven

27 november 2015 , door Karine Tuil
| |

25 augustus verschijnt de nieuwe roman van Karine Tuil, Een verzonnen leven (L'Invention de nos vies, vertaald door Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos). 9 september is ze bij Maison Descartes. Voorpublicatie: ‘“Kijk nou,” riep Nina, met haar ogen strak op het scherm, gehypnotiseerd, aangetrokken door het beeld als een insect door halogeenlicht – waarin het uiteindelijk zal verbranden – en Samuel, die ook zat te turen, was ervan overtuigd dat hij een streep had gehaald door wat er in de loop van 1987 aan de Universiteit van L. was gebeurd, en wat absoluut destructief voor hem was geweest.‘

Sam Tahar heeft een glanzende carrière bij een prestigieus advocatenkantoor in New York, veel geld, aandacht van de media en een goed huwelijk. Maar zijn succes berust op bedrog. Om zijn kans op een goede baan te vergroten heeft de van oorsprong Arabische Samir zijn naam in sollicitatiebrieven afgekort tot Sam. Toen die naamsverandering direct tot een mooie betrekking leidde, besloot hij zichzelf een compleet andere identiteit aan te meten en de joodse roots van zijn voormalige vriend Samuel te lenen. Wanneer Samirs halfbroer zich tot de radicale islam bekeert en in zijn leven binnendringt, dreigt Samirs zorgvuldig opgebouwde wereld in te storten.

Terwijl Samirs ster rees, leidde Samuel een marginaal bestaan in een roerige Parijse buitenwijk en probeerde hij vergeefs schrijver te worden. Wel woont Samuel nog altijd samen met Nina, die destijds voor hem heeft gekozen en niet voor Samir. Maar als het drietal elkaar na twintig jaar weer ontmoet, is er ruimte voor andere keuzes.

Karine Tuil schreef negen romans, waaronder Tout sur mon frère (2003), Quand j’etais drôle (2005) en Six mois, six jours (2010). Van Een verzonnen leven, genomineerd voor de Prix Goncourt, werden in Frankrijk 70.000 exemplaren verkocht.

 

Eerste deel

I

Beginnen met zijn wond, daarmee beginnen, het laatste stigma van een criminele militie dat Samir Tahar zijn leven lang had geprobeerd kwijt te raken, een jaap van drie centimeter in zijn hals; vergeefs was hij naar een cosmetisch chirurg aan Times Square gegaan in een poging het oppervlak te laten afschrapen met een slijpsteen, te laat, hij zou hem houden als souvenir, er elke ochtend naar kijken en eraan herinnerd worden waar hij vandaan kwam, uit welke omgeving/uit welk geweld. Kijk! Raak aan! Ze keken, ze raakten aan, de eerste keer waren ze geschokt bij het zien, het voelen van dat wittige litteken dat hem verried als fanatiek bekvechter, duidelijk maakte dat hij iets had met machtsverhoudingen, met tegenspreken, een vorm van sociaal geweld die het kookpunt kon bereiken en dan een voorbode was van erotiek; een wond die hij kon verbergen onder een sjaaltje, een foulard, een col, niks van te zien! Die dag had hij hem goed verstopt onder de gesteven kraag van zijn overhemd van een kaïd waarvoor hij waarschijnlijk driehonderd dollar had betaald in zo’n chique winkel waar Samuel Baron alleen nog doorheen liep met de vage hoop de kas te pikken; alles in hem ademde weelde, zelfgenoegzaamheid, de verleiding van het consumentisme, optimale dekking, alles in hem ontkende wat hij was geweest, zelfs zijn geaffecteerde manier van doen, de hoogdravendheid doorspekt met de aristocratische stembuigingen die hij zich nu aanmat, terwijl hij aan de rechtenfaculteit een van de actiefste militanten van proletarisch links was geweest! Een van de radicaalste! Een van hen die een sociaal wapen hadden gemaakt van hun aanvankelijke frustratie! Nu een dandy, nouveau riche, gokker, fulminerende redenaar, lexmachine, alles in hem wees op een omslag in zijn identiteit, bevredigde ambitie, sociale bevrijding, het exacte tegendeel van wat Samuel was geworden. Inbeelding? Hallucinatie? Misschien. Dit is niet echt, denkt/bidt/brult Samuel, dit kan Samir niet zijn, deze nieuwe, gevierde, vergoddelijkte man, een persoonlijke, originele creatie, een prins omringd door zijn hofkliek, doorkneed in retorisch gefleem; op tv adoniseert hij zichzelf, erotiseert zichzelf, valt in de smaak bij mannen, bij vrouwen, bewierookt door iedereen, misschien benijd maar gerespecteerd, een virtuoze advocaat, van het type dat het hoor en wederhoor in de war stuurt, de bewijsvoering van zijn tegenstanders met vernietigende humor de grond in boort, niet op zijn mond is gevallen… dat kan hij niet zijn, die sluwe baliewolf, daar in New York, op cnn, zijn veramerikaniseerde voornaam in kapitalen sam tahar en eronder zijn titel, lawyer, advocaat, terwijl hij, Samuel, voor 700 euro per maand wegkwijnde in een onderverhuurd krot in Clichy-sous-Bois, acht uur per dag vormingswerker was bij een organisatie voor probleemjongeren die als een van de eerste dingen wilden weten: is dat Joods, Baron?/zijn avonden doorbracht op internet om informatie te lezen/te becommentariëren op literaire blogs (onder de naam Witold92)/onder pseudoniem manuscripten schreef die stelselmatig werden teruggestuurd – zijn grote sociale roman? Daar wachten we nog op…, dat kon Samir Tahar niet zijn, gemetamorfoseerd, onherkenbaar, zijn gezicht bedekt met beige make-up, de blik naar de camera met de ongelooflijke beheersing van een toneelspeler/een dompteur/een scherpschutter, de bruine wenkbrauwen gewaxt, in een merkkostuum geperst dat passend was gemaakt, misschien zelfs voor de gelegenheid gekocht, gekozen om te verschijnen/verleiden/overtuigen, de heilige drie-eenheid van de politieke communicatie, alles wat ze in de loop van hun studie voorgeschoteld hadden gekregen, tot aan de hersenverweking toe, en wat Samir nu in de praktijk bracht met de laatdunkendheid en zelfverzekerdheid van een politicus op campagne, Samir op de Amerikaanse televisie, uitgenodigd als vertegenwoordiger van de families van twee in Afghanistan gesneuvelde Amerikaanse soldaten,1 hij zong de lof van het militair ingrijpen, bespeelde de morele snaar, schuwde het sentiment niet en bleef kalm tegenover de journaliste,2 die hem eerbiedig ondervroeg, hem ondervroeg alsof hij het geweten van de vrije wereld was!, bleef zelfverzekerd, had het beest in zich schijnbaar tot zwijgen gebracht en het geweld bedwongen waarvan al zijn daden lange tijd doortrokken waren, en toch zagen ze vanaf de eerste ontmoeting alleen dat, die verheimelijkte wond, de tragische echo’s van de angst, alleen zijn mooiste jaren, die hij doorbracht tussen de groezelige muren van een torenflat met twintig verdiepingen, opeengepakt met z’n vijftienen, twintigen, wie biedt meer, in trappenhuizen waar de honden en de mannen pisten, alleen al die jaren waarin hij daarboven wegkwijnde op de achttiende verdieping met uitzicht op de balkons aan de overkant, waar trainingspakken bengelden – namaak-Adidas, -Nike, -Puma, na afdingen voor nop gekregen in Taiwan/Ventimiglia/ Marrakech of opgescharreld bij de kringloop, grijs geworden onderhemden met zweetvlekken, afgedragen onderbroeken, grove handdoeken, geplastificeerde tafellakens, slipjes uitgelubberd door het vele wassen en door lichamelijke veranderingen, vlak voor de schotelantennes, die krioelden op de daken/aan de gevels zoals de ratten omlaag stoven naar de donkere kelders, waar niemand meer heen ging uit angst voor diefstal/verkrachting/geweld, waar niemand meer heen ging zonder gedwongen te worden door een wapen, pistool/mes/stanleymes/boksbeugel/knuppel/ zwavelzuur/luchtdrukgeweer/pepperspray/geweer/nunchaku, dat was voor dat het Oosten in brand stond en de massale komst van oorlogswapens uit ex-Joegoslavië, pure manna! Een familietripje en hupsakee! de spullen in de kofferbak te midden van kinderspeelgoed, aanvalsgeweren, automatische wapens, uzi’s, kalasjnikovs, explosieven met elektrische ontsteking, hele staven verstopt op braakliggende terreinen en zelfs, voor elk wat wils, als je cash betaalt, als je erop kickt, raketwerpers die ongezien werden verkocht, je gaat naar het bos, je oefent, je schiet in stilte, rustig, zonder getuigen, de ondergrondse oorlog tussen de plassen motorolie en urine in onderaardse parkings, waar niemand meer naar beneden ging zonder begeleiding van een smeris, die niet meer naar beneden ging zonder begeleiding van een smeris, die niet meer naar beneden ging, de ideologische oorlog in kraakpanden waar lefgozers van vijfentwintig dertig jaar de wereld vernieuwden/ vernielden, de seksoorlog in de kelders die stonken naar vocht en grote drollen en waar piefjes van veertien vijftien jaar onwillige minderjarige meisjes rondgaven, met tien tot twintig man gingen ze om de beurt over ze heen, puur om ze te bewijzen dat ze een man waren, ze moesten dat toch ergens laten, dat geweld, zeiden ze ter verdediging tegen de rechters, dat moest er toch uit, de bendeoorlog op braakliggend terrein dat was omgevormd tot strijdperk, ’s nachts, overdag, met z’n tientallen verdrongen ze zich rond vechtende pitbulls met traanogen en namen van afgezette dictators, Hitler was favoriet, ze zetten grof geld in op de beste, de agressiefste, de moordzuchtigste, moedigden het beest aan zijn tegenstander te verscheuren, zijn tanden in zijn ogen te zetten, klak, werden opgewonden door het bloed/het vermalen vlees/het gerochel, terwijl hij, Samir, boven bleef, blokte en weigerde te leven zonder perspectief, zonder toekomst, zonder toekomstig salaris, naar keuze: interieurverzorger/onderhoudsmonteur/ chauffeur-bezorger/huismeester/nacht waker of dea ler als je de lat hoog legt, als je ambitieus bent, puur om indruk te maken op zijn moeder, Nawel Tahar, dienstmeisje bij Brunet; haar werkgever, François Brunet, is een Franse politicus, geboren op 3 september 1945 in Lyon, Kamerlid, lid van de Socialistische Partij, schrijver van verschillende boeken, waarvan het laatste, Voor een rechtvaardige wereld, een groot verkoopsucces was (bron: Wikipedia). Nawel, een kleine bruinharige vrouw met zwarte ogen, modelwerkneemster, weet alles over hen, wast hun kleren, hun borden, boent hun vloeren, hun kinderen, schrobt, wrijft, poetst, stofzuigt, voor de helft zwart betaald, werkt op feestdagen en op zaterdag, soms ’s avonds om het eten op te dienen, voor hen/hun vrienden, geëngageerde, gestreste mannen, die hun naam zoeken in de pers, opgeven bij de zoekmachines op internet, bericht krijgen zodra ook maar iemand over hen schrijft – positief, negatief, graag willen dat er over hen wordt gepraat – blij als ze vrouwen onder de dertig kunnen naaien in per jaar gehuurde dienstbodekamertjes, bezorgd over hun gewicht, de beurskoersen en hun rimpels, geobsedeerd door het verlies van hun jeugd, hun kapitaal, hun haar, mensen die met elkaar slapen, met elkaar werken, die functies, echtgenotes, maîtresses uitwisselen, om beurten promotie maken, hielen likken en zich laten aflikken door Albanese hoeren, naar hun idee de professioneelste, die ze zullen proberen vrij te krijgen uit de opvangcentra, waar ze worden vastgehouden door ambitieuze ambtenaren – Streefcijfers! Streefcijfers! –, die hen zullen proberen te redden door hun contacten te gebruiken, helaas zonder succes, walgend over dat beleid waardoor ze worden beroofd van het voorwerp van hun begeerte, hun dienstmeisjes, de kindermeisjes aan wie hun kinderen zich hadden gehecht, zwartwerkers die wegens de crisis gesloten fabrieken ombouwden tot luxe lofts, waar ze hun verzet zouden blijven plegen tot aan metrostation Assemblée-Nationale – daar voorbij is het hun afdeling niet meer, Nawel, neem de restjes maar mee, we gaan niks weggooien en we hebben geen honden, ja de tragische splinters van het lot en van de haat die het twintig jaar slikken van de mondklem in haar blik hadden gegrift – een harde, verduisterde blik, scherp als een beitel, die je scalpeerde, niks aan te doen je vond haar toch erg aardig –, maar dat was vóór het maatschappelijk succes zoals hij dat hier belichaamde, een charmante televisiepop: bravo, tel uit je winst! Zíj was verkocht. Want ze zaten met z’n tweeën voor de televisie, en alle twee hielden ze hun agressieve hysterie in toom, twee medeplichtigen aan een catastrofe, ook Nina, die van hem had gehouden, op haar twintigste, toen alles zich afspeelde, toen alles nog mogelijk was, en de ambities van vandaag? 1) Salarisverhoging van € 100. 2) Een kind krijgen voordat het te laat is – en met wat voor toekomst? 3) Verhuizen naar een driekamerwoning met uitzicht op het voetbalveld/ de vuilniszakken/vervuild oppervlaktewater waarop twee ivoorwitte zwanen hun veren schudden/zieltogen; de verloren gebieden van de Republiek. 4) Hun schulden terugbetalen… maar hoe? Vooruitzicht op korte termijn: schuldbemiddeling. Doelen: nader te bepalen. 5) Op vakantie gaan, misschien een week naar Tunesië, naar Djerba, in een vakantiepark, all inclusive, gelegenheid om te dromen.

‘Kijk nou,’ riep Nina, met haar ogen strak op het scherm, gehypnotiseerd, aangetrokken door het beeld als een insect door halogeenlicht – waarin het uiteindelijk zal verbranden – en Samuel, die ook zat te turen, was ervan overtuigd dat hij een streep had gehaald door wat er in de loop van 1987 aan de Universiteit van L. was gebeurd, en wat absoluut destructief voor hem was geweest. Twintig jaar had hij geprobeerd het drama te vergeten waarvan Samuel onbewust de aanstichter was geweest en het boetekleed had gedragen, en nu is het terug, en waar? Op cnn, op prime time.

Ze hadden elkaar halverwege de jaren tachtig ontmoet, op de rechtenfaculteit van Parijs. Nina en Samuel waren een jaar bij elkaar toen ze op de eerste dag van het academisch jaar kennismaakten met Samir Tahar; je kon niet om hem heen, hij was net als zij negentien jaar oud maar leek wat ouder, een man van gemiddelde lengte, met een gespierd lichaam, een nerveus loopje, een schoonheid die niet direct opviel maar biologeerde zodra hij zijn mond opendeed. Wie hem zag dacht: dát is mannelijke autoriteit; dát is dierlijkheid, brandstof voor seksualiteit. Alles aan hem beloofde genot, alles in hem verried begeerte; een agressieve, ontaarde begeerte, dat was het verwarrendst bij die jongen over wie ze niets wisten, zijn beproefde veroveringsdrift. Wie hem zag registreerde alleen zijn hang naar vrouwen, seks was toen al zijn zwakke punt, het vermogen om direct, bijna automatisch te versieren, zijn seksuele vraatzucht, die hij zelfs niet probeerde in te tomen, die hijmet een enkele blik kon uiten (een doordringende, strakke,pornografische blik,die zijngedachtenverried,dieophet geringste teken vanwederzijdsheid loerde) en die hij snel en dringendmoest bevredigen; het ongeremde hedonisme dat hij claimde, die absolute losheid in de communicatie alsof elke vriendschappelijke, sociale relatie met een vrouw of een meisje alleen werd gerechtvaardigd door de mogelijkheid dat het een ander soort contact werd.

Maar er was nog iets… Ze bespeurden iets van een jagersinstinct in deze zoon van Tunesische immigranten, ze bespeurden verbetenheid, gevoed door zo’n sterk gevoel van vernedering dat het onmogelijk te bepalen was wat in zijn persoonlijke geschiedenis, in zijn van wantrouwen doordrenkte contacten hem zo lang en zo stevig op de been had kunnen houden. Hij koesterde voor zichzelf de ambities van een moeder. Hij wilde slagen, de cirkel van mislukking en armoede, van afstand doen en berusting doorbreken, kortom de familiale cirkel, die zijn vader het leven al had gekost, die de dromen van zijn moeder had vernietigd en de ontwrichting van een gezin had veroorzaakt; hij stond klaar om de tralies van zijn sociale gevangenis door te zagen, al was het met zijn tanden. Een streber? Misschien… een zoon van immigranten die weigerde zijn sociale omgeving te imiteren, iemand die zich de boodschap van de Republiek eigen had gemaakt: studeren, werken; een toonbeeld. Ze benijdden bij deze onruststoker de vrijmoedigheid om te doen wat niet mag, een niet-oncharmante agressiviteit in zijn denken. En niemand kon onverschillig blijven voor die lichtjes brutale student die je kon vertellen over zijn jeugd in de armste wijk van Londen of in een vervallen voorstad, daarna zijn tienerjaren tussen de vier muren van een dienstbodekamer en de terugkeer naar een armzalige, zo deprimerende huurflat dat de tranen in je ogen kwamen, en die je vijf minuten later herinnerde aan een gesprek tussen Gorbatsjov en Mitterrand alsof hij er zelf bij aanwezig was geweest. Zijn kracht was zijn gevoel voor politiek, voor het anekdotische. Hij kon hele avonden memoires lezen, toespraken van Nobelprijswinnaars, hij hield van het verhaal van die mensen met een bijzondere lotsbestemming, want dat is wat hij wilde, een bestemming; het aura, het charisma had hij al.

[...]

Noten

1 Santiago Pereira en Dennis Walter, 22 en 25 jaar. Eerstgenoemde droomde ervan schilder te worden, maar had dienst genomen in het leger onder de druk van zijn vader, een hoge officier. De tweede stelde: ‘Slagen in je leven is vechten voor je land.’
2 Kathleen Weiner. Geboren in 1939 in New Jersey. Vader schoenmaker en moeder huisvrouw, maar toch had Kathleen op Harvard weten te komen. Haar grootste aanspraak op roem bleef haar vermeende affaire met de Amerikaanse schrijver Norman Mailer op haar zestiende.

 

Copyright © 2013 Éditions Grasset & Fasquelle
Copyright Nederlandse vertaling © 2014 Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos
Copyright auteursportret © JF Paga

Uitgeverij De Bezige Bij

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum